Blog 181 – Arrogantie en armoede

 

Je kunt geen krant of tijdschrift opslaan of er is wel iemand, hetzij van links, hetzij van rechts, die D66-voorvrouw en voormalig minister van Buitenlandse Zaken Sigrid Kaag van arrogantie beticht.


Gevalletje van ‘die vrouwtjes mogen best wel een hoge functie bekleden, maar ze moeten wel hartelijk en meegaand zijn’?

Waarom worden mannelijke politici daar nooit op aangevallen?

Ik ken wel een (voormalige) politicus die heel wat arroganter was (of is?) dan Sigrid Kaag.

 

Bolkestein
Wie dan?

Ik bedoel VVD-voorman Frits Bolkestein, die van 1982 tot 1986 staatssecretaris van Buitenlandse Handel was in het kabinet-Lubbers I.

Hij was ook korte tijd minister van Defensie in het kabinet-Lubbers II.

Van 1990 tot 1998 was hij fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer.

 

Zelfvoldaan
Ik was bijstandsmoeder in de tijd dat Bolkestein actief was in de politiek en ik herinner me de afschuw die ik van die man had. Zo’n zelfvoldane man was het, zo vol onbegrip voor mensen die het minder goed getroffen hadden dan hij.

 

Hijzelf was een zoon van de president van een gerechtshof en kleinzoon van een minister. Ging in 1945 naar het elitaire gymnasium.

Kon het zich veroorloven vier jaar over zijn kandidaats wiskunde te doen (eerst een paar jaar in de VS), kreeg privéles in de wijsbegeerte (met als bijvak Grieks) en studeerde daarin af, had alle gelegenheid om er van alles bij te doen (“veel Concertgebouw, veel theater, biljart”, het studentencorps en de leiding van een studentenreisvereniging (als vrijwilliger).

“… het stelde mij in staat veel in de Verenigde Staten te komen”.

 

Daarna studeerde hij nog economie, waarin hij een BSc-graad behaalde, en studeerde hij af als meester in de rechten.

Voor hij in de politiek ging, werkte hij 16 jaar bij Shell, waarvan de laatste paar jaar als directielid van Shell Chemie.

 

Overal een mening over

Bolkestein heeft de Nederlandse politiek eigenhandig, en ondanks (?) zijn bekakte stem, een flink stuk naar rechts geduwd. Hij was/is een fanatiek discipel van het neoliberalisme dat door de Britse premier Thatcher en de Amerikaanse president Reagan werd doorgedrukt.

In Nederland werd steeds meer overgelaten aan de vrije markt.

 

Bolkestein vond dat kinderen van illegalen in Nederland geen onderwijs zouden mogen volgen. Als inspirator van Fortuyn en de PVV viel hij het Nederlandse migratiebeleid hard aan.

 

De sociale zekerheid moest volgens hem terug naar zestig procent van het minimumloon, de CAO zou niet meer algemeen verbindend verklaard moeten worden door de staat, de arbeidsmarkt moest worden geflexibiliseerd en de SER (Sociaal Economische Raad, het overleg tussen vakbonden en werkgevers) kon worden afgeschaft.

 

Een brood weghalen uit de winkel
In oktober 1996 meende Bolkestein de toenmalige (rooms-katholieke) bisschop van Breda, Tiny Muskens, te moeten kapittelen toen de laatstgenoemde in een tv-programma gezegd had dat iemand die zo arm is dat hij niet kan leven, 'een brood mag weghalen uit de winkel'.

Ook voor zwart bijklussen naast een uitkering had de bisschop in bepaalde omstandigheden begrip.

Bisschop Muskens zei erbij dat de katholieke moraal dat altijd al duidelijk had gemaakt.


Tijdens een gesprek tussen de Nederlandse bisschoppen en de VVD-fractie In de Tweede Kamer veegde Bolkestein de bisschop de mantel uit over zijn uitspraken.
Volgens de VVD-fractievoorzitter waren Muskens’ uitspraken over armoede “onbezonnen en daarom betreurenswaardig”.


Verder hield hij de bisschop een tekst uit Spreuken 6 verzen 30 en 31 voor. In de Bijbelvertaling van 1981 luidt die tekst:
“Men veracht een dief niet, wanneer hij steelt om zijn begeerte te bevredigen, als hij honger heeft, maar betrapt zijnde, moet hij zevenvoudige vergoeding geven, al het goed van zijn huis moet hij geven”.


Toen Muskens tegenwierp dat het dan wel moest gaan om een dief die bezittingen en een huis heeft welke bijstandstrekker heeft dat? – sloot Bolkestein de vergadering.

 

De wanhoop nabij
Ik kon me in die tijd nog steeds niets permitteren, ondanks hulp van vooral huisgenoot W. – die toen nog niet mijn huisgenoot was – en mijn moeder. Door die hulp had ik nog steeds geen schulden; mijn kinderen wel (studie).


Geld dat ik verdiende met het geven van cursussen werd door de sociale dienst van de uitkering afgetrokken. Daar schoot ik dus niets mee op.
Het lukte me nog steeds niet een baan te vinden die voldoende opbracht.

Met mijn kinderen ging het, gemiddeld, niet goed.
Ik was vaak de wanhoop nabij.

En dan komt zo’n blaaskaak die met een gouden lepel in zijn mond geboren is rondbazuinen dat die uittrekkingstrekkers nog wel een toontje lager mogen zingen?

 

Ver van mijn bed
Nu ik alweer jaren niet meer tot het uitschot van de maatschappij behoor, merk ik dat verhalen over armoede me steeds minder emotioneren. Het verschijnsel armoede raakt ook bij mij steeds verder uit beeld.

Toch zal ik nooit echt vergeten hoe het was. Het zal bij mij nooit zo’n ver-van-mijn-bed-show worden als bij Bolkestein, vele andere politici en andere machthebbers en betweters.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

blogger

 

Wil je een reactie plaatsen? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Rating: 0 sterren
0 stemmen

 

Blog 182 - Brief aan de toekomst

 

In 1998 werden Nederlanders door middel van de landelijke campagne Brieven aan de Toekomst opgeroepen een dag uit hun leven te beschrijven. De brieven konden anoniem ingestuurd worden. Er werd alleen gevraagd naar geslacht, geboortedatum, geboorteplaats, burgerlijke staat ('gehuwd geweest', vulde ik in), woonplaats en beroep.

 

De aangewezen dag was 15 mei 1998.

 

Het initiatief tot de campagne was genomen door drie grote instellingen die zich met Nederlandse cultuur bezighouden: het Nederlands Centrum voor Volkscultuur (Utrecht), het Nederlands Openluchtmuseum (Arnhem) en het Meertens Instituut (Amsterdam).

Het doel van het brievenproject was de opbouw van een groot nationaal archief van beschrijvingen door zoveel mogelijk verschillende Nederlanders van hun belevingen op die datum.


Wetenschappers van de toekomst kunnen het archief later raadplegen om inzicht te krijgen in het dagelijks leven van mensen aan het eind van het tweede millennium na Christus.

 

Naar aanleiding van de campagne kwamen ruim 52.000 brieven binnen. Een van de brieven was van mij.

 

Ik had sinds een paar maanden eindelijk een baan in loondienst, eerst voor twee dagen in de week, later soms drie dagen of een volle week.
Zelfs met twee dagen werk in de week bij dit IT-bedrijf, aangevuld met verdiensten uit zo nu en dan vertaal- of revisiewerk, kwam ik ruim uit boven de bijstandsuitkering die ik zo lang gehad had.

Bovendien zou ik dat jaar eindelijk hertrouwen. Het ging goed met mij, 23 en een ½ jaar geleden.

 

Wat schreef ik in mijn op de computer getypte brief?

 

---------------------------------------------------------

"Zaterdag 16 mei 1998

15 mei is een speciale datum voor mij.

- Op die datum ontmoette ik, 28 jaar geleden, mijn ex-man H. op het station in Groningen.
- Op diezelfde datum 28 jaar geleden trouwde mijn toekomstige man, (huisgenoot) W., met zijn eerste vrouw. Het station in Groningen was het vertrekpunt van hun huwelijksreis. Misschien heb ik ze daar wel gezien.

 

Wat heb ik gisteren, 15 mei 1998, gedaan?

Gisteren ben ik, zoals elke donderdag en vrijdag, naar m'n werk gegaan, met de tapestreamer (tapedrive) die 14 mei 's avonds bij mijn huis was afgeleverd door PCSetup. Ik was er om 8.45 uur, zoals meestal.

Omdat het mooi weer was, ben ik daarna weer lekker naar buiten gegaan (Adriaan en Hans waren er wel om de telefoon op te nemen). Er was iets mis met mijn computer, zodat ik toch niet kon zien of er en welke e-mails er gekomen waren.

Ik moest naar het postkantoor om een pakket voor Tsjechië af te geven (de ƒ12,50 porto heb ik voorgeschoten, want er zat bijna niets meer in de kas) en ik moest de post nog ophalen van de postbus. Anders doe ik dat altijd voor ik naar m'n werk ga.

 

Toen ik terugkwam, kon ik mijn computer weer gebruiken. Er waren vrij veel e-mails, vooral reacties op de voorgestelde data voor de Livelinkpresentatie (versie 8) door OpenText.

Verder moest ik een stage- en arbeidsovereenkomst regelen met de nieuwe stagiair en nulurenwerknemer (minimaal 8 uur per week; zelf heb ik een contract voor minimaal 16 uur per week) Leo.

Uiteindelijk bleken die overeenkomsten nog niet geregeld te kunnen worden, omdat de universiteit (stagebureau Letteren) nog dingen veranderd wilde hebben en P1, één van de directeur-eigenaren, daar toestemming voor moest geven. De e-mail die ik daarvoor naar zijn huisadres had gestuurd kon echter niet verzonden worden, omdat er voor de zoveelste keer iets met de server aan de hand was, en niemand van de aanwezigen (ook Jeroen, de specialist, niet) kon dat probleem stante pede oplossen.

 

Charles, de nieuwe tijdelijke werknemer uit de VS, had eindelijk een antwoord gekregen van mijn oudste zoon, Nelson, op zijn e-mail over taekwondo/karate. Charles had mij verteld dat hij karatekampioen was in de VS.

Ik heb Charles verteld dat N. tegenwoordig nogal in beslag wordt genomen door problemen in de nieuwe familie van zijn vader (H.). Ik kan die problemen hier niet noemen, omdat ik niet zomaar de vuile was van de vader van mijn kinderen openbaar wil maken, en ik wil deze brief niet 50 of 100 jaar ongelezen laten.

 

(P.S. Als door de schrijver van een brief op de envelop '50' of '100' gezet werd, mocht de brief pas over 50 dan wel 100 jaar geopend worden. Die mogelijkheid was door de organisatoren van de campagne bedacht om mensen te stimuleren zo veel mogelijk over emoties of taboes te schrijven. E.G.-W.).

 

Verder heb ik visitekaartjes besteld voor de nieuwe directeur. De competentiestrijd tussen hem en Adriaan is trouwens nog niet uitgevochten, lijkt me. Adriaan vindt hem een schoolmeester.
In het voordeel van de nieuweling werkt wel dat beide directeuren-eigenaren (P1 en P2) hem al jaren kennen.


Ed, de parttime boekhouder met een Melkertbaan, blijkt trouwens een broer te zijn van de vrouw van P1.

 

Tussen de middag ben ik even bij ma geweest. Ze was weer erg onbereikbaar, voortdurend zelf aan het woord. Ze had nog wel een overlijdensadvertentie gezien in het Nieuwsblad van het Noorden over mijn overbuurman Thomas L., die zondag plotseling is overleden. De advertentie heb ik uitgeknipt voor mijn dagboek.

 

Ik ben woensdag als enig niet-familielid naar de crematie geweest. De familie had blijkbaar buren en kennissen zoveel mogelijk geweerd: ze wilden geen grote koffietafel organiseren, omdat Thomas geen begrafenisverzekering had.

Het was een korte plechtigheid, met maar twee muzieknummers:
'From the Time You say Goodbye, From the Time You Say Cheerio' (van Vera Lynn; hij was actief geweest in het verzet in de Tweede Wereldoorlog) en ''t Het nog nooit zo donker west of 't wer altied wel weer licht' (van de Groninger zanger Ede Staal; Thomas was zelf geen Groninger).

Er waren problemen met de muziekinstallatie. Ik vond het geen slechte muziekkeuze en de plechtigheid ontroerde me.


Ik ben zo gewend aan hem als overbuurman, die mijn doen en laten altijd zo goed in de gaten hield, dat ik me nog steeds elke keer als ik ergens het licht uitdoe, of de gordijnen open- of dichtschuif, of met de fiets wegga of aankom, met een schokje realiseer dat hij dat nu allemaal niet meer ziet.

Ik had via kleinzoon Thom speciale toestemming van zijn (ex-)vrouw Nel om bij de crematieplechtigheid aanwezig te zijn. Ik denk dat ze wel weet dat ik een speciaal plekje in Thomas' hart innam.

 

Wat ik vrijdagmiddag op mijn werk precies gedaan heb (ik werk als secretaresse) weet ik niet meer, behalve dat er weer flink wat tijd verloren ging doordat de TCP-IP (of zoiets)-verbinding met de LAN-server verbroken was, zodat er geen e-mails doorkwamen of verzonden konden worden.

In ieder geval ben ik er niet aan toegekomen weer wat aan de vertaling van het stuk over projectrisicoanalyse te doen (ik ben ook beëdigd vertaalster Engels).

 

Ik heb zoon N. nog gebeld over de wasmachine en over hoe het in Amsterdam geweest was. Hij zou weer naar Jennifer (zijn vriendin in Den Haag) vertrekken voordat ik thuiskwam.

 

Om ongeveer half zes kwam directeur P2, na wat tegenstribbelen, ƒ1000,- voor de kas brengen, zodat ik mijn voorgeschoten geld terug kon krijgen.

Om 6 uur heb ik alles afgesloten. Er was een vrijdagmiddagborrel in een café in Groningen (één keer per maand), maar daar ga ik nooit heen.

 

Op weg naar huis heb ik wat oude negatieven naar Blokker gebracht, aardappels gehaald bij Super De Boer en post van de zaak naar het oude postkantoor gebracht (vóór zevenen, zodat de post er de volgende dag is).

Thuis alleen een boterham gegeten, zodat ik nog even in de zon in de tuin kon zitten. Toen de zon weg was, heb ik wat diepvriesvis in de oven gezet en wat sla gewassen. Tot de vis klaar was, kon ik aan mijn bureau nog wat werken aan de vertaling over 'project audit elements' (vragenformulieren, ongeveer een half uur).

 

Daarna kwam (toekomstig) huisgenoot W. en was de vis klaar. Gegeten en een poosje samen buiten gezeten. Zoals gewoonlijk had (huisgenoot) W. thuis ook al warm gegeten met zijn zoon, Freek.

 

Louis (de jongste zoon) kwam thuis van zijn werk bij de pizzeria. Ging op zijn kamer zitten met Anna, zijn vriendin. Later gingen ze uit.

Ik heb ook de vriendin van mijn tweede zoon Dolf, Marije, nog gebeld over hoe zijn HAVO-examen was verlopen donderdag en vrijdag (Nederlands, aardrijkskunde en wiskunde). Antwoord: wel redelijk.

 

Toen was ik moe. W. en ik keken een muziekprogramma van de TROS op de televisie voor ik naar bed ging. Toekomstig huisgenoot bleef nog op; hij moest een videoprogramma over de oprichting van de staat Israël opnemen. Hij is namelijk leraar geschiedenis."

------------------------------------------------------

 

Schrijf zelf een brief aan de toekomst!

Is het een idee voor mijn lezers om zelf ook eens een dag uit hun leven te beschrijven? Ze hoeven de brief niet op te sturen, maar kunnen hem in een dichtgeplakte envelop in een la met andere papieren stoppen (of in hun dagboek plakken, als ze die hebben).

Op de envelop kan komen te staan: Openen op .... (23½ jaar na datum) of na mijn overlijden. De inhoud geeft gegarandeerd een verhelderend beeld van het leven van de schrijver zoveel jaren geleden en de lezer zal zich realiseren dat de wereld in die paar decennia flink veranderd is.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

blogger

 

Wil je een reactie plaatsen? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Rating: 0 sterren
0 stemmen

 

Blog 183 – Oud – ouder - oudst

 

Nog net geen honderd
Mijn moeder maakt weliswaar geen vogelnestjes en salto’s zoals Godfried Bomans’ honderdjarige, maar oud en kranig is ze wel.

Ze is nu 97 - de oudste van onze grote familie. Van de in totaal 24 broers, zusters, zwagers en schoonzusters zijn behalve mijn moeder nog één zwager en één schoonzuster over. Zij zijn achter in de 80.

 

Overigens zijn er ook al tantezeggers die de 80 gepasseerd zijn.

 

Van haar kinderen en aangetrouwde kinderen komen in leeftijd huisgenoot W. (80, ouder) en ik (72, oud) het dichtst bij haar in de buurt.

Mijn vader, tweelingzus Rina en haar man Rick werd een hoge leeftijd niet gegund.

 

 

Met hand en tand
Mijn moeder heeft zich altijd met hand en tand verzet tegen verhuizing naar een verzorgingstehuis. Wie van de zes kinderen ook maar de geringste suggestie in die richting deed, kreeg tot voor kort de wind van voren.

En afgezien van een periode een jaar of acht geleden, toen de kinderen/kleinkinderen om de beurt elke nacht bij haar moesten waken omdat ze na een val in een winkel haar schouder verbrijzeld had, kon ze zich inderdaad vrij goed redden.

 

  • Ze had een benedenwoning, waar ze vroeger met mijn vader en de kinderen woonde
  • Ze liet diepvriesmaaltijden van Appetito brengen en warmde die in de magnetron op
  • Zoon Pieter regelde alle administratieve zaken voor haar
  • Ze kreeg geregeld bezoek van oude kennissen
  • Twee keer per dag kwam er iemand van Buurtzorg om haar te wassen en op de nacht voor te bereiden
  • Vier keer (eerder drie keer) per week had ze huishoudelijke hulp
  • De kinderen kwamen geregeld op bezoek
  • Bijna elke maandagochtend bracht een vroegere, jongere, buurvrouw haar een bezoek – die hielp ook regelmatig met klusjes en de tuin
  • Op vrijdagmiddag kwam er altijd iemand boodschappen voor haar doen die ze tientallen jaren geleden had leren kennen toen ze zelf vrijwilligerswerk deed.

 

 

Onwel
Maar tweeënhalve week geleden werd mijn moeder onwel tijdens het douchen. Ze bleek een voor haar leeftijd erg lage bloeddruk te hebben, waarschijnlijk als gevolg van nieuwe medicijnen.

 

Een weekje later raakt ze in de war, waarschijnlijk door een infectie – welke is niet duidelijk. Ze kan niet meer lopen door krachtverlies in de benen en niet meer zelf in en uit bed komen of naar de wc gaan.

Een antibioticakuur tegen de infectie veroorzaakt heftige misselijkheid en diarree.


Na overleg met een paar van haar kinderen vertelt de huisarts haar dat ze niet langer thuis zal kunnen wonen.

Eindelijk accepteert ze dat!

 

De kinderen moeten weer om de beurt dag en nacht in haar huis zijn en het zal moeilijk worden om op korte termijn opvang in een tehuis gedaan te krijgen.

 

Na een paar dagen knapt moeder wat op, maar de kinderen zijn vast van plan nu door te pakken.

 

 

Hoe moet het in de tusentijd?
Ze kan over een paar maanden in een tehuis terecht, horen we, maar hoe moet het in de tussentijd? De huisarts is nog niet erg geneigd om een indicatie te geven voor spoedopvang, omdat ze van mening is dat moeder wel weer kan staan.

Daar ben ik het niet mee eens: ze kan met hulp haar benen even recht houden, heb ik gemerkt. Dat is alles.

 

Broer Pieter heeft de indruk dat je voor een spoedopname bijna dood moet zijn.

 

 

Er komt schot in de zaak
Als ik op maandagmorgen net bezig ben om mijn moeder op de postoel (toiletstoel) naast haar bed te helpen, belt de huisarts aan. Huisgenoot W. laat haar binnen. Ik maak het werk af en ga met moeder in de rolstoel naar de woonkamer, waar de huisarts en huisgenoot W. al zitten.

Het is de huisarts nu gelukkig duidelijk dat moeder niet alleen naar de wc kan.

Ik benadruk dat onze moeder bijna honderd is en altijd zeer, zeer wilskrachtig is geweest, onder geen beding naar een tehuis wilde en daardoor niet eerder ergens is ingeschreven, en dat ik 72 ben (oud), huisgenoot W. 80 (nog ouder), broer Pieter 69 is (ook oud) en een hernia heeft, broer Harry (64) op twee uur afstand rijden woont en nog jonge kinderen heeft en Jackie (60) en Aldo (58) gewoon nog werken.

 

Ik zie haar toeschietelijker worden. Ze zegt dat ze wel connecties heeft in het verzorgingstehuis dat eerder genoemd is en wil proberen daar wat gedaan te krijgen.

Ze wil ook proberen via dat tehuis vóór de opname vier keer per dag thuiszorg te regelen. (Bij Buurtzorg kampen ze met een groot personeelstekort, dus 4x zorg per dag is daar niet mogelijk).

 

Al een uur later krijg ik van Pieter een ander bericht: de huisarts gaat een crisisplaats aanvragen. De aanvraag Wlz (Wet langdurige zorg) wordt dan even opgeschort, want dat kan om de een of andere reden niet samengaan met een aanvraag voor crisisopvang (‘zorgval’).

 

De volgende dag, dinsdag, heeft moeder last van haar rug en een been, maar verder is ze rustig. We wachten af.
’s Middags belt de huisarts dat er over plusminus een maand een plaats vrijkomt in het eerdergenoemde verzorgingstehuis.

 

Woensdagmorgen horen we dat moeder ’s middags al voor tijdelijke opvang terecht kan in een ander tehuis in haar woonplaats. Geweldig nieuws!

Pieter en Jackie brengen haar erheen en moeder blijkt erg blij te zijn met haar appartement.

 

Laten we hopen dat er geen addertjes onder het gras zitten. Wordt vervolgd.

 

Wat de toekomst brengen moge
En nu maar afwachten hoe het zit met de opvang van ouderen als huisgenoot W. en ik eenmaal de oudsten geworden zijn.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

blogger

 

Wil je een reactie plaatsen? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Rating: 0 sterren
0 stemmen

 

 

Blog 184 – Lucille Starr (een herinnering)

 

Toen ik een jaar of 15, 16 was, was er opeens een nieuwe ster aan het firmament van de populaire muziek: Lucille Starr. Haar lied Quand le soleil dit bonjour aux montagnes ging de hele wereld over.

Zij viel op met haar enorme stem, die zo totaal anders was dan die van tienersterretjes als Willeke Alberti (Spiegelbeeld), Trea Dobbs (Ploem ploem jenka) of Karin Kent (Dans je de hele nacht met mij?)

 

Terwijl de zon opkomt achter de bergen, en de nacht de dag begroet, zit ik hier alleen en denk ik aan jou.

 

 

Frans en Engels

Lucille Starr viel niet alleen op door haar manier van zingen, maar ook doordat ze in bijna elk liedje zowel Franse als Engelse tekst had. Dat was haar handelsmerk.

 

Het was niet zo raar dat ze zowel in het Frans – haar moedertaal – als het Engels zong, want ze kwam uit het tweetalige Canada.
(Canada heeft trouwens ook vele inheemse talen, zoals Cree, Inuktitut en Ojibwe).

Haar echte naam was Lucille Marie Raymonde Savoie.

 

Nadat ze was doorgebroken met Quand le soleil … (voor de Engelstalige wereld: The French Song), had ze nog een paar hits (Allons danser Colinda en Jolie Jacqueline), maar die maakten alweer minder indruk dan haar grote hit.

Daarna hoorden we in Nederland niets meer van haar.

 

 

Ze bleef wel zingen

Dat wil niet zeggen dat ze ophield met zingen voor publiek. Ze coverde heel veel beroemde liedjes en vaak zong ze een gedeelte in het Frans en een ander gedeelte in het Engels.

Dat deed ze bijvoorbeeld met Wooden Heart (Muss i denn) van Elvis Presley, La vie en rose van Edith Piaf en Sukiyaki (oorspronkelijk in het Japans door Kyu Sakamoto).

 

Hoe ouder ze werd, hoe luidruchtiger haar optredens werden, heb ik trouwens het idee. Haar manier van zingen werd steeds meer ‘van dik hout zaagt men planken’, op festivals tenminste. Er was weinig subtiels meer aan. Helaas.

 

               

Overleden

Toevallig las ik dat Lucille Starr in 2020 is overleden, op 82-jarige leeftijd. In persberichten stond dat haar eerste man, Bob Regan, met wie ze ook een zangduo vormde, jaloers was op haar succes als solist en haar mishandelde. Later had ze nog wel een gelukkig tweede huwelijk.

Ze was langdurig ziek voordat ze stierf.

 

Een makkelijk leven zal ze dus niet gehad hebben, maar van mijn generatie zal ze velen een plezier hebben gedaan met haar grote hits, vooral die eerste. Zij is het waard dat ik een blog aan haar wijd.

 

Quand le soleil dit bonjour aux montagnes
Et que la nuit rencontre le jour
Je suis seule avec mes rêves sur la montagne
Une voix me rappelle toujours
L'écho que m'apporte la chanson du vent
Rappelle des souvenirs de toi

 

Quand le soleil dit bonjour aux montagnes
Je suis seule et ne veux penser qu'à toi

 

Now when the sun says good day to the mountains
And the night says hello to the dawn
I'm alone with my dreams on the hilltop
I can still hear your voice though you're gone
I hear from my door the lovesong through the wind
It brings back sweet memories of you

 

Quand le soleil dit bonjour aux montagnes
Je suis seule et ne veux penser qu'à toi

 

L'écho que m'apporte la chanson du vent
Rappelle des souvenirs de toi

 

Quand le soleil dit bonjour aux montagnes
Je suis seule et ne veux penser qu'à toi
Je suis seule et ne veux penser qu'à toi

 

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

blogger

 

Wil je een reactie plaatsen? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Rating: 0 sterren
0 stemmen

 

 

Blog 185 – Vallende bladeren

 

Het is eind november 2021 en nog erg zacht. Vanmorgen hebben we afgevallen bladeren uit de tuin in de groene container gedaan. Eind van de week komt de hovenier voor het winterklaar maken en daarna zal ik misschien nooit meer een tuin hebben om in te werken en van te genieten.

 

We gaan namelijk verhuizen, naar een serviceflat. In de stad waar mijn drie zoons wonen en wijzelf ook lange tijd gewoond hebben. Binnenkort zullen we onze handtekening zetten.

 

Het huis, met de twee trappen, moet verkocht worden. Er moet verschrikkelijk veel weggedaan worden. Ik weet dat het stapje voor stapje moet, maar ’s nachts in bed schieten me steeds weer andere dingen te binnen waar we een oplossing voor moeten vinden.

 

Boeken, boeken en nog eens boeken. En boekenplanken en -kasten. De oude muziekinstallatie kan weg, al wil Dolf de pick-up (platenspeler) nog wel. En we hebben nog zoveel platen en cd’s!

Gaan we beide tv’s meenemen? En beide pc’s? Hoe moet het met het dure, niet vaak beslapen tweepersoonsbed op de tweede verdieping dat heel moeilijk naar beneden te vervoeren is? Zou een koper dat misschien willen overnemen?

En alle onnodig bewaarde spullen, ook uit het schuurtje en de garage, moeten weg.

 

Ik ben de laatste dagen bezig de ordners met papieren die te maken hebben met mijn (beëindigde ) vertaal- en tolkpraktijk op te ruimen. Voor alle zekerheid bewaar ik de documenten van de laatste tien jaar, maar de rest kan weg.

Alles blader ik door, al die facturen, aan al die opdrachtgevers en al die contactpersonen. Ik zie weer al die onderwerpen waar ik over vertaald en getolkt heb. Al dat harde werk en de vaak lage tarieven. Allemaal verleden tijd.

Niet alle papieren kunnen zomaar in de papiercontainer; gevoelige informatie moet onleesbaar gemaakt worden.

 

We zijn op weg naar onze laatste levensfase en kunnen  niet te veel stilstaan bij alles wat geweest is. Alles wat nu nog telt, is nu.

 

Hoe lang houden wij het nog uit? Dat weet niemand.  De vorige huurder van het appartement dat we gaan huren is daar gestorven, vermoed ik. Zal dat bij ons ook zo gaan?

 

Als we net zo oud worden als mijn moeder nu is heeft huisgenoot W. nog ongeveer 17 jaar en ik bijna 25, maar dat is wel heel optimistisch gedacht. Daar rekenen we niet op.

 

In ieder geval hebben we uitzicht op de tuin van het ‘woonlandschap’ als we er eenmaal wonen. We hopen nog vele jaren met plezier de bladeren te zien vallen in de herfst.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

blogger

 

Wil je een reactie plaatsen? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Rating: 0 sterren
0 stemmen

 

 

Blog 186 – Paarlen voor de zwijnen

 

Een paar weken geleden had iemand onder een blog op mijn website https://www.elsagroenmanwarmelink.nl gelukkig nog wel vier sterren geplaatst, maar op LinkedIn en Facebook stond geen enkele reactie.
Ook waren er maar weinig bezoekers.

 

Dat vond ik gênant! En pijnlijk.

Als zoiets gebeurt krijg ik de neiging het bijltje er bij neer te gooien.

En onaardige gedachten als: het is alleen maar paarlen voor de zwijnen werpen/gooien.

 

Naar mijn idee was het namelijk best een interessant blog en ik dacht dat anderen dat ook wel zouden vinden.

 

Aan de andere kant: ik schrijf de blogs voornamelijk voor mijn eigen plezier en om iets na te laten.

Wat maakt het dan uit of er zwijnen zijn? En hoeveel?

 

Zwijnen zoeken naar wat van hun gading is. En als mijn blog niet van hun gading is, geen ‘spekkie voor hun bekkie’, dan hebben ze het volste recht het links te laten liggen.

 

Het gaat erom dat ik probeer parels te kweken.

 

 

Paarlen voor de zwijnen gooien - kent u die uitdrukking, dames en heren?
Ik natuurlijk wel.

Vanuit mijn protestantse jeugd ben ik vertrouwd met Bijbelse uitdrukkingen.

 

Zeer veel spreekwoorden en gezegden verwijzen naar de Bijbel.

 

  • Mattheüs 7:6 is de oorsprong van de uitdrukking Paarlen voor de zwijnen werpen/gooien (“Gooi geen parels voor de zwijnen, want ze zullen die vertrappen”…)

  • In zak en as zitten, wat ik nog net niet doe als de reacties op mijn blogs tegenvallen, is ontleend aan Ester 4:1
    (“Mordekai scheurde zijn klederen en hulde zich in zak en as”)

  • Door het oog van de naald kruipen komt uit Mattheüs 19:24: “Wederom zeg ik u, het is gemakkelijker dat een kameel door het oog van een naald gaat dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat”

  • Zoekt en gij zult vinden staat in Mattheüs 7:7:
    “(Bidt en u zal gegeven worden); zoekt en gij zult vinden; (klopt en u zal opengedaan worden)”

  • Wie wind zaait, zal storm oogsten is een tekst uit Hosea 8:7

  • De schapen van de bokken scheiden doet Jezus in Mattheüs 25:32.
    De schapen komen aan de rechterkant te zitten, de bokken aan de linkerkant. De schapen worden gezegend, de bokken worden vervloekt

  • Wie een kuil graaft voor een ander, valt er zelf in:
    zie Spreuken 26:27

  • De haren rezen mij te berge (Ik schrok enorm) staat letterlijk in Job 4:15

  • En ook uit Job (hoofdstuk 8:9) komt (Niet) van gisteren zijn: “Wij toch zijn van gisteren en weten niets”.

 

En zo zijn er misschien wel honderd uitdrukkingen die aan de Bijbel ontleend zijn.

 

 

Op hun retour?
Onze uitdrukkingen komen natuurlijk niet alleen uit de Bijbel.

 

Er zijn van oudsher ook heel veel spreekwoorden en gezegdes die te maken hebben met de scheepvaart en met het lichaam (niet het achterste van je tong laten zien; beter één vogel in de hand … ; bitter in de mond maakt het hart gezond; als je hem een vinger geeft, neemt hij de hele hand; het bloed kruipt waar het niet gaan kan, hij kijkt niet verder dan zijn neus lang is, enz.).


Het schijnt zo te zijn dat het gebruik van spreekwoorden in Nederland een beetje op zijn retour is, maar we gebruiken nog steeds volop gezegdes.

 

 

Vertalen van spreekwoorden en gezegdes
Het vertalen van spreekwoorden en gezegdes is vaak heel lastig, want je moet precies weten wat er bedoeld wordt en dan ook nog bedenken of er in de vreemde taal wel of niet een equivalent voor is.


Jaren geleden was ik eens als tolk bij een beroepszaak bij de IND in Zwolle waarbij de advocaat van de betrokken asielzoekster (uit Kenia) niet alleen voor mij geen kopie van haar pleidooi had meegenomen (natuurlijk!; :-( ), maar het verhaal dat ze voorlas ook vrijwel alleen uit spreekwoorden en gezegdes had opgebouwd.

 

Ik kan nu wel verklappen dat die tolkbeurt van mij  geen groot succes was!

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

blogger

 

Wil je een reactie plaatsen? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Rating: 0 sterren
0 stemmen