In de hoofdrol – een tuinstoel

 

Er was eens een tuinstoel, wit, van Hartman. Ze was verstelbaar, want haar bezitster hing of zat graag in allerlei standen in op of haar. In de tuin of op het dakterras.

 

Eigenlijk waren er vier van, want ze had drie broertjes en zusjes.

 

Eén zusje stond bij een zoon van de bezitster in de tuin te verweren. Een broer van de tuinstoel was niet meer te redden geweest; die was allang bij het grof vuil gezet.

 

De derde, ook een broer, hield haar altijd gezelschap op het dakterras, in de plaats waar bezitster nu al heel lang woonde.

 

 

De vier tuinstoelen hadden eerst jarenlang in een andere stad in de tuin gestaan. Ze hadden zich dus heel kranig gehouden.

 

Ze waren dan ook niet goedkoop geweest en waren erop gemaakt om vele jaren goed te blijven, zoals dat 30 of 35 jaar geleden nog ging met gebruiksvoorwerpen.

 

 

Vorig jaar was er opeens een scheur ontstaan in de zitting van de ene tuinstoel. De heer des huizes durfde er al niet meer in te zitten – bang dat hij er door zou zakken.

De bezitster – veel lichter dan hij – durfde dat nog wel.

 

Maar een mooi gezicht was het niet: die twee tuinstoelen, allebei met ‘het weer’ erin, en die ene waarvan de zitting stuk was. De twee tuinstoelen die hun bezitster het jaar ervoor gekocht had – veel goedkoper – staken er wel erg wit tegen af.

 

 

Op een dag wilde de bezitster van de tuinstoelen eindelijk eens wat oude dingen opruimen en ermee naar de vuilstortplaats rijden. Zou ze de oude tuinstoel ook maar niet meenemen?

 

Ze hakte de knoop door en dankte de tuinstoel met de scheur af.

 

 

Alleen het broertje staat nu nog op het dakterras. Daardoor wordt zijn zusje niet vergeten.
Er zal altijd met dankbaarheid aan haar gedacht worden.

 

Rating: 0 sterren
0 stemmen

 

In de hoofdrol – een hartjespunaise

 

Tientallen jaren geleden was er eens een vrouwtje dat, op zoek naar een baan, van het Arbeidsbureau een opleiding mocht doen. Het vrouwtje was leergierig en nam het aanbod in dankbaarheid aan.

 

Omdat het vrouwtje weliswaar geen rijk arbeidsverleden had maar wel een taalopleiding en taalvaardigheden, hielp zij haar medecursisten soms met de taalkundige aspecten van hun verslagen en schriftelijke opdrachten.

 

Toen de opleiding na een jaar afgerond was, gaf een van de medecursisten – een kunstzinnig type – het vrouwtje als dank twee rode metalen hartjes. Het waren niet zomaar hartjes, nee, er zat een scherpe punt aan de achterzijde van beide hartjes die paste in een bijbehorend gedeelte, net als bij een drukknoop.

Vanwege de scherpe punten waren het alleen wel gevaarlijke drukknopen – niet geschikt om als sluiting voor een kledingstuk te gebruiken.

 

Wat zou het vrouwtje doen? Ze wilde de cadeautjes niet zomaar wegdoen. Daarom bevestigde ze de punaiseknopen ter versiering aan een gordijn in een slaapkamertje op de bovenverdieping.

Het vrouwtje kwam daar slechts zelden.

 

Vele jaren later vond zij het tijd worden om het gordijn te wassen. Ze haalde het gordijn van de gordijnrails en zag een rood hartje. Het was een beetje verroest.

Opeens herinnerde ze zich hoe ze eraan gekomen was. En dat de medecursiste vast al niet meer wist dat ze het hartje ooit cadeau gegeven had.

Had het zin om het hartje te bewaren? Of de geefster een berichtje te sturen?

 

Het vrouwtje haalde het hartje uit de gordijnen, legde het voorlopig op haar bureau, waste de gordijnen en hing ze te drogen. Ze droogden heel snel en konden weer opgehangen worden.

 

Pas toen ze de gordijnen weer ophing, zag ze het tweede hartje, dat nog onbeschadigd was. Ze liet het in de gordijnen zitten. Het eerste hartje gooide ze weg.

 

Het vrouwtje nam geen contact op met de geefster van de hartjes. Die zal dus nooit weten wat er met haar hartjes gebeurd is, behalve als ze toevallig dit stukje leest.

Rating: 0 sterren
0 stemmen

 

In de hoofdrol – een gymnastiekkussen

 

Er was eens een vrouw die het prettig vond regelmatig gymoefeningen te doen. Voor de grondoefeningen gebruikte ze altijd een kussen van een tuinstoel. Dat kussen had ze in een ver verleden eens gekocht.

 

De laatste tijd begon het stoelkussen aan een kant wel erg dun te worden. Het schuimplastic binnenin was een beetje te zien. Bovendien viel het de vrouw op een gegeven moment op dat het kussen muf begon te ruiken.

 

Op een morgen, na de gymoefeningen, pakte de vrouw de koe – in dit geval het stoelkussen – bij de horens en knipte en scheurde ze de bekleding van de schuimplastic kussens af. Met een gevoel van voldoening bracht ze de versleten stof naar de grijze container.

 

Omdat de vrouw van nature spaarzaam was en ook met zuinigheid en vlijt was opgevoed, bewaarde ze de twee schuimplastic kussens, die er nog prima uitzagen. Ze stopte ze in een grote vuilniszak en legde die bij een reservetuinstoel onder een bed. Mocht de reservetuinstoel eens nodig zijn, dan kunnen de schuimplastic stukken een leuke sloop als omslag krijgen en weer dienst doen als tuinstoelkussens.

 

Is dat duurzaam of niet?

 

Rating: 0 sterren
0 stemmen

 

 

In de hoofdrol – een fuchsia

 

Er was eens een grote fuchsia in een pot. Hij stond op het dakterras en had een lange zomer uitbundig gebloeid, zelfs mooier dan de jaren daarvoor.

Als in de jaren daarvoor het koude seizoen aanbrak, had de vrouw des huizes hem altijd naar het huis van haar moeder gebracht. Dat stond in een andere plaats en had een grote schuur. Er overwinterden ook andere fuchsia’s.

 

De andere fuchsia’s waren in de loop van de jaren door de moeder ingepikt – niet echt met opzet waarschijnlijk. Ze waren al door haar hulp in haar tuin gezet voordat de eigenaresse ze kwam ophalen.

 

De vrouw des huizes had vorig jaar dus nog maar één fuchsia over. Hij was in dat laatste jaar zo groot geworden, dat het heel moeilijk zou worden de plant naar de woonplaats van de moeder te vervoeren.  Daarom waagde zij het erop hem op het dakterras te laten overwinteren.

Ze pakte hem goed in met bubbeltjesplastic – sommige mensen noemen dat noppenfolie – en hoopte er het beste van.

 

Alles leek goed te gaan. De winter was niet streng. Alleen op 7 februari 2021 werd het een week lang erg koud. Ook overdag vroor het. Zou de fuchsia het wel overleven?

 

In de tijd na de koude periode ging de vrouw des huizes de fuchsia zo nu en dan inspecteren. Ze hoopte dat hij vanzelf zou bijtrekken. Het was immers maar een weekje koud geweest?

 

In de maanden daarna wilde het helaas geen lente worden. In april en maart vroor het soms een beetje en zelfs in mei bleef de temperatuur ’s nachts een enkele keer maar net boven het vriespunt.

 

Dat bevorderde het herstel van de fuchsia niet. Toen de vrouw des huizes uiteindelijk besloot zijn lot te accepteren en hem uit de pot te halen, zag ze tot haar opluchting toch nog een paar heel kleine scheutjes onderaan de plant, bij de wortels.

 

Ze besloot het levende gedeelte van de bijna overleden fuchsia in een kleinere pot met nieuwe potgrond over te doen en hoopte dat de plant weer zou gaan groeien. Hij beschaamde haar vertrouwen niet. Na een paar maanden was hij flink gegroeid en nu is hij weer bloemknoppen gaan vormen.

 

Het zal niet lang meer duren of er staat weer een prachtig bloeiende fuchsia op het dakterras.

 

Rating: 0 sterren
0 stemmen

 

 

Featuring: twin sisters

 

Once upon a time there were two girls who looked very much alike. They were twins. The older sister was born 20 minutes before the younger one.

 

At primary school, the twins were always in the same form, sitting beside each other. They slept in the same bed, a three-quarter, and wore the same clothes until they were 14.

When they were 7 years old and their mother’s brother married, their aunt-to-be wanted them to be bridesmaids at her wedding. She sewed two identical, blue, nylon dresses for them.

The pictures taken on that day show two girls in blue dresses, a little awkward looking, both with missing front teeth.

 

The girls played duets on the piano together and did their secondary school homework sitting at the same desk. When they received their diplomas, they wore identical skirt suits – one in red, the other in light blue.

 

After finishing secondary school, they went to different colleges for higher professional education, but lived in the same house. Both got involved with the wrong man when they were in their early twenties and broke their relationships off after about 7 years.

 

One twin had children, but the older sister didn't. Throughout her life, her involuntary childlessness was painful for her.
She had a good job, though, and always did her best to be good to other people, because she was full of ideals and wanted to make the world a better place.

 

The twin sisters always shared each other’s insecurities, which were largely the same, and knew each other’s tears. They both married again and lived in different places, but continued to be two of a kind.

 

The existence of one twin was self-evident for the other. Despite the fact that they were best friends, however, they were always more critical of each other than they were of other people. They could not stand seeing flaws in the other sister’s appearance or behaviour, precisely because they were so alike and knew each other so well.

 

At the age of 62, the older twin sister retired. Soon thereafter, she started working as a volunteer at an organisation aiming to help recognized asylum seekers to integrate, which kept her really busy. Her husband was not happy with that, although he also spent time with refugee families. He often didn’t feel well.

The older sister also took drawing and piano lessons now that she had more time on her hands.

 

The younger sister, though, did not yet feel like retiring, because she had only started earning her own money later in life.  

Consequently, the twins did not hang around together as much as they could have otherwise done. They saw each other about once every second week.

 

At age 70, the older sister’s husband was told that he had incurable pancreatic cancer and had only 3 months left to live. She took care of him at home as well as she could, until he died. He died in her arms in the same bed where he lay sick.

 

During his illness, she bought a grave for him, without a gravestone, at a natural burial ground. She also bought one for herself beside his.
Little did she know how prophetic this purchase would be.

True to her character, she did not cry at his funeral. She was used to putting on a brave face to the world.

 

The younger twin contemplated living with her sister when they were old. They expected to live to a ripe old age.

 

Four weeks later, the older twin suffered a stroke. Her sister found her on the floor, next to the bed, where she had been lying for probably 48 hours. She was taken to hospital, came round the following day, lost consciousness once again, was moved to a nursing home after ten days, regained consciousness in the nursing home, gradually recovered her ability to speak, wondered what had happened to her and made plans for the future. She pictured herself in a wheelchair or disability car.

 

Then she had a second stroke. The drip-feed she received was stopped after about 6 days and she died  3 days later, in the presence of 2 brothers of hers. Her twin sister was not there.

 

18 months later, the aunt who sewed the blue nylon dresses died. She lived to be 90. A photograph with the bride, groom and bridesmaids sitting at a table in the town hall was projected on the wall of the funeral parlour.

 

The younger twin now lives like a non-twin. With the exception of some clothes, photos, documents and pieces of furniture, nothing is left of her twin sister – not even a husband or children.

 

It seems as if the younger twin was never part of a twinship. She thinks of her sister every day, though. All kinds of everything remind her of the person she knew so well for over 70 years.

 

 

Elsa Groenman-Warmelink

Rating: 4 sterren
1 stem

Reactie plaatsen

Reacties

Marie
2 maanden geleden

Elsa, your story about twins really does capture the essence of being a twin.

Warm regards,
Marie