Inhoudsopgave

21. Taal (3)

22. Werken in het buitenland

23. Vertalen in het Engels

24. Voetbal

25. Tolken bij de notaris

26. Spijbelen

27. Over BOB en BOM

28. Tolken bij de notaris (2)

29. Transcreatie

30. Familie

  ---------------------------------------------------------------------

 

 

Blog 21 - Taal (3)

 

Vroeger nam de elite in Nederland Franse woorden over. Die verdwijnen nu vaak weer en er komen Engelse woorden voor in de plaats. Van veel woorden weet ‘de jeugd’ ook niet dat ze oorspronkelijk uit het Frans kwamen.

Denk daarbij aan accent, trottoir, commandant, dressoir, parfum, reservoir, amoureus, salon, affaire, douane, bagage, etc.

Sommige woorden zijn de laatste jaren vernederlandst, zoals entree, dat intree is geworden!


Maar er zijn ook mooie, oud-Nederlandse woorden die je bijna nooit of nooit meer hoort.
Waar hoor je nog het woord na-ijver (synoniemen: afgunst; jaloezie)? Iets knudde vinden? Een alkoof (klein kamertje zonder ramen)? Een opkamertje? Een ragebol?

En uitdrukkingen als bij iemand in de gunst komen of uit de gunst raken? Van de hand in de tand leven? Je kunt wachten tot je een ons weegt? Loop naar de pomp!


Sommige woorden of uitdrukkingen verwijzen naar zaken of handelingen die niet meer bestaan. Het is dan wel logisch dat die woorden en uitdrukkingen niet meer gebruikt worden.
Voorbeelden zijn: theemuts, telex, twijfelaar (een tussenvorm van een een- en tweepersoonsbed), marskramer en ‘zijn laatste oortje versnoepen’.


Dan zijn er nog woorden uit het verleden die ik ook nooit gehoord had, maar waarvan het eigenlijk jammer is dat ze verdwenen zijn.
Wat denk je van minijver? Dat woord is natuurlijk verwant aan na-ijver, maar het verwijst naar de andere vorm van jaloezie, namelijk romantische jaloezie. En het woord knuren voor luieren heeft ook wel iets … .


Sommige woorden uit het verleden komen wonderlijk genoeg terug. Mieters bijvoorbeeld. Dat woord was zelfs ‘in mijn tijd’ niet meer gangbaar, maar op ironische wijze gebruikt schijnt het weer modieus te zijn.
Om maar niet te spreken van het woord gers. Dat heeft ongeveer dezelfde betekenis, maar ik had er tot voor kort nog nooit van gehoord.


Ik vind het wel een verlies dat wij in Nederland (al lang) niet meer het woord gij gebruiken. In Vlaanderen doen ze het nog wel. ‘U’ en ‘jij’ klinken veel harder dan gij, vind ik.
Om er nog maar niet van te reppen  - dat is wat anders dan rappen - dat veel Nederlanders het in navolging van Engelssprekenden niet meer nodig vinden onderscheid te maken tussen u en jij.

 

Website
Voor wie er de tijd voor heeft, en overheeft, is er nu een website waarin de uitkomsten gepubliceerd zullen worden van een groot onderzoek naar, onder andere, hoe het woorden in de Nederlandse taal vergaan is in de periode vanaf de twaalfde eeuw.
De website heet www.nederlab.nl en het onderzoek wordt gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).


Het is een ongelooflijk groot project en i
k kijk uit naar de resultaten!

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Blog 22 - Werken in het buitenland

 

Een nichtje van mij – laten we haar Natasja noemen – werkt in Engeland. Zij is daar op een gegeven moment heengegaan voor haar studie psychologie, behaalde haar PhD en is nu docent aan een universiteit daar. Ik denk dat haar collega’s wel blij met haar zijn. Ze is hoogopgeleid, komt uit Nederland – een West-Europees land, net als Groot-Brittannië – en spreekt uitstekend Engels. Er zullen niet veel Engelsen zijn die het gevoel hebben dat zij hun baan heeft ingepikt.

Een ander nichtje -  ‘Lieneke’ - werkte als fotomodel in o.a. Frankrijk, Engeland, Schotland, VS (Florida), Zwitserland, Portugal en Zweden.


Er zijn ook buitenlandse werknemers in Engeland waar Engelsen niet zo gelukkig mee zijn. Sterker nog, het grote aantal buitenlandse werknemers uit Oost-Europa is een van de belangrijkste redenen dat er een referendum in Groot-Brittannië gehouden is over de vraag of het land wel in de Europese Unie moet blijven.

Veel Engelsen hebben het gevoel dat hun banen ingepikt worden door ‘de buitenlanders’. Er werken vooral veel Polen in het land.


Dat doet me denken aan een vakantie op Jersey een aantal jaren geleden. Jersey is een van de zogenaamde Kanaaleilanden ten zuiden van Engeland en ligt niet zo ver van de westkust van Frankrijk.

Het is geen onderdeel van het Verenigd Koninkrijk, maar een Brits Kroonbezit (Crown dependency), en het is ook geen onderdeel van de Europese Unie

Wij verbleven in een hotel waar we elke avond lekker konden eten. De hoteleigenaar was echt een geweldige kok en hij werd geassisteerd door een charmante Poolse serveerster. Ik neem aan dat de hoteleigenaar goed tevreden over haar was.

Maar op een avond, nadat de eigenaar ongetwijfeld weer uren zijn best had gedaan op de uitgebreide gerechten en zij, zoals altijd, met het karretje met de grote dienbladen vol eten rondging, lette ze even niet zo goed op en stootte ze in volle vaart met een dienblad tegen een tafel aan.

De schalen met het eten vlogen eraf, vielen op de grond in scherven, en een groot deel van het klaargemaakte eten was daarmee onbruikbaar geraakt.

Het beeld van die gebeurtenis heb ik nog altijd op mijn netvlies. Ik heb me vrij vaak afgevraagd wat voor gevolgen dit ongeluk heeft gehad op de verstandhouding tussen de hoteleigenaar en zijn werkneemster en of ze nog lang in het hotel is blijven werken.

 

In ieder geval denk ik bij ‘Polen in Engeland’ aan de jonge Poolse serveerster op Jersey, en niet aan Poolse bouwvakkers in Engelse steden, waar het in krantenartikelen nogal eens over gaat.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 23 – Vertalen in het Engels

 

Is vertalen van het Nederlands in het Engels iets wat iedereen kan? Veel mensen schijnen dat te denken. Maar het is niet voor niets dat ik mijn vertalingen naar het Engels toe altijd laat nakijken door een deskundige native speaker. Dan weet ik tenminste zeker dat er geen sporen van Nederlandse terminologie of grammatica in de Engelse tekst blijven zitten.

 

Hoe goed veel Nederlanders zich ook in het Engels kunnen redden, hun schriftelijke gebruik van het Engels is meestal niet goed genoeg om door ‘echte’ Engelssprekenden serieus genomen te worden. Op z’n best schemert hun eigen taal – het Nederlands – er te veel in door.

 

Het is bijvoorbeeld heel lastig om de Engelse werkwoordstijden te gebruiken zoals het hoort. Ook de woordvolgorde in zinnen is heel anders dan in het Nederlands.

 

Denk niet te gauw dat je zelf die tekst voor je website wel even in het Engels kunt schrijven, of die brief, of dat rapport. In de ogen van native speakers maak je je al gauw belachelijk en in het beste geval zal je tekst niet echt Engels ‘bekken’. Engels waar het Nederlands doorheen schemert wordt ‘Dunglish’ genoemd.

 

Klein Duimpje

Meer dan 25 jaar geleden was ik lid van een club waar Engels gesproken en geoefend werd – ITC. Ik heb daar in blog 6 al eens over verteld (zie Blog 6 - International Training in Communication).

 

In een van de ITC-nieuwsbrieven stond destijds het verhaal van Klein Duimpje in een Engelse (nep)vertaling. Het Engels in deze ‘vertaling’ is zo lachwekkend en zo vol letterlijk uit het Nederlands vertaalde woorden, dat de tekst eigenlijk alleen door Nederlandssprekenden begrepen kan worden.

 

Al staat deze tekst totaal niet model voor hoe Nederlanders in het algemeen Engels spreken of schrijven, leek het me toch leuk om dit stukje hier over te nemen.

Het is vooral de kunst voor native speakers van het Engels om uit te vogelen welke Nederlandse woorden en uitdrukkingen hier letterlijk vertaald zijn.

 

 

LITTLE THUMBIE AND THE SEVEN-LEAGUE BOOTS
There was once a poor woodchopper. "This woodchopping", he said one day to his woman, "there sits no dry bread in it. I work myself an accident the whole day, but you and our twelve children have not to eat". "I see the future dark in", his woman agreed. "We must try to fit a sleeve to it", the woodshopper resumed. "I have a plan: tomorrow we shall go on step with the children and when in the middle of the wood we'll leave them to their fate over". His woman almost went off her little stick when she heard this. "What is there with you on the hand?", she cried. "Aren't you good sob?" But the woodchopper wasn't brought off his piece by her wailing. He gave no thread. "It cannot differ to me what you think", he said. "There sits nothing else on; tomorrow we leave them in the wood".
Little Thumbie, the youngest son, had listened off his parents' conversation. The next morning before day and dew he went out and filled his pockets with pebbles. During the walk into the wood he knew unmarked-up to drop them one by one. Then the parents told the children to sprockle some wood. And the parents shined the plate!
When the parents didn't come for the day any more the children understood that they had been left in the stitch. Soon the waterlanders appeared. But Thumbie told them not by the packages down to sit because he would sorrow for it that they all got home wholeskins. Thank be the pebbles he was able to find his way back.
"By God", the parents said as they turned up. "How have you played him that ready?""No art on", said Thumbie and explained what he had done. "If you want to be rid of us you will have to stand up a bit earlier".
That is just what the parents did. This time there came no pebbles on to pass. All Thumbie had was a piece of dry bread. He decided that his bread then must believe in it. He left a trail of breadcrumbs but he did not have in the holes that they were being made into soldier by the birds.
His parents departed with the northern sun as on the day before. But this time Thumbie soon touched rid of the trail. What now? Good council was expensive. The sun was already under. It was raining pipestems and the crying stood little Thumbie nearer than the laughing. At last he saw a tiny light through the trees. It turned out to be a house.
The lady who stood them to word was a giantess. She gave them what to eat but little Thumbie received the feeling that something wasn't fluff. He had understood that the giantess' man, the giant, was a people-eater who should see no bone in devouring them. If we do not pass up (he thought) we shall be the cigar. As soon as they saw their change clean they took the legs and smeared him.
When the giant came home he sniffed the air and bellowed: "I smell people flesh! Woman, why have you let them go there from through? Bring me my seven-league boots. I go behind after!"He was about to haul the children in but wonder above wonder: just then he decided to lie down in order to snap a little owl."Shoot up, help me!", Thumbie said to his brothers as soon as the giant lay there pitting. "We must see to make him his seven-league boots off-handy". He squeezed him like an old thief, but they went ahead and knew him to draw his boots out. "Now we must make that we come away!", little Thumbie said. He put on the boots and quickly made himself out of the feet, carrying his brothers along. Also he had seen chance to roll the giant's pockets and pick in all his gold pieces.
"How have you boxed that before each other!", cried Thumbie's parents in amazement when he showed up."It was a pod-skin", said little Thumbie modestly. "I may be small but I stand my little man. And look: we have also brought a lot of poon. We used not to be able to allow ourselves billy-goat's leaps, but now we have our sheep on the dry. We will never become anything too short again! I shall be able to buy myself a nailpants at last! And a woody-stringy!"."Great", his father exulted. "I shall buy us an auto".
That afternoon he came riding to the fore in a sled of a wagon."I seem to be having trouble riding straight out", Thumbie's father said."That thank you the cuckoo", his woman said. "You have a piece in your collar! You have him around again. I shall stop you in bed".
The next day all the children were stuck in the clothes as well. In her new dress mother looked like a cleanliness.After that they moved to the Hague. There they bought a chest of a house on the New Explanation and lived happily ever after.!!!!!!

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 24 - Voetbal

 

Toen mijn zoons en ik huisgenoot W. meer dan 25 jaar geleden leerden kennen, gingen we een enkele keer samen op een veldje voetballen. Ik had nooit eerder op een veldje met doelpalen gespeeld, maar wilde het toch wel eens proberen. De mannen maakten het me niet moeilijk en ik slaagde er zelfs in een doelpunt te maken, in de kruising nog wel!

 

Ik had zelf niet door dat dat iets bijzonders was – dat moesten de kenners mij vertellen - en zo nu en dan haalt mijn huisgenoot het verhaal op.

 

Huisgenoot W. is nogal een voetbalfanaat. Vanaf zijn jeugd tot zijn 48ste heeft hij bij clubs gespeeld – daarna had hij andere verplichtingen op zaterdag: mij namelijk. En hij weet alles van voetbal. In een voetbalprogramma op tv zou hij zo als expert kunnen optreden.

Data van gebeurtenissen uit het verleden kan hij oplepelen aan de hand van de voetbalwedstrijden die op die datum gespeeld zijn en van die wedstrijden weet hij natuurlijk ook de scores en de namen van de spelers die een doelpunt gemaakt hebben.

 

Wedstrijden van ‘zijn’ club Sportclub Heerenveen zijn heilig. Maar heel zelden is hij ertoe te bewegen die over te slaan (thuiswedstrijden in het stadion, uitwedstrijden op de televisie).

 

Zo nu en dan verwijt ik hem dat hij voetbalverslaafd is, maar dan reageert hij meestal als door een wesp gestoken. Altijd komt hij op de proppen met de leider van het elftal waar hij de laatste periode van zijn actieve voetballeven in speelde.

Dat was ook toen al een door voetbal bezeten man, die buiten de competitie om zoveel mogelijk extra wedstrijden organiseerde, ook door de week, soms ver van huis en op velden met een laag sneeuw (niet gerold). Hij regelde altijd zelf de scheidsrechters, zelfs voor de andere clubteams.

Wegens rugklachten moest hij al vrij jong met de actieve voetballerij ophouden.

 

Deze man woont nog steeds in dezelfde plaats als wij en W. komt hem wel eens tegen op de fiets. Ze stappen dan af, de man komt heel dicht bij W. staan en zegt: “Dat was een mooie tijd, W, hè? Mooie tijd.” “Heb je die en die wedstrijd gezien?”


Huisgenoot W. heeft die wedstrijd dan vaak niet gezien, want de vraag kan heel goed slaan op een of andere wedstrijd uit de tweede divisie, of zo. Maar zijn voormalige elftalleider, die nog één dag per week werkt,  kijkt in het weekend wel tien voetbalwedstrijden per dag en door de week alles wat hij kan meepikken.


Voetbal (kijken) is zijn leven. Zijn vrouw heeft hij er ook in meegetrokken; zij kijkt met hem mee. Waarschijnlijk heeft ze geen andere keus.

 

Zo blijkt maar weer dat bepaalde liefhebberijen bij de een nóg meer uit de hand kunnen lopen dan bij de ander!

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

Kruising

 

 

Blog 25 – Tolken bij de notaris

 

Tolken bij de notaris doe ik niet zo vaak: gemiddeld vier keer per jaar. Meestal is mijn hulp als tolk nodig bij het passeren van een akte van levering en een hypotheekakte bij de verkoop van een pand.


Daarnaast tolk ik soms bij het passeren van huwelijksvoorwaarden, partnerschapsvoorwaarden, testamenten, oprichtingsakten en overdracht van certificaten van aandelen.

Om voor een notaris te mogen tolken, moet je voor de desbetreffende taal als beëdigd tolk ingeschreven staan in het Register beëdigde tolken en vertalers (Rbtv).

Ik sta in dat register ingeschreven onder nummer 214.

 

Juist omdat ik niet vaak voor notarissen tolk, ben ik altijd veel tijd kwijt aan voorbereiding. Sommige overdrachtsakten zijn heel uitgebreid, met details over mandelige eigendom, erfdienstbaarheden, kettingbedingen, vruchtgebruik, de technische staat van het huis, ruilverkaveling, herinrichting, voorkeursrechten, optierechten, voorlopige aanwijzingen en wie wat wel of niet bedongen en/of aanvaard heeft.

 

Alle notarissen hebben hun eigen stijl en taalgebruik en allemaal hebben ze een eigen stijl van passeren van een akte. De een leest (bijna) de hele akte voor, een tweede probeert de inhoud van de akte zelf in het Engels uit te leggen en heeft mij alleen nodig om onduidelijkheden in zijn Engels te corrigeren, nog een ander springt van de hak op de tak, van voor naar achter en weer naar het midden van de akte. Dat moet ik dan maar allemaal bijhouden.

 

Sommigen zweren bij archaïsch taalgebruik, anderen hebben de taal in hun aktes meer aan de moderne tijd aangepast. Dat laatste is al een stuk makkelijker, maar ‘gewoon Nederlands’ is zo’n akte nooit.

 

Wat te denken van ‘naastleger’? Erf, tuin en ondergrond? Roerende zaken die bestemd zijn het gekochte duurzaam te dienen? Kwijting voor de betaling van de koopprijs? Kadastraal bekend? Volgens verkeersopvatting? Matenplan? Gemelde aankomsttitel? Het alsdan verschenen tijdvak? De verschenen termijnen? Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken? Spaar- en groeihypotheken? Blokkeringsregeling? Inbalking?

 

Of de buitenlandse comparant nu de schuldeiser of de schuldenaar, de koper of de verkoper, de hypotheekhouder of de hypotheeknemer, de gevolmachtigde of de verkrijger is, ik ben altijd weer blij als ik zo’n zitting bij de notaris tot een goed einde heb gebracht.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Blog 26 – Spijbelen

 

Ik had weinig zin vanmorgen en ik heb weinig te doen deze week. Dat betekent dat ik allerlei dingen kan doen waar ik normaal niet aan toekom.

Niet-urgente post opruimen bijvoorbeeld. Bellen naar Energieservice Friesland om te vragen wanneer ze de lekkende wisselaar in de verwarmingsketel kunnen komen vervangen: “De wisselaar is nog niet aangekomen. Wij bellen u als hij is aangekomen”. Hoezo: hebben ze die dan niet in voorraad?

Hopelijk zijn ze zover voordat het koud wordt.

 

Hé, het is droog, niet koud en het waait. Zal ik een eind gaan wandelen? Ik kom al zo weinig buiten.

 

Als vertaler zit je binnen te werken, op te ruimen, administratie te doen, contacten te onderhouden per e-mail of telefoon. In het weekend werk je ook wel vaak.

Voor tolkwerk zit je in de auto om naar de werkplek te gaan, vervolgens zit je binnen en daarna rijd je weer naar huis.

 

Als ik naar buiten ga, ben ik niet beschikbaar voor opdrachtgevers – wel met mijn smartphone, maar niet voor telefoontjes via de vaste telefoon. Kan me niet schelen. Huisgenoot W. wil wel mee.

 

Het is lekker buiten, vooral in het begin met de wind in de rug. Zwoegende fietsers komen ons tegemoet. Eén vrouw komt ons rechtop als een zwaan tegemoet zeilen. Die zal wel op  een elektrische fiets rijden.  Verderop geen levende ziel te bekennen – huisgenoot W. en ik hebben op deze maandagmorgen het rijk alleen op straat in Skoatterwâld.

 

Het gaat een beetje regenen, maar dat is geen probleem. Huisgenoot W. krijgt wat last van zijn voet. Niet leuk. Aftakeling. Hoe lang leven we nog? De tijd gaat zo snel.

 

In de regen zien we hier en daar bouwvakkers aan het werk. Ze blijven maar bouwen in deze wijk. Een bouwvakker is luidkeels aan het zingen. De pijn aan de voet is wat gezakt. We komen één ander wandelend stel tegen en een paar keer iemand met een hond. Ik zie een oudere vrouw die ik vanmorgen vanuit het raam naar ‘de stad’ zag gaan die nu met een gevulde boodschappentas terugloopt naar Skoatterwâld.

 

Dat is vast een bewust levende vrouw, die zo lang mogelijk gezond wil blijven.

 

Thuis drinken we koffie, ga ik met een nat doekje over wat kastjes, bekijk ik e-mails, schrijf dit blog en doet huisgenoot W. de boodschappen voor vandaag. Nu wat restjes pannenkoeken eten tussen de middag.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Blog 27 – Over BOB en BOM

 

Ben je Bob, zeg het hardop
Pasgeleden hoorde ik van iemand dat de naam ‘Bob’ in het verkeer, zoals in “Ben je Bob, zeg het hardop!”, een acroniem is van ‘Bewust onbeschonken bestuurder’. Ik was verbaasd, want ik had het nog nooit gehoord en het was zo duidelijk iets wat voortborduurde op het in de jaren 80 alom bekende begrip BOM-moeder (‘Bewust ongehuwde moeder’).

 

BOM-moeders
Ik ken(de) zeker twee BOM-moeders. Als ik het me goed herinner, kreeg de ene haar zoontje omstreeks 1980 en de andere in 1985. De eerste vrouw ging ervoor naar de spermabank. De tweede baby werd geboren als gevolg van een one-nightstand. Die was niet van tevoren uit feministische motieven gepland, maar de moeder noemde zich wel BOM-moeder.

 

De eerste moeder was een veel strengere aanhanger van het gedachtegoed van de voorvechtster van de BOM-ideologie in Nederland, Cecile Jansen. Die had verklaard dat de man weliswaar een biologisch en maatschappelijk gegeven is, maar dat hij bij de opvoeding van kinderen best gemist kan worden.

 

Kinderen moesten feministisch worden opgevoed en jongetjes konden - net zo goed als meisjes - in een jurk naar school gestuurd worden.

 

Cecile Jansen – destijds redacteur van het feministische radioprogramma ‘Hoor Haar’ – verzette zich tegen het tweeoudergezin en wilde een eind maken aan de onderdrukking van de vrouw. Zij streefde naar ongehuwd moederschap als een variant op de gebruikelijke samenlevingsvormen, als iets waar vrouwen recht op hebben.

 

BAM-moeders
Tegenwoordig schijnt de bewust ongehuwde moeder geëvolueerd te zijn naar de ‘bewust alleenstaande moeder’- de BAM-moeder. Ik heb de indruk dat dat over het algemeen niet veel meer te maken heeft met feminisme. Meer met het niet kunnen vinden van de ‘juiste man/partner’ en de wens een of meer kinderen te krijgen voordat dat onmogelijk wordt door afnemende vruchtbaarheid.

 

Hoe dan ook, in principe is het opvoeden van kinderen door twee ouders gemakkelijker dan door één ouder. En of je jezelf nu een ‘ongehuwde’, een ‘alleenstaande’ of een ‘solo’-moeder noemt: in de meeste gevallen ben je toch een TWEDOM of TWEDAM – een tegen wil en dank ongehuwde/alleenstaande moeder.

 

Zie voor dit onderwerp ook: http://www.alleenmetkinderwens.nl/blog/111-bom-en-bam

-----------------------------

Op internet zag ik trouwens dat ‘BOB’ helemaal geen afkorting of acroniem is. Dat is iets wat mensen verzonnen hebben – een urban legend.

 

Bij de introductie in 1995 van de BOB-campagne – in België – werd gewoon gezocht naar iets wat kort en krachtig was en ook nog zowel in het Nederlands als het Frans en Engels te gebruiken zou zijn.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

Cecile Jansen

 

 

Blog 28 – Tolken bij de notaris (2)
 

Een paar weken geleden tolkte ik voor een Engelse koper van een pand ergens in de provincie Groningen. Een akte van levering en een hypotheekakte moesten door een notaris ‘verleden’ worden. Het verlijden (passeren) van een akte is een heel gedoe; daar heb ik eerder al een blog aan gewijd.

De tekst aan het begin en het eind van de akte moeten integraal worden voorgelezen door de notaris en vertaald door de tolk. Er moeten allerlei handtekeningen gezet worden, ook door de tolk.

 

De gedachten van de Engelsman – een directeur van een visserijbedrijf – gingen daardoor blijkbaar terug naar de Tweede Wereldoorlog. Hij vertelde mij dat hij zich vaak afgevraagd had of de Nederlandse joden die tijdens de oorlog uit hun huis gehaald werden en na 1945 weer terugkwamen, hun huis wel teruggekregen hadden. En of de teruggave van die huizen ook met zoveel formaliteiten gepaard was gegaan als de koop en verkoop van het pand dat hij nu net gekocht had. Of ik dat wist?

 

Ik zei dat ik natuurlijk geen expert was op dat gebied, maar vermoedde dat de teruggekeerde joden wel hun huizen hadden teruggekregen. Het schijnt dat de Duitsers, ook in de oorlog in Nederland, heel precies waren met hun administratie. De eigendomsbewijzen waren er na de oorlog dus vast nog wel.


Met bezittingen die joodse mensen te goeder trouw in bewaring hadden gegeven aan buurtgenoten toen ze door de Duitsers werden weggevoerd, lag het anders. Het is bekend dat de Nederlandse joden veel eigendommen niet hebben teruggekregen, omdat de ontvangers van de goederen na de oorlog domweg ontkenden dat ze die spullen hadden gekregen.

 

Ik besloot huisgenoot W., historicus, te vragen of hij iets kon vinden over de teruggave van huizen aan Nederlandse joden na de oorlog. Het leek me leuk om de Engelsman op LinkedIn op te zoeken en een connectieverzoek te sturen, om hem via die weg het antwoord op zijn vraag te kunnen geven.

Helaas bleek hij niet op LinkedIn te staan.

 

Het bleek trouwens moeilijk gedetailleerde informatie te vinden over de kwestie, ondanks de aanwezigheid in huis van boeken van prof. Lou de Jong, dr. Presser en Nanda van der Zee. De teneur van alles wat er in de boeken over geschreven is, is dat het terugkrijgen van rechten en eigendommen voor de overlevenden een “bittere strijd” is geweest.

 

Dr. Presser citeert een joodse schrijver van een ingezonden stuk:

“De jaren na 1945 hebben me echter murw gemaakt. Onnoemelijke moeilijkheden om weer het evenwicht te verkrijgen in geestelijk en materieel opzicht. En het was vooral de strijd die ik moest voeren tegen de instanties. Waar altijd medeleven had moeten zijn, ontmoete ik de droge, moeilijk te benaderen, afstotende, amorfe massa, die men ook wel ambtenarij noemt. Schade Enquête Commissie, Volksherstel, Beheersinstituut, Belastingen, vult u zelf maar in. Ik kan u zeggen dat deze jaren voor mij een verschrikking waren, maar zonder avontuur”.

 

Samenvattend: juridisch zullen ambtenaren en notarissen na de oorlog wel het juiste hebben gedaan, maar aan medeleven en invoelingsvermogen heeft het zeker ontbroken.

 

 Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Blog 29 - Transcreatie

 

Afgelopen zaterdag konden de leden van de Kring Noord- en Oost-Nederland van het Nederlands Genootschap van Tolken en Vertalers (NGTV), die meestal ook lid zijn van de Vereniging voor Tolken en Vertalers in Noord- en Oost-Nederland (VVTNN), genieten van een prestatie gegeven door een collega-vertaalster: Percy Balemans.

Zij heeft zich gespecialiseerd in ‘transcreatie’ van Engelse teksten naar het Nederlands.

 

Kort gezegd is transcreatie het vertalen van reclames, advertentieteksten, leuzen en bepaalde soorten brochures en websites. Reclame- en advertentieteksten moeten pakkend zijn, maar zijn ook heel cultuurgebonden. Daarom is dit soort vertalingen echt een aparte tak van sport in de vertaalwereld. Alliteraties, woordspelingen en verrassende of juist vaste woordcombinaties spelen een belangrijke rol.


Het gaat om translation en creation: de vertaler vertaalt niet alleen de tekst, maar bewerkt de tekst ook zodanig dat bij de lezers in de doeltaal hetzelfde bereikt wordt als bij de lezers in de brontaal.

 

Toen ik zo aan het luisteren en kijken was naar de Powerpointpresentatie, bedacht ik dat dit soort werk echt iets voor huisgenoot W. zou zijn geweest. Hij heeft een heel goed taalgevoel en krijgt allerlei associaties als hij mensen hoort praten.

Die associaties uit hij ook – ten minste in mijn aanwezigheid, niet altijd in die van anderen. Als ik dan vraag hoe hij daar nou weer op komt, zegt hij meestal: “Dat hoor je toch meteen?”. Nou, nee, ik niet dus. Kortom, hij heeft allerlei taalkronkels die anderen niet hebben.


Toen hij nog als leraar geschiedenis werkte, fietste hij ’s morgens vaak met een collega naar school die deze gave ook had. De collega heet(te) Fred. Samen hadden ze hun eigen taaltje. Ze verwisselden namelijk de letters van woorden in een zin, zodat de tekst voor de meeste andere mensen volkomen onbegrijpelijk werd.

 

Een voorbeeld is het volgende Sinterklaasgedicht, door huisgenoot W. gemaakt voor een gezamenlijke Sinterklaasviering.

Mos dergens wegen kart voor tachten

san ke dint wiet nanger lachten

wet hachten is op frage tred;

sigt loms de laluik bog in ned?

 

Dat betekent ‘natuurlijk’:
Des morgens tegen kwart voor achten
kan de Sint niet langer wachten
het wachten is op trage Fred;
ligt soms de luilak nog in bed?

Voor- en achternamen kun je op die manier ook zo door elkaar halen dat de uitkomst hilarisch is – liefst een beetje schunnig natuurlijk.

 

Terug naar transcreatie.

Vertalers rekenen meestal een woordtarief, maar voor transcreatie van een tekst wordt over het algemeen een vaste prijs gevraagd.  De uitkomst hangt namelijk heel erg af van een voldoende mate van inspiratie. Het is vaak een kwestie van ‘er nog eens een nachtje over slapen’


Dat betekent ook dat het voor een opdrachtgever niet reëel is van een vertaler te verwachten dat hij/zij een door de opdrachtgever geproduceerde saaie tekst in het Nederlands – een blog of een website bijvoorbeeld –  wel eens even in een smeuïge tekst in een vreemde taal zal overzetten, tegen een gewoon vertaaltarief. Of van de vreemde taal in het Nederlands.  Zeker niet als de opdrachtgever niet voldoende inside information verschaft over het onderwerp!

 

Een goede vertaler moet over het algemeen slechts de inhoud van de originele tekst juist weergeven in de vreemde taal, de correcte terminologie gebruiken, een grammaticaal correcte tekst produceren en geen typ- of spelfouten maken.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands
 

De blauwbilgorgel

 

Blog  30 – Familie

 

Stel je voor dat je Nederlandse moeder midden jaren 50 een relatie had met een getrouwde man op haar werk. Ze komt uit een redelijk bemiddelde familie, die haar een tijdje naar Nieuw-Zeeland stuurt, waar één van haar broers al woont. Ze kan dan afkoelen.

 

Op de boot naar Nieuw-Zeeland ontdekt ze dat ze zwanger is. Zeker in die tijd is dat natuurlijk een schande.


Haar broer zegt dat hij niet voor haar kan zorgen en dat ze zich zelf moet redden.

Ze komt een uit Schotland geëmigreerde man tegen en trouwt met hem. Jij wordt kort daarop geboren en weet niet beter dan dat de Schotse man je vader is. Je krijgt ook nog drie broers.


Je groeit op in moeilijke omstandigheden. Je vader heeft een eenvoudige baan en je moeder doet schoonmaakwerk om het hoofd boven water te houden – ondanks haar goede opleiding.


Je leert geen Nederlands, want je vader is daar tegen. Je ouders scheiden. Je moeder trouwt opnieuw, maar die man overlijdt kort na het huwelijk.


Zij krijgt een erfenis van haar familie uit Nederland en krijgt het dus beter. Jij trouwt jong met een vrouw met drie kinderen en krijgt zelf ook twee kinderen. Je bouwt een bedrijf op in Nieuw-Zeeland en wordt rijk.

 

Dan, als je eind 50 bent, overlijdt je ‘vader’.

Jij, je moeder en je drie broers zijn bij de begrafenis. Op de receptie na de begrafenis, als jullie elkaar passeren bij de keukendeur, vertelt je moeder je opeens  - voor jouw gevoel tussen neus en lippen door - dat jouw vader jouw vader niet was. Dat je echte vader een Nederlander was. Dat je broers je halfbroers zijn.

 

Je wereld stort in. Opeens ben je een ‘volle Nederlander’ en zijn je broers niet meer je volle broers!


Je moeder heeft je verteld wat de naam van je biologische vader is en jij gaat met je vrouw naar Nederland om hem en eventuele familie te zoeken, maar de gemeente weigert je informatie te geven. Het blijkt onmogelijk meer over je vader te weten te komen.


Uiteindelijk leg je je bij de situatie neer. Je accepteert dat je leven nu eenmaal zo gelopen is en dat je daar niets meer aan kunt doen.

 

Niet de enige
Deze man is niet de enige die geen contact heeft met zijn biologische vader!
Hij lijkt zich bij de situatie te hebben neergelegd, maar er zijn ook anderen – jongere mensen – die hun best doen een familie te vormen met mensen die niet hun volle bloedverwanten zijn.

 

Neem bijvoorbeeld mijn voormalige schoondochter Nihal. Mijn zoon Louis en zij hebben twee kinderen samen. De oudste is Yoko, die binnenkort 18 jaar wordt. Zij is niet het biologische kind van mijn zoon. Haar jongere (half-)broer, Adam, is dat wel.


Ter gelegenheid van de verjaardag van Yoko is de naaste familie uitgenodigd om in een sushi-restaurant te gaan eten. Dat wil zeggen: Nihal en haar vriend Jaap, Louis en zijn vriendin Anneloes,  Yoko, Adam, de broers en zussen van Nihal, Louis, Jaap en Anneloes plus eventuele aanhang, en de grootouders van Yoko en Adam. 
Maar één paar grootouders is niet uitgenodigd: Nihals eigen ouders. Zij heeft de banden met hen verbroken; waarom precies weet ik niet.


Nihal heeft dus de grootouders van drie van de vier kanten uitgenodigd voor de verjaardag van Yoko, maar de enige grootouders die Yoko’s bloedverwanten zijn ontbreken. De ouders van Anneloes en de vader van Jaap zijn nog niet zo lang geleden op het toneel verschenen en toch worden ze al uitgenodigd voor het grote verjaardagsfeest. Het lijkt erop dat Nihal en haar dochter een nieuwe familie aan het vormen zijn!


En dan mijn eigen kinderen. Vooral Nelson en Louis hebben hun best gedaan een relatie met hun biologische vader op te bouwen, maar dat is niet gelukt. Ze zijn niet met hem opgegroeid en ze zijn nooit ‘familie’ met hem geworden.

Ze zijn wel familie geworden met hun halfbroers en -zusters, met wie hij ook al lang geen contact meer heeft. Ik heb daar eerst nogal aan moeten wennen, want van mij ‘waren die halfbroers en -zusjes niks’. Toch zal ik het moeten accepteren. Mijn kinderen hebben hun familie niet ingeruild, maar wel behoorlijk uitgebreid.

 

Het geen relatie hebben met je biologische moeder of vader is overkomelijk, maar het blijft voor de meeste kinderen een gemis dat ze blijven voelen.  Dat zie je ook bij Spoorloos, op de tv. Bloedbanden zijn blijkbaar belangrijk.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je je eigen Nederlandse teksten door mij laten corrigeren? Ook dat kan. Neem dan via e-mail, telefoon of whatsapp contact op.

 

Naar BLOGS 1-10

Naar BLOGS 11-20

Naar BLOGS 31-40

Naar BLOGS 41-50

Naar BLOGS 51-60

Naar BLOGS 61-70

Naar BLOGS 71-80

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.