Blog 141 – Joe Biden – a time to heal

 

In zijn overwinningstoespraak op 8 november zei de winnaar van de Amerikaanse presidentsverkiezingen, Joe Biden, onder meer:

The Bible tells us:
To everything there is a season, a time to build, a time to reap, a time to sow and a time to heal. This is the time to heal in America.

 

Biden is van plan Amerika te helen en de verschillen te overbruggen. Alles heeft zijn tijd, wil hij maar zeggen; na de periode onder president Trump, die het vuurtje van de verdeeldheid alleen maar opstookte, wil hij de president van alle Amerikanen zijn.

 

Waar president-elect Biden, die vroom rooms-katholiek opgevoed is, naar verwees was een tekst uit het Oude Testament (Prediker 3:1-8; Ecclesiastes 3:1-8), waar staat:

 

There is a time for everything, and a season for every activity under the heavens:

a time to be born and a time to die,
a time to plant and a time to uproot,
a time to kill and a time to heal,
a time to tear down and a time to build,
a time to weep and a time to laugh,
a time to mourn and a time to dance,
a time to scatter stones and a time to gather them,
a time to embrace and a time to refrain from embracing,
a time to search and a time to give up,
a time to keep and a time to throw away,
a time to tear and a time to mend,
a time to be silent and a time to speak,
a time to love and a time to hate,
a time for war and a time for peace.

(de New International Version)

 


In het Nederlands:

(1) Voor alles wat gebeurt is er een uur, een tijd voor alles wat er is onder de hemel. (2) Er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven, een tijd om te planten en een tijd om te rooien. (3) Er is een tijd om te doden en een tijd om te helen, een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen.
(4) Er is een tijd om te huilen en een tijd om te lachen, een tijd om te rouwen en een tijd om te dansen. (5) Er is een tijd om te ontvlammen en een tijd om te verkillen, een tijd om te omhelzen en een tijd om af te weren. (6) Er is een tijd om te zoeken en een tijd om te verliezen, een tijd om te bewaren en een tijd om weg te gooien. (7) Er is een tijd om te scheuren en een tijd om te herstellen, een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken. (8) Er is een tijd om lief te hebben en een tijd om te haten. Er is een tijd voor oorlog en er is een tijd voor vrede.
(Nieuwe Bijbelvertaling, Nederlands Bijbelgenootschap).

 

 

Turn, turn turn
De 78-jarige Joe Biden zal zich ook heel goed de grote hit Turn, turn, turn (To everything there is a season, turn, turn, turn) herinneren. Dat op de Bijbeltekst (de King James version) gebaseerde lied was in de jaren 50 van de vorige eeuw gecomponeerd door Pete Seeger, maar werd wereldwijd bekend door The Byrds en The Seekers, eind jaren 60.

https://www.youtube.com/watch?v=s4983sAoLdM   (The Byrds, 1965)

https://www.youtube.com/watch?v=VRg9NkIdjVs   (The Seekers, 1966/67)

 

Ook de vertolking van Judy Collins is de moeite waard:
https://www.youtube.com/watch?v=K3kKqfTjsj0

 

Maak je niet druk
Eigenlijk staat er in deze tekst: “Maak je niet druk”.  Het leven loopt zoals het loopt. (Zie ook mijn blog 130 over Maria en Marta).

De wereld draait door. https://www.youtube.com/watch?v=T2JbCF-kXc8 (Ilse de Lange).

 

We kunnen niet alle aspecten van ons bestaan onder controle hebben, al denken sommigen van wel.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
blogger

 

Wil je een reactie plaatsen? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd
.

Rating: 0 sterren
0 stemmen

 

Blog 142 – Kwetsen

Kaas- en broodvolk
Het verhaal dat ik wil vertellen heb ik van huisgenoot W. Elk jaar heeft hij het er een paar keer over, dus het wordt tijd dat ik het opschrijf.

 

Zoals ik wel eerder geschreven heb, heeft mijn huisgenoot een kolossaal geheugen. Hij herinnert zich nog van alles van de lagere scholen waarop hij heeft gezeten.

Een van die herinneringen is het verhaal dat de ‘meester’ in Assen vertelde over de “Opstand van het kaas- en broodvolk” van de inwoners van het Kennemerland en West-Friesland tegen de stadhouder van Holland, Zeeland en West-Friesland, Jan van Egmont.

Misschien was huisgenoot wel extra geïnteresseerd omdat een van zijn oma’s in Haarlem woonde.


De opstand speelde in de jaren 90 van de 15de eeuw.

Onder andere door onrechtvaardige belastingheffing – de armen betaalden evenveel als de rijken – had de bevolking het moeilijk. De boeren kwamen in opstand.

Ze trokken met hun spietsen, vlegels en zeisen Alkmaar en Haarlem binnen en kregen steun van inwoners van Hoorn, Alkmaar en Haarlem.


(Waar doet je dat aan denken? Vervang ‘spietsen, vlegels en zeisen’ door tractors)

 

Aan deze botjes kunt u kluiven
In Haarlem gaf de stadsregering zich over ‘op voorwaarde van lijfsbehoud’, maar desondanks werd schout/belastinginner Claes van Ruyven door een van de boerenleiders doodgestoken en in stukken gesneden.


Misschien was er sprake van een persoonlijke vete, misschien was de betrokken boer een psychopaat.


Vervolgens werden de lichaamsdelen in een mand verpakt en bij de weduwe Van Ruyven op de stoep gezet.

Bij de resten in de mand zat een briefje
met de tekst:

Mevrouw van Ruyven,
Aan deze botjes kunt u kluiven
(volgens huisgenoot)

of

Vrouwke van der Ruyven
Aan dees boutkens zul dy kluiven
(volgens historicus J. de Rek in zijn boek over vaderlandse geschiedenis Van Boergondië tot Barok).

 

Niets nieuws
Wat voor goede redenen de inwoners van West-Friesland (of wat ruimer: het tegenwoordige Noord-Holland) ook hadden om in opstand te komen, dit voorval geeft aan dat verregaande grofheid ook ruim vijf eeuwen geleden al hoogtij vierde.

Maar toch sta ik elke keer nog weer versteld van het schofterige taalgebruik dat tegenwoordig op sociale media en kanalen als Geen Stijl normaal gevonden wordt.

 

Kwetsen is niet hetzelfde als vrijheid van meningsuiting.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
blogger

 

Wil je een reactie plaatsen? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd
.

 

Rating: 0 sterren
0 stemmen

 

Blog 143 – Dwangstoornissen

 

Iemand uit mijn naaste familie heeft al jaren een ernstige dwangstoornis. Het heeft overigens erg lang geduurd voordat die diagnose gesteld werd.

Een probleem met dwangstoornissen is dat mensen die eraan lijden zich er vaak voor schamen en het daardoor voor bijvoorbeeld familie niet duidelijk wordt wat er precies aan de hand is.

 

 

Menno Oosterhoff
Nog niet zo lang geleden heb ik een boek gekocht dat over dwangstoornissen – OCD/OCS: obsessive-compulsive disorders / obsessief-compulsieve stoornissen – gaat.

Het heeft als titel ‘Vals alarm’ en is geschreven door een kinder- en jeugdpsychiater – Menno Oosterhoff – die zelf al 40 jaar lang aan een dwangstoornis lijdt.


Dat hij dit boek geschreven heeft, vind ik heel bijzonder. Ik vind het ook heel bijzonder dat Menno Oosterhoff erin geslaagd is ondanks zijn enorme beperking een maatschappelijke carrière op te bouwen.

 

Veel mensen met een dwangstoornis lukt dat niet, omdat de dwang hun hele leven beheerst en bepaalt.

 

Het mooie van het boek is dat de schrijver zijn eigen ervaringen verweeft met de informatie over OCD die hij verstrekt. Je kunt ook merken dat hij totaal niet neerkijkt op patiënten met een dwangstoornis. Hij staat dicht bij ze en begrijpt ze van binnenuit.

Ik kan het boek echt aanbevelen. Het is goed geschreven.

 

Een van de hoofdstukken in het boek is geschreven door de vrouw van de schrijver. Zij vertelt hoe het is om getrouwd te zijn met iemand met een dwangstoornis.

 

 

Dwangstoornissen
Vroeger dacht men in de psychiatrie dat dwangstoornissen altijd iets met angst te maken hebben. Later kwam men tot het inzicht dat dat lang niet altijd zo is.

OCD heeft heel vaak te maken met een gevoel van onvolledigheid, een gevoel dat iets niet helemaal in orde is, een gevoel van onlust.


Om van die spanning af te komen, gaat de betreffende persoon dwangmatig dingen doen of denken. Het probleem daarmee is alleen dat deze dwangmatige gedachten (obsessies) of handelingen (compulsies)  hem/haar niet of maar kort helpen.

Hij/zij moet van zichzelf de handeling of gedachte steeds weer herhalen en dat neemt vaak elke dag uren in beslag.


De kern van een dwangstoornis is onrust om niks. Een minieme onvolkomenheid wordt beleefd als onoverkomelijk en geruststelling helpt niet. Feitelijk is er niets aan de hand, maar de patiënt voelt dat nu eenmaal anders.

 

 

Soorten dwang
Er zijn ontzettend veel vormen van dwangstoornissen.  Bijvoorbeeld:

- smetvrees. Handen worden soms tot bloedens toe gewassen

- hamsteren. Het lukt niet om afstand te doen van de vele spullen die je verzameld hebt

- het syndroom van Gilles de la Tourette

- dermatillomanie (skin picking). Je voelt de drang om puistjes, moedervlekken of korstjes tot bloedens toe open te krabben. Daardoor ontstaan allerlei littekens en soms infecties

- hypochondrie (ongefundeerde angst voor een ernstige ziekte). Je wilt steeds bevestiging dat je niet ziek bent, maar die bevestiging stelt je niet gerust en daardoor vermijdt je plaatsen of situaties waar je ziekmakende bacteriën kunt oplopen

- controledwang. Je moet van jezelf alsmaar controleren of je bepaalde dingen wel goed gedaan hebt, bijvoorbeeld of je de deur wel op slot hebt gedaan of het juiste adres op een envelop geschreven hebt

- steeds maar je stappen tellen of het aantal tegels op een muur

- dwangmatig piekeren.

 

 

Vals alarm
Mensen met een dwangstoornis zijn gevoelige mensen. Ze zijn zo gevoelig dat bij de minste of geringste situatie die niet ‘perfect’ is, ‘hun alarm afgaat’.

 

Wat deze gevoelige mensen dus moeten leren is om hun alarmsysteem wat minder gevoelig af te stellen.

 

De enige manier waarop ze dat kunnen doen is leren hun obsessieve onrust uit te staan, met hulp van een therapeut. Ze moeten dus niet toegeven aan hun aandrang er iets aan te doen.

Op den duur neemt de onrust dan af. Dat klinkt mooi, maar het valt niet mee.

 

Gelukkig is er binnen de psychiatrie de laatste jaren steeds meer kennis over goede medicatie bij dwangstoornissen, want zonder medicatie is het bijna onmogelijk een normaal leven te leiden als je aan deze stoornis lijdt.

 

Websites

https://wijzijnmind.nl/psychische-klachten/psychipedia/dwangstoornis

https://www.facebook.com/ADFstichting.nl/

https://www.ocdnet.nl/

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
blogger

 

Wil je een reactie plaatsen? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd
.

 

Rating: 0 sterren
0 stemmen

 

Blog 144 – Ikigai


Loop ik achter? Tot voor kort had ik nog nooit van Ikigai gehoord.

Het begrip schijnt uit Japan te komen en het betekent: (het vinden van je) reden van bestaan.

Als je die reden hebt gevonden, ben je in staat een optimistisch en gezond leven te leiden.


Levensvreugde
Ikigai draait om levensvreugde, je goed voelen, het leven de moeite waard vinden.

Het komt er dus op neer dat je moet proberen een doel te hebben waarvoor je je bed uitkomt.

Hoe kun je dat bereiken?

 

Hoe vind je ikigai?
Volgens de experts zijn er vier vragen die je jezelf moet stellen om je ikigai te vinden.

  1. Wat vind ik leuk om te doen? (Ik voel me gelukkig als …)

  2. Waar ben ik goed in? Schrijf de dingen op waarvan jezelf denkt dat je er goed in bent, niet wat anderen denken.
    Als je de antwoorden op 1 en 2 met elkaar combineert, vind je je passie.

  3. Wat heeft de wereld nodig? Je hoeft niet een wereldverbeteraar te zijn. Denk vooral aan je nabije omgeving: je geliefde, kinderen, collega’s etc.
    Combineer de antwoorden op die vraag met de antwoorden op vraag 1. Zo vind je je missie.

  4. Waar kun je voor betaald worden? Combineer de antwoorden op deze vraag met de antwoorden op vraag 2. Dan vind je je beroep.

  5. Als je de antwoorden op vraag 4 combineert met de antwoorden op vraag 3, vind je je roeping.

 

Je hebt nu dus je passie, missie, beroep en roeping uitgezocht.


Zie je dingen in al deze vier aspecten die met elkaar overeenkomen?

Dan heb je volgens de theorie je ikigai gevonden.



Wat is mijn / Elsa’s ikigai?
Als ik bovengenoemde aanwijzingen om mijn ikigai te vinden opvolg, dan kom ik uit bij SCHRIJVEN over wat ik denk, ervaar en ervaren heb.

Komt dat niet goed uit? Ik heb me immers voorgenomen de komende jaren blogs te blijven schrijven?


Maar als ik daar betaald voor zou willen worden (zie vraag 4), dan moet ik wel zorgen dat ik bijvoorbeeld ergens een aanstelling als columnist krijg.

En als ik ook nog in contact ben met leuke mensen die van blogs (lezen of schrijven) houden en/of mij inspireren, dan ben ik helemaal blij.


Wie weet word ik zo op een heel gelukkige manier erg oud.



Kan ik het waarmaken?
Op 1 november jongstleden heb ik mij uitgeschreven uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en ik moet nog wat wennen aan mijn nieuwe bestaan zonder haast.


Mijn koffie- en theepauzes zijn niet meer in tijd begrensd. Ik kan elk moment van de dag wandelen of uitgaan. Ik heb geen deadlines meer. Ik hoef geen Excel-sheet meer bij te houden voor mijn urenverantwoording.

Hoe kan ik mijn ikigai in deze nieuwe levensperiode bereiken?


Ik ga nu opschrijven wat ervoor nodig is om door te gaan met het schrijven van blogs, mijn ikigai.


Dit wil ik doen:

  • Onderwerpen bedenken die me interesseren
  • Mooi en duidelijk schrijven
  • Mensen plezier geven met mijn blogs
  • Mensen laten nadenken door mijn blogs
  • Ook zo nu en dan grappige blogs schrijven

 

Natuurlijk kan ik het waarmaken
Natuurlijk kan ik waarmaken wat ik van plan ben! Ik heb nu immers alweer een blog geschreven?


En die betaling? Nou ja, dat komt nog wel.

Alleen nog even zorgen dat ik niet dement word, zoals drie van mijn vier grootouders …

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
blogger

 

Wil je een reactie plaatsen? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd
.

 

Rating: 4 sterren
1 stem

 

Blog 145 – De Slag om de Grebbeberg - een fascinatie

 

Nadat huisgenoot W. – jaren geleden – met pensioen was gegaan, wist hij zich met alle extra tijd geen raad. ’s Morgens had hij wel dingen te doen, maar ’s middags verveelde hij zich stierlijk. 

Ik werkte destijds buitenshuis.

 

Huisgenoot was leraar geschiedenis geweest en had altijd speciale belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog gehad. Het lag daarom voor de hand dat hij zou proberen (vrijwilligers-)werk te vinden dat te maken had met de oorlog.

Daarom nam hij onder andere contact op met Herinneringscentrum Kamp Westerbork en met de Stichting Menno van Coehoorn. Die stichting houdt zich bezig met het behoud van historische verdedigingswerken, waaronder kazematten, stellingen en linies.

 

De Slag om de Grebbeberg - herbeleving
Maar waar huisgenoot W. zich vooral voor interesseerde was de Slag om de Grebbeberg, en dan vooral voor de persoonlijke ervaringen van de militairen die daaraan deelnamen.

 

Mannen die in de oorlog gevochten hebben, zijn vaak behoorlijk getraumatiseerd en vertellen thuis maar weinig over wat ze meegemaakt hebben. Op hun sterfbed zijn ze soms heel onrustig en angstig doordat ze hun belevenissen in de oorlog herbeleven.


Persoonlijke betrokkenheid
De gevechten om de Grebbeberg vonden plaats van 10 tot en met 13 mei 1940.


Ik heb het altijd opvallend gevonden dat huisgenoot W. precies 9 maanden na 12 mei 1940 is geboren. En hij is van jongs af aan zo gefascineerd door de meidagen van 1940.
Zou het kunnen zijn dat hij een reïncarnatie is van een gesneuvelde militair … ?

Zijn vader is trouwens in de oorlog bijna twee jaar krijgsgevangene geweest (in Polen), omdat hij in mei 1940 als reserveofficier bij de Luchtafweer in het Nederlandse leger gediend had.


Als commandant van een onderdeel had hij kennis gemaakt met de officieren die een rol speelden bij de gevechten om de Grebbeberg, zoals majoor Jacometti, luitenant-kolonel Hennink en majoor Landzaat.

 

Een en ander droeg ook bij aan de belangstelling van huisgenoot.



Internet
In die tijd na zijn pensioen ging huisgenoot op het internet zoeken naar informatie over de Grebbeberg. Daarbij stuitte hij op de website https://www.grebbeberg.nl/, die nog niet zo heel lang geleden was opgezet, en meldde zich aan als vrijwilliger.


Samen met twee, later drie, andere enthousiastelingen begon hij de website op te bouwen. Ze vulden op basis van hun kennis van de materie de discussiepagina, verzamelden verslagen, beantwoordden vragen van nabestaanden van wel of niet in de slag gesneuvelde militairen (zie onderaan dit blog), bezochten en interviewden veteranen – sommigen ouder dan 90 jaar – en schreven artikelen.

 

Nederlands Instituut voor  Militaire Historie
Twee van de vier groepsleden zijn inmiddels alleen nog maar zijdelings bij de website betrokken, maar huisgenoot W. krijgt nog geregeld verzoeken om informatie binnen. Hij probeert die informatie zo nauwkeurig en snel mogelijk te vinden en door te geven (zie het eind van dit blog).


(De binnenkomende vragen hebben ook betrekking op andere gebeurtenissen tijdens de meidagen van 1940, zoals gevechten om vliegvelden in het westen van het land, bij Scherpenzeel (een aanval ten noorden van de Grebbeberg), Mill, Rotterdam, Dordrecht en langs de Maas en de Overijsselse IJssel.)


Huisgenoot W. maakt vaak gebruik van verslagen die verzameld zijn door het Nederlands Instituut voor  Militaire Historie (NIMH), dat vroeger het Nationaal Instituut voor Militaire Geschiedenis  heette.

 

Overigens heeft hij zelf ook heel veel boeken en andere informatie over de Grebbeberg, de Grebbelinie en de Tweede Wereldoorlog in het algemeen waaruit hij gegevens haalt.



Verslagen van het NMIH

Hierboven schreef ik over de door het NIMH beheerde, door officieren geschreven verslagen van gevechtshandelingen in de Slag om de Grebbeberg.

Hier volgt een zeer duidelijk en levendig verslag van reserve-eerste-luitenant P. v.d. Boom (let op de ouderwetsche spelling!):

 

------------------------------------------------------------

A f s c h r i f t.

Doetinchem, 9 December 1940.

Ervaringen Grebbeberg van de Lt. P. v.d. Boom, 1e Sectie 2-III-8 R.I.
-------------------------------------------------------------

 

Gevolg gevende aan Uw verzoek verslag uit te brengen over mijn ervaringen tijdens de gevechten aan de Grebbeberg, hierbij rekening houdende met Uw opmerking zoo uitvoerig mogelijk te willen zijn, heb ik besloten geheel te werk te gaan aan de hand van mijn verslag door mij opgemaakt tijdens mijn verblijf in krijgsgevangenschap, hetwelk wel in telegramstijl werd geschreven, maar nochthans een zoo nauwkeurig mogelijk overzicht geeft.
  Waar het voor U wellicht op gegevens aankomt, welke in mijn oog slechts kleinigheden lijken en ik niet competent ben dit te beoordeelen, zal mijn verslag wellicht op verschillende punten U niet interesseeren, welke punten U echter wel zult willen schrappen.
  Op 7 Mei trad phase 2a in, bij welke toestand onze compagnie 2-III-8 R.I., bij welke compagnie ik eerst sedert 10 Maart was ingedeeld, van Wageningen naar Rhenen moest verhuizen. Hierover zal ik geen bijzonderheden vermelden, daar dat de kern der zaak niet raakt.
  Nadat op Donderdag 9 Mei de toestand zich wat beter liet aanzien (bijzondere verloven werden weer toegestaan) werd ik op 10 Mei 1940 des morgens te 0.50 uur door Kapitein van Dijk (Kapitein van Dijk was kapitein der mortieren welke vlak achter ons in stelling lagen) gewekt. In Rhenen was ik altijd in het zelfde pension als Kapitein van Dijk, Luitenant Schoonderbeek en Luitenant de Frijn.
  Toestand 3 was ingegaan. Ik moest terstond naar Gebouw "Irene" waar onze compagnie in Rhenen gelegerd was. In gebouw Irene was alles nog in diepe rust, met uitzondering van kapitein Maas, (welke eerst sedert enkele dagen onze compagniescommandant was, als opvolger van Luitenant Hoorn) en Vaandrig v.d. Stam, welke laatste de telefoonwacht in de stelling moest gaan betrekken. Enkele manschappen waren de keuken aan het klaarmaken voor het transport naar de stelling. Voor mij persoonlijk was er niets te doen, zoodat ik wat ging rusten op een matras op het bureau. Inmiddels werd het bureau gepakt voor vervoer naar Werkhoven. Nog heel vroeg, toen de eerste ochtendschemering begon door te breken, werd de stilte verstoord door vliegtuigmotorgeronk, aanhoudend geronk waar geen einde aan kwam.
  Wij begaven ons naar buiten. De lucht zag zwart van de vliegtuigen die in formatie's van 3, 5 en soms nog wel grooter getalen vlogen.
  Het drong nog niet tot ons door wat er gaande was.
  Op dit punt zal ik verder kort zijn.
  Het zij nog vermeld, dat ons afweergeschut in werking kwam, zonder veel te raken, daar de vliegtuigen op zeer groote hoogte vlogen. Het steeds maar aanhoudende vliegtuiggeronk werkt enerveerend. Als eindelijk een vliegtuig getroffen wordt gaat een golf van enthousiasme door de manschappen. Het maar lijdzaam moeten toezien is voor onze manschappen niets, vandaar dan ook hun opluchting als ons luchtdoelgeschut doel treft.
  Kapitein Maas is naar het Bataljons-Bureau geweest en deelt ons mede gezien te hebben, dat ook langs den dijk 2 vliegtuigen getroffen werden. Ten slotte gaan wij weer naar binnen. Alles went. ook dit.

  
  Om 5.00 uur: graad 4
  Haast je rep je naar de stelling. Om 7.30 uur heb ik met mijn sectie onze loopgraaf bezet. (Ik was Commandant 1e Sectie, de Sectie, welke rechts aan den Straatweg leunde).
  Ook de mortieren komen in stelling. De Kapitein v. Dijk, welke lichte dienst heeft, kan zich laten evacueeren naar Driebergen. "Ik blijf bij mijn manschappen" zegt hij echter.
  't Is prachtig weer en we loopen nog rustig voor onze stelling heen en weer, of er niets aan de hand is.
  Vlak voor onze stelling is een waterkraan, van heinde en ver komt men zijn veldflesch vullen.
  Wanneer we op ons horloge kijken, blijkt het, dat de dag maar traag voorbij gaat.
  Boven de Betuwe zien we nog 2 vliegtuigen neerschieten. Een groote vlam, de inzittenden van een der toestellen weten zich met valschermen te redden.
  Overigens gaan de vliegtuigen op groote hoogte over ons heen. Wanneer 's middags echter vliegtuigen laag over onze stelling beginnen te vliegen mogen wij met mitrailleurs en geweren hierop vuren. Onze manschappen weren zich dapper en ik moest hun enthousiasme temperen daar onnoodig wordt gevuurd.
  De laagdalende vliegtuigen beginnen terug te vuren, de kogels slaan met een zuigend geluid in 't zand, een apart geluid, dat bij geen inslag van welk ander wapen ook, zoo hooren.
  Een vliegtuig vliegt vlak over de opstelling van onze artillerie, welke even achter ons staat. Het vuurt, wij vuren terug. Mis. Ook bij ons is er gelukkig niemand getroffen. Waar blijven toch de Hollandsche en Engelsche vliegtuigen?
  Wij eten 's middags kuch met worst; de etenhalers vertellen ons hoe zij onderweg uit een vliegtuig zijn beschoten, ook alweer gelukkig geen slachtoffers te betreuren. Alleen een kogelgat in een van de gamellen. Onze keuken ligt ook zeer ongunstig, wel ca. 500 meter naar achteren, maar geen verbindingsloopgraaf. Om de keuken te bereiken moet men dwars over een open vlak stuk grond, waar totaal geen dekking is te vinden.
  De artillerie begint met het opblazen van boomen. Ook in mijn sectie moeten eenige berken worden gekapt. De kornet der artillerie komt hiervoor met eenige manschappen naar voren.
  Langs den straatweg komen vluchtelingen uit Wageningen. Allertreurigste toneelen zien wij. Heele huishoudens met kleine kinderen bij zich, fietsen beladen met huisraad, dekens enz. trekken langs ons heen. Verschillende personen worden door ons aangehouden. Kapitein v. Dijk loopt met getrokken pistool voor onze stelling heen.
  Het zal ongeveer 16 à 17 uur geweest zijn wanneer wij in Wageningen doffe knallen hooren, welke steeds aanhouden. Men blaast bruggen en boomen op.
  Wat een heerlijke rust als voor een oogenblik het motorgeronk zwijgt, ook al is dit slechts even.
  Nog steeds wordt vóór onze stelling water gehaald. Men begrijpt nog niet, dat het oorlog is. Ik verbied het dan, men zal onze opstelling, voor zoover nog niet bekend, verraden.
  's Avonds eten wij bruine boonen met spek. Zonder morren hebben de etenhalers aan mijn bevel voldaan, ondanks het gevaar dat zij 's middags hebben geloopen.
  Wie zal nu nog beweren, dat de Hollandsche soldaat geen tucht kent.

  
  Zoo valt de avond. Met mijn opvolger sectiecommandant, sergeant Spijker spreek ik af, dat ik eerst wat rusten zal. Dan ben ik bij het aanbreken van den dag present. De piketten (2 man + opvolger groepscommandant in elke groep) zijn op hun post. De aflossingen zijn geregeld, de manschappen moeten nu nog zooveel mogelijk rusten.
  't Is rustig nu. Maar dat zal niet lang duren, want om ca. 1.00 uur 11 Mei begint onze eigen artillerie te vuren. De luchtdruk in mijn commandopost is zoo hevig, dat ik er niet in kan blijven. Ik heb hem zelf niet gebouwd en heb er geen vertrouwen in. Ik ga de stelling in. Er heerscht nogal wat consternatie. Onophoudelijk vuurt onze eigen artillerie. Op een zeker moment is de luchtdruk zoo groot, dat ik de mortieren (welke een meter achter ons liggen) vraag of zij vuren, wat echter niet het geval is. Honger hebben wij niet. Wij rooken maar. Toch is de stemming behoorlijk.
  Om ca. 6.00 uur begint de vijandelijke artillerie te antwoorden. Weer heerscht er het eerste moment een angstige stemming. Twee jonge soldaten welke pas uit depot gekomen zijn, omklemmen elkaar en huilen als kleine kinderen. Het steekt alle anderen aan, toch houden zij zich goed. De stemming wordt weer beter. Van verre hoor je het vijandelijke projectiel aankomen. Al gauw weten wij het geluid te onderscheiden. De met een hooge fluittoon ontploffen dichtbij, de projectielen die als met een geluid van "een kruiwagen" door de lucht gaan ontploffen verder weg. Nog lang na de knal vliegen de scherven rond, die het geluid maken als van een groote bromvlieg. Je kan niet berekenen waar ze neerkomen, het lijkt of ze zig-zag door de lucht gaan.
  Ze ketsen af op het gaas van onze camouflage of slaan vlak bij ons in 't zand, ze zijn gloeiend heet.
  Waar blijven nu die Hollandsche en Engelsche vliegtuigen, een vraag welke aanhoudend de manschappen kwelt. Het werkt deprimeerend.
  Dan komt het officieële bericht door: "Holland verbonden met België, Frankrijk en Engeland." Wij zullen dus hulp krijgen.
  De artillerie blijft doorvuren. Steeds wordt het vuur verlegd, dan weer dichtbij dan weer ver weg. Geen moment rust. Gisteren den geheelen dag dat vliegtuiggeronk, nu dat aanhoudende schieten.
  Er komen militaire wielrijders langs den weg. Ze vertellen ons slaags te zijn geweest in Oosterbeek en nu terug te trekken. Zij hadden een waarschuwende taak.
  En dan, niet veel later..... komen soldaten langs van onze voorposten. Ze komen in groepjes, soms 3 soms zelfs wel 10 man sterk. Ze hebben een handdoek aan hun geweer gebonden en gebruiken die als witte vlag. De voorposten zijn niet meer te houden. Ze hebben hevige bombardementen gehad van de vijandelijke artillerie. "En jullie opdracht dan? Standhouden!" "Alles vlucht", zeggen ze, "er zijn er al zooveel gesneuveld".
  De Grebbelinie (frontlijn) zelf zou echter nog in tact zijn.

  
  Tijdens de bombardementen weet je nooit of je in de schuilplaatsen moet gaan of niet. Er is niemand van de sectie, die de stelling vertrouwt. Ik ben eerst 2 maanden bij de sectie en heb reeds terstond bij mijn komst vele fouten geconstateerd. Hoe staat het echter met de schuilnissen, die niet te controleeren zijn? Hierdoor vinden de manschappen ook in de schuilplaatsen geen rust.
  Dan wordt er brood gehaald. Daar gaan ze weer die dappere kerels over de open vlakte tijdens het vijandelijk artillerievuur.
  De keuken, welke eerst sedert kort gereed is gekomen en niet voldoende gecamoufleerd is, heeft veel te lijden gehad van het artillerievuur.
  Ten 11.00 uur komt Overste Hennink met den Majoor Landzaat door onze stelling.
  Hij heeft bemoedigende berichten.
  Nijmegen is door de Franschen heroverd.
  In Amerongen is zware Fransche legerartillerie in stelling gekomen met wel 10.000 Franschen erbij. In het voorterrein zijn slechts enkele lichte Duitsche troepen.
  Ik vraag hem hoe het met onze voorposten staat. Hij kijkt Majoor Landzaat eens aan en zegt: "O, daar gaan wij dadelijk heen". Hij wijst ons er nog op onze plicht te doen en aan onze opdracht: "Standhouden" te denken "ook al zouden de manschappen vluchten, de officier blijft" "Maar wij vluchten niet" zegt o.a. de soldaat Timmer. De Overste Hennink wil nu naar den overkant van den weg, maar het vijandelijk artillerievuur is juist zoo hevig dat hij een poos moet wachten. Ook menschen v.d. Pag. welke het reeds opgestelde stuk komen versterken, zijn in onze stelling dekking komen zoeken.
  Daar mindert de vijandelijke artillerie. Wij kunnen even op adem komen, 't is anders bar geweest.
  Even later komt de sergeant der rechter groep, de sergeant Spijker mij halen. "Korporaal Lievers is getroffen en ligt in het rechter mitrailleurnest." Ik met spoed erheen. 't Is een afgrijselijk gezicht. Lievers ligt languit op zijn zij in het mitrailleurnest. Een groote plas bloed ligt bij zijn hoofd. Hij is aan het achterhoofd getroffen. Ik draag sergeant Spijker op te trachten een noodverband te leggen. Lievers is buiten kennis, maar hij hijgt en kreunt. Ik stuur een ordonnans naar de groepsverbandplaats voor een hospitaalsoldaat.
  Wanneer wij Lievers iets verleggen en trachtten zijn helm af te nemen, wordt een groot gat zichtbaar. De helmwand is naar binnen omgekruld, de hersens puilen er uit. Hier valt niet meer te helpen. Wij zijn allen diep onder den indruk. De stemming daalt onder nul. Kapitein Bor van de Pag. komt nu ook in de stelling. Lievers wordt nu geheel rechts in een doodloopende gang gebracht. Een half uur later is hij dood. (De ordonnans welke ik naar de verbandplaats had gestuurd, kwam eerst 's middags terug. "Ze hadden geen tijd" zeiden ze. Ook vertelt hij nog onderweg van uit een boom beschoten te zijn.) Ik ga de manschappen eens langs, stuk voor stuk vooral die van de rechter groep. Het blijkt dat de schutter en helper van het rechter mitrailleurnest gevlucht zijn. Drie man zijn er van door: Timmer, Nijenhuis en Meeuwissen. Timmer heb ik nooit weer gezien. Later trof ik Nijenhuis en Meeuwissen onder de gevangenen aan.
  Desgevraagd gaven ze mij te kennen een telefoonlijn te hebben moeten repareeren bij de commandopost. Ik kon niet uit hun verwarde antwoorden wijs worden.
  Het meest deprimeerende van het sneuvelen van Lievers is wel, dat hij getroffen werd, terwijl hij zich in het mitrailleurnest bevond. De jongens voelen zich nu ook in de schuilplaatsen niet veilig meer.
  Regelmatig gaat de vijandelijke artillerie en onze eigen artillerie voort met vuren. Ook hooren wij nog geregeld ontploffingen in Wageningen.
  Wij krijgen dan bericht dat de vijand bewapend is met mitrailleurs, welke zeer snel vuren en een korte scherpe knal hebben.
  Links van ons wordt geruimen tijd gevuurd door eigen zware mitrailleurs. Waarop weten wij niet.
  's Middags begint ook het directe vijandelijk mitrailleurvuur. Inderdaad schieten zij razend snel met korte scherpe knal.
  In het bosch tegenover ons staat een soldaat met Hollandsche helm op, die met een roode zakdoek zwaait. Waar het vijandelijk mitrailleurvuur uit het bosch komt en des middags door ons beantwoord wordt, staken wij het vuren. Het gegeven teeken is immers: "eigen vuur hindert". De soldaat loopt dan de straatweg op, in de richting van onze stelling. Een trechter van zijn handen makende roept hij van verre: "Ophouden met vuren". Wij staan paf: "Een Hollander". Dan verdwijnt hij echter plotseling rechts ven den weg in het bosch. Toch een Duitscher. Dan ratelt ons mitrailleurvuur weer verder. Ook Kapitein Bor van de Pag. is weer in onze stelling. De vijandelijke mitrailleurs en de onzen ratelen door.
  Het vreemde is, dat wij geen vijand kunnen ontdekken, evenmin een rook of vuurpluim. Dan plotseling vliegen de kogels ook dwars door onze loopgraaf, wij worden ook van opzij beschoten. Dan ook van achteren, van alle kanten. Wij weten niet meer hoe wij het hebben, een stemming grenzende aan paniek ontstaat. Het is vrijwel niet mogelijk de menschen in hun schuttersopstelling te houden. Zij voelen zich zonder dekking. (In een paar seconden hebt gij bovenstaande regels gelezen, probeer U echter eens de gevoelens voor te stellen, welke ons bezielden, uitgeput als wij waren door alles wat wij beleefd hadden). Kapitein Bor en ik gaan de stelling door. We plaatsen nu schutters in de loopgraaf, het geweer in den aanslag, naar de achterzijde der stelling gericht. De mitrailleurnesten beveiligen wij extra. De kogels slaan in de rugweer vlak boven het houten schot.
  Onze eigen mitrailleurs nemen nog gestadig de boschrand voor ons onder vuur, de vijandelijke mitrailleurs en ook de vijandelijke artillerie blijft echter aanhouden.
  Kapitein Bor en ik hebben niets kunnen ontdekken.
  Dan krijgen we bericht het vuren te staken, daar Majoor Landzaat een tegenstoot zal uitvoeren. Dit bericht geeft ons moreele steun. Direct slaat de stemming om. Alleen hebben wij spijt niet meer te kunnen vuren, daar de Duitsche mitrailleurs blijven doorratelen.
  Van de tegenstoot hebben wij niets, maar dan ook niets bemerkt.
  Dan ontdekken wij, dat de vijand vanuit de boomen op ons schiet. Ook meenen wij een schutter te ontdekken in een boom aan den straatweg, Wij denken thans de oplossing gevonden te hebben, hoe het komt dat de kogels zoo diep in de loopgraaf slaan en hoe het mogelijk is dat de kogels dwars door de loopgraaf vliegen.
  Wij mogen echter vanwege de tegenstoot niet vuren. Kostbare tijd gaat verloren.
  De vijand laat zich echter niet onbetuigd.
  Wij krijgen dan bevel dat de zware mitrailleurs de boomen onder vuur moeten nemen.
  Dit gaat echter niet vlot.
  Later verneem ik van den Vaandrig v.d. Stam, dat de Commandant Zware mitrailleurs, Luitenant Folmer hierbij gesneuveld is, terwijl de sergeant opvolger-Commandant geen opdracht kende.
  Vaandrig v.d. Stam heeft de zwaar gewonde Luitenant Folmer nog in de opstelling van onze 2e sectie gelegd, waarbij hij binnen korten tijd stierf.
  Daarna nemen we zelf met onze lichte mitrailleurs de boomtoppen onder vuur. Wij hebben succes, het vijandelijk vuur verminderd. Zelfs meenen wij te kunnen waarnemen hoe vijanden naar beneden worden geschoten.
  's Avonds wordt eten gehaald. De keuken heeft zeer veel van het vijandelijk artillerievuur te lijden gehad. Een gamel is door een granaatscherf doorboord. De hutspot, welke wij aten is sterk vermengd met zand. Er wordt echter toch niet veel gegeten.
  De beschieting door de vijandelijke artillerie mist zijn uitwerking op ons moreel niet.
  De manschappen groepen in de mitrailleurnesten te zamen. Telkens moet ik ze uiteen jagen en hen er op wijzen hoe gevaarlijk het is. Wij hebben slaap en knikkebollen onder het zwaarste vuur. Rooken maar.
  Vlak voor een mitrailleurnest slaat een projectiel in, een eigenaardige knal, zoover wij nog niet hebben gehoord. Het zand stuift in het mitrailleurnest, terwijl een heftige luchtdruk zich in het nest laat voelen.
  Meerdere schoten volgen. Later hebben wij begrepen dat dit de vijandelijke 3.7 cm. was. (Ook hebben wij later begrepen dat toen de kogels van alle kanten door onze loopgraaf vlogen, door de vijand gebruik werd gemaakt van hun geheime wapen, een pistool met glazen kogels, dat boven de stelling of achter de stelling uiteenspat en dan een zelfde geluid geeft als hun mitrailleur, aldus een Duitsche soldaat, met wien ik na mijn gevangenneming sprak. De glazen kogeltjes zouden totaal ongevaarlijk zijn.)
  Dan komt er weer bericht om niet te vuren, daar thans een bataljon van 11 R.I. een tegenstoot zal doen.
  Het duurt niet lang of ik word aan het begin van mijn opstelling geroepen. Daar is een kapitein van 11 R.I. met eenige luitenants. Hij deelt mede, dat reeds een gedeelte van zijn compagnie in het voorterrein ligt, doch op de prikkeldraadversperring stuit. De rest van de compagnie ligt opgesteld achter onze 1e en 2e sectie.
  De kapitein vraagt mij of hij het prikkeldraad mag doorknippen. Ik kan hem echter hierin niet adviseeren. Hij moet doorstooten maar kan door het prikkeldraad niet verder. Ik adviseer hem dan met zijn compagnie iets terug te gaan en dan over den straatweg door te stooten. Hij kan dan zoowel rechts als links van den straatweg uitbreiden. "Neen" zegt hij, "dat is mijn opdracht niet". Intusschen gaat de vijandelijke artillerie door, terwijl ook de vijandelijke mitrailleurs, hoewel minder, zich laten hooren.
  Het wordt met het 11de een langdradige geschiedenis. De Bataljons Commandant schijnt gewond te zijn. De Kapitein-opvolger is niet te vinden. Berichten worden onderling gewisseld, maar de Heeren blijven in de stelling. Ook zijn er nu heel wat manschappen van het 11de in onze stelling dekking komen zoeken.
  Eindelijk tegen 19.30 uur, als dus de schemering weldra zal invallen, verneem ik, dat de Kapitein een 100 meter terug zal gaan en over den straatweg zal aanvallen. Een sergeant van het 11e zal door mijn sectie komen en de daarin verblijvende manschappen van het 11e verzamelen en door de naar achteren loopende gang 100 meter naar achteren gaan.
  Alles gaat te langzaam, de sergeant is nooit komen opdagen.

  
  De Kapitein verlaat juist onze stelling als een allerhevigst vijandelijk artillerievuur losbarst.
  Er is zeer veel kostbare tijd verloren gegaan, de vijand heeft nu alle kans gehad zich vast in het voorterrein te nestelen.
  Intusschen hebben onze eigen artillerie en mitrailleurs en die van den vijand niet stil gezeten. Er wordt je geen oogenblik rust gegund. Wij verkeeren nog steeds in de meening, dat de vijand ook achter ons in het terrein ligt, rechts van de opstelling van de mortieren. Wij hebben hoop, dat deze nu tevens door de tegenstoot van het 11e zullen worden opgeruimd.
  De tegenstoot langs den weg hebben wij niet gezien. Weer een tegenstoot die mislukt is. En toch mochten wij niet schieten.
  Er zijn diverse menschen van het 11e in mijn opstelling achter gebleven. Ook zijn er menschen van de pag. in de opstelling, die ter versterking zouden komen van het reeds opgestelde stuk. De instrumenten zijn echter door het vijandelijk vuur zoo beschadigd, dat het stuk niets meer kan uitvoeren. 's Middags had ik reeds met den luitenant van de Pag. kennis gemaakt, ik meen dat hij Cuijp heette.
  Van de tegenstoot merken wij niets. Het mitrailleurvuur van den vijand uit de boomen wordt steeds heftiger, ook vanuit de boomen aan den weg. Twee Hollandsche vliegtuigen vliegen laag over onze stelling.
  Steeds wordt het duisterder. Men kan elkaar in de loopgraaf nog maar ternauwernood onderscheiden.
  Juist als ik mij in het linker mitrailleurnest bevind, de luitenant is ook daarbij, komen de manschappen die rechts in de stelling zijn in volle ren aan. Van Teefelen voorop "Vlucht luitenant," roept hij, "de vijand is in de stelling, reeds 3 menschen van ons liggen dood." Ik poog hem tegen te houden. Ik dreig met mijn pistool. Ik gelast den mitrailleurschutter Meijens zijn mitrailleur in de loopgraaf te plaatsen. Even lukt het de ren te stuiten. Maar dan word ik onder den voet geloopen. Blinde paniek is ontstaan. Luitenant Cuijp zie ik niet meer.
  Ik word geslagen, gestompt. Er is maar een manier, meeloopen. 't Is nu stikdonker en men kan de manschappen niet herkennen. Ik begrijp dat de menschen in dezen toestand niet meer te remmen zijn. Wat te doen ? De beste oplossing ? Ik kom dan wat op zij te staan en schreeuw iedereen die langs mij komt toe: "verzamelen bij de keuken". Dit dringt tot hen door en komt overeen met de gedachten die hen bezielen. Voort gaat het door de 2e sectie. Ook daar zie ik niemand behalve de sergeant Jansen. Later hoorde ik van den Vaandrig v.d. Stam dat toch alle menschen in de 2e sectie op hun post zouden zijn geweest. Vreemd. Dan naar de 3e sectie. Deze is echter overbevolkt. Het gedeelte dat overdekt is staat opgepropt met manschappen. 't Is stikdonker. Als daar een granaat op gevallen zou zijn, zou het onheil niet te overzien zijn geweest. Ook al menschen van andere onderdelen.
  Ondertusschen gaat het vijandelijk artillerie- en mitrailleurvuur voort. Dan langs de boschrand naar de keuken. Een vreeselijke tocht. Telkens worden nu door den vijand lichtkogels afgeschoten.
  Bij de keuken verzamel ik de manschappen van de 1e sectie en die van het 11e, welke in mijn sectie waren. Ze zijn doodop, murm.
  Ik heb slechts één gedachte: terug naar de 1e sectie. De paniekstemming weet ik te onderdrukken, maar de angst niet. Wij moeten terug, zeg ik. Ik vraag vrijwilligers. Aan hen die niet meedurven heb ik onder deze omstandigheden toch niets.
  En ik krijg vrijwilligers, 2 van mijn sergeanten Spijker en Landman (sergeant v.d. Meij is spoorloos verdwenen), dan nog o.a. Meijens, Ruitens, de beide Varsevelds, Löwestein en nog een 10-tal manschappen. Zoo gaat de terugtocht, achter elkaar naar den commandopost van onzen kapitein Maas. Door de verbindingsgang wil ik dan naar voren in de stelling komen. Het vijandelijk artillerievuur is nu wat rustiger.
  Wij bereiken de commandopost en Kapitein Maas zit in zijn onderkomen. Ik leg hem den toestand uit. "Het zal wel niets geweest zijn", zegt hij. Door de gang gaan wij nu naar voren. Deze gang is nog niet gecamoufleerd en wij steken tegen het witte zand af, hoewel het toch donker is. Nog zijn wij niet ver in den gang of plotseling krijgen wij mitrailleurvuur. Twee vijandelijke mitrailleurs vuren, aan elke kant één, op de zijkanten der verbindingsgang. Zij vuren in lengterichting de loopgraaf in. Goddank schieten zij slecht, de kogels vliegen ons om de ooren. Wij dekken, maar verder kan ik de manschappen niet mee krijgen, wat toch ook gezien de positie der vijandelijke mitrailleurs niet mogelijk zou zijn geweest. Terug naar den Kapitein Maas. Ik stel aan den Kapitein voor dat één van ons beiden voorop zal gaan, daar dan de manschappen mee te krijgen zullen zijn.
  Ten slotte verlaat de Kapitein zijn commandopost en het resultaat is dat wij beiden voorop gaan. De manschappen volgen. Gebukt in de duisternis sluipen wij naar voren. Het gelukt ons echter niet en wederom ontvangen wij vuur uit vijandelijke mitrailleurs. Twee stralen schieten in de verbindingsgang. "Terug" is het commando van Kapitein Maas. Wij moeten ons uit de verbindingsgang verwijderen. "Dwars door de bosschen naar den weg", zegt Kapitein Maas. De vijandelijke mitrailleurs ratelen verder.
  De tocht gaat door het eikenhakhout in de duisternis, wij struikelen, vallen. Dan gaan er weer lichtkogels omhoog en moeten wij snel dekken.
  Wij hebben ook een gewonde bij ons, door den schouder geschoten, terwijl de sergeant-toegevoegd Wansink volslagen gek is. Hij lacht, huilt, slaat wartaal uit. Ik zeg tegen de gewonde naar de groepsverbandplaats te gaan en Wansink mee te nemen. Hij blijft echter bij ons.
  Eindelijk belanden wij op den weg. Vlak voor ons loopen Duitschers, die snel op ons vuren met mitrailleurs. Wij dekten in den greppel, waarin onze telefoondraden liggen. Kapitein Maas, die met mij wil overleggen, en ik gaan nu naar den overkant van den weg. Een lange rij fietsen staan daar, wel 40, alle bepakt en bezakt. Daar ligt ook een man. Eerst denken wij aan een valstrik. Dan belicht Kapitein Maas het gezicht van den man. Het blijkt een Hollandsche Luitenant te zijn, dood, op den rug ligt hij met de mond open. Wij kennen hem niet.

  
  Ik adviseer den Kapitein dwars door het hakhout naar de 1e sectie te gaan, wat hij goedkeurt. Wij gaan weer uit den greppel het prikkeldraad over het bosch in. Wij zijn nog vlak bij den weg, als er weer hevig mitrailleurvuur losbrandt. Dekken. Daar liggen wij, de kogels vliegen over ons heen, de dwarstreffers fluiten. Daar komt een Duitsche patrouille langs den weg. Onze manschappen zijn zoo vermoeid, de meesten vallen direct in slaap, zij snurken, wij moeten hen wakker stompen en schoppen, opdat zij ons niet verraden zullen. De Duitsche patrouille schiet even met den mitrailleur, dan nog een geweerschot. Onmiddellijk ratelt het vuur los uit de Hollandsche stellingen achter ons.
  Zware mitrailleurs, lichte mitrailleurs, als gekken schieten ze. Dan wordt het weer rustig. De Duitsche patrouille herhaalt het spel. Weer ratelen als dollen de Hollandsche mitrailleurs. Wij liggen in een kogelregen, wonderlijk, niemand wordt getroffen. Wanneer het vuur weer zwijgt, gaan de Duitschers verder. De Kapitein Maas voelt er het meeste voor naar de Bataljons Commandopost te gaan. Ik wil echter terug naar de 1e sectie. Goed naar de 1e sectie.
  Wij moeten onze manschappen weer wekken. In de duisternis vallen wij over elkaar heen. Ik val bovenop een slaper, die onmiddellijk tracht mij te wurgen. Hij denkt overvallen te zijn. Met moeite weet ik mij te bevrijden. Dan gaan wij voorwaarts. Steeds ratelt de vijandelijke mitrailleur voort, lichtkogels gaan omhoog. Men heeft ons gehoord, van links komt nu ook vuur. Dekken, dan weer voorwaarts. 't Is vreeselijk moeilijk bij elkander te blijven in de duisternis, vooral door het eikenhakhout.
  Kapitein Maas gaat snel voorwaarts: "zoo blijven wij niet bij elkaar", roep ik hem nog toe. 't Helpt niet. Dan zijn wij den kapitein kwijt.
  Het heele verband is zoekgeraakt en ik ben nog alleen over met den dpl. soldaat Ten Hove en met den gewonde. Wij gaan nu weer naar den weg opdat wij bij heftig vuur in den greppel kunnen dekken, terwijl wij ook hier de goede richting kunnen houden. Wanneer het op den weg echter niet veilig blijkt, gaan wij weer dieper het hakhout in. Wij worden dan weer van links beschoten: "dekken". Vlak bij den weg liggen wij nog. Dan hooren wij langs den weg marcheeren. Hoe ongeloofelijk het ook is, inderdaad gaat daar in gesloten formatie een groot aantal Duitschers over den weg. Luide bevelen klinken. Er wordt halt gehouden, vlak bij ons, dan gaat het weer voorwaarts. Keurig in de maat, zwaar klinken de stappen op den weg. Nu begrijp ik de aanval op onze sectie. Men heeft den weg vrijgemaakt voor dezen troep. (Ook rechts van den weg wordt geen schot meer gehoord). Dan kruipen wij weer verder. Even nog vuur van links, maar dan bereiken wij toch de verbindingsgang, welke van de stelling naar de groepsschuilplaats loopt.

  
  Wij gaan naar de groepsschuilplaats waar ons een vreemd schouwspel wacht. Ten Hove heeft een flinke schijnwerper en bij het licht hiervan zien wij 6 man heel rustig liggen slapen, 3 man pag., één van het 11e en 2 man van ons zelf, Witjes en Van Galen. Wij kunnen ze bijna niet wakker krijgen. Niets interesseert hen dan slapen. De gewonde krijgt een plaatsje, maar hij kan niet liggen, hij gaat daarop maar weer zitten.
  Ik overleg dan, wat te doen. Van die enkele lichte troepen in het voorterrein is niets waar. Waar komt dan dat zware artillerievuur vandaan en al die lichte mitrailleurs? Dan gaat daar een geheele compagnie Duitschers langs den weg. Wij zijn uit de sectie geslagen, terwijl rechts van den weg evenmin nog Hollanders zijn. De Duitschers zijn dus reeds achter ons, terwijl wij ook rechts niet meer zijn aangeleund.
  Ik zit met een 7-tal manschappen, die op zijn en een gewonde. Oorspronkelijk had ik nog wachten uitgezet. Doch trek ik in. Het heeft geen nut. De berichten welke wij van den Overste ontvingen, waren alleen om ons moed te geven. Ik zie den toestand donker in, temeer daar wij niet weten wat de Duitschers zullen doen als ze bij ons in de groepsschuilplaats komen. Zelf hebben wij geleerd een handgranaat naar binnen te smijten. Wat voor functie heeft die Duitsche compagnie, die daar over den weg ging? Wellicht voorhoede van een groote legermacht. Hoe is het mogelijk, dat de troep Duitschers over de Grift zijn gekomen, wanneer de stelling daar nog intact is.
  Binnen begint het alweer iets te schemeren. Plotseling wordt de deur opengerukt. Ik lig juist zelf ook even te rusten. De manschappen roepen: "Luitenant, luitenant". Ik schrik en roep: "Nicht schieszen, nicht schieszen, wir geben auf!" Goddank Vaandrig v.d. Stam met sergeant v.d. Meij. Vaandrig v.d. Stam vertelt mij, dat er voor in de 1e sectie nog meer menschen van mij aankomen. Hij heeft de Bataljons Commandopost opgebeld en reeds verslag gegeven. De Kapitein heeft hij niet gezien.
  Ik geef den sergeant v.d. Meij het commando over de 1e sectie welke zoowat uit 14 man bestaat (met inbegrip van de pag.-menschen en van eenige manschappen van het 11e). Ik ga nu onmiddellijk de Bataljons Commandopost opbellen. Intusschen barst alweer het vijandelijk artillerievuur los. Zoo hevig, dat ik bijna niet van de 1e naar de 2e sectie kan komen. In de 2e sectie ontmoet ik nog korporaal Osenaal van de 1e sectie met 2 man. Ik draag hen op naar de sectie te gaan. Eenige uren later vernam ik, dat zij den sprong naar de 1e sectie niet hadden durven maken, vanwege het aanhoudend mitrailleurvuur.
  Ik spreek telefonisch met den Bataljonspost. Een kapitein zit aan de telefoon, ik moet terstond het commando der compagnie op mij nemen. Kapitein Maas, onze Compagnies-Commandant, is er ook. Hij is gewond, doch niet ernstig. Ook sergeant Warsink is daar, die met getrokken bajonet loopt te commandeeren. Het vijandelijk artillerievuur gaat gestadig door terwijl ook de mitrailleurs weer losbarsten. Hollandsche artillerie hoor ik niet meer. Onze eigen mitrailleurs vuren ook regelmatig.
  Om 4.00 uur heb ik van den Bataljonspost bericht gehad, dat een bataljon uit Achterberg een tegenstoot zal doen, voor onze stelling langs naar den Rijn, het voorterrein zal van den vijand gezuiverd worden. Het vijandelijk artillerievuur en mitrailleurvuur wordt steeds heftiger.
  't Is duidelijk merkbaar dat thans veel zwaar geschut wordt gebruikt. Een granaatbodem had bijvoorbeeld een doorsnede van 26 cm.
  Aanhoudend gaat het vuur maar door. Dan komen de eerste gewonden. Van de 3e sectie krijg ik regelmatig bericht door middel van den ordonnans Chotzen. Wat een kerel is dat. Over de Heimersteinschelaan, welke steeds onder vuur ligt, komt hij regelmatig heen, even kalm als altijd. Als iemand lof verdient is hij het. Gewonden brengt hij weg, iemand met afgeschoten voet, met doorschoten voet, Chotzen helpt hen.
  Er komt bevel van voren, dat ze het niet meer houden kunnen. Duitschers naderen de stelling. Kleine sprongen maken ze en dan meteen ingraven. Ze maken gebruik van den dooden hoek in het terrein. Ik ga naar voren maar vindt den toestand nog niet hopeloos: "standhouden". Ik vraag dan mortiervuur aan in den dooden hoek van het terrein.
  Mag niet, kan alleen de Regiments-Commandant opdragen en daarmede is geen verbinding meer. Het Bataljon uit Achterberg komt zoo!
  Vanuit de 3e sectie krijg ik bericht, dat het dak van een mitrailleurnest is weggeslagen. In de verbindingsloopgraaf naar voren is een granaat geslagen. De houten schotten liggen over en door elkaar, je moet nu door de gang heenkruipen. Vaandrig v.d. Stam is hier aan den dood ontsnapt. Vlak achter hem, sloeg een granaat in.
  Dan blijven de berichten van voren aanhouden: "We houden het niet. De Duitschers naderen meer en meer." Ik vraag daarop artilleriesteun aan. Dit wordt geweigerd. Het Bataljon uit Achterberg komt zoo!!!
  De telefoonverbinding met het Bataljon is verbroken. Ik stuur een ordonnans: "Standhouden, de tegenstoot komt zoo! Geen artillerie- of mortiersteun."
  Er komt echter geen hulp.

  
  Ook uit de 1e sectie middels Sergeant Landman en Sergeant Spijker krijg ik hulpkreten. Ik stuur Sergeant Landman en Sergeant Spijker echter terug. Dan komt Vaandrig v.d. Stam met de boodschap, dat Sergeant Muetstege gesneuveld is..... doch even later verschijnt deze zelf. Van zijn helm af tot zijn schoenen een bloedmassa, op zijn schouders ligt een gebit. In het mitrailleurnest van zijn groep is een 3.7 cm. granaat geschoten die het hoofd van den schutter meenam (soldaat Ter Horst). Muetstege verkleedt zich. Ik kan hem echter niet meer naar voren krijgen. De helper heeft intusschen de mitrailleur genomen en zal eenige meters verder vanaf de borstwering vuren. Nog voor dat hij echter vuurt, wordt zijn kaak verbrijzeld. Hij weet nog te voet naar de groepsverbandplaats te komen.
  Bij de 1e sectie is een mitrailleur onklaar geraakt. Dan komt Sergeant v.d. Meij. Hij heeft zoo juist Kapitein van Dijk van de mortieren zien verpletteren, terwijl ook Luitenant Schoonderbeek (ook van de mortieren) door een voltreffer is geraakt.
  De mortieren, thans zonder officieren, hebben ook ten slotte hun munitie verschoten en trekken terug.
  Op al mijn aanvragen aan het Bataljon heb ik nul op het request gekregen: "De tegenstoot komt zoo, hier bij den Bataljonspost zijn zelfs al enkele menschen ervan aangekomen".
  Daarbij komt nog, dat toen ik op een gegeven moment mijn munitie wilde aanvullen vanuit het munitiedepot, bleek, dat dit leeg was. De Kapitein Maas en Sergeant Wansink die dit behandelden, zijn er geen van beiden meer. Waar is de munitie? Later vernam ik, dat men het depot daar te gevaarlijk vond en had men de munitie naar achter afgevoerd.
  Ik vraag door middel van een ordonnans munitie aan bij het Bataljon. Wij moeten het zelf maar komen halen. Ik wijs eenige menschen aan die met een kruiwagen zullen moeten gaan. Dan is het of de hel losbreekt.
  Zeker een half uur achter elkaar schiet het vijandelijk artillerievuur en ook alle vijandelijke mitrailleurs mee. Ongelooflijk wat een hel. Zoo hebben wij het nog niet meegemaakt. Zou dit het stormvuur zijn? De verbindingsgang heeft nu al drie voltreffers.
  Dan krijgen wij ook vuur van links en rechts. Wij zijn reeds ingesloten. Even stilte en dan barst weer het artillerie- en mitrailleurvuur los. Men smeekt mij terug te mogen trekken. Ik overleg met mijzelf. De menschen kunnen toch niets meer doen. Dan geef ik toestemming om terug te trekken, op de Bataljonspost, wellicht kunnen zij daar helpen. Ikzelf wil blijven. Sergeant Muetstege weigert dan ook om terug te trekken. "U kunt U bij de Bataljonspost nuttiger maken dan U hier te laten afslachten". Hij heeft gelijk. Ik besluit dan mee te gaan naar den Bataljonspost. Van een geregelde terugtocht komt echter niets.
  Het vijandelijk vuur is zoo hevig, zowel de artillerie als de mitrailleurs, dat elk voor zich zelf moet zorgen. Deze tocht zal ons nog lang heugen. De zucht van de kogels is voelbaar.
  't Is vallen en opstaan, dan weer een sprong over een heuvel heen. Wij blazen eerst wat uit op de plaats waar eerst de munitie gestaan heeft. Lang kunnen wij daar niet blijven, want de granaten slaan vlakbij in. Weer verder door de kogelregen. Wij zijn nog maar met een paar man.
  Dan ontdekt Vaandrig v.d. Stam de opstelling van de 12-lang staal op ongeveer 150 m. van de Bataljonspost. Hier kunnen wij weer even uitblazen. De vijand is deze plaats al voorbij. Aan alle kanten wordt geschoten en gevuurd. Ook onze Bataljonspost vuurt hevig. Het is niet meer mogelijk voor ons daar te komen. Wij zijn ingesloten en tot werkeloosheid gedoemd. Overgeven is het eenige wat ons nog rest.
  Wij steken een handdoek buiten het onderkomen en wachten af. De rest zal U niet interesseeren. Ik wil dan ook slechts met enkele woorden verhalen, dat wij gevangen genomen werden, daarna afgevoerd naar hotel "Wageningsche Berg" (17 km. met de handen omhoog loopen valt ook niet mee).
  Valt nog te vermelden dat voor ons uit nog 2 groepen van Hollandsche krijgsgevangenen liepen, waarin plotseling een granaat sloeg. De Hollandsche artillerie scheen dus nog te leven. Een paar werden gewond, bij een gutste het bloed als een waterval uit de zijde en...... het liet ons koud. In deze paar dagen waren wij gehard, zoo gehard dat een dergelijk gezicht ons niet meer kon treffen.

reserve-eerste-luitenant,
(get.) P. v.d. Boom.

 

 

 

Infanterie - onderverdeling
Als je de verslagen van de officieren leest, moet je natuurlijk wel op de hoogte zijn van de militaire terminologie van die dagen

In zijn vrijwilligerswerk voor ‘de Greb’ heeft huisgenoot W. voornamelijk te maken met gevechtshandelingen van de infanterie, maar ook wel met andere zogenaamde ‘wapens’ van de landmacht: denk daarbij vooral aan de cavalerie, de artillerie, de genie en de motordienst.

 

In 1940 bestond een legerkorps uit twee divisies.


De onderverdeling bij de infanterie was als volgt:

  1. legerkorps
  2. elk legerkorps telde 2 divisies
  3. elke divisie telde 3 regimenten. Een regiment telde ongeveer 3000 man onder bevel van een luitenant-kolonel (ook wel overste genoemd)
  4. elk regiment telde 3 bataljons. Elk bataljon telde 3 compagnieën en 1 mitrailleurcompagnie. Een bataljon kan zelfstandig opereren en bestond destijds uit ongeveer 600 militairen. Aan het hoofd stond een majoor
  5. elke compagnie telde 4 secties. Een compagnie telde zo’n 150 manschappen. De commandant was een kapitein of soms een eerste luitenant
  6. elke sectie telde 3 groepen. Een sectie bestond uit 20 tot 50 militairen, met aan het hoofd een eerste of soms tweede luitenant. Een groep bestond uit meestal 11 militairen, met aan het hoofd een onderofficier.


Tegenwoordig, al tientallen jaren, heet een sectie binnen de landmacht trouwens een peloton.

 

Moeilijk te onthouden
Na al deze jaren met verhalen over mei 1940, kan ik nog steeds niet onthouden hoe het zit met de verschillende onderdelen van een legerkorps. Ik heb er gewoon niet voldoende interesse voor, i.t.t. mijn wederhelft, die al op 19-jarige leeftijd de boeken van Eppo Brongers over de Slag bij de Grebbeberg verslond.



Voorbeelden van verzoeken om informatie en andere correspondentie
Nog elk jaar komen er veel e-mails binnen van mensen die graag meer informatie willen hebben over wat hun familielid in de meidagen van 1940 heeft meegemaakt.

 

Hieronder plaats ik een paar geanonimiseerde voorbeelden. Ze zijn heel gevarieerd.

(R.I. = Regiment Infanterie; 2-1-8 RI = tweede compagnie van het eerste bataljon van het achtste Regiment Infanterie;
MC-III-11 = Mitrailleurcompagnie van het IIIe (derde) Bataljon van het elfde Regiment Infanterie;
pag = pantserafweergeschut)

 

-------------------------------------------------------

Geachte heer/mevrouw,

Ik ben bezig met een onderzoek  naar de belevenissen in de mei dagen 1940 van mijn vader D.J. xxx (03-12-1916). 

In de bijlagen de gegevens die ik reeds mocht ontvangen van het Ministerie van Defensie.

Kunt u mij kopieën toesturen van de gevechtsverslagen en -rapporten mei 1940 betreffende 2-1-8RI? En eventuele verdere informatie?

De meest linkse persoon op de foto is mijn vader.

Bij voorbaat hartelijk dank, 

Greet xxx 

-----------------------------------------------------

 

Geachte Dame/ Heer,  jammer dat het zo gegaan is, Cornelis xxx, had toen 6 kinderen, zijn vrouw ( geen leuk verhaal) stierf korte tyd daarna, de 6 kinderen werden naar opvoedkundig gesticht in Den Haag gestuurdt, en of ze al niet Traumas hadden opgelopen, werdt het nog erger, Me moeder ( kind van Cornelis xxx) plasde in dr broek, nou dat werdt wel afgestraft, door de Nonnen, jammer had me moeder een leuk leven gegundt, niemand die om haar bekommerde, wel haar vader vechten voor Vaderland, maar de overgebleven kinderen, niks waard.  Wij afstammelingen van Cornelis xxx, weten haast niks van onze Opa, een trouwfoto hebben we. Hoogachtend Hanna xxx.

(deze e-mail werd ontvangen nadat huisgenoot informatie had toegestuurd)

--------------------------------------------------------

 

Beste Redactie, Geacht Bestuur,

 Ik ben bezig met een onderzoek naar wat mijn vader in mei 1940 heeft meegemaakt toen hij als dienstplichtig sergeant deelnam aan de strijd op en rond de Grebbeberg. Ondanks uw uitgebreide en uitstekende site over de slag, slaagde ik er echter niet goed in om te achterhalen wat mijn vader, Wilhelmus Johannes xxx, 18-1-1918 tot 21-3-2004, toen precies heeft meegemaakt. Dat is jammer, want ik had mij voorgenomen hierover een boek of artikel schrijven. Maar misschien kunt u mij helpen om enkele onduidelijkheden op te helderen. Ik vat hieronder eerst samen wat ik wel weet. Zie ook de bijlagen.

 Mijn vader, xxx, werd na afronding van zijn onderwijzersopleiding in Nijmegen, als dienstplichtig soldaat voor zijn nummer (18.01.18.003) opgeroepen in 1937. Hij werd ingedeeld bij het 3de bataljon (onder v.d. Ploeg) van het 11e R.I. dat in de meidagen als reserve gelegerd was bij kasteel Broekhuizen in Leersum, waar toen de staf van het regiment zat. Het 11de R.I. maakte deel uit van de IVe divisie (onder van Loon) van het IIe legerkorps met bewakingstaken en zou aan het oorlogsfront kunnen worden ingezet als de situatie daarom zou vragen.

 Hij had in Weert een opleiding gekregen aan de kaderschool voor onderofficieren tot sergeant/scherpschutter zware mitrailleur. Daarna was hij korte tijd werkzaam als onderwijzer aan een school in Jutphaas bij Utrecht. Toen de oorlog uitbrak, moest hij zich op 10 mei melden bij de commandant van de mitrailleursectie van het IIIe bataljon, Reserve Kapitein Ir. H.J.M Steenbergen, met als opdracht bij aankomst bij kasteel Broekhuysen te Leersum, ”de 3de mitrailleursectie op te stellen in een weiland oostelijk van de oprijlaan”.
Een handgeschreven opdracht daartoe van MC-commandant Steenbergen trof ik aan zijn nalatenschap. Zij bijlage 1.

Ik leidde hieruit af dat hij op 10 mei sectie- resp. stukscommandant was van een van de zware mitrailleur-opstellingen van de MC-III. Maar van welke sectie precies? Dat werd in elk geval niet duidelijk uit de kaderlijst van het IIe legerkorps die op uw site te vinden is.  Op die lijst wordt weliswaar inderdaad een mitrailleurcompagnie genoemd onder Reserve Kapitein Steenbergen en met een viertal mitrailleursecties, maar ik kwam de naam van mijn vader bij geen van de secties tegen, noch als sectiecommandant, noch als ‘stuks commandant’. Wel werden als sectiecommandanten MC-III genoemd: van der Veen, Ketelaar, van Mierlo, Huisman.

Ook in de verklaringen, gevechtsberichten, verslagen, rapporten, etc. op uw site betreffende de MC-III-11 kwam ik zijn naam niet tegen.  Toch klopt het verhaal van de geschiedenis van de inzet van MC-III-11 in de meidagen van 1940 precies met wat mijn vader mij voor zijn overlijden in 2004 heeft verteld en ook met wat in de verschillende berichten m.b.t. MC-III-11 op uw site staat vermeld.  Volgens die gevechtsberichten, verslagen, etc. werden 3 secties van de MC-III-11 op 10 mei ingezet tegen luchtdoelen (i.c. overvliegende Duitse vliegtuigen), terwijl 1 sectie assisteerde bij de ontruiming van Amerongen. Op 11 mei werd de luchtbewaking door alle 4 secties voortgezet, naast andere bewakingstaken. Men sliep ’s nachts in het Koetshuis van het kasteel. Er werd in die dagen weliswaar vuur afgegeven op vliegtuigen, maar grondgevechten werden niet geleverd.  

Dat veranderde op 12 mei toen MC-III-11 samen met het hele IIIe bataljon via Remmerden naar Rhenen naar de stoplijn moest optrekken, omdat nabij de Grebbeberg de voorste linies waren doorbroken en de stoplijn tot iedere prijs gehouden zou moeten worden. Voor men echter goed en wel in Rhenen was gearriveerd, moest er echter alweer uit Rhenen in westelijke richting worden teruggetrokken, vermoedelijk door een bevelsfout en/of misverstand, waarna korte tijd later toch opeens weer opnieuw opgerukt moest worden richting Grebbeberg. Op 13 mei werden in de late avond vervolgens door de vier MC-III-secties stellingen betrokken ter hoogte van hotel de Grebbeberg. Terwijl men hiermee drukdoende was, deed zich onverwacht een hevige Duitse aanval voor, waarbij de MC-III uit elkaar viel in 4 secties, die zich daarop afzonderlijk en langs verschillende wegen moesten terugtrekken.

Deze confrontatie moet een keerpunt in de Slag om de Grebbeberg zijn geweest. Daarmee was volgens de literatuur op de laatste kans verloren gegaan om de Duitse opmars richting NHL te stuiten.

Ik heb de volgende vragen  

  1. Van welke MC-sectie maakte mijn vader, sergeant W.J. xxx, in de meidagen van 1940 eigenlijk deel uit?
  2. Wie waren - voor zover u weet of is te achterhalen -, de directe collega’s van mijn vader in zijn (mitrailleur)sectie?
  3. Wat kunt u mij eventueel nog meer vertellen over de inzet van zijn sectie (afgezien van de schets hierboven)?
  4. Zijn bij deze inzet collega’s van hem gewond geraakt of gesneuveld? Zo ja, wie? Bij welk incident?
  5. Wat is u eventueel bekend over de terugtocht van zijn sectie richting Vesting Holland op 14 mei 1940?  

 

Ik besef dat ik met bovenstaande veel van u vraag en dat het wellicht ook voor u niet zo gemakkelijk is hierop antwoorden te vinden. Daar staat tegenover dat ik t.z.t. graag 1 exemplaar van het te schrijven boekje aan de stichting schenk.

Bij voorbaat ben ik u heel dankbaar voor uw hulp!

 Met vriendelijke groet,

  1. xxx
    Xxx xxx
    Xxx Utrecht

 -----------------------------------------------------

 

 Geachte heer/Mevr

 

Ik hoop dat U mij kan helpen met het volgende :

 

 Franciscus Wilhelmus xxx Geboren te yyy op 26-06-1918   

 

Raakte zwaar gewond bij de Maasbruggen te Rotterdam en overleed op 20 mei 1940 aan zijn verwondingen.

 

Hij ligt begraven op de Grebbenberg Vak14 rij 14.

 

Op de oorlogsgravenstichting site word vermeld  Korp.   Dep.L.S.K.   Luchtstrijdkrachten ?

 

Mijn vraag is nu waar is hij overleden ? En waar was eerst zijn graf ?

 

En wanneer is hij herbegraven op de Grebbenberg ?

 

Ik hoop dat U mij kan helpen.

 

Met vriendelijke groet

 

Maarten xxx

 

----------------------------------------------------------

 

 Hallo lezer,

 Bij het opruimen kwamen we een herdenkingsspeldje tegen van grebbeberg 1940.

Het speldje is van mijn opa en die geven we uiteraard niet af.

Als jullie interesse hebben kan ik wel een foto ervan opsturen.

Laat het maar weten.

 Met vriendelijke groet

Joyce J.

 

Geachte mevrouw J.,

Dank voor uw aanbod.

Het speldje zelf hadden wij niet eens kunnen plaatsen, wij doen alles digitaal.

Een foto zou aardig kunnen zijn, als we ook een verhaaltje over uw Opa zouden kunnen plaatsen.

Maar dan zouden we wel zijn naam en onderdeel moeten weten.

Mocht zijn naam in ons archief te vinden zijn (die kans is er wel, maar die is niet zo groot) , dan hebben we dat onderdeel meteen ook.

Anders is de enige weg het aanvragen van zijn Militaire Staat van Dienst en daarvoor heb ik het adres wel beschikbaar.

Alleen maar een foto van een speldje plaatsen is een beetje jammer.

 Met vriendelijke groet

 xxx

Stichting de GREB / webredactie

 

Geachte h. xxx

 Ik zal de informatie die ik heb van mijn opa zo goed mogelijk proberen uit te leggen.

Zijn naam is Wilhelmus xxx en is geboren te B. op 05-07-1904 hij is getrouwd met Geertruida Johanna yyy, trouwdatum 26-07-1934 te B.

Hij zat in het 8ste regiment infanterie, naar wat ik begrepen heb zat zijn buurman Gerard G. in hetzelfde onderdeel.

Ik zal de foto die ik heb van mijn opa als soldaat die gemaakt is net voor hij naar de grebbeberg ging toevoegen tevens ook de foto van het speldje.

Het enige wat we weten uit verhalen is dat hij een kist meekreeg waar eigenlijk munitie in zou zitten maar in werkelijkheid was deze gevuld met zand. Wat wij er uit begrijpen kregen ze het kistje van de gemeente B.

Hij is gewond geraakt en is daarvoor behandeld in een ziekenhuis in Rotterdam en naar vertellen zat er nog steeds een scherf in zijn been.

Naar verhalen van mijn moeder ging hij op de fiets naar de grebbeberg en dat was vaak via een omweg en volgens haar is hij ook wel eens terug komen lopen naar huis.

Mijn moeder is regelmatig met haar vader naar de begraafplaats van de Grebbeberg geweest en volgens hem lagen daar zijn vrienden.

Het adres voor het aanvragen van zijn militaire staat van dienst zou ik graag ontvangen om ook zelf verder onderzoek te doen.

Alvast heel erg bedankt.

 Met vriendelijke groet

Joyce J.

 --------------------------------------------------

 

Conclusie
Hoewel het al 80 jaar geleden is dat Nederland door Duitsland werd bezet, voelen veel mensen de naweeën daarvan nog steeds.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
blogger

 

Wil je een reactie plaatsen? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd
.

Rating: 0 sterren
0 stemmen

 

Blog 146 – Christmas carols – wat zingen ze precies?

 

Engelse kerstliederen (Christmas carols) zijn over de hele wereld bekend en geliefd, maar doordat de teksten zo ouderwets zijn, worden ze soms behoorlijk verhaspeld.

 

 

  1. Neem het eerste couplet van Silent Night (Stille nacht)

 

 Silent night, holy night!
All is calm, all is bright
Round yon Virgin, Mother and Child
Holy Infant so tender and mild
Sleep in heavenly peace
Sleep in heavenly peace

 

Het probleem hier is dat mensen (1) niet weten wat yon is en (2) misschien het idee hebben dat round yon Virgin iets te maken heeft met de rondheid of zachtheid van de maagd Maria (Virgin).

 

Maar zo zit het niet. De derde regel is een vervolg op de tweede en de twee regels kunnen vertaald worden als:
“Alles is rustig, alles straalt rondom die maagd, die moeder en dat kind daar(ginds)”.

 

Yon  is namelijk een oudere vorm van het Engelse woord yonder, wat ‘daarginds’ betekent.

 

Luisteren naar Jim Reeves?:

https://www.youtube.com/watch?v=rqpUaKSNvJA

 

Op het plaatje op YouTube zie je Maria stralend in het licht, samen met Jozef en de herders rondom het kind.

 

 

 

  1. Een tweede voorbeeld is het in Nederland niet erg bekende kerstlied Deck the Halls with Boughs of Holly (Versier de kamers met takken hulst)

 

 

Deck the halls with boughs of holly
Fa-la-la-la-la, la-la
'Tis the season to be jolly
Fa-la-la-la-la, la-la
Don we now our gay apparel
Fa-la-la, la-la-la, la
Troll the ancient Yuletide carol
Fa-la-la-la-la, la-la, la

[Refrain]
Ooh
Ooh, ooh

 

Ik wil het hier hebben over Troll the ancient Yuletide carol.

 

Yuletide betekent kersttijd of midwintertijd, maar troll is het woordje dat ook native speakers van het Engels vaak niet begrijpen. Ze denken dat het iets te maken heeft met trollen, wezens uit Noordse mythen. Dat is niet zo!

 

Al sinds de zestiende eeuw betekent het werkwoord to troll galmen, uit volle borst zingen’ en het is verwant aan to roll, wat er weer mee te maken zou kunnen hebben dat mensen in een kring zongen, in een canon.

 

De vertaling van de regel is dus: “Zing dit oeroude midwinterlied uit volle borst mee

 

De Engelse tekst wordt ook in de Engelstalige wereld zelf vaak verbasterd tot “Toll the ancient Yuletide carol”, omdat mensen denken dat er iets met klokkenluiden bedoeld wordt, maar dat is een misverstand.

 

Luister naar Bing Crosby:
https://www.youtube.com/watch?v=l7cLfw0-ZLI

 

 

  1. Ten slotte: God rest you merry, gentlemen

 

 

God rest ye merry gentlemen
Let nothing you dismay
Remember Christ our Savior
Was born on Christmas Day
To save us all from Satan's pow'r
When we were gone astray
Oh tidings of comfort and joy
Comfort and joy
Oh tidings of comfort and joy

 


De komma achter ‘merry’ wordt vaak weggelaten – zoals in de tekst hierboven – en dan lijkt het alsof hier een paar merry gentlemen (vrolijke heren) worden aangesproken, maar zo is het niet bedoeld.

In de tijd van Shakespeare (1564 - 1616) was het in Engeland gebruikelijk om te zeggen “Rest you merry” als je iemand het beste wilde toewensen. Merry hoort hier dus bij rest you en niet bij gentlemen.

Rest you merry kon vervangen worden door Rest you fair of Rest you happy. En God rest you merry betekent dus zoiets als:

“Moge God je vreugde blijven geven”.

 

Wat vind je van deze versie van Perry Como?:

https://www.youtube.com/watch?v=RwTOFzrU6f4

 

Een vrolijk kerstfeest, ladies and gentlemen!

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
blogger

 

Wil je een reactie plaatsen? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd
.

 

Rating: 0 sterren
0 stemmen

 

Blog 147 – All kinds of everything

 

Niet zo heel lang voordat zij onverwachts een hersenbloeding kreeg en na 5,5 week overleed, in december 2019, vroeg mijn tweelingzus Gerda mij of ik me nog kon herinneren wat ik zo’n 50 jaar geleden eens tegen haar gezegd had.


We woonden toen samen op kamers in hetzelfde huis in Groningen en ik was verliefd geweest. De relatie met de betreffende jongen had niet lang standgehouden, er waren nare dingen gebeurd en ik had tegen haar gezegd dat het liedje All kinds of everything remind me of you (gezongen door Dana) voortdurend door mijn hoofd speelde.

 

“Kun je je dat nog herinneren?”, vroeg ze aan mij.

Ja, ik wist het nog wel, en ik was verbaasd en ontroerd dat zij het nog wist.

 

https://www.youtube.com/watch?v=WZNHsbhlRGE&list=RDWZNHsbhlRGE&start_radio=1&t=0

 

 

Van alles herinnert me aan haar
Nu heb ik hetzelfde met de herinneringen aan haar.

 

We hebben dit jaar een coronapandemie (gehad), ik heb mijn bedrijf opgeheven, maar niets is voor mij zo belangrijk geweest als de verwerking van haar plotselinge vertrek uit het leven.

 

Niet alleen foto’s of aantekeningen die ik van haar heb, doen me aan haar denken, maar van alles.

Op de meest onverwachte momenten.

  • Artikelen over kinderloosheid
  • Vluchtelingen
  • Somalië
  • De blouse die ik van haar heb
  • De rok die ze me gaf
  • Het schilderij dat nu in onze slaapkamer hangt
  • Beukenheggen
  • Ons zonnescherm waar ze nu niet onder kan zitten
  • Kussens op de eetkamerstoelen
  • De bloemen in de lente
  • De wisseling van de seizoenen, die zij niet meer meemaakt
  • De gezichten die ik van haar zie als ik in bed lig
  • Haar oude pantoffels met de zolen die ze steeds liet vernieuwen
  • Haar pyjama
  • De koperen emmer
  • De paraplubak
  • De staande lamp
  • De vloerkleden die zij weer van haar oude buurvrouw geërfd had
  • Het kleine ovenvaste pannetje
  • De plastic zeef
  • Haar lange winterjas
  • De dahliaknollen die ze me gaf
  • Lupines
  • De bijna versleten langwerpige doek met Indonesische afbeeldingen (wajang?) die ze vroeger aan de wand had hangen en die ik toch maar weggedaan heb
  • Haar leuke schortjes
  • Stokke-stoelen
  • Haar hoyaplant in de vensterbank
  • Het beeldje van twee figuurtjes (een tweeling?) dat ze me ooit gaf
  • Het boek over ‘Zussen’ van de tweeling Lotte en Stine Jensen dat ze meebracht
  • Het doosje met ‘mindfulness’-kaartjes
  • Als ik aan het gymmen ben – zij deed liever chi gung
  • Als ik aan mijn eigen lichaam denk
  • Als ik naar mijn haar kijk
  • Als er in een serie gezegd wordt dat iemand een hele nacht hulpeloos in de kou heeft gelegen
  • Als het over ziekenhuizen en verpleeghuizen gaat
  • Het bos waar we kort voor haar dood nog samen in liepen

 

Er is geen dag dat ik er niet aan denk dat ze er niet meer is.

 

Ik hoef je niet te zien, ik kan je dromen
Vrijdag 18 december had Jeroen Pauw bij Op1 een afstandsinterview met de terminaal zieke Jeroen van Merwijk.

Hij heeft kanker.

 

In een vorig interview had ik hem horen praten over zijn tweelingbroer Vincent en hoe erg hij het vond voor zijn tweelingbroer en zijn moeder dat hij eerder dan zij zou sterven.

Dat emotioneerde mij.

 

Bij Op1 ging het erover dat collega-cabaretiers van Jeroen van Merwijk een cd opgenomen hadden met 17 van zijn beste liedjes en hem die aangeboden hadden.

Jeroen van Merwijks maatje Harrie Jekkers zong op de televisie het liedje Ik kan je dromen, met prachtige muzikale begeleiding door de band van Jeroens broer Lucas.


Dat liedje ontroerde me ook.

 

Het is natuurlijk niet geschreven met de dood van een geliefde in gedachten, maar is wel van toepassing op mijn situatie.

 

Ik draag geen foto van je met me mee
Daar durf ik openlijk voor uit te komen
Wat mensen met zo’n foto moeten; geen idee
Ik hoef je niet te zien ik kan je dromen

Ik kan je zien van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat
Er valt voor jou aan mij niet te ontkomen
Omdat je haarfijn op mijn netvlies staat
Ik hoef je niet te zien ik kan je dromen


(…….  ……)
Dan doe ik af en toe gewoon mijn ogen dicht
Ik hoef je niet te zien ik kan je dromen

Zelfs als je bij me weggaat, maakt dat niet echt uit
Ik heb mijn voorzorgsmaatregelen al genomen
En ik heb je zo weer terug als ik mijn ogen sluit
Ik hoef je niet te zien ik kan je dromen.


Je bent weg, maar je gezicht is altijd bij me
Misschien zegt die laatste regel wel hoe het voortaan zal zijn. Je bent weg en komt niet terug. Ik ga alleen verder (met mijn andere geliefden), maar je gezicht is altijd bij me.

 

https://www.youtube.com/watch?v=6ZWR1FdEMrQ

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
blogger

 

Wil je een reactie plaatsen? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd
.

Rating: 5 sterren
1 stem

 

Blog 148 – Between blogs

Ja, “between blogs” vandaag, want ik ga me niet inspannen, al is het pas het begin van het nieuwe jaar – 2021.

 

Last van mijn handen
Ik heb namelijk al een tijdje behoorlijke last van mijn handen.

Het syndroom van De Quervain aan mijn rechterhand (pijnlijke duim en pols) en aan beide handen pijn aan mijn pinken (trigger fingers).
Beide aandoeningen zijn het gevolg van peesschedeontstekingen.

Ik wil ervoor zorgen dat mijn klachten niet chronisch worden. Voor het syndroom van De Quervain heb ik in juli een injectie gekregen, met opvliegers de dagen daarna als gevolg, maar de klachten kwamen al snel weer terug.

Daarom voel ik er niet veel voor ook injecties met corticosteroïden (ontstekingsremmers) te laten toedienen voor de problemen met mijn pinken.

https://www.rijnlandorthopedie.nl/ziekte-van-de-quervain/

https://www.rijnlandorthopedie.nl/triggerfinger/

 

 

Een eenvoudig blogje
Ik heb al tientallen jaren handen en polsen die vaak niet willen wat ik wil en nu heb ik er eindelijk namen voor.

Gelukkig hóef ik ook niet meer zoveel.

 

Als ik niet veel wil schrijven of typen of schoonmaken doe ik dat gewoon niet.
Elke twee weken komt een bedreven huishoudelijke hulp ons bijstaan.
Huisgenoot W. doet, al heel lang, bijna alle boodschappen. Als ik nu typ, doe ik dat met vier vingers en niet met tien.
Ik slik zo’n vier paracetamols per dag.


Als ik iets hoog in de kast moet zetten, doet huisgenoot dat. En wat ik eerst met één hand tilde, draag ik nu met twee handen.


Tijdens de kerstdagen hebben we wel bezoek gehad, maar ik heb eten besteld bij een restaurant en zelf niet gekookt.
Daarmee hebben we dus ook de horeca nog gesteund.


En ik pleeg niet mijn gebruikelijke ‘research’ deze week.
Daarom dit eenvoudige blogje.

 

Kweekvlees
Eigenlijk had ik vandaag over kweekvlees willen schrijven, maar dat werd me te ingewikkeld.  En ik had ook geen zin me te verdiepen in die meer dan 200 andere onderwerpen die nog liggen te wachten.

 

Daarmee kan ik nog minstens vier jaar vooruit. Als ík tenminste nog vier jaar vooruit kom. Laat ik daarop drinken.

En op de gezondheid en voorspoed van de door mij zeer gewaardeerde lezers van mijn blogs.

 

AU, mijn hand! Misschien toch eens naar spraakherkenningssoftware kijken …

 

Rating: 4 sterren
1 stem

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
blogger

 

Wil je een reactie plaatsen? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd
.

----------------------------------------------------

 

Blog 149 – Kweekvlees

 

Een tijdje geleden hoorde ik in het Journaal dat de regering van Singapore toestemming heeft gegeven om binnenkort kweekvlees (van kippen) in winkels te verkopen. ( https://www.reuters.com/article/uk-eat-just-singapore/singapore-becomes-first-country-to-approve-sale-of-lab-grown-meat-idUKKBN28C06Q?edition-redirect=ca)

Zie ook: https://www.elsagroenmanwarmelink.nl/blogs-61-70#blog-67

 

Dat vond ik een goed bericht.


Niet alleen omdat dieren door het introduceren van kweekvlees veel leed bespaard zal worden en grootschalige veeteelt dramatisch slecht is voor het klimaat, maar ook, en vooral, omdat ontwrichtende pandemieën steeds vaker zullen voorkomen als de wereld blijft doorgaan met grootschalige veehouderij voor de vleesproductie.

 

Die pandemieën ontstaan immers doordat virussen van dieren naar mensen overspringen.


Tel uit je winst!

 

1,7 miljoen virussen onder wilde dieren
Niet alleen gefokte dieren zijn een bron van virussen, wilde dieren zijn dat ook.

 

Mensen komen steeds vaker in aanraking met die wilde dieren. Veel mensen willen graag de hele wereld over reizen, alles ‘meemaken’, ook wilde dieren dus.

 

En dat is niet alles. Voor de winning van ertsen, zoals coltan (colombo-tantaliet) voor mobiele telefoons en andere elektronische apparaten, wordt er vaak diep in het oerwoud gewerkt.  In Congo vooral.

De mijnwerkers in Congo werken en leven tussen de wilde dieren en eten het vlees van die dieren (bushmeat).

 

Volgens zoölogen leven er naar schatting 1,7 miljoen virussen op wilde dieren.
Het covid-19-virus is echt niet een van de weinige virussen.

 

Weliswaar is slechts een klein deel van de virussen op wilde dieren schadelijk is voor mensen, maar er is nog lang niet uitgezocht welke dat precies zijn.


Vegetarisch of veganistisch eten
Ik wil verstokte vegetariërs of veganisten niet tegen de haren instrijken, maar ik zie het voor mijzelf niet zitten om helemaal plantaardig te eten.


Tegen groenten en fruit heb ik helemaal niets, integendeel, maar als dat alles is?

Huisgenoot W. en ik eten wel regelmatig vleesvervangers, maar echt lekker vind ik ze niet. Het is niet bepaald haute cuisine.


Van peulvruchten en melk word ik winderig en kaas en eieren vind ik wel lekker, maar ik heb niet het idee dat ze goed zijn voor mijn cholesterolgehalte – dat toch al veel te hoog is.


Dan moet ik maar cholesterolverlagers slikken?

Nee, dat kan niet bij mij.

Van statines krijg ik kramp in mijn onderbenen en van andere cholesterolverlagers, zoals ezetimibe, word ik zo moe dat ik minstens 10 uur per nacht slaap. En ik ben van nature al zo’n slaapkop!

 

Dol op bonen
Aan de andere kant: voor huisgenoot W. zou een strikt vegetarisch dieet niet veel uitmaken.

Hij zou het misschien helemaal niet merken als ik hem helemaal geen vlees meer voorzette. Hij  is namelijk zo dol op bruine bonen en andere peulvruchten, dat hij die elke dag wel wil hebben.

En kaas gaat er bij hem ook in een recordtempo doorheen.

 

Kipnuggets in Singapore
In ieder geval kunnen de inwoners van Singapore dus binnenkort stukjes kip eten die in een bioreactor gekweekt zijn.

De kweekkip wordt gemaakt van stamcellen – spiercellen, vetcellen en bindweefsel - die door middel van een punctie uit levende dieren gehaald worden.

Om de stamcellen in een bioreactor te laten uitgroeien tot vlees, is een serum nodig dat nu nog gemaakt wordt van bloed uit kalfsfoetussen, maar binnenkort hopelijk uit planten verkregen kan worden.

Er kan bijvoorbeeld gebruikgemaakt worden van eiwitten uit gist.

 

Kweekvlees wordt ook wel slachtvrij vlees, in-vitrovlees of laboratoriumvlees genoemd.

Het verschilt niet van ‘gewoon’ vlees als het gaat om smaak, structuur en voedingswaarde.

 

Kweekvlees niet duurder dan ‘gewoon’ vlees
Het bedrijf dat de kweekkip produceert, Eat Just, verwacht dat de prijs van een portie gekweekte kip over niet al te lange tijd lager zal zijn dan vlees van geslachte kippen.

 

Er zitten dus bijna alleen maar voordelen aan kweekvlees vergeleken bij vlees van geslachte dieren. Op dit moment is het enige nadeel dat er nog een aanzienlijke hoeveelheid energie nodig is voor de productie ervan.

 

Het maakt daarom uit of er duurzame of fossiele energie gebruikt wordt en of de deskundigen erin slagen het proces zo efficiënt mogelijk te maken.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
blogger

 

Wil je een reactie plaatsen? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd
.

Rating: 0 sterren
0 stemmen

P.S.

Dit blog heb ik geplaatst op 9 januari 2021. Op 1 maart las ik in de krant over een nieuw bedrijf in Ede, Rival Foods, dat het is gelukt om grote stukken vezelachtige plantaardige producten te maken. De oprichters van het bedrijf en de investeerders beweren dat ze 'innovatieve, smakelijke en voedzame producten kunnen ontwikkelen die voldoen aan de wereldwijd groeiende vraag naar plantaardige producten'.
Het product dat ze willen aanbieden is heel anders dan de vegetarische worstjes en burgers die nu nog in de winkel liggen. 'Met ons product kun je culinair koken. Je kunt het marineren en op verschillende manieren bereiden, bijvoorbeeld bakken, stomen of stoven',  zeggen ze.

Afwachten maar!

 

Blog 150 – Een rekensom vertaald naar een limerick – ouderwetse woorden in het Engels

 

Als je naar het bovenste deel van de onderstaande afbeelding kijkt, wat zie je dan?

Een rekensom toch? Maar je kunt er ook een limerick van maken, in het Engels tenminste.

 

Kijk maar wat er onder de rekensom staat. Je moet dan natuurlijk wel de gebruikte woorden kennen.


De limerick is waarschijnlijk geschreven door de Brit Leigh Mercer (1893-1977).

 

 

Verschillende betekenissen van score
Ook in het Engels, en misschien juist in het Engels, zijn er veel woorden of woordcombinaties die op dezelfde manier geschreven en uitgesproken worden, maar toch heel uiteenlopende betekenissen hebben.
Dat zijn dus homoniemen.


Soms hebben deze woorden zo veel betekenissen dat ze niet eens allemaal in het woordenboek vermeld worden.

Vaak gaat het om combinaties van bijvoorbeeld een werkwoord en een voorzetsel, zoals put up, take in, take up, bring out etc.

 

 

Ouderwets woord
In de limerick die hierboven staat, gaat het om een zelfstandig naamwoord, namelijk score. In de betekenis die het in de limerick heeft, is het niet erg bekend.

In mijn elektronische woordenboek Engels-Nederlands van Van Dale staan bij het zelfstandige naamwoord score wel dertien verschillende vertalingen, maar niet de vertaling die het woord in deze limerick nodig heeft.

 

Het woord score zoals gebruikt in de limerick is een beetje ouderwets en betekent: 20 (twintig).

Als je dat weet, begrijp je de limerick beter, als je tenminste ook weet dat een dozijn ‘12’ is en een gros ‘144’:

Een dozijn, een gros en twintig
plus driemaal de wortel van vier,
gedeeld door zeven,
vijf keer elf daarneven(s),
is negen kwadraat en niets meer.

 

 

Gettysburg Address
Veel Engelssprekenden zullen het woord score in de betekenis van 'twintig' alleen kennen uit de toespraak die president Abraham Lincoln op 19 november 1863 hield tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (de Gettysburg Address).


De toespraak begint zo:

Four score and seven years ago, our fathers brought forth on this continent a new nation, conceived in Liberty and dedicated to the proposition that all men are created equal.”
(Zevenentachtig jaar geleden stichtten onze voorvaderen op dit continent een nieuwe natie, … )


Four score and seven years betekent:
(80 + 7 =) 87 jaar.

Zo lang was het in 1863 geleden dat het Amerikaanse Congres de Onafhankelijkheidsverklaring aannam en de Verenigde Staten van Amerika onafhankelijk werden van Groot-Brittannië.

 

Soortgelijke woorden
Score in de betekenis van 'twintig' is eenzelfde soort woord in het Engels als dozen (dozijn; twaalf), gross (gros; 144) en brace (een stel, een paar, twee, in het geval van identieke dingen):
three brace of partridge(s) (= drie koppels patrijzen).


In het Brits Engels komt het woord vaker voor dan in het Amerikaans Engels.

 

Fortnight
Ook zo’n ouderwets woord als score is fortnight.

Ook fortnight wordt vaker in Engeland, en bijvoorbeeld in Australië en Nieuw-Zeeland, gebruikt dan in de VS.


Het betekent ‘veertien dagen’, of ‘twee weken’, en is eigenlijk afgeleid van fourteen nights.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
blogger

 

 

Wil je een reactie plaatsen?
Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.

Zie reactieformulier onderaan deze pagina.

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Rating: 4 sterren
1 stem

Reactie plaatsen

Reacties

Elsa
4 maanden geleden

Dank je wel, Sharon!

Shar Ruth
4 maanden geleden

Blog 147. Wat ontzettend ontroerend weer Els, prikkels over mijn huid en tranen in mijn ogen.. wat kun jij mooit schijrven!

Elsa
7 maanden geleden

Dank je wel voor je reactie, Damaris!

Damaris van der Beek
7 maanden geleden

Wat een mooie blog Elsa, ook al is het zo triest. Ik kan het me zo goed voorstellen (blog 147).

Elsa
7 maanden geleden

Dank je, Wilma!

Wilma
7 maanden geleden

Ontroerend en herkenbaar, Els! Beide liedjes zijn prachtig.

Elsa
8 maanden geleden

Hoi Annie, dank voor je compliment!

Ik weet zeker nog wel waar we elkaar ontmoet hebben - de OCC bij Het Gerecht toch? Volgens mij ging het toen over NLP.

Wat leuk dat je mij om hulp vraagt bij het schrijven van blogs. Dat wil ik graag doen! We moeten maar eens een afspraak maken en dan bekijken wat voor hulp je nodig hebt en of en hoe ik je die kan geven.

Bel (06-28128469) of mail (e.warmelink@gmail.com) me maar voor een afspraak.

Telefonisch ben ik de komende week bereikbaar op maandag-, dinsdag- en woensdagmiddag of op vrijdag (ook niet al te vroeg ...).

Met vriendelijke groet,
Elsa

Annie Adema
8 maanden geleden

Dag Elsa,

Ik wil graag even reageren op je blog Ikagai. Weer mooi geschreven Elsa. Ik weet niet of je het nog weet, maar we hebben elkaar ontmoet bij de open koffie een tijdje geleden.

Ik heb een vraagje, zou je mij eens willen helpen met blog schrijven. Ik heb er altijd heel veel moeite mee en ben daarna niet echt tevreden.

Misschien kunnen we eens afspreken.

Ik hoor graag van je.

Groeten,
Annie Adema