Blog 191 – Moeder

 

Moeder weet het niet meer zo goed
Onze moeder, onze slimme, altijd alerte, altijd een mening hebbende moeder, weet het niet meer zo goed. Na 97 jaar is de bedrading in haar hoofd in de war geraakt. Volgens de medewerkers van het verzorgingstehuis heeft ze nu een chronisch delier.

 

Een verzorgende schrijft in haar dossier:

“Mw [Mevrouw. EW] is erg onrustig. Geeft aan haar zoon te zoeken en rijdt [in haar rolstoel. EW] veel in haar kamer heen en weer. Mw vertelt elke keer dat haar kinderen niet zijn thuisgekomen en dat we met de politie op zoek moeten naar haar kinderen. …

Zodra ik bij mw wegloop, loopt mw haar spanning erg op”.

 

Al meer dan een maand heeft moeder ’s nachts vreemde dromen, die ze overdag niet als dromen herkent maar voor waar aanneemt.

 

Overigens heeft ze ook wel heldere momenten, vooral als ze haar bril op en gehoorapparaat in heeft. Dan kun je gewoon praktische dingen met haar bespreken.

 

Zal ik nog wel weer leren lopen?
Vorige week vroeg ze me: “Zal ik nog wel weer leren lopen?”

Wat moet je dan zeggen? “Vast wel, ma. Jij bent immers onsterfelijk”?

Ze wachtte trouwens, zoals meestal, niet op mijn antwoord en praatte verder over een ander onderwerp.

In niet zulke perfecte zinnen meer als vroeger, trouwens, en niet met de leeftijdsloze, gedecideerde, heldere stem die ze heel lang had.

 

Achterkleinkind
In de tussentijd heeft ze haar vierde achterkleinkind gekregen en op bezoek gehad. Ze was er verrukt over. Knapte ervan op, maar haar toestand ging een paar dagen later toch weer achteruit.

 

Ze praat nu niet meer over haar geboorteplaats of over de Tweede Wereldoorlog. Vorig jaar, toen ze nog in haar eigen huis woonde, vertelde ze daar nog heel duidelijke verhalen over.

 

Over welke spelletjes ze deden op de lagere school, bijvoorbeeld, en dat ze vaak met de jongens meespeelde.

Ze had het ook geregeld over omgekomen verzetsmensen van haar eigen leeftijd die ze had gekend, en over de uit haar dorp weggevoerde joden die ze op het station in Ommen ergens achteraf had zien staan, op een kluitje.

In de Tweede Wereldoorlog ging ze naar de kweekschool in Zwolle en moest ze in Ommen op de trein stappen.

 

Vorig jaar had ze het ook vaak over “papa en mama”, waarbij ze met “papa” haar eigen vader bedoelde en niet mijn vader, zoals anders altijd.
Nu heb ik haar daar niet meer over gehoord.

 

Politie
Het valt mij op dat ze het in haar vertelsels behalve over haar kinderen opvallend vaak over de politie heeft. Een paar dagen geleden hield ze een heel verhaal over de Duitse politie die het niet eens was met iets wat mijn vader gedaan had. (Ze is vaak met mijn vader – leraar Duits – in Duitsland geweest).

 

Heeft dat ermee te maken dat ze zich in haar leven altijd strikt vastgehouden heeft aan regels? Aan gebods- en verbodsregels? Aan wat wel en niet mag en aan wat beslist moet? (  )

 

Ze legt ons, de kinderen, nu geen regels meer op. Nu ze misschien niet zo heel lang meer te leven heeft, proberen wij haar het leven zo prettig mogelijk te maken.

 

 

Onrust
’s Nachts is ze heel onrustig en overdag vaak in de war, maar ze is wel goed tevreden over het woonzorgcentrum waar ze nu woont.
Het is de bedoeling dat er binnenkort een specialist ouderengeneeskunde bij haar langskomt. Hopelijk kan hij/zij haar medicatie zo afstellen dat ze ’s nachts minder onrustig is en overdag minder verward.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

blogger

 

Wil je een reactie plaatsen? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Rating: 0 sterren
0 stemmen

 

 

Blog 192 – Verleden tijd of tegenwoordige tijd?

 

Toen Lale Gül begin 2021 zoveel ophef veroorzaakte met haar boek Ik ga leven, kochten wij het ook. Eerst las ik het en daarna huisgenoot.

Het is een interessant boek, al vonden wij het taalgebruik soms wat vreemd. Het staat wel als een paal boven water dat deze schrijfster/studente Nederlands een sterke vrouw is.

Ze kreeg vorig jaar de NS-Publieksprijs en werd later door de redactie van Elseviers Weekblad – ze hebben mijn naam gejat en heten nu dus EW – uitgeroepen tot Nederlander van het jaar 2021.

 

Overigens was haar boek een van de vele boeken die we in de aanloop naar onze verhuizing de deur uitgedaan hebben, maar daar wil ik het nu niet over hebben.

 

Echtelijke conversatie
Huisgenoot W. zat op zijn telefoontje te koekeloeren en vroeg mij:

Wist jij dat die Lale Gül de prijs voor ‘Nederlander van het jaar’ had gewonnen?

 

En ik antwoordde:

Ja, ik wist niet meer hoe die prijs heette, maar wel dat ze hem had gewonnen. Daarom was ze de laatste dagen weer zo vaak op de televisie.

 

Het viel mij op dat dat wij hier allebei de (voltooid) verleden tijd gebruikten, terwijl de tegenwoordige tijd toch ook mogelijk zou zijn geweest.

 

Je kunt immers ook zeggen:

(Vraag)
Wist jij dat
die Lale Gül de prijs voor ‘Nederlander van het jaar’ heeft gewonnen?

(Antwoord)
Ja, ik wist niet meer hoe die prijs heet, maar wel dat ze hem heeft gewonnen. Daarom is ze de laatste dagen weer zo vaak op de televisie.

 

Ik ging een beetje aan mezelf twijfelen en werd ook niet veel wijzer van de reacties van huisgenoot W. en – op de familieapp – van sommige ‘brussen’.

Zus Jackie appte dat zij in dit geval ook de verleden tijd zou gebruiken. Jongste broer Arno dacht dat ‘had’ misschien alleen gebruikt werd als de gebeurtenis in het verleden had plaatsgevonden.

Ik probeerde het op internet op te zoeken, maar kon niets vinden wat over dit onderwerp ging.

 

 

Ligt het aan onze leeftijd?
Ligt het aan mijn leeftijd dat ik altijd mijn oren spits als ik iemand in zo’n geval de tegenwoordige tijd hoor gebruiken? En dat ik stiekem denk dat ik het bij het rechte eind heb als ik de verleden tijd gebruik?

 

 

Onze Taal
Een paar dagen geleden zocht ik weer op internet en liep ik er zo tegenaan. De eerste keer had ik blijkbaar niet goed gezocht.

 

Het antwoord staat op de site van Genootschap Onze Taal, in het onderdeel Taalloket.

 

 

Een bijzin in de verleden tijd

Iemand had op de website de volgende vraag gesteld:

Is alleen ‘Wist je dat de auto een deuk heeft?’ juist, of kun je ook ‘Wist je dat de auto een deuk had?’ zeggen als je wilt uitdrukken dat de auto nu nog een deuk heeft?

 

En het antwoord is:       

‘Wist je dat de auto een deuk had?’ kan ook betekenen dat de auto nu nog een deuk heeft. 

In het eerste stuk van deze zin staat een verleden tijd (wist); in de bijzin die begint met ‘dat’ mag dan ook een verleden tijd worden gebruikt, ongeacht of datgene wat in de bijzin wordt uitgedrukt nu nog geldt of niet meer geldt.

 

 

De Algemene Nederlandse Spraakkunst

Genootschap Onze Taal verwijst vervolgens naar de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS, 1997).

Daarin staan de volgende voorbeeldzinnen:

  1. Ik zei daarnet dat ze mooi haar heeft.
  2. Ik zei daarnet dat ze mooi haar had.

 

Volgens de ANS is het in zin 1 duidelijk dat de vrouw over wie gesproken wordt, nu mooi haar heeft.

Zin 2 kan twee betekenissen hebben. De eerste mogelijkheid is dat het haar van de vrouw in het verleden mooi was en nu niet meer, de tweede mogelijkheid is dat haar haar nog steeds mooi is.

 

 

Conclusie
Dit zegt alles.

Gelukkig hebben huisgenoot en ik het niet bij het verkeerde eind als er weer eens zo’n bijzin in de verleden tijd uit onze mond rolt, al gebruikt misschien 90 procent van de Nederlanders in zo’n geval de tegenwoordige tijd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

blogger

 

Wil je een reactie plaatsen? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Rating: 0 sterren
0 stemmen

 

Blog 193 – Terug naar het verleden

 

Nu woon ik dus weer in Groningen en dwaal ik met huisgenoot W. door straten en buurten waar mijn leven zich omstreeks vijftig jaar geleden afspeelde. A trip down Memory Lane, noemen ze dat in het Engels.

We maken wandelingen. Ook hij woonde lang, ruim tien jaar, in deze stad, al was dat wat vroeger in de tijd.

 

 

Het pand waar mijn eerste man en ik ons eethuis hadden is allang afgebroken. Het is niet meer te herkennen, behalve dat het nieuwbouwpand nog steeds op de hoek staat. Er zit een tandarts in. We hebben gehoord dat hij nog niet vol zit, zoals de meeste tandartsen in de buurt.

Zou het echt zo zijn dat ik voortaan naar een tandarts ga die op hetzelfde adres gevestigd is als waar ik zo’n zes jaar gewoond en gewerkt heb en waar twee van mijn drie kinderen geboren zijn?

 

Een paar huizen verder blijkt het winkeltje waar ik ook ’s avonds altijd terecht kon, bijvoorbeeld als ik weer eens een (glazen) babyzuigfles gebroken had door te heet water te gebruiken, er nog net zo uit te zien als vroeger. Het heeft nog steeds een deur schuin links, één voor en één schuin rechts. De deur schuin rechts was van het winkeltje en de oudere vrouw die met haar moeder de winkel dreef, heette Tietje. Heel toepasselijk in het kader van babymelk.

 

 

De hele omgeving is bekend terrein. De Hereweg, de Geulstraat, de Rabenhauptstraat, de Barestraat, de Achterweg, de Davidstraat, de Driehovenstraat en de Viaductstraat. Bij het voormalige schoolgebouw op de hoek van de Rabenhauptstraat en de Achterweg zien we een vrouw – iets jonger dan ik? – met een tas waarop staat: Vroeger waren we onsterfelijk. Hilarisch! Zo’n tas wil ik ook.

 

Mijn tweelingzus Rina woonde lang in de Geulstraat. Ze maakte daar heel wat mee.

Maar ook daar is alles afgebroken en onherkenbaar.

 

Alleen het huis aan de Rabenhauptstraat, waar we twee jaar met ons tweeën woonden toen we pas in Groningen gingen studeren, is nog hetzelfde. Ik deed maatschappelijk werk, zij logopedie, en na twee jaar ging ik stage doen in een andere stad.

 

Het station is heel anders geworden, zoals alle stations in Nederland. Vroeger kwam ik er vaak.

Het museum ertegenover was er vroeger niet, maar het is wel makkelijk dat je daarnaast zo het water richting het centrum kunt oversteken. Vroeger moest je omfietsen over de Herebrug.

 

Het valt huisgenoot en mij honderd procent mee dat het centrum lopend en fietsend zo snel te bereiken is vanaf onze nieuwe woning.

 

De stationsbuurt aan de andere kant van het spoor, met de Nassau-straatnamen, is nog hetzelfde. Het oude huisje aan de Mauritsdwarsstraat waar ik een tijd gewoond heb is zwaar vervallen. Ik heb daar MeToo-ervaringen gehad waar ik bijna nooit over gesproken heb. De oude hoofdbewoner viel me lastig en een hulpverlener kwam met snode bedoelingen onaangekondigd bij mij aan de deur.

Er zijn van die dingen waar je nooit over praat, maar niet vergeet.

 

Het huisje van mijn beste vriend toen staat ook nog steeds in een van de zijstraatjes.

 

De tbs-kliniek (toen: tbr-kliniek) staat op dezelfde plaats als vroeger aan de Verlengde Hereweg. Een goede bekende was daar opgenomen geweest. Veel later kenden we nog iemand die daar lang moest verblijven.

 

Het Sterrebos, waar ik bijna nooit kwam, ligt tegen de kliniek aan. Aan de andere kant van het bos ligt nu ons woonlandschap, in een wijk die er toen nog lang niet was.

Dichtbij deze stenen buurt liggen gelukkig twee groene oases: behalve het Sterrebos ook nog een parkje met vijvers en bomen.

 

De schoonheid van de beeldengroep - het Joods monument - naast de tbs-kliniek valt me op. Toen ik nog in de stad woonde was men er al mee bezig, maar ik kwam daar nooit.

 

In het pand van de Bedrijfsvereniging voor het Bakkersbedrijf aan het Zuiderdiep, waar Rina naast haar studie werkte, zit nu een heel ander bedrijf.

En het winkeltje aan de Oosterstraat waar ik - toen ik nog een toekomst zag in de relatie met mijn nu ex-man - een poster kocht met daarop een beschaafde foto van een naakt paar, is horeca geworden.

Zoals het halve stadscentrum.

 

Hoe is het mogelijk dat ik hier geen herinneringen kan ophalen met mijn tweelingzus, die in dezelfde tijd ook in deze stad woonde, een paar jaar zelfs in hetzelfde huis? Het is oneerlijk.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

blogger

 

Wil je een reactie plaatsen? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Rating: 4 sterren
1 stem

 

Blog 194 – Denkhorizon

 

In de krant las ik dat de Franse EU-delegaties in Brussel voorstellen hebben gedaan voor meer documenten en vergaderingen in het Frans. Ze willen een maximum aan het percentage officiële stukken dat in het Engels verschijnt.

 

Frans, Duits en Engels zijn van oudsher de officiële werktalen in de Europese Unie, maar Duits is in de vergaderzalen in de praktijk allang verdwenen en het aantal Franstalige documenten is in twintig jaar gedaald tot 3,7 procent.
Ter vergelijking: in 1999 werd nog meer dan 30 procent van alle EU-documenten in het Frans geschreven.

 

Een van de argumenten van de Fransen voor meer Frans in de EU-wandelgangen en vergaderzalen is dat het Globish – zo noemt men het Engels dat in de EU gangbaar is – de ‘denkhorizon’ beperkt. Daarnaast voeren ze aan dat in het EU-handvest staat dat de Europese Unie de culturele en linguïstische diversiteit van de lidstaten wil respecteren.

Dat laatste probeert de Unie te bereiken door een deel van de Europese documenten in alle talen van de EU te laten vertalen. Zelf heb ik ook veel EU-documenten in het Nederlands vertaald, meestal uit het Engels en soms uit het Duits.

 

De Fransen maken natuurlijk een (opzettelijke) denkfout als ze het respecteren van de culturele en linguïstische diversiteit van alle lidstaten als argument gebruiken om het Frans in de Unie te bevorderen, maar voor de rest ben ik het wel met ze eens dat het Engels niet alle andere Europese talen moet gaan overschaduwen.

 

Ik ben nog elke keer verbijsterd als ik Nederlanders – vooral op de tv en in het westen van het land – Engelse woorden hoor gebruiken in plaats van gewone Nederlandse woorden die precies hetzelfde betekenen. En het gaat dan om mensen uit alle lagen van de maatschappij: ministers, buschauffeurs, tuinders en journalisten.  Ook het aantal anglicismen neemt hand over hand toe.

 

  • Ik geef toe dat fair share lekker bekt, maar zou je niet gewoon ‘rechtmatig deel’ of ‘eerlijk deel’ zeggen?
  • En waarom power gebruiken als je ‘macht’ of ‘kracht’ bedoelt?
  • Met het woord target wordt je tegenwoordig doodgegooid, maar waarom als je zo’n mooi woord als ‘doelwit’ hebt?
  • Ik zou niet weten waarom ik shock zou moeten zeggen als ‘schok’ precies hetzelfde uitdrukt.
  • Waarom collapse voor ‘ineenstorting’? Dan zie je als Nederlandstalige tenminste vóór je wat er gebeurt.
  • Ik hoorde een tuinder op de tv desperate zeggen en wist niet wat ik hoorde. Wat is er mis met ‘wanhopig’?
  • Voor een goede reden’ is een van de vele anglicismen. Het Nederlands is: ‘Om een goede reden’.
  • Het zelfde geldt voor wat je op alle stilstaande bussen van Qbuzz ziet staan. Er staat: ‘Deze bus vertrekt in 10 minuten’, terwijl ze bedoelen dat de bus over 10 minuten vertrekt. Deze en andere door grote bedrijven geïntroduceerde verminkingen van de taal zijn een belediging voor gewone Nederlanders.
  • Waarom moet je zeggen dat je obsessed bent als je geobsedeerd door of bezeten van iets bent?
  • Veel Nederlanders menen ook dat ze reminder moeten zeggen als ze bedoelen dat iemand hen een herinnering moet sturen of dat ze een geheugensteuntje gebruiken.
  • Ik begrijp niet dat men tegenwoordig claim zegt als men ‘bewering’ bedoelt.
  • Matthijs van Nieuwkerk, die anders toch zorgvuldig met taal omgaat, had het laatst over een snippet waar hij ook gewoon ‘snippertje’ had kunnen gebruiken.
  • En die rare anglificatie van de universiteiten vind ik al helemaal belachelijk. Een student wellbeing officer, welja …
  • Waarom zegt een Nederlander way out als hij uitweg bedoelt?
  • Een force for the good – weer zoiets. In het Nederlands is het toch echt ‘een kracht ten goede’, al klinkt dat misschien wat plechtstatig.

 

Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan, maar ik houd liever wat op voorraad.

 

Kennis hebben van andere talen is mooi, maar het gebruiken van woorden uit die andere talen terwijl we zelf over perfecte woorden voor dezelfde begrippen beschikken, is geen verrijking, maar een verarming van de taal.

Het verbreedt onze ‘(denk)horizon’ echt niet. Integendeel.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

blogger

 

Wil je een reactie plaatsen? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Rating: 0 sterren
0 stemmen

 

Blog 195 – Treinen

 

‘Train’. ‘Train’, roept huisgenoot W. op z’n Frans. Hij gaat altijd op het Frans over als het om treinen gaat. Er gaat blijkbaar een trein langs.

 

Minder duidelijk is het als hij plotseling dingen zegt als “Dat is een lange’, of ‘Die is blauw’, of ‘Een SNG’. Of ‘Kijk, drie blauwe aan elkaar vast’ of ‘Òh,òh, òh, dat waren er wel tien. Dat is veel’.

 

Waar heeft-ie het over, denk ik.

 

‘Wat zeg je?’, vraag ik.

‘Een sprinter’, of ‘Een van Arriva’, of ‘…’ is dan het antwoord.

 

Och ja, hij heeft het weer over treinen, begrijp ik.

 

 

Kalm en ordelijk?
Langs onze nieuwe woning gaan wel twintig treinen per uur en huisgenoot vindt dat hoogst interessant. Ze gaan naar verschillende bestemmingen en hij kent alle haltes.

 

Vanuit huis zien we door de ramen van de trein niet veel. Wel zien we mensen uitstappen als een rijtje mieren, kalm en ordelijk. Het lijkt alsof het in de trein altijd pais en vree is en dat is ook mijn eigen ervaring als treinreiziger.

 

Maar er gebeuren ook rare dingen in de trein.

 

Het mooie is dat we er over kunnen praten met mijn zoon Louis, die nu als conducteur bij de NS werkt.

Louis kwam op bezoek in ons nieuwe huis en we praatten over zijn ervaringen.

 

 

Agressie
Louis werd gewaarschuwd dat er iets aan de hand was in een andere wagon dan waar hij op dat moment was. In de coupé lag iemand op de grond van wie hij een kwartier daarvoor nog het kaartje gecontroleerd had – een dakloze man van in de veertig, die naar alcohol rook en erop gestaan had dat de conducteur zijn kaartje controleerde, al was Louis van plan pas later aan zijn ronde te beginnen.
De man was er blijkbaar trots op dat hij netjes een kaartje had gekocht en stak het demonstratief naar voren.

 

Toen Louis de coupé binnenkwam, bleek dat de dakloze klappen had gehad van een andere man, een dertiger, die zich opgewonden had toen de man zeer rumoerig de coupé was binnengekomen en een van de aanwezige vrouwen ‘hoer’ of iets dergelijks had genoemd.

 

Ik vroeg of de dertiger er agressief uitzag, als een asociaal type, maar dat bleek niet het geval. Louis had zich erover verbaasd dat de man zo netjes overkwam en had zijn verbazing ook tegenover de man geuit. Die had geantwoord dat hij van buiten kalm leek, maar dat er woede binnenin hem zat.

Hij was van zijn woonplaats in het westen van het land op weg naar zijn vriendin in het oosten.

 

Omdat de gewonde man in een smal gangpad lag, zodat Louis hem niet in een stabiele zijligging kon leggen, verplaatsten Louis en de andere man hem in afwachting van de komst van de politie en de ambulance naar een plaats waar meer ruimte was.

 

Later hoorde Louis dat de dakloze man een dwarslaesie had opgelopen. Hij vroeg zich toen af of hij de man niet had moeten laten liggen, al was daar geen indicatie voor geweest.

Gewonde mensen mag je volgens EHBO-voorschriften niet verplaatsen als ze bijvoorbeeld van grote hoogte zijn gevallen of als ze bij een auto-ongeluk betrokken zijn geweest, maar in dit geval was dat niet aan de orde.

 

 

Antivaccinatiegedicht
In de afgelopen coronatijd hebben conducteurs om de haverklap reizigers moeten aansporen hun mondkapje om te doen. Dat kostte soms weinig en soms veel moeite. Omdat Louis altijd vriendelijk is, stuit hij waarschijnlijk op minder weerstand dan sommige andere conducteurs.

 

Hij had een keer een merkwaardige ervaring met een nette, wel wat zweverige mevrouw van in de vijftig. Ze had geen mondkapje om en was ook niet van plan dat te doen, want ze was het niet eens met de coronamaatregelen van de overheid. Ze was ook verontwaardigd over de bejegening van vaccinatieweigeraars en zei dat ze mijn zoon graag een gedicht wilde voorlezen.
Louis antwoordde dat hij daar wel naar wilde luisteren, maar dat dat dan na zijn ronde moest gebeuren en niet in de stiltecoupé waar ze zat, maar daarbuiten.

 

Nadat hij de kaartjescontrole had afgerond, ging hij met de vrouw naar het balkon; dat is de ruimte tussen coupés. Daar las ze hem haar gedicht voor.

Het was geen raar gedicht, vond hij, en de zinnen rijmden keurig op elkaar.

 

De mevrouw was Louis dankbaar dat hij naar haar geluisterd had. Vorige conducteurs met wie ze te maken had gehad, hadden geweigerd naar haar verhaal te luisteren, maar nu was ze opgelucht.

 

Op Louis’ verzoek deed ze haar mondkapje om.

 

 

Alcohol en drugs
In een trein naar Groningen had iemand zich op de wc verstopt. Toen Louis hem sommeerde uit de wc te komen, bleek het een jongeman te zijn, Noord-Afrikaans uiterlijk, begin twintig. Hij was duidelijk onder invloed van drugs en misschien ook alcohol en begon Louis huilerig zijn verhaal te vertellen. Zijn vriendin had hem uit huis gezet, hij mocht zijn kind niet zien en hij moest nog ‘zitten’.

 

Plotseling vroeg hij Louis: “Als ik nou een pistool bij me heb, moet je dan de politie waarschuwen?”. Louis bevestigde dat, maar de jongeman weigerde te zeggen of hij echt een pistool bij zich had.

 

Louis was dus verplicht om de afdeling Veiligheid & Service van de NS te bellen.

 

Na een tijdje gaf de jongeman Louis toestemming om zijn bagage te doorzoeken. Het bleek dat daar geen vuurwapen in zat en Louis belde opnieuw Veiligheid & Service, maar die hadden de politie al gewaarschuwd.

 

Toen de trein in Groningen was aangekomen, stormde er een politiemacht van acht man in volle wapenrusting de coupé binnen en overmeesterde de jongeman.

Daarna doorzochten ze de hele trein op wapens.

 

Je kunt je voorstellen dat Louis dit niet helemaal verwacht had …

 

 

Niet altijd pais en vree
Het is dus lang niet altijd pais en vree in de trein. Mijn zoon kan daar nog allerlei andere verhalen over vertellen.

 

In ieder geval is het duidelijk dat een conducteur die zijn of haar kalmte en goede humeur bewaart, van grote waarde is bij dit soort voorvallen.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

blogger

 

Wil je een reactie plaatsen? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Rating: 0 sterren
0 stemmen

 

Blog 196 – Saturatie (1)

 

Zwangerschap
Om huisgenoot W. te bezoeken in het ziekenhuis, moest ik via de Hereweg, de Rabenhauptstraat, de Parkweg en de Paterswoldseweg. Het was lang geleden dat ik in april door de Parkweg reed of liep. De prunussen, magnolia’s en narcissen stonden in bloei en het was prachtig.

 

Onmiddellijk voelde ik de blijheid die ik voelde toen ik 48 jaar geleden in april langs de Parkweg liep. Ik was zes maanden zwanger van Nelson en op weg naar mijn tijdelijke werk bij de NAM. Ik had toen de sensatie dat ik nog nooit zulke mooie voorjaarsbloemen had gezien.

Het moet lekker weer geweest zijn destijds, want ik herinner me dat ik zomerkleren aan had.

 

Dood
Een eind verder aan de Parkweg, vlak voor het viaduct dat er toen volgens mij nog niet was, flitste weer een herinnering door mijn hoofd. Het was een paar jaar later.

Aan de rechterkant woonde een meisje – tegenwoordig zeggen ze ‘jonge vrouw’ – dat bij de GSD als bijstandsambtenares werkte. Het was groot nieuws dat zij in haar huurkamer in het huis door een jonge cliënt van haar was vermoord, op klaarlichte dag. Hij had haar doodgeschoten omdat zij zijn gevoelens voor haar niet beantwoordde. Het was een knappe meid, die ik wel eens gezien had.

Ik had een paar jaar daarvoor als stagiaire bij de GSD gewerkt.

 

Isolement en scheiding
Een eind verder, in de wijk Corpus den Hoorn, moest ik vanwege de werkzaamheden wat omweggetjes maken en kwam ik tot mijn verrassing terecht in de straat waar ik het laatste jaar van mijn eerste huwelijk woonde, met inmiddels drie kleine kinderen. Louis is daar geboren.

Het huwelijk was onhoudbaar en ik ging met hulp van familie weg.

De flats zagen er niet slecht uit vergeleken met 43 jaar geleden.

 

Ziekenhuisopname
Huisgenoot W. was blij mij te zien. Weliswaar kwam er elk uur wel iemand van het ziekenhuis even zijn of haar hoofd om de deur steken sinds zijn opname de avond daarvoor, maar ik kon uren blijven en had de VI en de ochtendkrant meegenomen.

Zelf was ik ook herstellende van griep, had twee dagen geleden zelf 39,1 graden koorts en had nog verhoging. Huisgenoot had het van mij opgelopen en zat dus een paar dagen achter mij aan – “om het zo maar eens te zeggen”.

 

De vorige dag had hij hoge koorts gehad en was hij de hele dag in bed gebleven. Hij was erg slapjes, had ik wel gemerkt, maar ik schrok toch wel dat hij voor de tweede keer die dag op de grond terechtkwam en niet meer zelf overeind kon komen.

De eerste keer kon ik hem nog helpen, de tweede keer niet. Hij ging ook overgeven – een braaksel met een vreemde gele kleur – en zag er bleek uit.

 

Afijn, de ingeroepen hulp constateerde een saturatie (zuurstofgehalte in het bloed) van maar 85 en de huisarts verwees huisgenoot naar het ziekenhuis, misschien ook vanwege zijn leeftijd en diabetes-2.

 

Er werd nog snel een coronatest gedaan. Die bleek negatief.

Ook mijn coronazelftest van een paar dagen geleden was negatief geweest.

 

Er werd een ambulance gebeld. Ik pakte gauw wat dingen voor huisgenoot in een koffertje, kleedde hem met hulp van de EHBO’ster aan, pakte mijn jas en tas en huisgenoot werd op een brancard gesjord. Met de lift gingen we naar beneden.

 

 

Covidhysterie
Het regende wat buiten. Huisgenoot  werd met de gebruikelijke geavanceerde tilapparatuur in de ambulance gehesen. Ik stond in de regen toe te kijken en vroeg: ‘Waar kan ik zitten?’

 

Opeens werd de chauffeur van de ambulance actief. Geagiteerd vertelde hij mij dat er geen sprake van was dat ik mee kon naar het ziekenhuis. Covidbesmettingen moesten immers te allen tijde vermeden worden…

 

Nou ja, vooruit dan maar. God zegene de greep. Ik zwaaide ten afscheid naar huisgenoot en ging verderop, op een heuveltje, staan kijken hoe de ambulancezuster nog lange tijd met huisgenoot bezig was.
De chauffeur zat te niksen achter zijn stuur.

Toen de ambulance wegreed, ging ik maar naar binnen. Het was over tienen ’s avonds.

 

Ik ben helemaal niet iemand die altijd het ergste vreest, maar was liever wel meegegaan naar het ziekenhuis.

 

(Wordt vervolgd)

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

blogger

 

Wil je een reactie plaatsen? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Rating: 0 sterren
0 stemmen

 

 

 

Blog 197 – Saturatie (2)

(Huisgenoot heeft griep, hoge koorts en een te lage zuurstofsaturatie en moet naar het ziekenhuis)

 

Covidhysterie
Mijn drie Groninger zoons kwamen me gezelschap houden.

 

Om ongeveer elf uur belde ik het ziekenhuis hoe het met huisgenoot ging. Ze konden me nog niets vertellen, want er moest eerst een PCR-test gedaan worden (‘Wat is dat ook alweer? O ja, een covid-test’. Weer een covidtest?) en het kon al met al wel anderhalf uur duren voor ze meer wisten.

 

Om 00.30 uur dus pas? Kon ik niet om middernacht bellen? ‘Anders wordt het wel erg laat’. ‘Ja, dat kan wel’.

 

Om 24.00 uur bleek dat de coronatest negatief was. Ik had niet anders verwacht. Er was wel influenza geconstateerd. ‘Dat is griep’.

 

Ja, vertel me eens wat nieuws!

Dat deed mijn contactpersoon uiteindelijk.

Het ging wel redelijk goed met huisgenoot en hij zou ‘3 liter zuurstof’ toegediend krijgen om de saturatie (letterlijk: verzadiging) te verbeteren. Ik begreep niet wat die drie liter precies betekende, maar hij was in ieder geval niet misselijk en had niet weer overgegeven.

 

Mijn zoons gingen naar huis en ik ging met een gerust hart naar bed. Niet dat ik kon slapen; alles deed pijn.

 

Op ziekenbezoek
De volgende dag aan het begin van de middag reed ik naar het ziekenhuis en kwam daarbij langs de Parkweg. Zie het eerste deel van dit blog.

 

Huisgenoot had niet goed geslapen, maar verder ging het goed met hem. We vroegen om een extra kussen, naast het verfrommelde hoopje dat hem nu tot kussen diende.

 

Om ongeveer 16.00 uur ging ik naar huis – spitsuur – en gaf de navigatie vanwege de drukte en de vele omleidingen een heel andere route aan. Ik maakte een naar mijn gevoel ommelandse reis langs Haren en Waterhuizen, over de Winschoterweg naar de Duinkerkenweg en verder.

 

De bekende plekken zag ik dus niet meer, maar ik kreeg wel onverwachts een idee van een voor mij onbekend deel van het wegennet rondom de stad.

 

’s Avonds zou huisgenoot nog bezoek krijgen van Nelson, dus hij hoefde zich niet te vervelen.

 

(Niet) de hele nacht doorgeslapen
Toen de wekker mij wakker maakte, realiseerde ik mij door de ontzettend vervelende, niet uit te leggen pijn in mijn lichaam die ik aan niemand kan uitleggen, dat ik de hele nacht had doorgeslapen.

 

Er was een appje van huisgenoot dat hij al om 4.29 had verstuurd: Half 5. Nog steeds niet in slaap. Kun je morgen mijn kleine kussen meenemen, zo wordt het een drama.

En om 9.13: Kan zijn dat ik vandaag naar huis mag. Dokter komt langs.

En om 9.36: Ik mag vandaag wel weg. Bel jij het zkh even over het hartfilmpje? Officieel weet jij nog niets.

 

Ik appte terug dat het ziekenhuis mij misschien wel zou bellen en dat ik anders om 11 uur zou bellen. Dat was de afspraak.

 

Ik: Of wil je eerder weg? Huisgenoot: Hoe eerder, hoe beter.

Zoiets is atypisch voor huisgenoot – hij doet meestal niet moeilijk – en daarom belde ik toch maar vast het ziekenhuis. Tevergeefs, ik kreeg geen informatie.

 

Ik pakte de jas en schoenen van huisgenoot in en reed weer langs de bekende plekken. De Parkweg was nog steeds mooi, ondanks het slechtere weer.

 

Om 11.00 uur kwam ik bij het ziekenhuis aan. Huisgenoot bleek op een andere kamer te liggen. Aan het eind van de vorige middag was hij daarheen vervoerd omdat er covidpatiënten opgevangen moesten worden, vertelde hij.

 

En hij had weer nauwelijks geslapen. In plaats van een extra kussen had hij alleen een soort opgevouwen doek om onder zijn hoofd te leggen. En hij was ontstemd omdat een jonge verpleegster hem de vorige avond toegevoegd had dat ze dacht dat hij de metformine die ze hem gaven weggooide.

 

 

Gesatureerd
Huisgenoot was duidelijk klaar met het verblijf in het ziekenhuis. Hij was helemaal gesatureerd – in normaal Nederlands: hij was het zat.

Daarom was het maar goed dat de zuurstofsaturatie inmiddels ook gestegen was, tot 95, en de hartslag stabiel was. Hij mocht naar huis.

 

Griep
Hiep hiep hoera? Nou, niet echt, want bij mij was de influenza ook nog lang niet uitgewoed. Dat duurde minstens tot Pasen.

Toch merkwaardig dat we ziek werden kort nadat we de tweede boosterprik tegen corona gehaald hadden.

 

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

blogger

 

Wil je een reactie plaatsen? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Rating: 0 sterren
0 stemmen

 

Blog 198 – Open armen

 

Op Witte Donderdag zitten we op een terrasje. Overal om ons heen zien we mensen. Het is lawaaierig.

Ik neem de sfeer in me op en kijk naar de mensen die voorbijkomen. Zoveel mensen, alleen al op deze plek. Zo verschillend. Zoveel soorten en maten. Zo verschillend gekleed.

We horen veel meer verschillende talen dan in onze vorige woonplaats.

 

Sommigen die ik langs zie lopen lijken uiterst zelfverzekerd, anderen onzeker.

Wat denken ze? In welke situatie zitten ze? Wat hebben ze meegemaakt, lang of kort geleden?

 

Ik zit met mijn rug naar het looppad tussen de tafeltjes en opeens hoor ik een man of jongen die achter mij langsloopt zeggen: ‘Ik ontvang je met open armen’. Ik zie niet wie het is en ik draai mijn hoofd ook niet om.

Wat hij verder zegt of wat de andere persoon (aan de andere kant van de telefoonlijn?) zegt, hoor ik niet. Ik heb geen idee wat voor persoon degene is die ik dit hoor zeggen, maar hij heeft een prettige stem en ik stel me voor dat het een jonge man is, lang, misschien een wat oudere student.

 

Iemand met veel zelfvertrouwen.

 

Wat hij zegt - ‘Ik ontvang je met open armen’ - valt me op. Waarom praat hij zo? Het klinkt gemaakt. Praten moderne Nederlanders tegenwoordig zo?

 

Ik zou zeggen: “Je bent hartelijk welkom”. Of “Ik vind het fijn dat je komt”.  Naar mijn idee zeg je niet tegen iemand dat je hem met open armen ontvangt (in de tegenwoordige tijd).

Het is in ieder geval normaler om te zeggen dat jijzelf, of een ander, ‘met open armen is ontvangen’.

 

In het verleden.

 

Of eventueel in de toekomst:
‘Wil je dan en dan komen? Ik zal je met open armen ontvangen, hoor!’

 

Aan de andere kant doet het mij goed dat iemand, blijkbaar een jonge man, zo’n puur Nederlandse uitdrukking gebruikt. Niks geen Engels, niks geen straattaal.

Of is het juist een anglicisme? Is het overgewaaid uit de Engelstalige wereld?

 

Of komt het via het Engels uit nog een andere taal – het Italiaans misschien?

 

“Let the risen Jesus enter your life, welcome him as a friend, with trust: he is life! If up till now you have kept him at a distance, step forward. He will receive you with open arms. If you have been indifferent, take a risk: you won’t be disappointed. If following him seems difficult, don’t be afraid, trust him, be confident that he is close to you, he is with you and he will give you the peace you are looking for and the strength to live as he would have you do. ”

 

(Paus Franciscus, Pasen 2013, Sint Pieter, Rome)

 

 

Welk verhaal zit erachter?
Tegelijkertijd vraag ik me af: wat voor verhaal zit er achter de uitdrukking die de voorbijganger gebruikte?

Zegt hij tegen een meisje dat hij haar met open armen zal ontvangen?  Een vriend? Een studiegenoot? Iemand met wie hij ruzie heeft gehad? Zijn moeder? Zijn vader?

 

Ik zal het nooit weten.

 

We betalen de caféhoudster en halen nog even wat kleinigheden voor het avondeten. Daarna lopen we naar huis.

 

Ah, look at all the lonely people, where do they all come from? 

(Eleanor Rigby)

 

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

blogger

 

Wil je een reactie plaatsen? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Blog 199 – Ouderdomssignalen

 

In de medische wereld weet men heel veel en weet men heel weinig. Kan iemand mij bijvoorbeeld vertellen waarom ik nog steeds bijna geen grijs haar heb op mijn drieënzeventigste? En waarom ik wel al tientallen jaren bruine vlekken op mijn handen heb – toch ook een teken van ouderdom?

 

Waarom had ik een paar jaar geleden nog bijna geen rimpels, terwijl anderen die op hun vijftigste al hadden?

 

Hoe komt het toch dat ik zo veel pijnklachten heb? Op sommige dagen doet mijn hele lichaam pijn.

 

Mijn heupklachten heb ik al zo vaak aangekaart bij de huisarts. Al jaren geleden heeft hij mij eens naar de orthopeed verwezen, maar die beweerde dat er geen slijtage aan de heup te vinden was.

 

Een paar maand geleden heeft de huisarts mij cortisone-injecties gegeven in mijn linkerknie (last van de achterkant van de knie) en de rechterheup (pijnen in heup en lies). Beide injecties zijn nu uitgewerkt. Ik moet dus weer van voren af aan beginnen, maar in vervolginjecties heb ik geen vertrouwen.

 

Ook over de problemen met mijn handen – afgezien van specifieke klachten als het syndroom van De Quervain, waaraan ik met succes geopereerd ben – kunnen medici niets zinnigs zeggen.

 

En na jaren heb ik na de verhuizing ook weer een pijnlijke schouder, ondanks de schouderoefeningen die ik zo’n drie keer per week braaf doe.

 

Hoe kan het dat er blijkbaar niets te doen is aan de overmaat aan slijm die ik in mijn slokdarm heb, waardoor ik het grootste deel van de tijd mijn zangstem nauwelijks kan gebruiken? Het is zo jammer: het lijkt me heel gezellig in een koor te zingen, maar dat is voor mij nog nooit weggelegd geweest.

 

Waarom heb ik altijd zo veel slaap nodig terwijl anderen aan zes uur nachtrust genoeg hebben?

 

Hoe komt het dat huisgenoot W. weliswaar een chronische ziekte heeft – diabetes-2 – maar nauwelijks weet wat pijn is (behalve dan een slechte ervaring bij een tandarts tweeënzeventig jaar geleden en zo nu en dan kiespijn omdat hij sinds die ervaring bijna nooit meer naar een tandarts ging)?

 

Hoe bestaat het dat mijn moeder al meer dan 97 jaar leeft? Ze heeft vaak last van rugpijn, maar dat had ze op haar zestigste of zeventigste echt nog niet.

 

Waarom slaan zorgverleners op tilt als mensen te zwaar of te dik zijn, maar letten ze niet op als patiënten te mager zijn?

 

Mijn tweelingzus werd al jaren geleden steeds magerder (geen anorexia!). Toen dat ook pijnlijk zichtbaar werd aan haar bovenarmen, spoorde ik haar aan om eens naar de huisarts te gaan, maar  het enige wat ze te horen kreeg was dat ze nog boven de BMI-grens voor haar lengte zat.


Volgens mij hadden bij haar huisarts alle alarmbellen moeten afgaan en hadden er onmiddellijk allerlei onderzoeken moeten volgen.

 

Waarschijnlijk was dan gebleken dat ze net als ik een te hoog cholesterolgehalte had en dat een hoge bloeddruk haar fataal zou worden. De huisarts had haar scherp in de gaten moeten houden.

 

Misschien had ze zelfs wel kanker.

 

Hoe komt het dat kanker vaak zo laat ontdekt wordt? Waarom worden klachten als vermoeidheid, zeurende buikpijn of gewichtsverlies nauwelijks serieus genomen door artsen?

Waarom worden klachten als vermoeidheid, zeurende buikpijn of gewichtsverlies nauwelijks serieus genomen door artsen?

 

Hoe lang heeft mijn zwager Rick wel niet lopen klagen over vermoeidheid en pijn voordat er bij hem alvleesklierkanker werd ontdekt? En hij maar denken dat al zijn klachten van de wel allang geconstateerde hernia kwamen. En zijn familie en kennissen maar vinden dat hij eens wat minder moest zeuren. En zijn vrouw maar lijden onder zijn slechte humeur.

 

Kijk, we moeten allemaal eens sterven, maar ik zou zo graag eens meemaken dat oudere mensen die met een of andere ernstige ziekte gediagnosticeerd worden, na behandeling door medici beter werden in plaats van toch maar gewoon doodgingen. 

 

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

blogger

 

Wil je een reactie plaatsen? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

ouderdomsvlekken op de hand

 

Blog 200 – Familieopstelling

 

Ik heb vaak pijntjes en mag die niet met een NSAID of COX-2-remmer bestrijden vanwege mijn hoge cholesterol.

Daarom vroeg ik me af of een workshop familieopstellingen een goed idee zou zijn.

 

Op internet vind ik immers de volgende tekst:

 

Problemen met je kind, partner, familie of collega? Komen vervelende psychische of lichamelijke klachten steeds terug? Een familieopstelling is een helende wonderlijke methode die oplossingen biedt voor jou én de mensen om je heen. Terwijl je alleen zelf aanwezig bent!

Ervaar je conflicten binnen jouw gezin?

Heb je geen contact meer met je ouders of kind(-eren)? 

Onrust binnen de familie of vriendenkring?

Ervaar jij problemen die je zelfs na (jarenlange) therapie niet opgelost krijgt?

Last van lichamelijke klachten, chronische pijn, verslavingen of diagnoses?

 

Ik hoop in een workshop familieopstellingen uit te vinden of mijn pijnklachten iets te maken zouden kunnen hebben met mijn familierelaties.

 

Het ouderlijk gezin
Mijn tweelingzus en ik waren de oudsten van zes kinderen. Zij was 20 minuten eerder geboren, dus zij was de oudste. Onze ouders wisten bij de bevalling niet dat er een tweeling zou komen. De huisarts had wel zoiets vermoed, maar het niet aan onze ouders verteld.

 

Mijn zus is sinds bijna drie jaar dood. In door haar achtergelaten papieren las ik dat ze zich had afgevraagd of er zich wel iemand om haar bekommerd had in de tijd tussen haar en mijn geboorte.

 

Drie jaar na ons werd een broertje geboren.

Mijn tweelingzus, ik en mijn oudste broer waren lang met ons drieën, want pas na nog eens vijf jaar kwam er een tweede broertje.

Vier en een half jaar daarna werd ons zusje geboren en anderhalf jaar later weer een broertje.

 

Mijn tweelingzus en ik waren dus veertien jaar ouder dan ons jongste broertje.

 

Mijn moeder was niet altijd blij met zoveel kinderen.

 

Uit huis
Toen mijn zus en ik uit huis gingen, waren ons jongste zusje en broertje dus bijna 7 resp. 5 jaar oud.

Ongeveer drie jaar later ging ik samenwonen en vanaf die tijd, over een periode van ongeveer zeven jaar, zag ik vooral de drie jongste kinderen nauwelijks.

 

Bijstandsmoeder
Toen ik terugkwam in de plaats waar ik eerder gewoond had, werd ik bijstandsmoeder.

Mijn tweede broertje was al naar het westen van het land vertrokken en mijn jongste zus en broer waren hard op weg de middelbare school af te maken. De eerste jaren had ik nog wel wat met ze te maken, maar toen ze gingen studeren in dezelfde stad als waar mijn oudste broer al veel langer woonde, gingen die drie steeds meer met elkaar om en zag ik ze zelden meer.

 

Later hoorde ik pas dat er in de tijd dat ik bijna geen contact met mijn familie had, daar ook heel veel dingen gebeurd waren. Mijn vader, die hard gewerkt had om een goede baan te krijgen ten behoeve van zijn vrouw en kinderen, kreeg moeilijkheden in zijn carrière en met zichzelf.

Pas na de dood van mijn vader hoorde ik dat zijn vader, onze opa, ook lange tijd psychische problemen had gehad en zelfs opgenomen was geweest. Mijn vader had mijn moeder bezworen om dat niet tegen ons, hun kinderen, te vertellen. Hij bleek als derde kind in een gezin met tien kinderen geen makkelijke jeugd gehad te hebben.

 

Mijn broers en zussen zijn redelijk tot behoorlijk succesvol en tevreden geworden. Mijn tweelingzus was een uitgesproken idealist. Ze was altijd heel perfectionistisch, vroeg weinig voor zichzelf en wilde iedereen helpen, maar was teleurgesteld in haar vakgebied – logopedie.

De gemeentelijke overheid voerde in de loop der jaren steeds meer bezuinigingen door. De preventieve logopedie op scholen werd bijvoorbeeld wegbezuinigd en daardoor kreeg Rina steeds minder plezier in haar werk.

 

Na haar pensioen ging ze in haar woonplaats Somalische en Eritrese vluchtelingen helpen met hun inburgering. Behalve dat deze vluchtelingen veel aan haar hadden en ze door sommigen van hen als hun tweede moeder werd beschouwd, haalde ze zelf ook veel voldoening uit haar vrijwilligerswerk.

 

 

Aanvragers en representanten
Binnenkort ga ik dus meedoen aan een workshop familieopstellingen: niet als aanvrager, maar als representant.

 

Wat doet een representant tijdens een familieopstelling?

Tijdens een familieopstelling representeren andere deelnemers uit de groep jouw familieleden. Degene die de opstelling begeleidt, zal vanuit een innerlijk gevoel een deelnemer uitnodigen om een familielid te representeren. Het representant zijn biedt mensen een mooie gelegenheid om zelf te ervaren welke verschillende (familie)dynamieken er aanwezig zijn in een familiesysteem (omschrijving gevonden op internet).

 

Ik ben van plan na het bijwonen van de workshop een blog te plaatsen over mijn ervaringen daarmee.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

blogger

 

Wil je een reactie plaatsen? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Reactie plaatsen

Reacties

Elsa
4 dagen geleden

(blog 200) Gerda deed haar werk graag, maar door de bezuinigingen vond ze het steeds minder leuk worden.

Elsa Groenman-Warmelink
4 dagen geleden

(blog 200) Ja, ik hoorde ook positieve berichten over familieopstellingen. Daardoor kwam ik ook op het idee om me aan te melden

Elsa
4 dagen geleden

(blog 198) Hoi Afra, dank voor je reactie. Ja, ik heb het idee dat wel meer lezers het 'probleem' echt niet zien, maar het klonk mij toen ik het hoorde zo raar in de oren! Misschien was het anders geweest als de spreker gezegd had: "Als je langskomt, ontvang ik je met open armen". Maar misschien heb ik het wel verkeerd.

Afra Hartog
4 dagen geleden

198 Als tegen mij gezegd wordt, ik ontvang je met open armen, geeft mij dat een zeer welkom gevoel. Het is mi de overtreffende trap van je bent van harte welkom, ook goed natuurlijk. Maar open arme, zijn heel beeldend, heerlijk!

Afra Hartog
4 dagen geleden

Ik heb positieve ervaringen gehoord over de familie opstelling, ben derhalve zeer benieuwd hoe jij dat gaat ervaren.
Mijn idee over Gerda en de logopedie zijn heel anders, kreeg het idee dat ze erg gesteld was op haar werk.

Esa
een maand geleden

Dank je, Cor (blog 197). Jij ook heel goede paasdagen gewenst!

Cor van der Werff
een maand geleden

Ja,Elsa..wat een toestanden je kunt oplopen bij allerhande zieken-situaties..maar ook dan wens ik jou en Hajo sterkte en beterschap beiden..Fijne Paasdagen jullie..! Tóch..

Elsa Groenman-Warmelink
3 maanden geleden

Ja. Dank je, Ria. De term 'kwiek' is inderdaad goed op mijn moeder van toepassing.

Ria van der Veen
3 maanden geleden

blog 191 - jouw kwieke uitgesproken moeder Els? Jeetje heftig zeg. Sterkte