Klik hier om een tekst te typen.

 

Blog 31 – Heel oude mensen

 

Ik las dat uit onderzoek is gebleken dat mensen die heel oud zijn – zo tussen de 90 en de 100 jaar – vaak koppig en eigenwijs en dwingend zijn.  Dat verwondert mij niet, want mijn moeder van 93 is dat ook. Behoorlijk dominant. De onderzoekers zijn er nog niet uit of deze overlevers altijd al zo’n karakter hebben gehad of dat ze steeds meer zo geworden zijn naarmate ze ouder werden.


Wat mijn moeder betreft weet ik het antwoord op die vraag wel: zij is altijd zo geweest. Je kunt het wilskrachtig noemen; je kunt het ook dwingend noemen. Een controlfreak.


Ze is altijd iemand geweest van ‘moeten’ en ‘mogen’. Het moet altijd op haar manier. Aan dat ‘moeten’ ben ik nu wel gewend. Als ze zegt: “Je moet ….”, dan laat ik dat tegenwoordig van me afglijden. Ik ben niet bang meer voor haar (en dat heeft niets met fysieke kracht te maken). Ik zeg gewoon, luchtig: “Dat bepaal ik zelf wel, ma”. En dat accepteert ze dan ook wel, verrassend genoeg.


Alles moet op haar manier. En ze lijkt er lak aan te hebben wat anderen, de omgeving, van haar denken. Ook dat spoort met wat ik in de krant over de uitkomsten van het onderzoek onder heel oude mensen heb gelezen.


De huishoudelijke hulp die ze heeft moet het niet in haar hoofd halen ook maar iets van de oude spullen die ze bewaard heeft zonder haar toestemming weg te gooiden. En die toestemming zal ze niet gauw geven.


Wat me nog steeds irriteert is als ze in zo’n bui is dat ze voortdurend doet alsof ze me overal toestemming voor moet geven. Ik geef haar bijvoorbeeld een kopje thee, zet het op een bepaalde plek op tafel en ze zegt: “Ja, je mag het daar wel neerzetten”.


Hoezo? ‘Mag’? Meestal zeg ik maar niks, maar het is uiterst irritant. Soms ben ik in zo’n bui dat ik lachend kan zeggen: “Ja, dat weet ik wel! Daar heb ik je toestemming niet voor nodig, hoor”. De kans bestaat dat ze dat accepteert en soms is ze dan opeens milder. Ze is niet helemaal van humor gespeend.


In ieder geval is ze er in geslaagd een netwerk van mensen om zich heen te verzamelen die vrij geregeld bij haar langskomen.

Dat ze zes kinderen heeft, van wie er vijf in het noorden wonen, helpt daar natuurlijk wel bij, maar er zijn ook genoeg nichten van mij – en anderen – die haar zeer waarderen. Tegen die mensen houdt ze zich meer in natuurlijk. En soms kun je nog steeds heel goede gesprekken met haar voeren. Koppie-koppie heeft ze wel.


Haar moeder, mijn oma, was veel liever dan zij, maar ja – die is niet zo oud geworden en werd wel dement. Helaas. "Alle nadeel heb z'n voordeel" (Johan Cruijff).

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Blog  32 –Intuïtie

 

Als je een lange autorit maakt, kom je vaak een beetje ‘in een flow’. Er komen allerlei gedachten in je op en ideeën gaan stromen. Tegenwoordig krijg ik daardoor in de auto vaak ideeën voor blogs. Soms schieten me nieuwe onderwerpen te binnen, een andere keer weet ik opeens hoe ik een blog beter kan laten lopen.


Gisteren kreeg ik een nieuw idee toen ik van mijn moeder naar huis reed. Het regende bijna voortdurend, maar het ene moment stortregende het en even later miezerde het of was het opeens droog. Ik moest dus steeds mijn ruitenwissers bijstellen.


Ik weet niet hoe het met anderen gaat, maar ik heb altijd moeite te bedenken of ik de hendel voor de ruitenwissers naar boven of naar beneden moet bewegen als ze minder snel hoeven te wissen. Sinds gisteren weet ik hoe dat komt!

Het komt doordat de richting waarin je de hendel moet bewegen tegen je intuïtie ingaat.


We zijn het er allemaal over eens dat de 1 hoger staat dan de 0, de 2 hoger dan de 1 en de 3 hoger dan de 2.  In een grafiek zul je de 1 niet lager zien staan dan de 0.

Onder de nul heb je -1, en -2, en -3 enzovoorts – steeds lager.


Maar hoe zit het nu met de hendel van mijn ruitenwissers?

Als ik de wissers langzamer wil laten werken vanuit de snelste stand 3, moet ik hem omhoog duwen! Als ik ze uit wil doen, op stand 0 zetten dus, moet ik de hendel ook omhoog duwen.

Dat is toch niet logisch? Of, om in modern taalgebruik te blijven, dat is anti-intuïtief!


Een ander voorbeeld hiervan zijn sloten waarbij je de sleutel de ‘verkeerde’ kant moet opdraaien.  Sinds kort hebben wij een nieuw slot op de voordeur, waarbij de deur opengedraaid wordt door de sleutel ‘naar binnen’ te draaien. Dat is ook niet logisch en niet intuïtief, en ik moet nog steeds goed nadenken welke kant ik de sleutel moet opdraaien om de deur open of op slot te doen.


Een zelfde soort probleem heb ik trouwens met negatieve woorden die samen in een zin of een tekst staan. Ik vind het verwarrend als ik lees of hoor: “Het is onverstandig niet de deur op slot te doen als je weggaat”. Mijn hersenen hebben er moeite mee de betekenis daarvan meteen te begrijpen, al kan dat door mijn leeftijd komen … .

Ook dat is een kwestie van min en plus. Min maal min is plus. In mijn hoofd moet ik die zin eerst vertalen in: “Het is verstandig de deur op slot te doen als je weggaat”. Pas dan komt de strekking goed binnen.

Een definitie van intuïtie is “gevoelsmatig weten, zonder erover te hoeven nadenken”. Het zou mooi zijn als je bij het bedienen van een auto niet zou hoeven na te denken. Met een auto heb je vaak zo’n hoge snelheid dat dat de bestuurder op zijn intuïtie moet kunnen vertrouwen.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Blog 33 – Namen (2)

 

Ik heb al een blog over namen geschreven, maar dat betrof voor ons, Nederlanders, verrassende namen uit Nigeria. Ik wil het nu, onder andere, over mijn eigen naam hebben.

Burgerlijke stand
In de burgerlijke stand en het bevolkingsregister sta ik geregistreerd als Elsje Warmelink. Ik ben genoemd naar mijn oma van moederszijde. Mijn ouders vonden Elsje waarschijnlijk wat ouderwets en gaven mij de destijds modernere naam ‘Elly’.

Zowel Elly als Els(je) zijn afkortingen van de naam Elisabeth.

 

Toen ik 12 was, vond ik ‘Elly’ niet mooi meer en wilde ik ‘Els’ heten. Vanaf het begin van de middelbare school was ik dus ‘Els Warmelink’ en zo kennen de meeste mensen mij.


Huwelijk
Toen ik voor de eerste keer trouwde, kreeg ik de achternaam van mijn man (vóór mijn eigen naam). Dat was toen nog gebruikelijk.

Toen ik scheidde, nam ik natuurlijk mijn eigen, oude naam weer aan. Neelie Kroes ging tenslotte via Neelie Smit-Kroes en Neelie Peper-Kroes ook maar weer terug naar Neelie Kroes.

Jaren later trouwde ik opnieuw. Mijn man en ik besloten allebei de naam van de partner toe te voegen als extra naam. Ik werd dus E. Groenman-Warmelink en zijn achternaam werd Warmelink-Groenman – althans voor officiële instanties. 

Als hij bijvoorbeeld post krijgt van de Belastingdienst, staat er op de envelop ‘de heer H. Warmelink-Groenman’. 


Toen wij hiertoe besloten, was die mogelijkheid wettelijk pas ingevoerd. Huisgenoot W. is behoorlijk vrouwvriendelijk, dus hij zag er geen bezwaar in zich zo te registreren, maar we hebben niet de indruk dat veel andere mannen van die mogelijkheid gebruik hebben gemaakt!



Verveling
Een paar jaar geleden begon de naam ‘Els’ mij te vervelen. ‘Elsa’ leek me veel leuker, dus ik ben begonnen mij onder die naam voor te stellen. Als je veel contacten hebt via e-mail, bijvoorbeeld met opdrachtgevers, is het heel gemakkelijk om een (enigszins) nieuwe naam te laten inburgeren.

Ik ben nu dus Elsa Groenman-Warmelink of Elsa Warmelink en mijn bedrijf heet E. Groenman-Warmelink Vertalingen.


Niet dat huisgenoot W. mij over het algemeen zo noemt. Al vanaf de tijd dat we elkaar leerden kennen, heeft hij zich uitgeleefd in allerlei namen voor mij. De meeste daarvan houd ik privé; die worden trouwens nu al vrijwel niet meer gebruikt. Er zit namelijk een ontwikkeling in.


Op een gegeven moment is hij gaan variëren met de eerste letter van Warmelink – de W. Eerst werd dat Wehkamp, daarna Dob (via ‘double U’ ) en Dob Kibbeling en ten slotte Dobo. Al heel lang beperkt hij zich nu tot de namen ‘Dobo’, ‘Edele Dobo’ of ‘Soldaatje Dobo’.

Ik ben niet de enige in mijn omgeving die (enigszins) van naam veranderd is. Ik kende al een familielid Ineke die opeens Engelina heette en een vriendin Ineke die zich per se Johanna wilde laten noemen.

En wie weet dat Oprah Winfrey eigenlijk Orpah Winfrey heette? Maar zo’n naamsverandering is natuurlijk lang niet zo rigoureus als de wijziging van Norma Jean Mortenson in Marilyn Monroe of van Stefani Germanotta in Lady Gaga!


Wat stelt de toevoeging van een a’tje aan Els dan nog voor?
  

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Blog  34 – France

 

Op het Journaal zag ik dat France Gall was overleden. Het verbaasde me dat dat bericht het Journaal had gehaald. “France who?”, zullen kijkers onder de 50 gedacht hebben.

 

Ik kende haar naam wel. Uit 1965, toen ze het Eurovisie songfestival won. Met Poupée de cire, poupée de son. In Nederlandse vertaling: Wassen pop, sprekende pop.


Ik vond het geen heel aantrekkelijk liedje, maar de melodie en eerste zin van de tekst bleven wel hangen. Dat kwam doordat scholieren in die tijd nog gewoon Frans leerden, naast Engels en Duits. Bij schoolexamens moesten vertalingen uit het Frans, Duits en Engels gemaakt worden.

Frans was geen abacadabra, zoals nu, al was de tekst van dit specifieke liedje wel erg moeilijk.

 

Andere Franse liedjes in die tijd waren gemakkelijker te begrijpen als je ernaar luisterde. Bijvoorbeeld Pour moi la vie va commencer, van Johnny Halliday, die een maand geleden overleed. Het was een aansprekend lied met een meeslepend ritme van galopperende paarden over het eind van de kindertijd en een spannend leven dat voor je ligt, gezongen door een knappe jongen. Het leven gaat voor mij beginnen, zong hij. Dat sprak natuurlijk aan. https://www.youtube.com/watch?v=YTJoJRTb0L8


Dit liedje uit 1963 was de enige hit van Johnny Halliday in Nederland, maar in Frankrijk bleef hij een beroemdheid. Tienduizenden Fransen en vele hoogwaardigheidsbekleders stonden langs de weg bij zijn uitvaart.

In de berichten over zijn dood in Nederlandse kranten werd hij wel ‘de Franse Elvis’ genoemd, maar voor mijn gevoel slaat dat nergens op. Zijn stem was heel anders – veel minder zoet.


Francoise Hardy was ook zo’n Franstalig icoon. Haar melancholieke liedje Tous les garçons et les filles de mon age was een grote hit in 1963. Het was gemakkelijk te begrijpen en ging over het verlangen om – net als anderen van haar leeftijd – een vriendje te hebben om samen hand in hand mee op straat te kunnen lopen. https://www.youtube.com/watch?v=0aLoezucIzk

 

Zoals het meisje in het liedje van Adamo, de Franstalige Belgische zanger van Italiaanse afkomst, die aan de vader van een meisje vroeg of hij zijn dochter even kon lenen: Vous permettez, monsieur, que j’emprunte votre fille?  Het ging wel allemaal in het nette; Adamo was een keurige jongen. Hij zong ook nog over vallende sneeuw (Tombe la neige). https://www.youtube.com/watch?v=O70E5PYved4


Om aan te geven hoe bekend hij destijds was: in 1964 was hij de bestverkopende artiest ter wereld, op de Beatles na.

 

Het klinkt wrang, maar nu is het wachten dus op het bericht dat Francoise Hardy en/of Adamo zijn overleden.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Blog 35 - Op weg naar het einde

 

Eigenlijk had ik dit blog tegen het einde van 2017 willen schrijven. Dan was de titel ook op een andere manier toepasselijk geweest. Maar ja, daar kwamen andere dingen tussen.

Laat ik dan maar meteen met de deur in huis vallen. Met schrijven over mijn vorderende leeftijd.

 

Stoppen met werken?
Ik heb al eerder over stoppen met werken geschreven en wat ik dan zou moeten doen. Mijn zus Rina is al jaren met pensioen en heeft het druk met het helpen van vluchtelingen uit Somalië en Eritrea, tekenlessen, chi gung (Qi gong) en het verlenen van hand- en spandiensten aan de filmclub. Ze bezoekt ook regelmatig onze oude moeder – vaker dan ik dat doe.

Maar voor haar was het na 40 jaar in loondienst ook logischer om er een keer mee op te houden. En ze heeft een royaal, vast pensioen.

Hetzelfde geldt voor mijn broer Pieter. Die is zelfs een paar jaar voordat hij pensioen krijgt opgehouden met zijn baan in het onderwijs en doet nu allerlei dingen waar hij vroeger niet aan toe kwam, zoals bridgen, verre reizen maken en lid en voorzitter van een koor zijn.

Ook hij bezoekt mijn moeder regelmatig.

 

Huisgenoot W. vond het eerst moeilijk om zijn dagen te vullen na zijn pensionering, maar ontdekte na een tijdje iets waar hij zich samen met anderen graag mee bezighoudt: een website met informatie over de inval van de Duitsers in 1940.

Hij heeft allerlei zeer oude veteranen gesproken en voorziet nakomelingen van informatie over de omstandigheden waaronder hun vader, opa of oom op de Grebbeberg gevochten hebben (of niet). Met lezen, voetbal kijken en een deel van het huishouden vult hij verder zijn tijd.

 

Zelfstandigen
Voor zelfstandigen die nog plezier in hun werk hebben, ligt dat anders.

 

Oudere popmuzikanten

Bijvoorbeeld voor bekende, zo langzamerhand oudere musici als Boudewijn de Groot, Henny Vrienten en George Kooymans. Ik weet niet of ze om de financiën nog moeten werken, maar ze hebben pasgeleden wel een nieuwe cd opgenomen: Vreemde kostgangers.

Daarin schrijven ze onder andere over wat je moet doen als je met pensioen gaat, en over het verleden.

De toon van de liedjes van bijvoorbeeld Boudewijn de Groot is niet meer zo pompeus als vroeger, toen hij als begin twintiger Mijn testament zong (“Na 22 jaren in dit leven …”) of Meisje van 16. Hij klinkt tegenwoordig nog melancholieker.

 

Mijn testament: https://www.youtube.com/watch?v=26bMxDiMFQc

De tekst is van Lennaert Nijgh.


Op de nieuwe cd zingt en schrijft Boudewijn de Groot:
Je moet iets doen na je pensioen
Je moet iets doen na je pensioen
Anders vallen je ogen dicht
Maak een roeitocht naar Maastricht
(uit “De roeiboot en ik”).

 

En:
En ik die altijd lente dacht
Besef dat ginds de winter wacht
En voel me almaar lomer
(uit: “Horizon”).

 

Churchill
Gisteren zag ik op Canvas het laatste stuk van een documentaire over Winston Churchill. Hij heeft regelmatig met depressies te kampen gehad, ook toen hij aan het eind van zijn leven was. Hij noemde die zijn ‘black dogs’.  Hij schijnt toen gezegd te hebben:

I feel like an aeroplane at the end of its flight, in the dusk, with the petrol running out, in search of a safe landing.


Dat lijkt wel wat op Boudewijn de Groots “… besef dat ginds de winter wacht en voel me almaar lomer”. Voor een oorlogsheld van bijna 90 jaar is de metafoor van een vliegtuig waarvan de brandstof opraakt een toepasselijker uitspraak.


Gelukkig is mijn brandstof nog niet op!

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Blog 36 – Poezen

 

Er zijn veel Nederlanders die van poezen houden. Huisgenoot W. is er een van.

Poezennamen
Tegenwoordig hebben we weliswaar geen poezen in huis, maar hij heeft het nog graag over de katten in zijn ouderlijk huis en tijdens zijn eerste huwelijk.

Er waren twee gecastreerde katers in zijn ouderlijk huis – Iwo en Euro – en een vermeende katerNebukadnezar – die later een vrouwtje bleek te zijn. Toen werd ze maar Nebukanela, of Nebu, genoemd.


De historische figuur Nebukadnezar was een koning van het Babylonische rijk (605-562 v.C.), ook bekend uit de bijbel (Oude Testament: II Koningen 24 en 25 en Daniël 1-5).


Ik vind het altijd leuk als poezen aparte namen hebben. Mijn jongere zus Jackie had een poes die Akkefietje heette. Helaas is die poes met onbekende bestemming vertrokken.


Ik herinner me dat mijn tweelingzus Rina als twintiger ook katten had. Een ervan had ze naar mij genoemd: Elsje. Ook die poes is in het verkeer verongelukt.
Rina was erg verdrietig.


Mijn jongste zoon, Louis, is altijd dol op katten geweest en heeft er liefst vier in zijn huis in Groningen: een zwarte, een rode, een wit vrouwtje en een bonte (haar zoon). Ze heten Speedy, Pedro, Nina en Benji.

Nu hij in Amsterdam werkt en (nog) in Groningen woont, heeft hij allerlei hulptroepen ingeschakeld om ervoor te zorgen dat het de katten aan niets ontbreekt: zijn twee kinderen Yoko en Adam, zijn vriendin Anneloes, haar moeder, de buurman en mijn middelste zoon Dolf.

 

Muizennamen
Vooral om Louis en Dolf een plezier te doen, hadden we toen de kinderen opgroeiden ook katten.

De eerste heette Jerry, een zwarte kater. Het was een lief dier, maar hij werd helaas niet oud, doordat hij ziek werd.


Er moest natuurlijk een nieuwe komen. Dat werd een grijs katertje uit een nest van iemand uit de straat, dat helaas waarschijnlijk wat te vroeg bij de moeder is weggehaald.
Je moest altijd uitkijken of hij je niet een haal met zijn nagels verkocht.

Toen het om het geven van een naam ging, zei ik dat het katje niet een ‘muizennaam’ moest krijgen. De kinderen keken namelijk vaak naar ‘Tom and Jerry’ op de televisie, waarbij Tom de kat was en Jerry de muis. En bij ons was Jerry de kat. Dat kon natuurlijk niet.


Mijn kinderen kwamen toen met het idee het nieuwe katje ‘Speedy’ te noemen. Dat deden we. Later kwam ik er pas achter dat dat ook een ‘muizennaam’ was: Speedy Gonzalez was immers een bekende muis? Mijn kinderen hadden mij voor de gek gehouden.


Grote katten
Misschien om het gemis aan katten in huis te compenseren, kijkt huisgenoot W. tegenwoordig vaak naar leeuwenfilmpjes op YouTube. Hij is gefascineerd door hun onophoudelijke pogingen aan voedsel te komen door als groep buffels, antilopen, wildebeesten, giraffen en zelfs olifanten aan te vallen. Daarbij is hij niet op de hand van de leeuwen.

Overigens doen leeuwen niet aan gelijke rechten voor mannetjes en vrouwtjes. De vrouwtjes doen het meeste werk om aan voedsel te komen en de mannen pakken het ze daarna als vanzelfsprekend weer af.

En als een nieuw mannetje de troep overneemt, doodt hij de welpen die er al zijn. De leeuwinnen moeten dat maar accepteren.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 37 – Aansprakelijkheid, recht, het veenbroei-arrest en brandstof op de snelweg

 

Ik had er een goede recensie over gelezen, daarom heb ik een paar weken geleden het boek ‘de Zweetvoetenman’ gekocht (geschreven door Annet Huizing en geïllustreerd door Margot Westerman). De ondertitel is: “over rechtszaken & regels (en een hoop gedoe)”.  http://www.lemniscaat.nl/Jeugd/Kinder-%20en%20jeugdboeken/titels/9789047708261/De%20zweetvoetenman


Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor kinderen, maar voor volwassenen is het ook leuk. Ik hoop dat ik mijn eigen kleinkinderen er nog eens voor kan interesseren, maar dat moet ik nog maar afwachten.
Toen ik kleinzoon Robin van 17 er laatst op attent maakte, keek hij er maar even in en had hij daarna toch meer belangstelling voor zijn telefoon.


Dat neemt niet weg dat ik er wél belangstelling voor heb.

 

Aansprakelijkheid
Omdat ik ruim een jaar geleden een volgens de politie “eenzijdig ongeluk” gehad heb op de snelweg, las ik het hoofdstuk over aansprakelijkheid extra aandachtig.
Na het ongeluk heb ik bij het maken van allerlei bewegingen een pijnlijke onderrug, terwijl ik voor die tijd vrijwel nooit last van mijn rug had.

Ook was mijn auto total loss en moest ik na het ongeluk verscheidene tolkafspraken afzeggen omdat ik geen auto had.

In het boek staat:
“Als je ergens aansprakelijk voor bent, kun je erop aangesproken worden: jij bent verantwoordelijk voor wat er is gebeurd en daarom moet jij de schade vergoeden.

Ook als het een ongelukje is? Ja, ook als het een ongelukje is. Dat is het vaak”.


Je kunt niet zeggen: dat is mijn pakkie-an niet.

Het ongeluk(je)
Op 21 november 2016 reed ik om ongeveer 8 uur ’s morgens op de A28 tussen Meppel en Hoogeveen. Opeens begon mijn auto heen en weer te glibberen. Ik probeerde voorzichtig bij te sturen, maar het leek wel alsof het stuur niet reageerde. De auto begon naar rechts te bewegen en ik durfde niet nogmaals een poging te doen naar links bij te sturen, omdat ik het gevoel had dat het druk was op de weg en er dus  enorme botsingen zouden kunnen ontstaan.


De auto schoot van de weg af
en raakte daarbij waarschijnlijk een paaltje.

Toen ik bijkwam – de veiligheidsgordel was enorm uitgerekt – had ik niet door dat de auto in het water lag; dat zag ik pas toen ik water omhoog zag komen. Ik raakte toen wel in paniek – vreesde dat ik een ellendige dood zou sterven – maar het water kwam niet verder omhoog en uiteindelijk merkte ik dat ik een van de portieren open kon doen.

Het bleek dat de auto dichtbij de wal van een 3 à 4 meter brede vaart lag en ik kon zo op de kant stappen. Aan de overkant van de vaart stonden vier mannen. Ik zwaaide, en een van hen zwaaide terug en vroeg of hij zijn jas over het water heen naar mij toe zou gooien. Dat vond ik aardig, maar niet nodig.

De anderen waren blijkbaar teleurgesteld dat ik in levende lijve uit de auto was gekomen en dropen af.

Na een tijdje kwamen de brandweer, de politie en een ambulance. De brandweerlieden hielpen mij met ladders de vaart over en brachten me naar de ambulance. De ambulancebroeder stelde wat vragen, nam bloeddruk en temperatuur op en belde de organisatie waar ik naar op weg was en huisgenoot W.

Ondertussen stapte een politieman de ambulancewagen binnen en vroeg: “Was u met uw telefoontje aan het spelen, mevrouw?”
Ik stond perplex, maar antwoordde naar waarheid dat er blijkbaar iets glads op de weg lag en dat de auto plotseling was gaan slippen.

 

Toen zei hij: “Ja, dat zei de getuige ook”.

Ik wist niets van een getuige, maar ik denk dat het de aardige man aan de overkant van de vaart was. Later begreep ik dat het een vrachtwagenchauffeur was, die duidelijk had gezien dat er benzine of diesel op de weg lag en daar ook een verklaring over had willen afleggen. (Ik weet ook wie de getuige is.)

De politie had dat afgewimpeld.

Na verloop van tijd werd het mij duidelijk dat de politie niet bereid was een onderzoek in te stellen, omdat zij dat niet wettelijk verplicht zou zijn bij een “eenzijdig ongeval”.

Wie is aansprakelijk?
De politie wilde dit ongeluk niet nader onderzoeken, hoewel de vrachtwagenchauffeur/getuige uitdrukkelijk verklaard had dat er brandstof op de weg lag – hoogst waarschijnlijk door een andere vrachtauto gelekt - en dat hij mij op die plek had zien slippen en van de weg schieten.

Vergelijk dat eens met een voorbeeld uit “de Zweetvoetenman”.

“1988
Veenbroei-arrest (https://www.studytubelaw.nl/arresten/212-veenbroei)

Michieltje van vijf wandelt met zijn vader in een veengebied. Opeens zakt het jongetje met zijn rechterbeen in de bodem. Die is loeiheet, doordat het veen is gaan broeien. Dit natuurverschijnsel heet veenbroei. Michiel loopt flinke brandwonden op. Had Michiels vader beter moeten opletten? Nee, zei de Hoge Raad op 27 mei 1988. De beheerder van het gebied, de staat, had moeten waarschuwen. Want veenbroei is niet goed zichtbaar en veel mensen weten niet wat het is.

De staat was aansprakelijk.

 

Onrechtmatig
In het nieuwe Burgerlijk Wetboek staat dat iets onrechtmatig is als je iets doet wat “niet betamelijk” is, als je bijvoorbeeld heel slordig of onzorgvuldig bent en daardoor anderen in gevaar brengt.

 In het geval van Michieltje was het niet betamelijk van de overheid dat zij niet gewaarschuwd had voor veenbroei.


En in het geval van mijn auto-ongeluk?
Was het niet onbetamelijk van een vrachtwagenchauffeur om diesel op de snelweg te lekken en daar geen melding van te doen, zodat ik met mijn auto met 130 km per uur van de weg af schoot en in het water terechtkwam?

 

En is het dan wel betamelijk van de politie om te weigeren daarnaar onderzoek te doen?

Ik zou daar best wel eens antwoord op willen hebben van een jurist die dit blog leest.

 

 Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Blog 38 – De Surinaamse keuken

 

Mijn ex-man en ik hadden een Surinaams eethuisje in Groningen. Ik raakte vertrouwd met groenten als antroea, sopropo, poe en kouseband, soepen als okra bravoe en pinda bravoe, eventueel met tom-tom, visgerechten als stofoe kwie-kwie en baka batjauw en ovengerechten als pom (van pomtayer) of bojo (van kokos). https://sranangkukru.net/

Veel Nederlanders hebben daar nog nooit van gehoord.


Niet dat dat hoeft, maar ik vind het opvallend dat de Surinaamse keuken in Nederland niet echt wortel geschoten heeft. Misschien omdat de meeste ingrediënten uit het verre buitenland moeten komen – als je het goed wilt doen - en dus te duur zijn?

 

Kookboekje
En dat terwijl de Surinaamse keuken zo’n gezellige en lekkere keuken is!

In 1972 kwam er een Surinaams kookboekje uit, geschreven door Ilse Marie Dorff.

Ik kocht het toen mijn Surinaamse man – de kok – al niet meer in beeld was en ik allerlei recepten toch graag op papier wilde hebben. In  mijn herinnering had de bekende schaker Jan Timman – de toenmalige echtgenoot van Ilse Marie Dorff – het voorwoord voor het boekje geschreven, maar ik zie nu dat het Cees Nooteboom was.


Cees Nooteboom schrijft in zijn voorwoord o.a.:
… daar is het dan, het eerste Surinaamse kookboek dat u in Nederland kunt krijgen, een heldere en duidelijke beschrijving van een manier van koken waarvan de wortels, die diep in Afrika liggen, zich verstrengeld hebben met de lichte tonen van het Caraïbische en de andere, nog verder in tijd en afstand verwijderde Oosterse keukens”.


Hij schrijft ook (in 1972) dat vrijwel alle ingrediënten in Nederland zonder meer verkrijgbaar zijn. Ja, in Amsterdam of Groningen wel, maar in Assen of Heerenveen? Ik denk het niet … .


In ieder geval heb ik, na mijn scheiding, voor mijzelf en de kinderen de Surinaamse keuken voornamelijk levend gehouden door regelmatig op Surinaamse wijze rijst met kip en boontjes te bereiden. Dat was ook heerlijk.

Het kost wel veel meer tijd om alle spercieboontjes schuin in stukjes te snijden en daarna met uien en tomaten en kruiden langzaam te stoven dan ze gewoon in een pan met wat water en zout te schuiven en gaar te koken, zoals in de Nederlandse keuken, maar het is ook veel lekkerder.


Mijn zoons genoten ervan, maar ze waren zelf niet geïnteresseerd in koken. Hun jongere halfzusjes zijn dat wel. Die kunnen heel lekker Surinaams koken en hebben daar ook de gelegenheid voor, omdat ze in Amsterdam resp. Rotterdam wonen.

 

Surinaamse restaurants
Surinaamse restaurants zijn niet dik gezaaid in het noorden van ons land. In de stad Groningen bijvoorbeeld heb ik nog niet een echt goede roti kunnen vinden.

De basis van een roti – oorspronkelijk  een gerecht van de Hindoestaanse bevolkingsgroep in Suriname – moet beslist goed zijn. Die basis is een soort dunne pannenkoek gemaakt van bloem, water, gist en dhal (een soort Indiase erwten) en is niet gemakkelijk te maken.

Op de roti liggen dan stukken massalakip of -lam met massalasaus, aardappelen en in schuine stukjes gesneden, gestoofde kouseband (of soms een andere groente), eventueel met een ei.

Roti wordt met de handen gegeten.

Bij deze massala moet je trouwens niet denken aan garam massala, maar aan de gele, Surinaamse massala.
Dat laatste is weer heel wat anders dan kerrie, die ook geel is.


Gelukkig is er sinds een paar jaar in Heerenveen een Surinaams restaurant, Soraja’s. Huisgenoot W. en ik halen daar eens in de paar weken een roti en meestal zijn we tevreden over de kwaliteit. Helaas was de laatste keer de roti zelf veel te dik – jammer, net toen we gasten hadden! – en waarom ze de kouseband nooit op de traditionele manier in dunne schuine stukjes snijden is me een raadsel.


Dat zou veel lekkerder zijn!

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Blog 39 – Vrouwenverhalen

 

Gisteren hoorde ik van twee vrouwen verhalen die indruk op me maakten. Ik heb er vannacht niet goed van geslapen.

De ene vrouw, nu 83, zag en hoorde ik ’s avonds op de televisie in een documentaire (“Close Up”).
De andere, 20 jaar jong, ontmoette ik 's middags tijdens een aangifte van mensenhandel.


Asielzoekster uit Gambia
’s Middags hoorde ik een verhaal verteld door een tenger meisje van 20 uit Gambia. Zij deed aangifte van mensenhandel bij de politie. Ik tolkte.

Een man uit Nederland had haar, onder het voorwendsel dat hij haar wilde helpen, mee naar Nederland genomen. Ze had haar baby achter moeten laten en was vóór die tijd al verstoten door haar familie omdat ze lesbisch is.

Een paar dagen nadat ze in Nederland waren aangekomen, bleek dat hij haar helemaal niet wilde helpen. Hij verkrachtte haar en hield haar gevangen in zijn woning. Pas na twee maanden zag ze kans te ontsnappen.

In die twee maanden kwamen ook regelmatig drie andere mannen in het huis om haar seksueel te misbruiken. Die mannen betaalden de eerste man daarvoor.

Gemiddeld werd ze vier keer per etmaal verkracht.

Nadat ze ontsnapt was, wist ze een politiebureau te vinden. Daar vertelde ze haar verhaal en vertelde men haar dat ze naar Ter Apel moest gaan om asiel aan te vragen. Ze gaven haar een trein- en een buskaartje.

Toen ze in Ter Apel was, ontdekte ze dat ze zwanger was. Ze is nu vier maanden zwanger van een van haar verkrachters.

Hoe dit verder gaat aflopen, weet ik niet. De asielprocedure is nog niet begonnen. Wel heeft ze een tijdelijke verblijfsvergunning gekregen vanwege het politieonderzoek dat nu gestart is.

Toen ik terug reed, vroeg ik me af of ze overweegt een abortus te laten plegen. Ze heeft in Nederland nog een week of vier de tijd om dat legaal te doen.


Paula Rego
Paula Rego is vooral in Engeland en Portugal een beroemde kunstenares. Ze imponeerde me gisteravond door de ruwe, bijna dierlijke manier waarop ze vrouwen afbeeldt in haar collages, pastels, etsen en schilderijen.

In haar werk vertelt ze verhalen, vaak seksueel getint. Ik was onder de indruk van haar kracht, temperament en vakvrouwschap.

Een schilderij van haar bracht op een veiling 800.000 pond op, zag ik in de documentaire.

 

Zie: https://www.google.com/search?q=%22Paula+Rego%22&client=firefox-b-ab&tbm=isch&tbo=u&source=univ&sa=X&ved=0ahUKEwj7_tmX5bTbAhUC36QKHcOwBGoQ7AkIRA&biw=1088&bih=732


Onder andere doordat zij in de jaren negentig een serie schilderijen maakte die gericht waren tegen het verbod op abortus dat toen nog gold in Portugal, is abortus in Portugal in 2007 gelegaliseerd.

Zelf heeft ze verscheidene illegale abortussen gehad voordat ze haar drie kinderen kreeg.

Haar zoon maakte de documentaire.


Dit zijn verhalen van en over vrouwen, met mannen op de achtergrond. Laten we hopen dat het meisje uit Gambia toch iets moois van haar leven kan maken, net als Paula Rego.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Blog 40 – Planten


Ik heb altijd veel van planten gehouden. Ik herinner me dat mijn moeder vroeger een anthurium (flamingoplant), een tropische plant, in de vensterbank had staan en ik me afvroeg hoe dat zo kon, zo kleurig. Verbaasde me over de weelde aan kleuren.


Er is nog een tekening van die ik gemaakt heb toen ik een jaar of zeven was.
Er is trouwens ook nog een tekening bewaard gebleven van een huis met ‘Boszicht’ erop – ook iets wat me opviel.


Wat me verder fascineerde waren de namen van sommige (kamer)planten. De witte en blauwe ‘ster van Bethlehem’ bijvoorbeeld, die mijn moeder had.
Namen als mannentrouw, mozes-in-het-rieten-mandje, passiebloem.


En ook namen van niet-kamerplanten: leeuwenbekje, ogentroost, kattenstaart, lelietje-van-dalen-. kruidje-roer-me-niet, vergeet-me-nietje, vlijtig liesje.

 

Onze voorouders wisten tenminste creatief met de Nederlandse taal om te gaan zonder te kwetsen en haat te zaaien.


Ik herinner me nog steeds de bos bloemen die we naar mijn moeder in de kraamkliniek meenamen toen mijn jongste zus Jackie geboren was. Het waren gerbera’s.
Ik had ze daarvóór nog nooit gezien en vond ze zo mooi!

De gerbera is er nu ook als kamerplant. Ik heb gelezen dat hij een luchtzuiverende werking heeft omdat hij trichloorethyleen en benzeen opneemt.
Alle groene planten zetten  – zoals bekend – CO2 om in zuurstof.


In de vorige eeuw
was het normaal om planten in de kamer te hebben. Begonia’s, bladbegonia’s, bromelia’s. Hangplantjes met bloemetjes.
Het was leuk om uit stekjes nieuwe planten te maken, die je dan zelf weer kon gebruiken of kon weggeven.

Clivia’s bloeiden bij mij nooit, bij mijn zus en moeder wel.


Toen mijn zoons zelfstandig gingen wonen, heb ik ze wel kamerplanten gegeven, maar dat werd bijna nooit een succes. Planten zijn levende wezens en hebben zorg nodig.
Na een tijdje waren hun planten meestal dood of bijna dood. Zelfs vetplanten en cactussen.


In de jaren 80 (?) werd het mode om echt grote planten in de kamer neer te zetten, zoals kamerlindes, schefflera’s, dracaena’s, gatenplanten, yucca’s, philondendrons, vele soorten ficussen, allerlei soorten varens.

De aspergeplant vond ik ook altijd mooi, net als de abutilon, met zijn prachtige oranje bloemen.
‘s Zomers konden ze in de tuin staan (niet in de volle zon!).


Op een gegeven moment raakten kamerplanten uit de mode. Bijna nergens  zag je meer planten voor de ramen.
Ik ben ze altijd blijven houden, alleen minder dan eerst.

Nog later werd het mode om twee dezelfde planten, of vazen, in het midden van de vensterbank te zetten.


Nu lijkt het erop dat kamerplanten weer een rage worden. Zelfs sanseveria’s, vroeger soms vrouwonvriendelijk vrouwentongen genoemd, zijn weer in. Er verschijnen weer internetpagina’s waarin de gunstige effecten van kamerplanten worden bezongen.


Ik denk dat het niet lang meer zal duren voordat het lijkt alsof ze nooit zijn weggeweest.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

Wil je je eigen Nederlandse teksten door mij laten corrigeren? Ook dat kan. Neem dan via e-mail, telefoon of whatsapp contact op.

 

Naar BLOGS 1-10

Naar BLOGS 11-20

Naar BLOGS 21-30

Naar BLOGS 41-50

Naar BLOGS 51-60

Naar BLOGS 61-70

Naar BLOGS 71-80

Reactie plaatsen

Reacties

wim
10 maanden geleden

Bedankt voor je blogs.
Nog steeds leuk om te lezen!
Soms luchtig, soms met waarde/norm, soms nieuwsgierig makend (lijk je bv -ook- op je moeder :)

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.