Inhoudsopgave

1.  Inleiding (1)

2.  Inleiding (2)

3.  Dagboeken

4.  Duurzaamheid

5.  Tolkervaringen (1)

6. International Training in Communication

7.  Tolkervaringen (2)

8.  Schrijvende vrouwen

9.  Tolkervaringen (3)

10. Taal (1)

 

  ---------------------------------------------------------------------

 

 

Blog 1 - Inleiding (1)

 

Ik ben 66 jaar en voel de behoefte iets na te laten. Ik voel me nog jong, maar er overlijden steeds meer mensen van mijn leeftijd. Ik heb geen idee hoeveel jaren mij nog te wachten staan. Of hoeveel jaren mij nog gegeven zijn – het hangt er maar vanaf hoe je het wilt uitdrukken.

 

Heb ik dan niets nagelaten? Ja, natuurlijk wel. Met mijn eerste man heb ik drie kinderen gemaakt. Zij zijn het tastbaarste bewijs van mijn bestaan. Mijn jongste zoon heeft zich ook weer voortgeplant, dus ik heb echt een familie – kinderen en een kleinkind. Ook zijn er een paar aangenomen kinderen van mijn zoons. Daarnaast heb ik via mijn man twee stiefkinderen, van wie de oudste ook kinderen heeft.

 

Ik heb duizenden vertalingen gemaakt, denk ik, en er zullen vele mensen zijn die zich mij herinneren doordat ik voor ze getolkt heb. De vertalingen zijn tastbaar en zullen te vinden zijn op internet en in archieven, maar ik wil iets op papier hebben dat helemaal van mij is. Ik denk niet dat ik het talent heb om een goede roman te schrijven, alleen al omdat ik van nature kort van stof ben. Ik ben meer een samenvatter en een vertaler dan een verteller.


Bezigheden naast vertalen en tolken.
Ik hou van vertalen, maar wil het niet gratis of tegen een hongerloontje doen. En omdat de tarieven die klanten bereid zijn te betalen voor vertalingen steeds maar dalen, zoek ik in de jaren die mij nog resten andere bevredigende bezigheden naast vertalen en tolken. Die bezigheden bestaan als het aan mij ligt niet uitsluitend uit eindjes fietsen met mijn man of anderen, met vakantie gaan, in de tuin werken, schoonmaken, koken, breien, pottenbakken, collecteren voor goede doelen of Facebooken.

 

Stukjes schrijven’ is dan misschien een goede mogelijkheid. ‘Bloggen’ heet dat tegenwoordig. Maar ik wil schrijven om te schrijven; ik wil niet in de eerste plaats schrijven om mensen te inspireren, ze tot actie aan te zetten, ze mijn deskundigheid te laten zien – zoals ik las in een artikel met ‘blogtips’. De meeste stukjes zullen in het Nederlands zijn: de taal van mijn vader en mijn moeder. Als ik vertaal, doe ik dat soms van het Engels in het Nederlands, soms andersom. Als ik wel in het Engels vertaal, laat ik mijn vertaling nakijken door een native speaker van het Engels. Zo nu en dan zal ik een blog in het Engels schrijven.

 

Voorlopig ga ik me bij het schrijven niet verdiepen in mijn ‘doelgroep’. Ik ga er vanuit dat er mensen zullen zijn die het interessant vinden wat ik schrijf, zich daardoor ook voor mij zullen interesseren en – misschien – mij zullen kiezen als ze een vertaler of tolk Engels nodig hebben.

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

  ---------------------------------------------------------------------

 

Blog 2 - Inleiding (2)

 

Ik schrijf dit op 2 januari 2016. Het is avond en vanmiddag heb ik mijn eerste 'blog' geschreven. Dat heb ik niet gedaan omdat het Nieuwjaarsdag is; ik doe niet aan goede voornemens op Nieuwjaarsdag. Goede voornemens zet je gewoon in je agenda. Je voert ze zo spoedig mogelijk uit, eventueel in stapjes, maar niet pas als er een nieuw jaar aanbreekt!

Hoe mijn leven verder inrichten?
Nee, het ging allemaal heel plotseling. Ik ben al maanden aan het dubben hoe ik mijn leven nu verder wil en kan inrichten. Soms zit je in een zwart gat; ben je van slag; weet je niet meer zo goed wat je wilt; zit je in een impasse. Hoe wil je het noemen? En ik zat al minstens een half jaar in dat min of meer zwarte gat.

 

Blogtips
Maar vanmiddag kreeg ik een e-mailtje van een LinkedIn-connectie die mij, en al haar andere contacten, gratis blogtips aanbood. Die tips heb ik wel gedownload, maar niet gelezen, want opeens voelde ik een drang om te schrijven - nu eens niet introvert in een dagboek, maar voor iedereen. Iedereen mag weten hoe ik over bepaalde dingen denk en dat probeer ik in zo goed mogelijk Nederlands en – zo nu en dan – zo goed mogelijk Engels op te schrijven.


Over het algemeen ben ik trouwens helemaal niet zo dol op blogs. Ze zijn me vaak te veel op marketing gericht of er worden dingen in verteld die ik al lang weet (zei ze arrogant). Ik loop tenslotte al een tijdje mee!


Daarom zal ik in mijn eigen stukjes niet proberen mensen iets te leren, of ze iets aan te smeren. Ik wil schrijven over onderwerpen waar ik echt iets van weet – van taal bijvoorbeeld, of de activiteiten van mijn eigen, nogal uitgebreide familie, of dingen die ik zelf kort of lang geleden heb meegemaakt. Dat kunnen zowel dingen zijn in mijn privéleven als ervaringen tijdens mijn werk.

 

Het jaar begon met een storing in de verwarmingsketel en een televisie die het niet deed. We hadden dus geen verwarming, geen televisie in de huiskamer en geen warm water. Dezelfde dag nog kwam er gelukkig een monteur van Energieservice Friesland langs. We kunnen nu weer warm douchen en het overal in huis zo warm maken als we willen. Wat een luxe! En ach, die televisie. Die zal ook wel weer gemaakt worden.

 

En als mijn huisgenoot W. – vrij naar columniste Sylvia Witteman in De Volkskrant; de W. staat voor Watermanvriendje - zo nodig voetbal moet kijken, moet hij dat maar op de oude tv op het kamertje boven doen. In die tijd heb ik tenminste de gelegenheid om een voorraadje blogs aan te leggen.


Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

  

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Blog 3 - Dagboeken

 

Al 35 jaar geleden ben ik begonnen met een dagboek. In een dagboek schrijven schijnt nu weer in de mode te zijn, maar toen ik ongeveer 30 was, kende ik niemand anders die ook een dagboek bijhield. Iedereen was blijkbaar gelukkig. Ik niet.

 

Ik was gescheiden na een zeer turbulent huwelijk en stond voor de taak drie jonge kinderen in mijn eentje op te voeden. De meeste gescheiden ouders – zeker tegenwoordig – nemen die verantwoordelijkheid wel samen op zich, maar mijn ex-man was kennelijk van mening dat hij ook niets meer met zijn kinderen te maken hoefde te hebben als zijn vrouw ervandoor ging.

 

Ik had de sterke behoefte om al de emoties die ik voelde te uiten en ze tegelijkertijd voor mezelf te houden. Want dat is toch eigenlijk wat je doet als je een dagboek bijhoudt. Je richt je helemaal op jezelf. Het is heel persoonlijk wat je opschrijft.

 

Aan de andere kant speelde ik soms met de gedachte dat al datgene wat ik geschreven had of nog zou schrijven, ooit misschien gedrukt en gepubliceerd kon worden. Toen hield ik ook al van schrijven.

Ik heb bijvoorbeeld nooit overwogen om mijn emoties uit te drukken in schilderijen. Pottenbakken thuis is zo'n gedoe en mijn zangkunst is niet om over naar huis te schrijven - al ben ik wel muzikaal.

 

Tegenwoordig zitten er soms maanden tussen de stukjes die ik in mijn dagboek schrijf. Ik ben niet meer ongelukkig of onzeker.

Soms schrijf ik over mijn werk, soms over het weer of het eten of het huis, soms over huisgenoot W. of de kinderen, soms over mijn oude moeder of mijn tweelingzus of andere familieleden of bekenden - vooral als ik me aan hen erger, wij ons aan elkaar ergeren, of ik me zorgen over hen maak. Ik plak ook wel eens krantenknipsels of kassabonnetjes in mijn dagboek.

 

Al met al lijkt het me niet meer zo’n goed idee om mijn dagboeken te publiceren, want ze zijn veel te rommelig. Maar wat moet ik er dan mee? Ik vind het jammer om ze weg te doen, maar wil ook niet dat mijn familie ermee blijft zitten als ik dood of dement ben (wat dat laatste betreft: wat God verhoede. Overigens wil ik ook nog lang niet dood).

 

En wat lees ik nu in de krant? Er is een Nederlands Dagboekarchief opgericht, dat ondergebracht is bij het Meertens Instituut – het onderzoeks- en documentatiecentrum van Nederlandse taal en cultuur. Via sociale media is er onlangs bekendheid gegeven aan inleverdagen voor dagboeken. Met koffers tegelijk zijn op die dagen dagboeken ingeleverd en tegenwoordig ontvangt het dagboekarchief tientallen dagboeken per maand. Van elke aanwinst wordt door vrijwilligers een precieze inhoudelijke beschrijving aangelegd, die via trefwoorden doorzocht kan worden.

 

Bij de rubricering worden gelukkig wel de richtlijnen van de Wet Bescherming Persoonsgegevens in acht genomen. Ik persoonlijk zit er niet op te wachten dat al mijn persoonlijke zielenroerselen direct op mij terug te voeren zijn als ik besluit mijn dagboeken aan het NDA toe te vertrouwen.

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Blog 4 - Duurzaamheid

 

Een tijdje geleden hebben we zonnepanelen op ons platte dak laten leggen. Dat hebben we natuurlijk niet zomaar laten doen: ik interesseer me al heel lang voor milieuzaken. Ik heb er zelfs een opleiding in gevolgd, namelijk de MBA-opleiding Environmental Business Administration bij het Cartesius Instituut in Leeuwarden, een onderdeel van de Universiteit Twente.

 

Huisgenoot W. en ik zijn alleen niet altijd enthousiast over dezelfde dingen.  Als ik eens een balletje opgooide over zonnepanelen, gaf hij nooit veel respons, en ik wilde een tamelijk grote uitgaaf als deze niet op mijn eigen houtje doordrukken. Maar toen wij een paar maand geleden een mailing in de bus kregen van een bedrijf in zonnepanelen, probeerde ik het weer eens, en zie: huisgenoot zei dat hij er niet tegen was. Als ik erachteraan wilde gaan, moest ik dat maar doen.

 

En dat deed ik dus! Wat is er nou mooier dan zelf, zonder moeite, de energie die je nodig hebt op te wekken? Waarschijnlijk gaat de zon de komende jaren alleen maar vaker schijnen.

 

Geen verspilling

Ik houd niet van verspilling. Dat geldt voor energie, maar bijvoorbeeld ook voor eten. Ik snap nooit dat mensen overgebleven eten zomaar weggooien. Het is toch gemakkelijk als je de volgende dag nog voedsel in de koelkast overhebt dat je weer kunt gebruiken, samen met iets wat je erbij maakt? Of dat je tussen de middag lekker iets warms kunt eten dat je zo uit de koelkast in de magnetron kunt zetten? Of dat je de restjes kunt gebruiken in een soepje of een sausje?

 

Aangeboren?

Het lijkt wel of het zorgvuldig en duurzaam omgaan met dingen bij mij aangeboren is. Bij mijn tweelingzus is dat ook zo. Maar als ik soms naar het gedrag van mijn kinderen kijk, lijkt het wel alsof ze in een heel ander gezin zijn opgegroeid dan in dat van mij.


Alsof ze nog nooit gezien hebben dat hun moeder restjes bewaarde, de achterkant van bedrukt papier gebruikte als kladpapier of om teksten op af te drukken, niet overdreven veel was- en schoonmaakmiddelen gebruikte, de verwarming niet overdreven hoog zette maar een trui, jasje, stola, poncho of dikke sokken aantrok, en de deuren dicht- en de lichten uitdeed in vertrekken waar niemand was.

 

Hoe vaak heb ik wel niet tegen mijn zoon Louis gezegd, die in de horeca werkt, dat het echt niet altijd nodig is om thuis etenswaren en limonades waarop staat “Ten minste houdbaar tot [datum]” meteen op die datum weg te gooien? Nee, hij wist het beter. En natuurlijk, als je een horecabedrijf hebt is het beter om het zekere voor het onzekere te nemen. In de horeca moet je schadeclaims zien te voorkomen, maar thuis is het een andere zaak. Daar kun je gerust op je zintuigen vertrouwen om te bepalen of etenswaren nog goed zijn. Met de vermelde houdbaarheidsdatum als leidraad.

 

Doorgeslagen besmettingsvrees

Gelukkig verschijnen er de laatste tijd ook artikelen in kranten en op het internet waarin wetenschappers de doorgeslagen besmettingsvrees van veel jonge mensen met goede argumenten proberen weg te nemen. Het is toch te gek voor woorden dat In Nederland per jaar voor 2,5 miljard euro aan voedsel in de vuilniszak verdwijnt?

 
Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69
beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 5 - Tolkervaringen (1)

 

Een behoorlijk deel van mijn tolkopdrachten komt van de Immigratie- en Naturalisatie Dienst, de IND. In de zogenaamde asielgehoren die ik als tolk Engels bijwoon, zijn de asielzoeksters de laatste tijd vaak lesbische vrouwen die asiel aanvragen omdat homoseksualiteit in hun land niet geaccepteerd wordt. Deze asielzoeksters komen meestal uit Afrikaanse landen, zoals Nigeria, maar ik heb ook een paar keer voor Jamaicaanse lesbiennes getolkt.

 

Bedreigd

Deze vrouwen voelen zich heel erg bedreigd in hun eigen land. Vaak zijn ze mishandeld en hebben ze meegemaakt dat hun sekspartner zwaar mishandeld of vermoord werd.

 

Vóór 2014 was het meestal zo dat homoseksuele asielzoekers naar hun land werden teruggestuurd. De IND ging er vanuit dat ze daar veilig waren, mits ze ‘in de kast’ bleven. In 2014 heeft staatssecretaris Teeven het beleid veranderd. Nu wordt er dus niet meer van homoseksuele vluchtelingen verwacht dat ze zich bij terugkeer naar hun land terughoudend over hun seksuele geaardheid opstellen. Dat betekent dat ze hier bescherming krijgen als de IND niet aan hun seksuele geaardheid twijfelt en ze bij terugkeer vanwege die geaardheid het risico lopen vervolgd te worden,.

 

Overigens hoor ik als tolk nooit of er een negatieve of positieve beslissing op een asielaanvraag genomen wordt. Aan het begin van een asielgehoor bij de IND wordt ook altijd aan de betrokkene verteld dat de tolk geen invloed heeft op de beslissing.
Een andere zaak is dat je als tolk bij de rechtbank soms asielzoekers tegenkomt voor wie je eerder ook al getolkt hebt. Het is dan dus wel duidelijk dat hun asielaanvraag eerder in de procedure is afgewezen.

 

Homoseksualiteit in Nederland

Ik herinner me dat er in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw, hier in Nederland, toch meestal aan mannen gedacht werd als er over homoseksualiteit gesproken of geschreven werd. Van een paar alleenstaande leraren op mijn christelijke middelbare school werd wel eens gesmiespeld dat ze iets met elkaar hadden, maar mij interesseerde dat niet zo. Ze waren in mijn ogen immers ook al erg oud – tussen de dertig en de veertig, of zo. Er werd ook niet openlijk over gesproken.


Wel staat me bij dat op de leeslijst voor Nederlands een boek van Anna Blaman stond – winnares van de P.C. Hooft-prijs in 1956. Ik denk dat het  Vrouw en vriend was. Daarin werd op bedekte wijze over seksuele relaties tussen vrouwen geschreven. Wat me daar echter het meest van bijgebleven is, is dat ik het zo’n deprimerend boek vond. Het was loodzwaar. En er was niet eens sprake van mishandeling of moord!

 

Een andere tijd

Deze tijd is dan toch heel anders, tenminste in ons eigen land. Een van mijn kleindochters, nu 16 jaar, maakt er al een paar jaar geen geheim van dat ze lesbisch is – al hoorde ik laatst dat ze zichzelf ‘bi’ noemde – en ik heb er nog geen haan naar horen kraaien.


Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 6 - International Training in Communication

 

Eind jaren tachtig, begin jaren negentig was ik lid van een club in Assen die aangesloten was bij de internationale organisatie International Training in Communication (ITC). De naam van de organisatie was vroeger International Toastmistress Clubs geweest en de tegenwoordige naam is POWERtalk International. ITC is bijna tachtig jaar geleden opgericht in de Verenigde Staten van Amerika, het hoofdkantoor is in Californië.


Tegenwoordig zijn er clubs in de VS, Groot-Brittannië, Australië, Canada, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika, Nederland, België, de Bahama’s, Griekenland, IJsland, Japan, Malawi, Mexico, Polen en Sri Lanka.

 

In de tijd dat ik lid was, was de Nederlandse maatschappij nog niet zo verengelst als nu en waren er veel minder mensen vertrouwd met het Engels. Dat gold zeker voor vrouwen in Assen. Ik sloot me bij de club aan om me te oefenen in het spreken in het Engels. De meeste leden waren zogenaamde expats, dus vrouwen van mannen die voor hun werk bij grote internationale bedrijven in Engelstalige landen hadden gewerkt en daar vaak ook weer naar terugkeerden. Over het algemeen waren deze vrouwen ouder dan ik. Later sloten zich ook een paar mannen aan.

 

Het oefenen in het spreken in het Engels werd onder meer gedaan door middel van het houden van toespraken, door discussies te voeren (Table Topics) en door elkaars toespraken op een zo goed mogelijke manier te evalueren.


Als iemand pas bij de club was, was de eerste opdracht een Icebreaker  te houden; dat was een toespraakje van 2 of 3 minuten.


Dat lijkt weinig, maar als je niet gewend bent om in het openbaar te spreken, en ook nog in een andere taal dan je moedertaal, lijkt dat in het begin een eeuwigheid.

 

Voor elke bijeenkomst kregen zo veel mogelijk leden een taak of taakje, die/dat ze vóór de bijeenkomst natuurlijk moesten voorbereiden. Elke keer was er ook iemand die een wat langere toespraak over een vooraf opgegeven onderwerp moest afleveren, ik geloof 10 minuten.


Het was natuurlijk wel de bedoeling dat zo’n speech een beetje interessant was, dat je niet hakkelde, dat je een goed stemgebruik had, en dat er structuur in je speech zat. Net als een stukje tekst moet een toespraak een inleiding en een conclusie hebben (een kop en een staart) en is het interessant als je in het middenstuk een paar voorbeelden geeft.

 

De bestuurssamenstelling wisselde elk jaar, zodat alle leden – als ze dat wilden – ervaring met bestuurstaken konden opdoen. Er waren niet alleen een President, een Secretary en een Treasurer maar ook een Parliamentarian, die erop toezag dat de bijeenkomst volgens de door Headquarters opgestelde regels verliep.

 

Toen later de computertechnologie overal verspreid werd, heb ik nog vaak moeite gehad de afkortingen ITC (ai-tie-sie) en ICT (ai-sie-tie; Informatie- en Communicatietechnologie) uit elkaar te houden. Gelukkig is men in Nederland na verloop van tijd ook, net als in de Engelstalige landen, IT (ai-tie) gaan zeggen, in plaats van ICT. Toen verdween dat probleem dus.


In die tijd was ik al uit Assen vertrokken en ik heb Sacha, Aly, Carla, Jeanne, Ann, Peggy, Danielle, Gisela, Geke, Nihal en al die anderen nooit meer gezien.


Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 7 - Tolkervaringen (2)

 

Engels in veel landen een officiële taal
Als tolk Engels krijg je natuurlijk niet alleen te maken met mensen uit bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk of de VS. In heel wat landen die vroeger een kolonie van het Verenigd Koninkrijk (“Engeland”) zijn geweest, is Engels de - of een - officiële taal. Vaak zijn die landen ook lid van het Britse Gemenebest, of zijn ze dat geweest.


Ze liggen in alle werelddelen: Europa, Midden-Amerika, Oceanië, Afrika, Azië, het Caraïbisch gebied, Australië, Zuid-Amerika, Micronesië, Polynesië; noem ze maar op.


Landen als Liberia en de Filippijnen zijn geen lid van het Britse Gemenebest, maar ook daar wordt veel Engels gesproken door de historische banden met de Verenigde Staten.

 

Ook in het Koninkrijk der Nederlanden
Wat minder bekend is, is dat het Engels ook de voertaal is in delen van het Koninkrijk der Nederlanden, namelijk Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius. Verder is Engels natuurlijk de taal van het internationale bedrijfsleven.

 
Waar tolken?
Als tolk kun je tolken bij een rechtbank of gerechtshof, maar ook bij de IND, het CBR, in het onderwijs, bij de politie, in het bedrijfsleven, bij gemeentes, bij sociale instanties, advocaten, notarissen en op congressen.
In dit blog zal ik iets vertellen over het tolken bij rechtbanken en bij het CBR.

 

Rechtbanken

Bij zittingen van de rechtbank of het gerechtshof wordt er tegenwoordig van je verwacht dat je simultaan tolkt voor de verdachte (in een strafzaak), de eiser of gedaagde (in een civiele dagvaardingsprocedure), of de verzoeker dan wel verweerder (in een verzoekschriftprocedure). Bij het CBR hoef je niet simultaan te tolken.

 

Simultaan tolken betekent dat de tolk luistert naar de spreker en tegelijkertijd het gesprokene vertaalt. Dat is dus wat anders dan consecutief tolken. Dat betekent namelijk dat de tolk pas vertaalt nadat de spreker is uitgesproken.

 

Tijdens een rechtszaak kunnen er heel wat sprekers zijn van wie de tolk het Nederlands in het Engels moet vertalen. Dat zijn natuurlijk de rechter of rechters,  maar ook de advocaat, de officier van justitie en soms een of meer getuigen. Soms moet de tolk een spreker, vaak is dat de officier van justitie, vragen om wat luider of wat minder snel te spreken!

In de raadkamer van de rechtbank of het gerechtshof gaat het anders toe; daar kan een tolk consecutief tolken. De tolk vertaalt dan dus nadat de rechter, de verdachte of de advocaat is uitgesproken. Dat kan na een zin of een paar zinnen, maar ook na een wat langere tekst.

 

CBR

Bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen wordt het theoretisch rijexamen voor kandidaten die geen Nederlands spreken, individueel afgenomen. Dit geldt tegenwoordig alleen voor het motorrijexamen. Bij het autorijexamen kan alleen een tolk ingeschakeld worden voor kandidaten die een andere taal spreken dan Nederlands, Engels of Turks. Als tolk Engels ben ik dus niet meer aanwezig bij individuele theorie-examens voor het autorijbewijs.

Bij het individuele motorrijexamen zitten de examinator en de kandidaat aan één kant van een tafel met een scherm in het midden, de tolk aan de andere. De tolk mag vóór het examen geen contact hebben met de kandidaat en niets meenemen naar het examenlokaal – zelfs geen pen en notitieblok.

Persoonlijk vind ik dat wel erg rigoureus! De tolk krijgt van tevoren ook geen enkele informatie.

 

De kandidaat bij het CBR heeft een computerscherm voor zich en de examinator stelt vragen die betrekking hebben op de verkeerssituatie die de kandidaat op het computerscherm ziet. De tolk ziet de verkeerssituatie niet en moet de vragen van de examinator vertalen. De kandidaat beantwoordt de vragen door op een knop te drukken. Als hij/zij er minimaal 44 van de 50 goed heeft, is hij/zij geslaagd.

 

Tolkwerk kan dus heel afwisselend zijn als je verschillende opdrachtgevers hebt. In volgende stukjes zal ik iets vertellen over mijn tolkwerkzaamheden op andere gebieden van het maatschappelijk leven.

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

  -------------------------------------------------------------------

 

Blog 8 - Schrijvende vrouwen

 

Saai?
Sommige mensen schijnen te denken dat vertalen saai is. Dat is een misvatting, vind ik. Mijn werk als vertaalster – ook een soort schrijvende vrouw - is veel afwisselender dan het werk van vele anderen.

 
Heel veel onderwerpen
Welke andere professional krijgt er te maken met zowel informatie over gentechnologie, diervoeders, algemene voorwaarden, arbeidsomstandigheden en hypotheekakten als met winst- en verliesrekeningen, persberichten, juridische documenten, vrachtschepen en diabetes?

En met menulijsten, merkenstrategie, clean rooms (reine ruimtes), documenten van de Europese Unie, beëdigde vertalingen en het rechtssysteem in Engeland en Wales? (Hè, hè!). En dit zijn dan nog maar voorbeelden.

 

Ik ben goed opgeleid, breed geïnteresseerd en breed georiënteerd als ervaren vertaalster, maar wat ik nog nooit gedaan heb is het maken van literaire vertalingen. Ze zijn me nooit aangeboden en het woordtarief ervoor was altijd een stuk lager dan voor non-fictievertalingen. Er was geen droog brood mee te verdienen.

 

Nu ik ouder word en de waardering voor goede Nederlandse en Engelse non-fictievertalingen naar mijn idee een dieptepunt bereikt heeft – gezien de lage tarieven die opdrachtgevers willen betalen – begin ik mij af te vragen of ik me niet veel liever, in ieder geval gedurende een deel van mijn tijd, wil bezighouden met teksten die het goede gebruik van het Nederlands an sich als doel hebben.

 

Schrijvende vrouwen op school
Van schrijvende Nederlandse vrouwen hoor je over het algemeen minder dan van mannelijke schrijvers. Ik herinner me van de middelbare school in de jaren zestig: Henriette Roland Holst, Ina Boudier-Bakker vaag, Carry van Bruggen (als onderwerp voor een samenvatting op het schriftelijk examen Nederlands), Anna Blaman, Marga Minco, Ida Gerhardt, Vasalis … . Ik deed de wiskundekant, dus het kan zijn dat leerlingen van de talenkant zich meer met schrijfsters bezighielden – dat weet ik niet zeker.

Omdat de P.C. Hooft-prijs (toen anders gespeld dan tegenwoordig) bijna nooit aan een vrouw werd uitgereikt, werd in 1985 de Anna Bijns Prijs ingesteld. Die prijs wordt een keer per twee jaar toegekend aan een vrouw. De voornaamste doelstelling ervan is aandacht voor Nederlandstalige literatuur van vrouwen.

Dan is er ook nog de Opzij Literatuurprijs. Die werd in 2008 de opvolger van de in 1979  door het maandblad Opzij gestarte, tweejaarlijkse Annie Romeinprijs (vernoemd naar Annie Romein-Verschoor (1895-1978)) en wordt jaarlijks toegekend aan schrijfsters wier werk bijdraagt aan de ontplooiing, bewustwording en emancipatie van vrouwen.

 

Niveau
Wat tegenwoordig steeds meer voorkomt is het verschijnsel dat vrouwen columns in kranten schrijven. Vroeger had je natuurlijk Renate Rubinstein (Tamar) die in Vrij Nederland haar altijd interessante stukjes schreef. Selma Vrooland (M. Mus), die haar columns schreef over het leven als bijstandsmoeder, las ik ook altijd met veel bewondering en instemming. Beiden zijn al lang dood, maar tegenwoordig heb je Sylvia Witteman, Sheila Sitalsing, Esther Gerritsen, Paulien Cornelisse. Als ik op den duur bij hun niveau in de buurt zou kunnen komen, zou ik heel trots zijn.

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

  

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 9 - Tolkervaringen (3)

 

Bij de Immigratie- en Nationalisatie Dienst (IND) en de politie zijn natuurlijk heel vaak tolken nodig voor resp. gehoren en verhoren.
Als tolk Engels kom ik daar mensen tegen uit Pakistan, Sint Maarten, Zimbabwe, Gambia, Groot-Brittannië, Ierland, Australië, de Filippijnen, Sierra Leone, Liberia, Nigeria, Ethiopië, Egypte, Oeganda, Ghana etc.


Ook mensen uit landen waarin Engels geen voertaal is, doen wel eens een beroep op een tolk Engels in plaats van een tolk in hun eigen taal. De reden kan zijn dat ze geen vertrouwen hebben in tolken uit hun eigen land.


Bij de aanmeldcentra van de IND zijn tolken aanwezig bij het zogenaamde eerste gehoor en het nader gehoor. In het eerste gehoor wordt de asielzoek(st)er gevraagd naar persoonlijke gegevens, nationaliteit en de reisroute van het land van herkomst naar Nederland. In het nader gehoor stelt de asielmedewerker vragen over de redenen van de asielzoeker om zijn land te verlaten en asiel aan te vragen in Nederland.


Tussen het eerste gehoor en het nader gehoor zit over het algemeen een dag. In de tussenliggende dag hebben de asielzoeker en zijn/haar advocaat de gelegenheid het van het eerste gehoor gemaakte verslag te bespreken en veranderingen en toevoegingen te laten aanbrengen.


Na de dag van het nader gehoor hebben de asielzoeker en zijn advocaat opnieuw overleg, deze keer over het rapport dat van het nader gehoor gemaakt is. Een paar dagen daarna deelt de IND aan de asielzoeker de beslissing mee: dat de aanvraag wordt afgewezen, hij/zij een tijdelijke verblijfsvergunning krijgt, of dat er meer onderzoek nodig is.

 

Diverse motieven
De motieven die mensen hebben om hun land te verlaten, zijn divers.

Sjiieten uit Pakistan kunnen bijvoorbeeld vluchten vanwege bedreigingen door soennieten. Mensen uit Nigeria kunnen op de vlucht slaan voor het geweld van Boko Haram.

 

Jonge vrouwen, en soms mannen, kunnen hier via mensenhandel gekomen zijn en tegen hun wil in de prostitutie te werk zijn gesteld. Vaak vertellen deze vrouwen dat ze eerst naar Italië zijn gebracht om voor een ‘madam’ te werken.

 

Er komen of kwamen ook veel vrouwen uit landen als Nigeria, Sierra Leone, Liberia, Kenia hierheen omdat ze niet besneden willen worden. De druk van familieleden, vaak ook vrouwen, op meisjes om zich te laten besnijden, is vaak enorm. Dat heeft met maatschappelijke acceptatie te maken.

Ik heb ook wel meegemaakt dat een vrouw gevlucht was omdat het in haar familie traditie was om het beroep van ‘besnijdster’ te laten overgaan van moeder op dochter of op een ander vrouwelijk familielid. Ook dan wordt er grote druk uitgeoefend.

 

Homoseksuelen en lesbiennes die in hun eigen land voor hun leven moeten vrezen vanwege hun geaardheid, hebben in Nederland een goede kans een verblijfsvergunning te krijgen.

 

Soms krijg je als tolk voor de IND ook te maken met mensen die al lang in Nederland zijn als illegaal. Dat was het geval bij een homoseksuele kok uit Egypte, die het na de versoepeling van het asielbeleid voor homo’s toch maar verstandiger leek alsnog asiel aan te vragen.

 

Dat is wat anders dan een herhaalde asielaanvraag – in het jargon een ‘hasa’.

Afgewezen asielzoekers die zich nog in Nederland bevinden, menen soms voldoende redenen te hebben om toch opnieuw asiel voor bepaalde tijd in Nederland aan te vragen. Hun persoonlijke situatie is misschien gewijzigd of ze hebben nieuwe informatie waaruit blijkt dat terugkeer naar hun land van herkomst voor hen niet veilig is. Dat laatste kan ook het geval zijn als ze een ziekte of verwondingen hebben waarvoor in hun land geen medicijnen of behandelingen bestaan.

 

Een volgende keer zal ik schrijven over tolken bij de politie.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

   

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

  --------------------------------------------------------------------

 

Blog 10 - Taal (1)

 

Het Stockske

Laatst zag ik op de Vlaamse tv-zender Canvas een gesprek van de ook in Nederland wel bekende cabaretier Wim Helsen met een andere Vlaming van kennelijk Marokkaanse afkomst, Kamal Kharmach. Ik kende hem niet, maar in Vlaanderen blijkt hij nogal bekend te zijn als comedian en als voormalig bokser.

 

Zoals alle gasten van Wim Helsen in dit programma, Winteruur, las hij een stuk tekst voor naar eigen keuze. De tekst die hij had uitgezocht was Het Stockske van Joan van Oldenbarnevelt, Vader des Vaderlants, geschreven door Joost van den Vondel.


Het is een gedicht dat Vondel veertig jaar na de onthoofding van Van Oldenbarnevelt (in 1619) geschreven heeft. Van Oldenbarnevelt had een conflict met prins Maurits dat betrekking had op religie (toen: remonstranten tegen contraremonstranten) en macht.

Van Oldenbarnevelt was landsadvocaat en raadspensionaris van de Staten van Holland, prins Maurits was legeraanvoerder. Remonstranten waren vrijzinnigen en contraremonstranten waren rechtzinnigen (scherpslijpers).


Vondel neemt het in het gedicht op voor Van Oldenbarnevelt.

 

Vondel

Ik vond verschillende dingen aan deze uitzending van Winteruur interessant.

In de eerste plaats was de gast iemand van Marokkaanse afkomst die zich gefascineerd toonde door een gedicht van een zeventiende-eeuwse Nederlandse dichter. Het is bekend dat men zich in Vlaanderen vaak drukker maakt over het behoud van de Nederlandse taal dan in Nederland, maar het ging hier ook nog eens om iemand wiens voorouders vast niet uit deze streken kwamen.

 

Daarnaast kan ik het niet helpen dat ik door het gesprek over dit gedicht moest denken aan de wandaden van IS. Net als nu, was er in de ‘Gouden Eeuw’ een strijd tussen gematigdheid en fanatisme gaande.


Alliteratie en verzet tegen onrecht
Een derde interessant punt was dat Kamal raakvlakken ziet van dit gedicht van Vondel met rap. Daarom las hij het gedicht heel snel voor, zo snel als een rapper rapt. In beide dichtvormen ziet Kamal alliteratie en verzet tegen onrecht. De alliteratie in Vondels gedicht zie en hoor je bijvoorbeeld in “o stok en stut“ en “Hoe dikwijls strekt’ gij onder ’t stappen naar ’t hof der Staten stadig aan”.

 

Schavot
Vondel bedoelde met het stokje de eenvoudige houten stok waarop Van Oldenbarnevelt had geleund toen hij het schavot betrad. In een wat aangepaste spelling volgt hieronder het gedicht waarover het gaat:

Mijn wens behoede u onverrot,
o stok en stut, die geen verrader,
maar ’s vrijdoms stut en Hollands Vader
gestut hebt op dat wreed schavot,
toen hij voor ’t bloedig zwaard moest knielen,
veroordeeld als een Seneca
door Nero’s haat en ongena,
tot droefenis der braafste zielen.
Gij zult nog jaren achtereen
den uitgang van dien held getuigen,
en hoe Geweld het Recht dorf buigen,
tot smaad der onderdrukte steên.
Hoe dikwijls strekt’ gij onder ’t stappen
naar ’t hof der Staten stadig aan
hem voor een derden voet in ’t gaan
en klimmen op de hoge trappen,
als hij, belast van ouderdom,
papier en schriften, overleende
en onder ’t lastig landspak steende!
Wie ging, zo krom gebukt, nooit krom!
Gij ruste van uw trouwe plichten
na ’t rusten van dien ouden stok,
geknot door ’s bloedraads bitt’ren wrok –
nu stut en stijft gij nog mijn dichten.

 

Verschillende Nederlandse musea denken in het bezit te zijn van het ‘stokske’ van Johan van Oldenbarnevelt, zoals het Rijksmuseum en het Museum Flehite in Amersfoort.

 

Winteruur wordt in de wintermaanden op Canvas uitgezonden. Het wordt beschreven als een ‘ode aan het geschreven woord’. Zou zo’n ode misschien ook op de Nederlandse televisie gebracht kunnen worden?

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

  

Elsa Groenman-Warmelink

06-281 284 69
e.warmelink@gmail.com
beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je je eigen Nederlandse teksten door mij laten corrigeren? Ook dat kan. Neem dan via e-mail, telefoon of Whatsapp contact op.

 

Naar BLOGS 11-20

Naar BLOGS 21-30

Naar BLOGS 31-40

Naar BLOGS 41-50

Naar BLOGS 51-60

Naar BLOGS 61 -70

Naar BLOGS 71 -80

 ----------------------------------------------------------------------------

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.