Inhoudsopgave

41. Over vertalen

42. Huishoudelijke hulp

43. Spelling (1)

44. Eten

45. Spelling en uitspraak van Engelse woorden

46. Managementboeken

47. Spelling (2)

48. Poezenverhalen

49. Tolken bij de notaris (3) - hypotheekaktes

50. Zeg kleine ree

 

 

---------------------------------------------------------

Blog  41 - Over vertalen

 

Als vertaler moet je goed kunnen vertalen, goed kunnen schrijven en verstand hebben van het onderwerp van de tekst die je vertaalt.

Een vertaler is niet hetzelfde als een wandelend woordenboek, zoals sommige mensen denken. Sterker nog: heel veel woorden en uitdrukkingen zijn niet eens in woordenboeken te vinden.

Daarom stellen de meeste vertalers zelf uitgebreide woordenlijsten samen en raadplegen ze elkaar op allerlei fora, vaak op internet.


Vertalen

Om goed te kunnen vertalen is het nodig dat je een diepgaande kennis hebt van de talen waarin en waaruit je vertaalt, dat je vaardigheid bezit in het opzoeken van terminologie én dat je in staat bent de bedoeling van de tekst van de ene taal naar de andere over te zetten.

Vertalers spreken over de brontaal (de taal van de oorspronkelijke tekst) en de doeltaal (de taal waarin je vertaalt).

Het gaat er niet zozeer om dat je woorden vertaalt, maar dat je de bedoeling van de brontekst overzet.


Natuurlijk moet je wel weten – of opzoeken – wat het woord in de doeltaal is dat overeenkomt met het woord in de brontaal, maar als je niet begrijpt wat er in de tekst staat, kun je niet bepalen welke van de vaak vele mogelijkheden je moet kiezen.

Lang niet alle woorden die dezelfde betekenis hebben (synoniemen) kunnen in alle contexten gebruikt worden.

Dat is ook een probleem met machinevertaling. Kijk maar eens naar de onderstaande teksten die ik op internet vond. Ik weet niet wat de taal van de oorspronkelijke teksten is.

 

“Hier zijn een paar geheimen om een ​​leren jas te reinigen:

  1. Water en zeep kunnen worden gebruikt, maar het is niet mogelijk om de jas in te dompelen.
  2. In een wateroplossing van zeep en ammoniak wordt een spons gedoofd en handigt het oppervlak van de jas om te glanzen.
  3. Een waterige oplossing met glycerine geeft de jas glans en een goed verzorgde uitstraling terug.
  4. Na de behandeling met een zeepoplossing met ammoniak of glycerine wordt de jas afgeveegd met een servet die met ricinusolie wordt geweekt.
  5. Een andere betaalbare en snelle manier om de jas te updaten, is om het oppervlak te vegen met een spons in een shampoo-oplossing.
  6. Een beetje geslagen eiwitten kunnen de glans van zelfs een heel oud leer ding herstellen.”

Of:

"Zoete smaak in de mond - oorzaken en bijkomende ziekten

Een van de meest voorkomende factoren is pancreatitis en spijsverteringsstoornissen. Want de ziekte in kwestie wordt gekenmerkt door een zoetzure smaak in de mond in de ochtend, vergezeld van een brandend gevoel in de borst of brandend maagzuur. De alvleesklier is verantwoordelijk voor de productie van insuline, dus als er een overtreding is in zijn werk, wordt de productie van het hormoon opgeschort. Dienovereenkomstig wordt glucose niet gespleten en stijgt de suikerconcentratie. Bovendien, reflux (gooi de inhoud van de maag in de slokdarm) draagt ​​bij aan de toevoeging van een zoete smaak van onaangename oskomina en zuur.”


Ik neem aan dat de meeste lezers wel zien dat er rare dingen in deze schuingedrukte teksten staan.



Schrijven
Vertalers moeten ook goed kunnen schrijven. Ze moeten een gevoel voor schrijven hebben en ten minste één taal tot in de finesses beheersen.

Daarom vertalen veel vertalers alleen naar hun moedertaal toe.

De vertaling moet natuurlijk klinken en dat is niet altijd even eenvoudig.


De laatste jaren vertaal ik zelf vaker naar het Engels dan het Nederlands. Dat betekent wel dat dat ik voor mijn Engelse vertalingen altijd een revisor in de arm neem. Die moet zelf professioneel vertaler zijn en Engels als moedertaal hebben.



Kennis van het onderwerp
Verder moeten vertalers kennis hebben van het onderwerp of vakgebied waar de tekst over gaat. Die kennis kun je verkregen hebben voordat je vertaler werd, maar vertalers volgen ook cursussen en opleidingen naast hun vertaalwerk.

Persoonlijk heb ik vroeger hbs-B gedaan, een hbo-opleiding maatschappelijk werk gevolgd, in de horeca gewerkt, drie kinderen alleen opgevoed, bij verschillende bedrijven gewerkt, een directiesecretaresseopleiding gedaan, een hbo-opleiding tolk-vertaler Engels natuurlijk, een MBA milieu gehaald aan de Universiteit Twente en daarna nog opleidingen gevolgd op het gebied van juridisch en financieel vertalen.

Bovendien ben ik altijd geïnteresseerd geweest in politiek en geschiedenis.

 

Nederlands Genootschap van Tolken en Vertalers

Met een goed begrip van de tekst valt of staat alles. Je kunt daarvoor ook kijken op de site van het Nederlands Genootschap van Tolken en Vertalers:
https://ngtv.nl/nl/themas/commissies-en-werkgroepen-2-2/Vertaalproces/


Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

---------------------------------------------
Blog 42 – Huishoudelijke hulp


Het vervelende van schoonmaken is dat niets schoon blijft. Er is altijd maar weer rommel. En stof is overal.
Gelukkig vinden sommige vrouwen (en mannen?) het niet erg om dat op te ruimen en schoon te maken.


Bijstand
Al jaren heb ik een huishoudelijke hulp voor 2 of 3 uur per twee weken. Zelfs toen ik in de bijstand zat als moeder van drie wilde jongens.

Is dat decadent? Nee hoor, het is een kwestie van keuzes maken. Van alleen maar opruimen en schoonmaken word ik gek. Ik volgde een schriftelijke opleiding, rookte nauwelijks, dronk weinig, en ging vrijwel niet uit of met vakantie.

Mijn hulp, Frieda, kostte ook niet veel.

Het gevolg was wel dat ze op een gegeven moment ergens anders ging werken waar ze een stuk meer kon verdienen. Dat kon ik haar niet kwalijk nemen.

 

Verschillende types

In de tijd daarna heb ik aardig wat andere huishoudelijke hulpen gehad. Sommigen waren goed in hun werk, anderen minder.

De eerste in mijn nieuwe woonplaats, Rommie, was meteen de beste. Zij had tientallen jaren professionele ervaring als schoonmaakster en had ‘het’ gewoon in de vingers. Haar werk was misschien wel haar redding, want ze had heel wat meegemaakt. Haar ene zoon was verongelukt en haar andere zoon was verslaafd.

Helaas vertrok ze toen haar man een baan in een andere plaats kreeg.


De werkster die we daarna kregen, bleef niet lang. De eerste keer dat ze kwam, had ik haar gevraagd de omgeving van het fornuis goed schoon te maken, omdat zich daar veel vet opgehoopt had. Ik wist dat het vervelend werk was, maar vervelend werk moet ook gebeuren. Ze kon mijn verzoek echter niet waarderen en dat liet ze duidelijk merken.

Op de avond van de dag dat ze voor de vijfde of zesde keer zou komen werken, vertelde huisgenoot W. mij dat hij haar tijdens de afgesproken werkuren in de stad gezien had. Ze was dus blijkbaar aan het spijbelen. Toen heb ik haar maar opgebeld om de samenwerking te beëindigen.


Ook heb ik eens de samenwerking opgezegd met een hulp die echt wel aardig was, maar van schoonmaken geen kaas had gegeten.

 

Langdurige samenwerking
Lange tijd heeft een vrouw van mijn leeftijd, Maria, bij ons gewerkt. Ze was opgegroeid in Kosovo en hierheen gekomen om te trouwen met een landgenoot die hier als gastarbeider werkte.

Vier volwassen kinderen, die in Nederland geboren zijn. Een stuk of zes kleinkinderen – meer dan ik.

Ze is dus al heel lang in Nederland. Heeft zelf goed Nederlands leren spreken door contacten in winkels en via de kinderen, hoewel ze geen onderscheid maakt tussen werkwoordsvormen in het meervoud en het enkelvoud.
“Dan komen ik woensdag bij jou”, zegt ze bijvoorbeeld.

Vroeger waren er geen inburgeringscursussen en dat vindt ze jammer.


Op den duur kreeg ze lichamelijke klachten – schouder, rug – en kregen we regelmatig het verzoek de stofzuiger naar boven of beneden te tillen of bijvoorbeeld het trapje uit het schuurtje te halen. Dat is niet zo erg, maar een ander probleem was dat ze met haar man in de zomervakantie steeds langer in Kosovo bleef. Ze zei dan dat ze zes weken zou wegblijven, maar de laatste jaren werd het steeds wel vier maanden.

Al wist ik wel dat dat aan haar man lag, en niet aan haar, ik vond het toch niet prettig.
Onze werkrelatie is dus beëindigd.


Daarna hadden we hulpen die maar voor korte tijd bleven. Ze gingen verhuizen of kregen een officiële schoonmaakbaan voor veel meer uren in de week.


De situatie nu
Nu hebben we gelukkig weer iemand die waarschijnlijk langer blijft. Jonge vrouw, oorspronkelijk uit Limburg. Ze heeft ook ander (uitzend-)werk, maar wil graag een paar particuliere adressen houden.

Zoals veel van haar vakgenoten heeft ze veel behoefte aan praten over haar eigen leven. Daarom heb ik er maar een gewoonte van gemaakt om eerst minstens een kwartier met haar te kletsen, terwijl ik (tussen de middag) wat boterhammen eet.

Daarna verdwijn ik naar mijn werkkamer en vertrekt huisgenoot W. naar het tv-kamertje, anders blijft ze tegen hem aanpraten.

Praten is wel gezellig, maar er moet ook nog gewerkt worden.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

-----------------------------------------

Blog 43 - Spelling (1)

 

Zal ik vandaag eens voor schooljuf spelen?

 

Veel Nederlanders hebben een beetje, of een beetje veel, moeite met de spelling. Dat komt gedeeltelijk door de verschillende spellingswijzigingen die deze eeuw zijn doorgevoerd.

Tot 1995 was er alleen een spellingswijziging geweest in 1954. Daarbij werd onder andere de ‘sch’ aan het eind van een woord, zoals in ‘mensch’, vervangen door een ‘s’. Daar heeft nu geen mens meer moeite mee.

 

Na 1995

Na 1995 is de spelling nóg twee keer onder handen genomen en dat heeft wél tot verwarring geleid, vooral met betrekking tot de zogenaamde tussen-n en het gebruik van apostroffen (‘), streepjes en trema’s (2 puntjes op een klinker).

Veel mensen vinden de wijzigingen niet logisch, maar het mooie is dat je tegenwoordig van alles op internet kunt opzoeken, bijvoorbeeld in de ‘Woordenlijst Nederlandse Taal’ of door het woord op Google in te voeren in combinatie met “Onze Taal”.

 

d, t, of dt?

Het is lastiger als je niet weet of je bij een werkwoordsvorm een d, een t of een dt moet gebruiken! Ik kom wat dat betreft regelmatig overtredingen van de regels tegen in kranten en documenten.

  1. Vorige week las ik bijvoorbeeld in een verkiezingskrant van onze gemeente: Er zijn van die zaken die een gemeente niet behandeld.
  2. En in een pleitnota van een advocaat zag ik het volgende: Dit laat overigens onverlet dat moet worden betreurt dat justitie heeft nagelaten … .
  3. Op internet zag ik zelfs in een rapport van de Onderwijsinspectie een dergelijke fout. Er stond: Hoewel de school aandacht heeft besteedt aan … … model …, … .

 

Waarom zijn ‘behandeld’, ‘betreurt’ en ‘besteedt'  hier nu fout? (Als je het weet, mag je natuurlijk ophouden met lezen).

Het zijn op zich toch normale woorden? Ja, dat is zo.

 

In dit blog behandel ik alleen het eerste voorbeeld. De twee andere voorbeelden bespreek ik later in ‘Spelling (2)’ en ‘Spelling (3)’.

 

Voorbeeld 1: “Er zijn van die zaken die een gemeente niet behandeld.”
Als er gestaan had: “Er zijn van die zaken die een gemeente niet behandeld heeft”, dan was er met de spelling niets aan de hand geweest. De ‘d’ staat er dan goed, omdat ‘behandeld’ hier een voltooid deelwoord is. De gemeente heeft er niets aan gedaan (‘gedaan’ is ook een voltooid deelwoord, alleen is ‘doen’ een onregelmatig werkwoord).

 

Maar in dit geval gaat het niet om een voltooid deelwoord, maar om de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. De gemeente doet er niets aan (met een t als laatste letter) en de gemeente behandelt die zaken niet (ook met een t als laatste letter).

In dit voorbeeld uit de verkiezingskrant zie je dat als een derde persoon enkelvoud, dat wil zeggen een hij, een zij of een ‘het’ (in dit geval de gemeente), iets (niet) doet, de werkwoordsvorm altijd een ‘t’ aan het eind krijgt (behalve bij sommige onregelmatige werkwoorden zoals kunnen en willen – ik kan, hij kan; ik wil, hij wil).

Het maakt dus niet uit op welke letter de eerste persoon enkelvoud (ik doe, ik behandel, ik loop, ik rijd, ik meen, ik geloof, ik heb) eindigt.

In de derde persoon enkelvoud, zoals in dit voorbeeld met ‘behandel’ - “Er zijn van die zaken die een gemeente niet …, wordt het dus: hij/zij/het doet, behandelt, loopt, rijdt, meent, gelooft, heeft.
Die ‘t‘ aan het eind geldt dus zelfs bij onregelmatige werkwoorden als hebben (‘hij heeft’) en doen (‘zij doet’).

 

Er had in de verkiezingskrant moeten staan:Er zijn van die zaken die een gemeente niet behandelt”.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

-----------------------------------------

Blog 44 – Eten

 

Eten is een belangrijk onderdeel van het leven. Ook ik houd van lekker eten.

Dat wil niet zeggen dat ik het nodig vind achter elke kookhype aan te lopen. Er zijn zoveel lekkere gerechten; een gerecht uit een ver land is niet per definitie lekkerder dan eten dat je al van jongs af aan voorgezet hebt gekregen.

Dat merk je soms als je omgaat met mensen uit andere delen van de wereld.
Mijn Surinaamse ex-man hield bijvoorbeeld het meest van aardappelen met bloemkool en een (kaas-)sausje plus karbonade.

Over hypes gesproken: de opkomst van het gourmetten in de jaren zeventig is geheel langs mij heen gegaan doordat wij zelf een Surinaams eethuis hadden.

En quinoa schijnt gezond te zijn, maar ik heb het geloof ik slechts één keer gegeten, bij een schoondochter. Zij vond het heel belangrijk af te vallen, terwijl afvallen voor mij iets is waar ik me nooit mee bezighoud.

Het eten in restaurants, ook de buitenlandse, valt mij vaak tegen. Ik denk dat veel buitenlandse restaurants hun gerechten aanpassen aan de ‘gemiddelde’ Nederlandse smaak.

Nu is het natuurlijk wel zo dat het voor een restaurantuitbater niet meevalt om constant hoge kwaliteit te leveren. Een restaurant draaiend houden is hard werk, dat weet ik.

In de begintijd van ons eigen eethuis boden we ook de mogelijkheid pannenkoeken te bestellen. Op een bord hadden we geschreven: Pannekoeken van Elsje.
(Je schreef dat woord toen nog zonder midden-n!).

Het kwam marketingtechnisch goed uit dat er een bekend kinderliedje was – en nog is – over Elsje Fiederelsje die haar klompjes bij ’t vuur moet zetten omdat moeder pannenkoeken bakt. Ik maakte ze dus: met rozijnen, appel, kaas, spek en ananas (geloof ik).

Later, toen de kinderen opgroeiden, hebben we er een traditie van gemaakt om elke woensdag pannenkoeken te eten. Voor de kinderen was het een traktatie en voor mij was het handig dat ik op woensdag niet hoefde na te denken wat we nu weer eens zouden eten!

 

Bijna alle kinderen lusten pannenkoeken, maar sommigen zijn lastige eters. Met mijn eigen kinderen viel dat trouwens mee, alleen zoon Dolf deed wel eens moeilijk.
En van spruitjes hielden ze geen van drieën.

 

Huisgenoot W.
Toen we huisgenoot W. nog niet lang kenden, kwam hij met kerst bij ons eten. We aten met kerst vaak stoofpeertjes met een andere groente en deze keer had ik spruiten als groente. Ik had gehoord dat hij daarvan hield, maar de kinderen waren bepaald niet enthousiast over die keuze.

Omdat ik altijd als stelregel had dat ze in ieder geval ‘iets’ moesten eten van dingen die ze niet lekker vonden, dacht ik dat ze zich daar op die kerstdag ook aan hadden gehouden, maar huisgenoot W. vertelde mij (veel) later dat ze de spruitjes stiekem door de wc hadden gespoeld toen ik even naar de keuken was om te kijken of daar alles goed ging.

 

Waarschijnlijk verklapte hij mij dat toen hij mij vertelde over een Nederlandse au pair in Engeland, jaren geleden, die bij een familie was uitgenodigd en de vraag kreeg voorgelegd: “How many sprouts do you want, one or two?”.

Blijkbaar zijn ze in Engeland ook niet dol op deze groente… .

   

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

-------------------------------------------------

Blog 45 – Spelling en uitspraak van Engelse woorden

 

In het Engelse taalgebied ligt de uitspraak van woorden veel minder voor de hand dan in het Nederlandse.

Engelse woorden die min of meer hetzelfde gespeld worden, worden veel vaker dan in het Nederlands verschillend uitgesproken.

In het Nederlands hebben mensen weliswaar vaak problemen met de spelling van ei dan wel ij (peil of pijl?), of met ou dan wel au (koud of lauw?), en natuurlijk met de vraag of ergens een d of een t (stout of oud?; Kruidvat of kruitvat?; stad/krat) moet staan. Maar in het Engels is spelling een veel groter probleem.

Stelling
:
In het Engels is er over het algemeen geen peil op te trekken hoe een bepaald woord gespeld moet worden.

 

Kijk maar eens naar deze voorbeelden


Although
(hoewel) en  bough (tak) rijmen, maar lo (and behold) (kijk eens aan) en below (onder; beneden) ook!

De klinkers van stout (o.a. donker bier)  en drought (droogte) zijn en klinken hetzelfde, maar bij drought staan er een g en een h voor de t en bij stout niet.

Het woord through wordt op dezelfde manier geschreven als bough (grote tak) en though (desondanks), maar klinkt heel anders.
Through rijmt namelijk op blue (blauw), brew (brouwsel, brouwen) en crew (bemanning).

Cough (hoest) en rough worden weer heel anders uitgesproken, namelijk met de klank die je hoort in cuff (manchet), guff (geklets) en stuff (spul).

En als je denkt dat je thought en bought  net zo moet uitspreken als drought (zie hierboven), dan heb je het mis. Deze twee woorden rijmen in plaats daarvan op caught (gevangen; betrapt) en taut (strak).

 

To believe (geloven), to grieve (treuren), to bereave (beroven) en to leave (weggaan) zijn rijmwoorden, maar worden niet op dezelfde manier geschreven.

Eenzelfde gebrek aan logica zie je bij “[ai]-woorden” als right (juist), tight (strak), light (licht) en kite (vlieger) en bite (hapje). Alle woorden rijmen op elkaar, maar worden verschillend gespeld.

Met de [e]-klank is het nog gekker. Denk maar eens aan hair, pair, pear, bear , stair, stare en there. Dezelfde klank, totaal verschillend geschreven.

 

En laten we eens kijken naar woorden met ove erin. Het woord love (liefde) kent iedereen. De klank ervan komt terug in woorden als glove (handschoen), lover (minnaar) en dove (duif), en ook in cup (kopje), maar niet in, bijvoorbeeld, stove (kachel), over en rover.
Het woord stoves (kachels) rijmt op loaves (broden), wat dus weer anders gespeld wordt.

Dat doet dan weer denken aan woorden als throne (troon), prone (geneigd), alone (alleen), stone (steen),  cone (kegel),  (to) cope (zich redden) en bone (bot) aan de ene kant en groan (kermen), loan (lenen)en coat (jas) aan de andere.
Zelfde klank, andere klinkers.

Maar denk vooral niet dat gone (gegaan) en done (gedaan) dan wel net zo zullen klinken als throne of alone. Zeker niet! Dit zijn drie verschillende klanken.
Net als lawn (gazon) en down (dons), die weer allebei een andere klank hebben.


Push (duw), lush (welig) en crush (verliefdheid) worden op dezelfde manier geschreven, maar push heeft een oe-klank, terwijl de u in lush en crush op dezelfde manier wordt uitgesproken als in bus.

Pool (zwembad),  cool (koel), stool (kruk) en rule (regel) rijmen op elkaar, maar rule schrijf je niet met twee o’s, zoals in de eerste drie.

Pull (trekken) heeft ook een [oe]-klank (kort), terwijl in hull (scheepsromp),  lull (korte rust) en  dull (saai) weer dezelfde klank zit als in bus.

 

Er zijn nog honderden andere voorbeelden. Die kan ik nu niet allemaal noemen.

Maar mijn stelling aan het begin van dit blog is wel bewezen, denk ik.

 

(Quod erat demonstrandum - wat bewezen moest worden -, zoals onze wiskundeleraar in de lagere klassen van de middelbare school altijd zei.)

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

-----------------------------------------

Blog 46 – Managementboeken


Ik leg soms hele afstanden af met de auto. Meestal luister ik dan naar klassieke muziek. Over het algemeen werkt dat ontspannend voor mij.

Als ik er niet meer van geniet, zet ik Radio 1 op, of een popzender, Radio Fryslân, Radio Noord, Radio Drenthe, en de laatste tijd zelfs wel RadioNL.

Als dat me ook niet bevalt, zet ik de radio ook wel eens uit en besteed ik aandacht aan de omgeving waarin ik rijd.

 

Vroeger luisterde ik op weg naar een tolkopdracht vaak naar de BBC World Service. Ik kwam daardoor alvast in Engelssprekende sferen en stak meteen een boel op van wat er in Engelssprekende Afrikaanse en Aziatische landen gebeurde.


Audio-cd’s
Helaas heeft de BBC haar World Service een paar jaar geleden wegbezuinigd, dus moest ik op zoek naar vervanging. Die vond ik in een audio-cd die ik bestelde op internet: The 8th Habit: From Effectiveness to Greatness, door Stephen R. Covey zelf voorgedragen voor een live publiek.

Dit boek is een vervolg op het bekende The Seven Habits of Highly Effective People, in het Nederlands krom vertaald als ‘De zeven eigenschappen van effectief leiderschap’.  
(Effectief leiderschap heeft geen eigenschappen, effectieve mensen hebben dat wel. En Covey had het over gewoontes van mensen, niet over eigenschappen).

Ik had The Seven Habits eind jaren 90 al gelezen omdat het een favoriet boek was van een directeur van een IT-bedrijf waar ik toen werkte. Later bleek het in het hele bedrijfsleven zeer populair te zijn.

Dat verbaasde me, want Covey is echt iemand die het veel heeft over waarden, principes en integriteit.

Wat ik zelf vooral goed vond aan het boek was dat er zo de nadruk wordt gelegd op het belang van aandacht besteden aan datgene wat belangrijk is, maar niet dringend (kwadrant II).

Eerlijk gezegd vond ik het vervolg, The 8th Habit, niet zo indrukwekkend, maar ik heb wel heel vaak geluisterd naar Covey’s lessen over het belang van het ontwikkelen van visie, discipline, passie en geweten.

Toen ik eind 2016 met mijn auto, inclusief de Stephen R. Covey-cd, in het water terechtkwam, heb ik geen pogingen gedaan de cd te redden. De kans dat hij nog zou werken, was immers klein.
Rust in vrede, Stephen R. Covey.

Nice girls
Meer dan een jaar heb ik daarna in mijn nieuwe auto geen audio-cd gehad en kon ik dus geen teksten meespreken om mijn mond ’s morgens vroeg in de Engelse stand te laten komen.


Pas een paar weken geleden
ben ik gaan zoeken naar een nieuwe Engelstalige audio-cd en besloot ik Nice Girls Don’t Get The Corner Office van de Amerikaanse auteur Lois P. Frankel te bestellen.
Misschien wel omdat ik zag dat het een favoriet boek van Eva Jinek is.

Er zitten maar liefst 7 cd’s in het hoesje. Dat komt doordat Lois Frankel in haar boek wel 133 dingen bespreekt die vrouwen op hun werk fout kunnen doen en waardoor ze niet voor vol worden aangezienNaar aanleiding daarvan geeft ze ‘coaching tips’. 

Haar mantra is dat vrouwen ervoor moeten zorgen geen ‘nice girls’ meer te zijn, maar ‘adult women’.

 

Het lijkt me alleen zo moeilijk om uit die stortvloed van 133 dingen die je fout kunt doen, te destilleren hoe je het dan wél moet doen. In veel gevallen zal de gulden middenweg wel het beste zijn, vermoed ik.

Dat zei mijn vader tenminste altijd, vroeger.

 

Wat ik storend vind aan de cd is dat de auteur, Lois Frankel, het boek erg snel voorleest. Dat is niet prettig om naar te luisteren.

Het is ook heel anders dan hoe Stephen R. Covey het deed op zijn cd The 8th Habit. Hij klonk meer als een wijze vaderfiguur. Hij vertelde.

 

Toch kan ik me voorstellen dat iemand als Eva Jinek veel aan Frankels adviezen gehad heeft en dat het boek ook voor andere vrouwen nuttig kan zijn – zowel in bedrijven als bij overheidsinstanties.

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

-------------------------------------------

Blog 47 – Spelling (2)

 

In mijn vorige blog over de Nederlandse spelling en het gebruik van de ‘d ‘, de ‘t’, en de ‘dt aan het eind van werkwoordsvormen heb ik uitgelegd waarom “Er zijn van die zaken die een gemeente niet behandeld” fout is.

Het tweede citaat dat ik noemde was: “Dit laat overigens onverlet dat moet worden betreurt dat justitie heeft nagelaten … .”.

In dit blog leg ik uit waarom de ‘t’ als laatste letter van ‘betreurthier fout is.

 

Het wordt wel een beetje technisch.

 

We hebben hier te maken met ouderwets juridisch taalgebruik, waarbij vaak de lijdende vorm (de passiva) wordt gebruikt.
Er had ook kunnen staan: “Dit doet niets af aan het feit dat ik het betreur dat justitie heeft nagelaten …”. Die laatste zin is een bedrijvende (actieve) zin en daarin hebben we te maken met de eerste persoon enkelvoud: “… ik betreur …”.
Betreur’ noemt men in de grammatica de stam van het werkwoord ‘betreuren.


Ik betreur, jij betreurt, hij betreurt.
Ik betreurde, jij betreurde, hij betreurde.
Ik heb betreurd, jij hebt betreurd, hij heeft betreurd.


‘Betreuren’ is een zwak werkwoord, omdat de klank niet verandert in de verleden tijd en in de voltooide tijd:
betreuren – betreurde(n) – betreurd; spelen – speelde(n) – gespeeld; rusten – rustte(n) – gerust.

De ‘d’ in ‘heb/hebt/heeft betreurd’ (het voltooid deelwoord) staat daar omdat de verleden tijd van betreuren ‘betreurde(n)’ is en nietbetreurte(n’).


Daarom is betreurt in de voorbeeldzin fout.

Er had moeten staan: “Dit laat overigens onverlet dat moet worden betreurd dat justitie heeft nagelaten … .”.

 

Een andere manier om dat te onthouden is door middel van het woord ’t kofschip (of ’t fokschaap). De klinkers in ’t kofschip en ’t fokschaap doen er niet toe.

De ‘r’ van ‘betreuren’ staat niet in deze twee woorden, net zo min als – bijvoorbeeld - de ‘l’ van het woord ‘spelen’.

Daarom schrijf je: “Het moet worden betreurd “ en ´Er kan worden gespeeld”.

De ‘t‘ van – bijvoorbeeld - het werkwoord ‘berusten’ en de ‘k’ van – bijvoorbeeld - het woord ‘doorpakken’ staan wel in ’t kofschip en ’t fokschaap.

Daarom schrijf je in die gevallen: “Er moet worden berust“ en ´Er moet worden doorgepakt”.

In de verleden tijd van berusten en doorpakken staan ook t’s. Je zegt: “Ik berustte erin” (twee t’s!) en “Hij pakte door”.

Is het zo duidelijk?

 

Maar ja, eigenlijk is het toch nog ingewikkelder!

Hoewel het werkwoord leven met een v geschreven wordt, is de eerste persoon enkelvoud “ik leef”, met een f aan het eind.
Omdat de f voorkomt in ’t kofschip en ’t fokschaap, zou je kunnen redeneren dat het voltooid deelwoord moet eindigen op een t: “Ik heb geleeft”. Maar dat is dus een verkeerde redenering.

Omdat het hele werkwoordleven’ met een ‘v’ geschreven wordt, krijgt het voltooid deelwoord van ‘leven’ niet een t, maar een d. Het is dus: “Ik heb geleefd”.

Andere voorbeelden van (zwakke) werkwoorden waarvoor deze regel geldt zijn ‘reizen’, ‘veinzen’, ‘hoeven’, ‘geloven’ en ‘believen’.

“Ik reisde naar Rome en vandaar ben ik naar Florence gereisd”. “Ik hoefde geen vertrouwen in je te hebben en toch heb ik je geloofd”. “Het heeft Zijne Majesteit beliefd” …, enz.

 

Ik vermoed dat ik het zo goed heb uitgelegd.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

--------------------------------------------

 

Blog  48 - Poezenverhalen

 

Ik weet dat ik al eerder een blog over poezen heb geschreven, maar ik heb nog meer te vertellen.

Onder het eten krijg ik van huisgenoot W. vaak hele verhalen te horen en laatst ging het weer over poezen. Over de jongen van Nebukanela bijvoorbeeld: Pim, Pam, Pom en Alexander.

En later Hannibal en Posipal.

Hannibal en Posipal? Was Posipal ook een krijgsheer? Nee, maar het rijmt wel op elkaar.

Jupp Posipal was de rechtsback van het Duitse voetbalelftal dat in 1954 wereldkampioen werd.
Huisgenoot W. was toen 13, speelde bij Achilles in Assen. Hij kan alle spelers van het toenmalige Duitse elftal nog opnoemen. Fritz Walter, onder anderen, de linksbinnen.

En hoe zat het ook weer met Hannibal?

Dat was een generaal die leefde in de derde eeuw voor Christus en oorlog voerde voor Carthago (Tunis). Carthago was een kolonie van Fenicië (nu – ongeveer – Libanon).

Hij was de grote tegenstander van de Romeinen in de Tweede Punische Oorlog en trok met enkele tientallen olifanten de Alpen over. Slechts één olifant overleefde de tocht.

Uiteindelijk pleegde Hannibal zelfmoord, omdat hij niet in handen van de Romeinen wilde vallen.

 

Moorden
Niet alle poezen van huisgenoot W. hebben zulke heldhaftige namen. De poezen tijdens zijn eerste huwelijk heetten bijvoorbeeld Doortje en Beertje.
Misschien dat het door hun weinig aansprekende namen komt dat ze destijds een ook in het huis levende cavia hebben omgebracht.

Met de moord op een knaagdier hebben mijn kinderen en ik trouwens ook te maken gehad. Voordat we zelf poezen hadden, hadden we een konijn, Pluisje. Ze verbleef ’s zomers in een ren in de tuin en ik meende in mijn onnozelheid dat ze daar veilig was.

Helaas, toen ik op een dag tegen de middag thuiskwam, vond ik haar levenloos in de ren. De poes van een van onze buren had het blijkbaar niet kunnen laten Pluisje op te jagen en uiteindelijk de genadeklap te verkopen.

Toen de kinderen uit school kwamen, moest ik het ze vertellen. Het was een grote schok.


We hebben Pluisje eerbiedig in de tuin begraven.

Ik ben benieuwd of de volgende bewoners van het huis ooit op haar resten zijn gestuit.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

-------------------------------------------

Blog 49 - Tolken bij de notaris (3) - hypotheekaktes

 

Over ingewikkeld taalgebruik in notariële aktes heb ik eerder iets geschreven in Tolken bij de notaris (1). Nu las ik in ‘Eigen Huis Magazine’ dat deskundigen van de Universiteit Utrecht (UU) hypotheekakten de meest complexe soort tekst vinden die in Nederland voorkomt.

Niet alleen staan er veel woorden in waarvan een ‘gewone Nederlander’ nog nooit gehoord heeft, zo’n akte staat ook vol met zogenaamde tangconstructies. Bij een tangconstructie propt de schrijver te veel informatie tussen woorden en zinsdelen die eigenlijk bij elkaar horen.

Dat is lastig, want aan het eind van de zin weet de lezer niet meer hoe de zin begon.

Voorbeeld
Een voorbeeld van een heel gebruikelijke clausule in een hypotheekakte met tangconstructies is als volgt:
De Schuldenaar en de Bank komen hierbij overeen dat en verklaren uitdrukkelijk dat bij de overgang van, of vestiging van een beperkt recht op (een deel van) de vordering(en) tot zekerheid waarvan het (de) hypotheekrecht(en) of de pandrechten werden gevestigd, op de verkrijger van de vordering(en), tevens een met (het overgedragen of met een beperkt recht bezwaarde deel van) deze vordering(en) evenredig deel van het (de) hypotheekrecht(en) en de pandrechten zal overgaan of kunnen worden uitgeoefend door die beperkt gerechtigde met uitsluiting van de Bank”.

Maak daar als leek maar eens chocola van.

 

Deze zin is niet alleen zo ingewikkeld omdat er tangconstructies gebruikt worden, maar ook door alle haakjes die erin staan om de zin juridisch toch vooral helemaal sluitend te maken.

Ook het aantal woorden maakt het begrijpen van de zin heel erg moeilijk. Ik tel bijna 100 woorden.

Daarnaast is er een komma geplaatst die er niet hoort, namelijk tussen “van de vordering(en)” en “tevens”.  Die komma zet de lezer op het verkeerde been.

 

Vereniging Eigen Huis
Een beleidsadviseur van de Vereniging Eigen Huis zegt naar aanleiding van het hierboven genoemde universitaire onderzoek dat “een gemiddelde hypotheekakte zo slecht geschreven (is) dat eigenlijk niemand die begrijpt”.

De onderzoekers hebben hypotheekaktes van 21 geldverstrekkers door een softwareprogramma gehaald. Daaruit bleek dat de hypotheekaktes van alle geldverstrekkers ingewikkeld waren, maar dat bekende banken en maatschappijen als Aegon en ING toch wel de kroon spanden.

Je zou toch zeggen dat geldverstrekkers hun best zouden willen doen om hun klanten – de hypotheekgevers, ook wel hypotheekverleners genoemd – zo veel mogelijk ter wille te zijn en de aktes dus in begrijpelijke taal op te stellen. Maar veel juristen zijn van mening dat er interpretatieverschillen kunnen ontstaan als het taalgebruik in hypotheekaktes eenvoudiger gemaakt wordt.

 

Zij vinden het belangrijker dat juristen onderling precies begrijpen wat er bedoeld is in een akte.

 

P.S.
Veel mensen denken dat de bank of andere geldverstrekker de hypotheekgever is, maar dat is onjuist. De huiseigenaar geeft zijn onroerend goed in onderpand aan de bank en is daarmee de hypotheekgever.

 

Aan de andere kant schijnt de voorzitter van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) gezegd te hebben dat hij zich ervoor schaamt dat hypotheekaktes zo moeilijk leesbaar zijn. Notarissen worden er vaak op aangesproken.

 

Doorbraak
Hoe dan ook, het is een doorbraak dat de Vereniging Eigen Huis nu met geldverstrekkers en de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) om de tafel wil gaan zitten om na te gaan hoe hypotheekaktes begrijpelijker en toch juridisch sluitend in elkaar gezet kunnen worden.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

-----------------------------------------

Blog 50 – Zeg kleine ree

 

Terwijl ik op het dakterras als voorbereiding op de volgende winter zooltjes onder oude dikke sokken naai, zet huisgenoot W. in de keuken onze namiddagkoffie en zingt hij “Zeg kleine ree, …”.

Zeg kleine ree, als jij graag springt, zeg pas dan op, pas op, pas op, zodra de jachthoorn klinkt. Zeg, kleine ree, in 't groene woud, er dreigt gevaar, in 't kreupelhout.

 

“Dat ben jij, die kleine ree”, zegt hij, als hij even later buiten komt met de koffie.
 “Dat had ik al begrepen”, zeg ik.

Toch wel aardig dat hij het zegt, want hij is niet zo lievewoorderig.

 

Liedjes als ´Zeg kleine ree” worden tegenwoordig niet meer gemaakt. Dat was iets voor de vroege jaren 60 (van de vorige eeuw), toen twee Limburgse zusjes megahits in Nederland scoorden met “Zeg kleine ree”, “Twee reebruine ogen” en “De postkoets”.

 

Uitspraak

De zusjes, de Selvera’s, hadden een keurige uitspraak en waren dus duidelijk door een logopedist onderricht. Ze hadden zelfs geen zachte g. Kom daar nu nog maar eens om (https://www.youtube.com/watch?v=6OMYm3osQjg).

Als er al in het Nederlands gezongen wordt, wordt er over het algemeen niet om gemaald of de uitspraak ‘ABN’ is.

Hoewel: in die tijd waren er natuurlijk ook wel liedjes die met een accent gezongen werden, zoals “Me wiegie was een stijfselkissie” van Rika Jansen en “Twee motten” (https://www.youtube.com/watch?v=1IVhDtiKRyo) van Dorus (Tom Manders).

 

Wij vonden het in die tijd helemaal niet raar dat de geliefden in liedjes ‘vereend’ waren, dat zij “hun blikken richtten”, dat de verloofde “van betrekking veranderde” en dat “hij het dorst te wagen haar hand te vragen”. Ook waren de meisjes van toen nog maar 18 lentes jong.

In “De postkoets” ging het om een diligence en een postiljon. Wie weet nu nog wat dat zijn?

 

Ankijken

De Selvera’s hadden duidelijk iets met bossen en jagers. Twee van hun bekendste liedjes waren “Twee reebruine ogen” en “Zeg kleine ree”, waarbij zowel meisjes als reeën reebruine ogen konden hebben. Een van de twee Selvera’s had zelf bruine ogen (en donker haar), de andere had blauwe ogen (en was blond).

 

Opvallend was ook dat de reebruine ogen de jager ankeken.

“An” dus, geen “aan”. Zou Pim Fortuyn vaak naar dat liedje geluisterd hebben? Met zijn “Ik heb d'r zin an”, wat hij zei toen hij lijsttrekker van Leefbaar Nederland werd in 2001? Zou zomaar kunnen.

 

Ikzelf heb altijd ergens zin in. Vooral in de lente.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Naar BLOGS 1-10

Naar BLOGS 11-20

Naar BLOGS 21-30

Naar BLOGS 31-40

Naar BLOGS 51-60

Naar BLOGS 61-70

Naar BLOGS 71-80

------------------------------------------------------------

Wil je je eigen Nederlandse teksten door mij laten corrigeren? Ook dat kan. Neem dan via e-mail, telefoon of Whatsapp contact op.

 

Reactie plaatsen

Reacties

Elsa
6 maanden geleden

Ik zal het hem vragen!

Je jongste zus
6 maanden geleden

Vind het leuk je blogs te lezen. Bij Zeg kleine ree merk ik toch een leeftijdsverschilletje, nog nooit van het liedje gehoord. Zou je huisgenoot het ook eens in mijn bijzijn kunnen zingen of opnemen en via de familieapp? Nog beter😜

je tweelingzus
7 maanden geleden

Ik krijg een goed humeur van je blogs.
Het lijkt wel of je er steeds beter in wordt.

je tweelingzus
7 maanden geleden

Leuk en interessant.Vooral die over eten vond ik erg leuk

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.