Inhoudsopgave

 

Blog 171 – Toevalligheden

Blog 172 – Sprechhund

 

 

-----------------------------------------

 

 

Blog 171 – Toevalligheden

 

Heb je ook wel eens gehad dat je in Legoland in Denemarken was en je daar een klasgenoot tegen het lijf liep? Of dat je in Portugal met vakantie was en je collega met zijn/haar gezin tegenkwam?

Een rare gewaarwording is dat, hè?

 

Herinneringen
Soms gaat het niet om onverwachte ontmoetingen, maar word je herinnerd aan bepaalde mensen of dingen waar je dat niet verwacht.

 

Schoondochters
Schoondochter Anneloes,  partner van zoon Louis, blijkt een achterkleindochter te zijn van een oude overbuurman vroeger, die vaak even op bezoek kwam. Toen hij overleed, was zij nog niet geboren.


Een vriendin van de schoonmoeder van zoon Nelson, is een oud-leerling van huisgenoot W.
Hij vond haar naam in de vriendenlijst van haar Facebookpagina.

 

Louis Le Roy
In mei 1945, het laatste oorlogsjaar, zat Louis Le Roy (van de Le Roy-tuin en de Ecokathedraal in Heerenveen), met zijn moeder en broer, ook in de kelder van het huis waar huisgenoot W. woonde, aan de Swaefkensstraat, toen de Canadezen Deventer binnentrokken. Ze woonden het laatste halfjaar van de oorlog bij het gezin in.

 

De moeder van huisgenoot had het gezin onderdak geboden nadat hun huis  kapot gebombardeerd was door de Duitsers.

Huisgenoot was toen een jaar of 4, Le Roy een jaar of 17.

 

Later bleek Louis tekenleraar te zijn geworden aan de school waar huisgenoot W. leraar geschiedenis werd. Ze werden dus collega’s, maar vrienden zijn ze nooit geworden.

Het leven kan raar lopen.

 

Henk van Os
Henk van Os
, de bekende kunsthistoricus en voormalig museumdirecteur, gaf in het eerste jaar van de Academie voor Sociale en Culturele Arbeid (de ASCA), waar ik vanaf mijn achttiende jaar op zat, kunstgeschiedenis.
(Het heette geloof ik ‘Cultuurgeschiedenis II’).

 

Ik herinner me heel goed zijn fascinatie voor Siena, in Italië, waar hij later ereburger van werd, en zijn uitleg van schilderijen uit de Romantiek.

Hij behandelde schilders als Caspar Friedrich David (De wandelaar boven de nevelen), Eugéne Delacroix  (De Vrijheid leidt het volk) en Francisco de Goya (De derde mei 1808 in Madrid).

 

Wat ik ook nog goed weet is dat hij in de zomervakantie na het eerste jaar speciaal voor mij naar het schoolgebouw kwam om mij de gelegenheid te geven een mondelinge toets te doen voor de overgang naar het tweede jaar.

Ik had namelijk wat toetsen gemist doordat ik bij een verkeersongeluk beide enkels had gebroken. Mijn ene onderbeen zat nog in het gips.

 

Bed omgekieperd
Toen, later, huisgenoot W. en ik elkaar leerden kennen, bleek hij samen met Henk van Os op het gymnasium gezeten te hebben, al was Van Os een paar jaar ouder.

Huisgenoot W. herinnert zich hem vooral van volleybaltraining en van een excursie met de klas naar Rome, waar Henk begeleider was.

 

Henk van Os studeerde toen al kunstgeschiedenis, en in die hoedanigheid en als oud-leerling van de school was hij mee als gids. Hij sliep ook bij de jongens van de klas op de slaapzaal.

Eén specifieke herinnering heeft huisgenoot daaraan. Vermoedelijk omdat ze Henk wilden laten merken dat hij niet de baas was – hij had de jongens gemaand om te gaan slapen –  tilde een groepje jongens, onder wie huisgenoot, het bed waarop hij lag in een verticale stand, zodat hij op zijn hoofd kwam te staan. 

Dat vond hij niet echt leuk …

Later hebben wij allebei zijn televisieoptredens natuurlijk wel gezien.

 

W.F. Hermans
Van de boeken van W.F. Hermans heb ik alleen Onder professoren gelezen, lang geleden, en in Groningen heb ik hem één keer gezien. Dat moet in 1972 geweest zijn.

Niet dat ik hem verder kende, maar hij zat in de bus waarin ik ook zat. Hij trok mijn aandacht omdat hij zo ontzettend chagrijnig keek. Hij keek mij aan alsof hij het persoonlijk op mij gemunt had. Opeens drong het tot mij door dat het W.F. Hermans was, de bekende schrijver. Ik had wel eens foto’s van hem gezien.

 

Colleges klimatologie
Toen ik veel later met huisgenoot W. getrouwd was, bleek hij colleges klimatologie van W.F. Hermans gehad te hebben. Huisgenoot studeerde namelijk een jaar aardrijkskunde voordat hij overstapte naar geschiedenis.

 

Ook huisgenoot had geen positieve herinneringen aan de beroemde auteur. Het was niet bepaald een bevlogen docent: zijn colleges bestonden eruit dat hij lesstof voorlas.

En hij gaf huisgenoot W. eens een uitbrander toen het duidelijk was dat huisgenoot W. niet geïnteresseerd luisterde – er werd les gegeven aan een groep van 30 studenten.

https://www.nu.nl/cultuur-overig/4044229/wf-hermans-kreeg-pensioen-uitkering-ontslag-universiteit.html

 

 

Etty Hillesum
Begin jaren ’80 las ik het dagboek van Etty Hillesum:  Het verstoorde leven. Haar officiële naam was Esther Hillesum.

 

Etty begon met het dagboek toen ze 27 jaar was en in Amsterdam woonde. Ze had toen een studie rechten afgerond en was bezig met een studie Slavische Talen.

Ik was toen ik het las een paar jaar ouder, nog niet lang gescheiden en vond vooral haar beschrijving van haar gevoelens over haar twee minnaars interessant (Julius Spier en Han Wegerif) en de ontwikkeling in haar denken.

 

Etty was in 1914 geboren in Middelburg, maar kwam met haar ouders en broers in 1918 in Winschoten te wonen, aan de Oranjestraat. Vader Hillesum was daar leraar klassieke talen aan het gymnasium.

Winschoten had vóór de Tweede Wereldoorlog een grote joodse gemeenschap.

In 1924 verhuisde het gezin naar Deventer.

 

Toevallige connecties met de familie van huisgenoot W.
Met haar drie kinderen, onder wie de vader van huisgenoot, woonde de oma van huisgenoot W. vanaf 1917 of 1918 in Winschoten, aan de Oranjestraat 15.
Oma Anna was pas weduwe geworden.

 

Het gezin Hillesum woonde aan de Oranjestraat 36 in Winschoten. Oma Anna en de vader van huisgenoot moeten Etty gekend hebben.

En als ze haar niet als buurtgenote kenden, dan toch zeker van de openbare school, waar oma Anna onderwijzeres was en haar kinderen op school zaten.

Etty woonde immers van haar vierde tot haar elfde in Winschoten.

https://www.beeldbankgroningen.nl/beelden/detail/ec56e1e2-5e36-0871-7653-be9971883c2e

 

Deventer
In 1924 werd de vader van Etty eerst conrector en later rector van het Stedelijk Gymnasium in Deventer.

In 1937 kreeg de vader van huisgenoot W. een tijdelijke baan als leraar wiskunde aan dat Stedelijk Gymnasium.
Hij moet de vader van Etty dus persoonlijk gekend hebben.

 

Etty was toen trouwens al naar Amsterdam vertrokken.

 

Geert Grootestraat
Etty’s familie woonde in 1937 aan de Geert Grootestraat 9 in Deventer.

In de tweede helft van de jaren 40 van de twintigste eeuw, toen het gezin Hillesum allang vermoord was, had de vader van huisgenoot inmiddels een vaste aanstelling als leraar in Deventer en woonde hij er met zijn gezin.

Huisgenoot W. is toen verscheidene malen in het huis aan de Geert Grotestraat geweest, omdat er een vriendje van hem woonde.

Alleen was “Etty Hillesum” toen nog lang geen bekende naam.

 

 

Porretjes
Toevalligheden zijn porretjes van je ziel om je wakker te schudden (@PatrickMundus).

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

blogger

 

Wil je een reactie plaatsen? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Rating: 4 sterren
1 stem

Als je sterretjes wilt geven, beweeg de cursor dan van rechts naar links, anders lukt het niet goed.

 

Blog 172 – Sprechhund

 

De eerste dagen nadat ik een blog geplaatst heb, overweeg ik meestal om ermee op te houden.

Waarom zou ik doorgaan? Geld verdien ik er niet mee, mijn bedrijf hoeft er niet mee gepromoot te worden (want dat heb ik niet meer) en het aantal reacties op de blogs houdt niet over.

 

Een carrière als bekend schrijfster ambieer ik ook niet, al heb ik niets tegen waardering.

 

Waarom schrijf ik dan?
Schrijven is mijn hobby, dat wel. Ik vind het prettig dingen op te schrijven. Dat kun je wel zien aan het aantal dagboeken dat ik heb (ongeveer 40).

Ik ben nogal introvert, dus geen prater. Mijn moeder – ze is oud en slechthorend, maar kan haar mondje heel goed roeren – en sommige andere familieleden hebben er geen moeite mee aan een stuk door te praten. Ze verwachten vaak geen antwoord.
Ook mijn kapster kan er wat van, van het aan één stuk door praten. Het is bij haar waarschijnlijk een beroepsdeformatie.

Ik kan dat niet. Zomaar over iets praten doe ik alleen tegen mensen die ik heel goed ken en van wie ik weet dat ze op mijn golflengte zitten. Vroeger was dat mijn tweelingzus, nu is het huisgenoot W.


Mijn ei kwijt
In het begin van een nieuwe week vertel ik huisgenoot geregeld dat ik misschien geen blogs meer ga plaatsen. En ik verwacht een reactie van hem op wat ik hem vertel, of het nu over blogs gaat of wat anders. Die reactie krijg ik ook.

In de loop van die week hoor of zie ik toch vaak iets waarvan ik denk: ‘Dat is leuk om over te schrijven!’ En ja hoor, dan begin ik weer aan een nieuw, misschien alweer mijn laatste, blog …

Ik kan zo mijn ei kwijt. Je leert mij beter kennen.

En tegelijkertijd bouw ik schriftelijk aan mijn nalatenschap – want dat wilde ik toch? (zie blog 1)

 

Sprechhund
Dat ik ondanks mijn gebrek aan zin weer aan een blog ben begonnen, komt doordat ik in een column het woord sprechhund tegenkwam.

Het is een begrip uit de filmwereld – een techniek die gebruikt wordt om aan de filmkijkers informatie te geven die uit de beelden niet direct blijkt. De kijkers leren de hoofdpersoon zo beter kennen en de plot beter begrijpen.

 

In een film is de sprechhund vaak een vriendin/vriend of collega van de hoofdpersoon, of een psychiater, ambtenaar of winkelier.

 Je zou dr. Watson de sprechhund  van Sherlock Holmes kunnen  noemen. Een ‘klankbord’.

De psychiater in de film Amadeus, aan wie de componist Salieri zijn ei kwijt kan, wordt ook gebruikt als sprechhund.

En een sprechhund kan letterlijk een hond zijn, zoals Sykes in Midsomer Murders. https://www.youtube.com/watch?v=Yj274nanyHU  


Zou ik mijn lezers ook als sprechhunde gebruiken?

 

Terugpraten?
Het viel me op dat de hierboven genoemde sprechhunde heel verschillend zijn.

Als een hoofdpersoon in een film of het theater tegen een foto of een urn praat, of tegen God, wordt er niet teruggepraat. Ook Sykes, in Midsomer Murders, geeft geen antwoord.

 

Maar hoe zit het dan met Watson, het personage uit de verhalen over detective Sherlock Holmes? Watson praat juist heel veel; hij is de verteller van de verhalen en is de katalysator van de gedachtegang van Sherlock Holmes, waardoor de laatste uiteindelijk met zijn briljante oplossingen kan komen.
Watson praat wel heel veel, maar steekt toch maar bleek af bij de superintelligente Holmes.

 

Zijn mijn lezers sprechhunde?
Gebruik ik de lezers van mijn blogs als sprechhunde? Ben ik de briljante geest die geen antwoorden verwacht van mijn onbeduidende publiek?

Nou, ik denk het niet! Ik mag dan wel introvert zijn, maar wil juist graag dat jullie, lezers, op mijn blogs reageren. Er zijn een paar mensen, naast huisgenoot W., die zelfs heel uitvoerig mijn schrijfsels becommentariëren. En dat waardeer ik.


Jullie, lezers, zijn geen sprechhunde. Wil je reageren? Graag!

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

blogger

 

Wil je een reactie plaatsen? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Rating: 0 sterren
0 stemmen

 

 

 

(27-6-2021)
Voorlopig verschijnen er geen nieuwe blogs. De pot met inspiratie is
op dit moment leeg. Misschien is hij na de zomer wel weer gevuld ;-)

 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.