Blog 101 - TRADEMARK OFFICE

 

Als zelfstandige sta je aan allerlei gevaren bloot. Aan ziek zijn zonder inkomsten, wanbetalers, te weinig opdrachten, burn-out …


En aan oplichters. Helaas heb ik daar zelf ervaring mee.

 

Opgelicht
Op 1 november 2018, donderdagmiddag, had ik een tolkafspraak bij de politie in Drachten, tot ongeveer 15.50 uur.

Toen ik naar huis wilde vertrekken, belde ik eerst huisgenoot W. Hij vertelde dat er twee telefoontjes waren geweest, waarvan één van ‘Trademark Office’. Hij had het niet helemaal begrepen, vertelde hij, maar in ieder geval had de beller het over mijn website gehad en hij had gezegd dat er iets ‘verdachts’ was.
Ik moest vóór 5 uur terugbellen. Het was dus blijkbaar dringend.

Ik zei dat ik niet vanuit de auto wilde bellen, dat ik moe was en dat ik eerst wel naar huis zou komen.

Toen ik thuis kwam, begon huisgenoot er meteen weer over. Hij had de naam van de beller genoteerd (Stijn de Jong), het telefoonnummer dat ik terug zou moeten bellen (020-217 0083), het desbetreffende dossiernummer (1890784), de naam ‘Trademark Office’ en de term registratieopdracht.

Ik was benieuwd waar dit over zou gaan, want de naam ‘Trademark Office” kwam me bekend voor van de juridische vertaalcursus die ik in 2006-2007 gevolgd heb bij Chris Odijk in Amsterdam.

Zou het misschien gaan om een vertaalopdracht over merken?

(Overigens las ik later op internet dat het Europese Merkenbureau (European Trademark Office) sinds 2016 een andere naam heeft (Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO)).

Ook vroeg ik me af of er misschien ‘iets’ mis was, omdat de beller het volgens huisgenoot had gehad over iets wat verdacht was.

 

Het tweede gesprek
Ik belde het opgegeven telefoonnummer dus om 16.35 uur, op mijn mobiele telefoon

Toen er opgenomen werd, vroeg ik naar Stijn de Jong, maar na enige tijd – ik kreeg de indruk dat er gedaan werd alsof er naar Stijn de Jong gezocht werd – kreeg ik te horen dat die net even in vergadering was. Ik kreeg een andere medewerker aan de lijn.

(Ik heb wel naar de naam van die medewerker gevraagd en hem ook gekregen, maar vermeld hem hier niet. Het gaat waarschijnlijk om een betrekkelijk onschuldige loonslaaf.)

De medewerker vroeg mij naar het dossiernummer en vertelde mij toen dat een andere persoon registratie van de website/domeinnaam elsagroenmanwarmelink.com had aangevraagd.

Helaas kenden ze niet de persoonsgegevens van die aanvrager, omdat er op de stippellijntjes waarop de persoonsgegevens zouden moeten worden ingevuld, alleen maar kruisjes waren ingevuld (…).

Maar omdat mijn website elsagroenmanwarmelink.nl is, vonden ze de aanvraag verdacht.

Daarom hadden ze mij gebeld, want als ik die domeinnaam niet zelf opeiste, zouden ze de aanvrager de registratie niet kunnen weigeren.

Ik had als eigenaar van elsagroenmanwarmelink.nl namelijk het ‘recht van eerste registratie’.

Als ik elsagroenmanwarmelink.com zelf wilde registreren, moest dat wel dezelfde dag nog gebeuren.

Verbaasd
Ik was erg verbaasd en uitte dat ook. Ik vroeg mij af wie er in vredesnaam een website met mijn naam zou willen hebben, want ik ben er voor 99% zeker van dat er maar één Elsa Groenman-Warmelink op de wereld is.
Toen ik dat zei, reageerde de medewerker niet.

Daarna vroeg ik mij af of er misschien iemand was die mij zo haat dat hij mij kwaad zou willen doen door een website met mijn naam te bemachtigen en daar bijvoorbeeld pornoafbeeldingen op te zetten. 

Waarschijnlijk kreeg ik die gedachte doordat ik 1) een lichte burn-out had en 2) moe was van het tolken die middag bij een aangifte bij de politie door een slachtoffer van mensenhandel uit Nigeria, die van alle kanten bedrogen en misbruikt was.

Bovendien is mijn website elsagroenmanwarmelink.nl behoorlijk persoonlijk, omdat ik er veel blogs op geplaatst heb.

Op de door mij uitgesproken vrees dat elsagroenmanwarmelink.com gebruikt zou worden om mij in diskrediet te brengen door middel van, bijvoorbeeld, porno, reageerde de medewerker niet.

 

“Reserved”
Hij drong er wel een paar keer op aan dat ik de website elsagroenmanwarmelink.com zou opzoeken. Dan zou ik zien dat die website/domeinnaam door iemand anders geclaimd was.

Dat deed ik uiteindelijk en ik zag een lege pagina met bovenaan in kleine lettertjes de zin (een van beide, ik weet niet helemaal zeker welke formulering gebruikt was): “This website is reserved.” of “This domain name is reserved.”.

Ik vond het er nogal knullig uitzien en had het gevoel dat het geen zuivere koffie was.

Daarom wilde ik mijn broer bellen, die jurist is, en eventueel wat dingen op internet opzoeken. Ik zei tegen de medewerker dat ik het moeilijk vond een beslissing te nemen. Kon hij mij over een half uur terugbellen?

Dat werd afgesproken.

 

Derde telefoongesprek
Ik zocht het telefoonnummer van mijn broer op en belde dat, maar dat nummer bleek onjuist in mijn telefoonlijst te staan (…).
Daarom belde ik mijn moeder, van 94, voor het juiste nummer. Dat had ze uiteraard onmiddellijk bij de hand, maar vervolgens bleef ze maar praten, en ik kon niet zomaar neerleggen.

Dat duurde dus even.

Toen ik net het juiste nummer van mijn broer aan het intikken was op mijn mobiel, werd er op de vaste telefoon alweer gebeld – ruim binnen het halve uur. Huisgenoot W., die tegenover mij aan tafel zat, nam op.

Waarschijnlijk doordat ik moe was, ging ik niet door met het bellen van mijn broer en nam ik de vaste telefoon van huisgenoot aan.

Het bleek weer iemand anders van Trademark Office te zijn – Ger Lucassen of Lukassen.

 

Bang maken
Deze trouwe knecht ging er met gestrekt been in. Hij begon mij meteen weer bang te maken. Ik kon volgens hem alleen voorkomen dat iemand anders er met elsagroenmanwarmelink.com vandoor ging als ik zelf die domeinnaam registreerde.

Dat kostte dan wel € 29,75 per jaar, en je moest het voor 10 of 15 jaar laten vastleggen.

Ik zei dat ik 69 jaar was en over 15 jaar wel dood kon zijn.
Daarna had hij het alleen nog over 10 jaar.

Ik kreeg steeds meer het gevoel dat ik met een oplichter te maken had en dat zei ik ook. Ik vond zelfs zijn stem klinken als die van een oplichter. Dat zei ik óók tegen hem.
De medewerker reageerde daar heel overdreven op: hoe kón ik denken dat hij mij zou bedriegen … .

 

Overgehaald
Waarschijnlijk omdat ik erg moe was, liet ik me uiteindelijk toch overhalen te verklaren dat ik de domeinnaam elsagroenmanwarmelink.com voor mijzelf opeiste voor 10 jaar en dat ik wist dat ik daarvoor € 297,50 moest betalen.

Dit stukje van het gesprek werd op band opgenomen.


Onmiddellijk nadat ik toestemming had gegeven, zei ik:  “…, maar ik geloof niet dat dit zuivere koffie is”.

Huisgenoot W. kan getuigen dat ik dat gezegd heb, want hij was tijdens het hele gesprek aanwezig.

 

Wat gebeurde er daarna?
Ik kijk op Internet en zie dat er een luchtje zit aan Trademark Office. Ik bel mijn broer Aldo, die mij aanraadt meteen een brief of e-mail te sturen dat er sprake is geweest van dwaling, wat zou betekenen dat de overeenkomst niet rechtsgeldig en vernietigbaar is.

Om 17.32 uur verzend ik die e-mail.

2 november
9.22 uur
Via e-mail een bericht van Trademark Office met als bijlage een factuur (€ 297,50 plus btw) voor “registratiekosten voor de volledige periode van uw domeinnaamregistratie”.

Mijn broer belooft mij dat hij mij in deze zaak juridisch wel wil bijstaan.

11.59 uur
Ik stuur een e-mail terug met de mededeling dat ik de factuur niet zal betalen en verwijs naar mijn e-mail van de vorige dag, 1 november.

13.35 uur
Een e-mail terug van de heer F. van Waalrijn van de Debiteurenafdeling van Trademark Office met de mededeling dat de zaak uit handen wordt gegeven wanneer ik niet of niet tijdig aan mijn contractuele verplichting voldoe. Ook wordt er een betalingsregeling aangeboden.

15.28 uur
Ik mail dat ik na het telefoongesprek heb vastgesteld dat ik ben bedrogen en dat acquisitiefraude een strafbaar feit is.
Ik verzoek Van Waalrijn mij een schriftelijk bevestiging te sturen dat er van een geldige overeenkomst geen sprake is. Ik beloof dat ik in dat geval geen verdere actie zal ondernemen.


7 november
13.53 uur
Van Waalrijn ontkent per e-mail dat ik ben bedrogen en verwijst naar een uitspraak van de Rechtbank Limburg (kantonrechter) van een door Trademark Office gedaagde onderneemster.
Deze onderneemster was door de kantonrechter in het ongelijk gesteld.

(Voor details: ECLI:NL:RBLIM:2018:9360. De betreffende onderneemster had zich juridisch niet goed laten bijstaan.)

8 november
10.23 uur
Weer op advies van Aldo verwijs ik per e-mail naar een latere uitspraak (van de Rechtbank Oost-Brabant; ECLI:NL:RBOBR:2018:3291).
Daarin staat dat er sprake is van bedrog door Trademark Office en dat de overeenkomst daarom vernietigbaar is.

Ik wijs er in mijn e-mail bovendien op dat Van Waalrijns verwijzing naar ECLI:NL:RBLIM:2018:9360 opnieuw een poging tot misleiding is.

14.31 uur
Van Waalrijn reageert. In een tamelijk onbegrijpelijke, quasi-juridische taal beweert hij dat het er dan maar net om gaat hoe de rechter de zaak zal beoordelen.
Verder noemt hij de mogelijkheid van een annuleringsprocedure c.q. minnelijke schikking.

12 november, ’s morgens
Ik word gebeld door iemand van Trademark Office, ene Mark. Hij dreigt dat Trademark Office een incassobureau zal inschakelen als ik niet betaal.

Als ik tegenwerp dat de medewerkers van Trademark Office tegen mij gelogen hebben, zegt hij:
“Liegen is niet strafbaar”.

Hij oppert dat ik, om aan een incassobureau te ontkomen, de overeenkomst kan annuleren op de voorwaarden van Trademark Office. Dan zou ik maar één jaar, in plaats van tien jaar, aan de overeenkomst vastzitten.
Ik zeg dat hij daar maar een mailtje over moet sturen.

11.41 uur
De heer Van Waalrijn stuurt mij een mailtje over de annuleringsprocedure. De annuleringskosten bedragen €119,98 inclusief BTW.

Hij mailt o.a.:
Het voorgaande vloeit voort uit het feit dat wij reeds kosten hebben moeten voorfinancieren om de registratie voor u te bewerkstelligen. Een ander deel van deze annuleringskosten vloeien voort uit het feit dat wij de registratieperiode moeten terugbrengen van 10 jaren naar 1 jaar. Ook voor het voorgaande moeten wij wederom kosten maken”.

Vrijdag 16 november
10.12 uur (na overleg met broer)
Ik stuur een e-mail aan de heer Van Waalrijn dat ik verder niet zal ingaan op hun telefonische of schriftelijke misleidingen. Ik schrijf o.a.:
Gelukkig leven we in een land waarin er juridische bescherming bestaat tegen de praktijken van een onderneming als de uwe.”


Maandag 19 november
Ik word weer gebeld, ditmaal door Ralph Bakker. Die begint erover dat er al een contract gesloten is en dat een bandopname het bewijs is.
Ik leg neer. Daarna wordt er nog wel vijf keer gebeld (‘Anoniem’ op het schermpje), maar ik neem niet op.

20 november
Weer een telefoontje van Ralph Bakker. Hij “wil mij wel tegemoetkomen”. Ik leg op.

22 november
Ik krijg via e-mail een nogal knullig opgemaakte betalingsherinnering.

24 december
Ik krijg van Norrrad Incasso via e-mail bericht dat er een brief (aan de heer E. Groenman-Warmelink) naar mij onderweg is over de start van een incassotraject.

30 december
Op advies van broer teruggemaild:

LS,

Zoals bij Trademark bekend, betreft het hier een betwiste vordering. Op de vernietigbaarheid van de overeenkomst is herhaaldelijk schriftelijk (buitengerechtelijk) een beroep gedaan. 

Het leek mij verstandig u op hiervan op de hoogte te brengen, zodat onnodige incassokosten worden voorkomen.

 Hoogachtend etc”.

 

Ik vind op internet allerlei links over (negatieve) rechterlijke uitspraken over Trademark Office, o.a. door de rechtbank Oost-Brabant, Gelderland en Overijssel.

Er blijkt duidelijk uit hoe belangrijk het is om steeds schriftelijk en inhoudelijk verweer te voeren.

Zie https://www.acquisitie-fraude.nl/domeinnaamfraude-8-rechters-spreken-zich-uit-over-trademark-office/.

 

Het nieuwe jaar

2 januari 2019
Norrad Incasso stuurt mij via e-mail een ‘bewijsvoering inzake dossier …’, d.w.z. een bandopname waarin ik instem met de registratie door mij van de domeinnaam elsagroenmanwarmelink.com. De opname houdt abrupt op vóór mijn uitspraak “…, maar ik geloof niet dat dit zuivere koffie is”.

Norrad Incasso heeft dezelfde eigenaren als Trademark Office zelf!

 

3 januari 2019
Op aanraden van mijn broer mail ik terug:

LS,

Naar aanleiding van uw mail van 2 januari 2019 (+ opname van een gedeelte van een telefoongesprek) kan ik u het volgende melden. Ik heb nimmer betwist dat het opgenomen telefoongesprek heeft plaatsgevonden. Spoedig na het gesprek ben ik erachter gekomen dat Trademark mij met listige en bedrieglijke kunstgrepen op een dwaalspoor heeft gebracht. In de jurisprudentie is inmiddels veelvuldig vastgesteld welke onrechtmatige kunstgrepen dat zijn; deze zijn op identieke wijze ook in mijn situatie toegepast. Vervolgens heb ik onmiddellijk en meerdere malen een beroep gedaan op vernietigbaarheid van de overeenkomst, voor zover deze al tot stand is gekomen, op grond van bedrog c.q. dwaling. Uw opmerking, dat uit deze reactie geen feiten blijken die enige afbreuk doen aan de rechtsgeldigheid van de vordering, kan ik dan ook niet plaatsen.

Hoogachtend,”

 

15 januari
Per e-mail, in een bijlage, krijg ik een aanmaning om te betalen. Als ik dat niet doe, zullen ze een gerechtelijke procedure starten. Later krijg ik ook een aanmaning per brief.

Ik verwijs Norrad naar mijn reactie van 3 januari.

 

16 januari
Ik krijg een mail terug:

Geachte heer Groenman-Warmelink,

Wij willen u verwijzen naar ons schrijven van d.d. 2 januari 2019.

Van de gelegenheid gebruikmakende om u te verwittigen dat wanneer aan de gestelde conditie van dat schrijven geen gehoor wordt gegeven, wij zonder verdere aankondiging onszelf genoodzaakt zien gerechtelijke stappen te ondernemen, met alle kosten van dien.

Ervan uitgaande u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd, zien wij de betaling tijdig tegemoet.

Met vriendelijke groet,

 Norrad Incasso B.V.”

 

In de maand januari word ik ook nog een paar keer gebeld, maar ik verbreek steeds de verbinding.

 

Wat gebeurt er na 16 januari 2019?
Op 15 april mailt Norrad dat ik binnen vijf dagen moet betalen, anders zullen ze uit naam van Trademark Office een gerechtelijke procedure starten en zal ik een dagvaarding ontvangen.

Dat levert wel even weer stress op.

Aldo stelt mij gerust.
Ach ja, ze proberen het nog een keer. Reageer maar niet. Laat ze maar een dagvaarding uitbrengen aan de heer Groenman-Warmelink”.

Ommekeer
3 mei
Aldo stuurt mij een paar foto’s van berichten uit het Dagblad van het Noorden. Oud-medewerkers hebben tegenover de krant verklaard dat ze gedwongen werden over de telefoon tegen bedrijven te liegen.
De eigenaren van Trademark Office zijn Jonathan Oudekerk en Boy Hoogeveen. Ze opereren vanuit het centrum van Groningen, ook wel onder de naam Bok-Bright.

In de krant staat ook dat de Rechtbank Groningen op 21 mei een vonnis zal uitspreken in een collectieve rechtszaak die Berntsen Mulder Advocaten namens 23 gedupeerden heeft aangespannen.

Berntsen Mulder Advocaten verklaart dat er van gedupeerden geluidsopnamen zijn ontvangen van het verkoopgesprek. Daaruit blijkt dat er door medewerkers van Trademark Office onjuiste mededelingen zijn gedaan.


Vonnis d.d. 21 mei 2019
De rechter oordeelt op 21 mei dat Trademark Office wel degelijk de ondernemers heeft voorgelogen en veroordeelt Trademark Office tot betaling van de volledige proceskosten – ruim 5600 euro.

De rechtbank gaat daartoe over omdat Trademark Office zich naar het oordeel van de rechtbank schuldig heeft gemaakt aan misbruik van procesrecht.

In het onderhavige geval is er sprake van bedrog aan de zijde van Trademark bij het sluiten van de overeenkomsten. Zoals hiervoor is overwogen, heeft Trademark …. willens en wetens misleid met de bedoeling om hen te verleiden om deze overeenkomsten te sluiten. Trademark had zich naar het oordeel van de kantonrechter dan ook neer moeten leggen bij de vernietiging van de overeenkomsten. Nu Trademark dat ten onrechte niet heeft gedaan, heeft zij … gedwongen om de dagvaarding uit te brengen teneinde een verklaring voor recht te vragen dat de overeenkomsten rechtsgeldig zijn vernietigd, met alle kosten van dien (rechtsbijstand en proceskosten). Aldus heeft Trademark gehandeld in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt en dus jegens ... onrechtmatig gehandeld. Voorts geldt dat het bedrog meebrengt dat Trademark wist wat de werkelijke feiten waren. Trademark had daarom haar verweer (ingevolge artikel 147 lid 1 Rv geldt het exploot van verzet als conclusie van antwoord), gelet op de evidente ongegrondheid daarvan, in verband met de betrokken belangen van ... achterwege moeten laten. Door niettemin toch verweer te voeren, is er naar het oordeel van de kantonrechter sprake van misbruik van procesrecht.

Voor het vonnis: zie https://jure.nl/ECLI:NL:RBNNE:2019:2236  .

 

Berntsen Mulder vertegenwoordigt nog ruim 130 andere gedupeerden van Trademark Office; in die procedures volgt nog uitspraak.

 

Opnieuw een telefoontje!
Op 13 juni krijg ik een telefoontje van ‘Trademark’. De jongeman aan de andere kant vertelt mij dat er een registratieaanvraag is binnengekomen voor de website elsagroenmanwarmelink.info.

Deze keer hoef ik niet lang na te denken. Ik vertel de jongen dat ik op de hoogte ben van de praktijken van Trademark Office en dat ik daarom de verbinding ga verbreken.

Dat doe ik, en er wordt niet weer gebeld.


Uitbreiding werkgebied?

Het valt me op dat de oplichters zich niet langer voorstellen als ‘Trademark Office’, maar als ‘Trademark’. Als ik op hun website kijk (https:/www.trademark-office.com), zie ik dat hun vestigingsadres nu blijkbaar in Londen is (40 Bloomsbury Way, tel. +44 20 376 900 71).

Het adres in de Algemene Voorwaarden en op het klachtenformulier is nog wel steeds het adres in Heerhugowaard en waarschijnlijk zit hun callcenter nog in Groningen.

Zouden ze hun werkgebied naar het VK uitgebreid hebben?

 

Nawoord
De meeste oplichters, bijvoorbeeld Nigerianen die e-mails sturen naar particulieren in het ‘rijke westen’, doen een beroep op de hebzucht van de mensen die ze willen oplichten. Daar ben ik niet erg gevoelig voor.
Trademark Office doet daarentegen een beroep op angstgevoelens van hun potentiële slachtoffers en dat vind ik zeer kwalijk.


Oplichters weten heel goed dat de meeste mensen weinig kennis van zaken hebben als het om merken en merkenrecht c.q. om domeinnamen gaat en maken daar op doortrapte wijze misbruik van. Ik wil niet dat mensen mij bedonderen en daarom wil ik de paar honderd euro die zij van mij willen aftroggelen, niet betalen.

Anderen hebben dat wel gedaan, weet ik, om er maar vanaf te zijn. Steeds maar achtervolgd worden door een malafide bedrijf is namelijk best zenuwslopend.


Ik zou willen dat er een mogelijkheid was dit soort criminelen strafrechtelijk te vervolgen. “Liegen is niet strafbaar” – dat weten ze heel goed.

Ze zijn zelfs zo brutaal om dat ijskoud, zonder met de ogen te knipperen, te zeggen tegen de ondernemers die ze beduveld hebben (zie mijn ervaring met ‘Mark’ van Trademark Office, 12 november 2018).

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Naschrift

Op 14 januari 2020 is Trademark Office door de rechtbank in Groningen failliet verklaard. Een curator zal bekijken of de bestuurders van het bedrijf privé aansprakelijk kunnen worden gesteld. Jonathan Oudekerk woont inmiddels in het buitenland. Boy Hoogeveen zegt dat hij het faillissement jammer vindt, maar dat hij niet bang is persoonlijk aansprakelijk te worden gesteld. Hij is van mening dat er op geen enkele wijze verwijtbaar is gehandeld ...!

 

Blog 102 – Ik droomde dat ik langzaam leefde

 

Terwijl ik aan het strijken was dacht ik opeens aan het gedicht dat het onderwerp was van mijn mondeling examen Nederlands van de hbs.
Het heette “Ik droomde dat ik langzaam leefde” en was geschreven door Vasalis.


Wat ik me vooral herinner is dat het ging over “… de tremor van de zee, zijn zwellen en weer haastig slinken”. De examinator vroeg mij wat een tremor was. Gelukkig hadden we het daar in de klas over gehad, anders had ik het niet geweten.

Het is een beetje een raar woord in een gedicht, vind ik, maar begrijpelijker als je weet dat de dichteres een medische achtergrond had. Haar echte naam was Margaretha (Droogleever Fortuyn-)Leenmans en ze was (kinder)psychiater.


Vasalis heeft veel gedichten over het begrip ‘tijd’ geschreven en ook meerdere gedichten over dromen die ze had.

 

Waar komt zo’n droom vandaan?
Omdat de dichteres (droomt dat ze) heel langzaam leeft, gaan alle dingen om haar heen heel snel. “Het was verschrikkelijk, om mij heen schoot alles op, schokte en beefde”.


Als ik zoiets zou dromen, zou ik me afvragen waar zo’n droom vandaan komt. “Wat heb ik de laatste tijd meegemaakt dat ik dit droom?”

Voor de een kan een droom iets heel anders betekenen dan voor een ander.

 

Lees het gedicht maar


TIJD

Ik droomde, dat ik langzaam leefde ....
langzamer dan de oudste steen.
Het was verschrikkelijk: om mij heen
schoot alles op, schokte of beefde,
wat stil lijkt. 'k Zag de drang waarmee
de bomen zich uit de aarde wrongen
terwijl ze hees en hortend zongen;
terwijl de jaargetijden vlogen
verkleurende als regenbogen .....
Ik zag de tremor van de zee,
zijn zwellen en weer haastig slinken,
zoals een grote keel kan drinken.
En dag en nacht van korte duur
vlammen en doven: flakk'rend vuur.
- De wanhoop en welsprekendheid
in de gebaren van de dingen,
die anders star zijn, en hun dringen,
hun ademloze, wrede strijd ....
Hoe kón ik dat niet eerder weten,
niet beter zien in vroeger tijd ?
Hoe moet ik het weer ooit vergeten ?

M. Vasalis

uit Parken en Woestijnen
Uitgeverij van Oorschot 1949

 

Snelle technologische ontwikkelingen
Toen ik dit gedicht voor het eerst las, kwam het me nogal gezocht voor. Nú kan ik me er iets meer bij voorstellen.

In de tijd van mijn eindexamen vermoedde bijna niemand – behalve een paar futurologen als Fred Polak  – dat de wereld na de jaren 60 zó snel zou veranderen.

Polak voorzag dat de maatschappij door de ontwikkeling van de techniek en de komst van computers bijna onherkenbaar zou worden.


Later, in 1980, voorspelde hij de economische impasse in de jaren 80 en vond hij dat er meer aandacht moest worden besteed aan zaken als medische en biologische technologie en DNA-technieken, oceanografie en offshore-zaken, telecommunicatie, bestrijding van milieuvervuiling, en alternatieve energie.

Hij heeft gelijk gekregen.

 

Angst voor de natuur
Ik denk dat je zo’n droom zou kunnen hebben als je je zorgen maakt over de snelheid waarmee de maatschappij zich ontwikkelt. Misschien ook bang bent dat je niet mee kunt komen, dat dingen je boven het hoofd groeien?

Voor anderen speelt angst voor de natuur misschien een grote rol. Als je het gedicht leest, kun je je een tsunami voorstellen waarbij de golven tientallen meters hoog boven je uittorenen. Die kunnen je meeslepen en verpletteren.

Natuurverschijnselen zijn zo imposant dat je er zelf bij in het niets verzinkt. Je kunt totaal overweldigd worden.


Bewustwording
Of werd Vasalis zich in de droom bewust van de strijd tegen de eindigheid van het leven die alle wezens moeten voeren? Een wrede strijd die je maar één keer voert en die door volgende generaties steeds maar weer herhaald wordt?

 

Generaties
Als ik naar mijn kinderen en kleinkinderen kijk, ben ik vaak blij ben dat ik het grootste deel van mijn leven achter me heb en niet zo veel strijd meer zal hoeven te voeren. Het waren interessante tijden, maar laat mij nu maar langzaam leven …

Datzelfde zegt Vasalis eigenlijk ook (in de laatste zin van het gedicht):
Hoe moet ik het weer ooit vergeten?

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

 

 

Blog 103 – Voorgoed verleden tijd

 

Op een morgen in februari was ik bezig met een tolkopdracht op een politiebureau toen mijn oudste zoon belde.

Ik nam op en zei hem dat ik aan het werk was en hem later zou terugbellen.

 

Ex-man
Toen ik terugbelde, vertelde hij mij dat zijn vader was overleden. Gisteravond waren twee politiemensen bij hem aan de deur geweest om dat te vertellen. Hij en mijn andere zoons hadden namelijk geen contact met hun vader.

Hun halfbroertjes en -zusjes ook niet. Ze wisten zelfs niet waar hij woonde.


Mijn ex-man had de laatste jaren blijkbaar in een appartement in Paramaribo gewoond. Daar was hij gevonden.

Waarschijnlijk was hij een natuurlijke dood gestorven, hadden de politiemensen Nelson verteld.

 

Gesprek
Ik zei: “Ja, 76 jaar. Het is niet echt vreemd als je dan doodgaat.”

“Hij heeft ook niet bepaald een gezond leven geleid”, zei mijn zoon. “Veel gedronken.”

“Ja, dat klopt”, zei ik, “dat wel.”

“Ik heb mijn halfzusjes en -broertjes gebeld”, zei mijn zoon, “en Elise zal haar nichtje Heidi in Suriname bellen om te vragen of zij meer weet. Of hij een begrafenisverzekering had, bijvoorbeeld. We weten nog niet of hij in Suriname of Nederland begraven moet worden. Ik heb Dolf en Louis ook op de hoogte gesteld.”

“O, prima”, zei ik. “Willen jullie ook naar de begrafenis?”

“Ja, eigenlijk wel. Dan kan ik het afsluiten.”

“Dat kan ik me voorstellen. Je hebt zo veel moeite gedaan om hem te vinden destijds. Gecondoleerd.”

“Ja, jij ook gecondoleerd.”

“Dank je.”

“Zullen we dan afwachten wat Heidi weet vanmiddag en zullen we daarna weer met elkaar praten?”, zei ik.

“Ja, dat is goed. Tot vanmiddag, hè?”

“Ja, tot vanmiddag. Dag lieverd.”

“Dag mammie.”

 

 

Begraven in Suriname
Hoewel zij hem in hun leven (na hun vierde en eerste levensjaar) maar een paar keer gezien hebben, besloten Nelson en Louis bij zijn begrafenis in Suriname aanwezig te zijn. Dolf had lichamelijke problemen, dus bleek niet mee te kunnen.


De hele operatie had nog wel heel wat voeten in de aarde.

  • Nelson en Louis moesten beiden vrij vragen van hun werk voor resp. 10 en 6 dagen
  • De vliegtickets waren behoorlijk duur, omdat alles op zo’n korte termijn moest. De prijzen stegen elke dag met 300 euro
  • Hun vader had vastgelegd dat hij bij zijn pleegmoeder in Nederland begraven wilde worden, maar haar graf was ook na uitgebreid zoeken in documenten nergens te vinden. (Ze is een jaar of 35 geleden overleden). Hij moest dus wel in Suriname begraven worden
  • Dat scheelde gelukkig in de kosten, want voor een vlucht van Suriname naar Nederland was hij niet verzekerd
  • Hij bleek moslim geworden te zijn, dus moest hij een islamitische begrafenis krijgen
  • Het moest wel zeker zijn dat de dag van de begrafenis viel binnen de periode dat mijn zoons in Suriname waren
  • Er moesten op korte termijn inentingen, malariapillen en deet geregeld worden


Paramaribo
In Paramaribo bleken een paar familieleden van mijn kinderen te wonen. Daarmee maakten ze dus voor het eerst kennis.
Een achternicht legde contact met begrafenisondernemers en een neef sprak bij de begrafenis.

Die neef is voorganger bij een kerk, maar blijkbaar was dat geen probleem bij deze islamitische begrafenis.


Op een morgen was er het afscheid bij het mortuarium. Daarna werd de vader van mijn kinderen volgens islamitische traditie gewassen en in katoen gewikkeld. Die middag werd hij opgebaard in een kist en naar de begraafplaats gebracht.



Er is een klein groepje familie en oude vrienden. De kist wordt, als hij neergelaten is, in de grond opengemaakt. Moslims geloven namelijk in wederopstanding en de dode moet op de dag van de wederopstanding overeind kunnen komen.


Na de begrafenis is er bami.

En daarna zijn mijn zoons een paar dagen diep het oerwoud in geweest.



Afscheid

Uiteindelijk is alles goed verlopen. Nelson en Louis hebben afscheid kunnen nemen van hun van vaderlijke gevoelens gespeende vader en daarmee ook hun zoektocht naar hem kunnen afsluiten.


Parting is such sweet sorrow
(Shakespeare)


Voor mij is het een raar gevoel dat hij er niet meer is.
Soms denk ik of vind ik iets wat me aan hem doet denken. Een tafellaken uit het Surinaams eethuis dat we ooit samen hadden, bijvoorbeeld.

Al heb ik hem meer dan 30 jaar niet gezien of gesproken, het doet toch een beetje pijn dat ik nu echt nooit meer iets met hem zal kunnen bespreken.

Waarom hij zo jaloers was, bijvoorbeeld. Waarom hij nooit naar zijn kinderen heeft omgekeken.

Kortom: wat hem bezielde.

Een paar jaar geleden is hij blijkbaar moslim geworden. Waarom? Hoezo?

Dacht hij nog wel eens aan ons? Had hij spijt?

Wat voelde hij nu echt? Wat dacht hij? Wij weten het niet.

 

En nu is hij dood
De herinnering blijft
aan die clown met zijn lach
Hij heeft alles gegeven
tot de laatste dag.

Niemand kende de pijn
van zijn stille verdriet,
want er was op het einde
niemand die hij verliet.

Hij woonde alleen
en zo werd hij oud.

Hij was maar een clown
en nu is hij dood.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Dan is het handig om het nummer of de titel van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Blog 104  – Verboden voornamen

 

Deze keer schrijf ik weer eens over namen, en specifiek over namen van pasgeborenen die door ambtenaren van de burgerlijke stand zijn geweigerd. Daarbij heb ik flink op Internet gespiekt.

 

 

Burgerlijk Wetboek
In Nederland heeft de ambtenaar van de burgerlijke stand bij de geboorteaangifte het recht een naam te weigeren als ouders het al te bont maken met de naamgeving van hun kind.


In het Burgerlijk Wetboek, artikel 4, lid 2 van Boek 1 (Personen- en familierecht), staat namelijk:

 

De ambtenaar van de burgerlijke stand weigert in de geboorteakte voornamen op te nemen die ongepast zijn, of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn.”

 

 

Voornamen in Nieuw-Zeeland
In Nieuw-Zeeland mogen ambtenaren nog niet zo lang daadwerkelijk namen weigeren. De ‘namen’ V8, Anal, Queen Victoria, Lucifer, 2nd, 3rd en 5th zijn nu niet meer toegestaan.

Hoewel er in Nieuw-Zeeland dus nog maar kort namen verboden zijn, werd er in 2008 al over het onderwerp gediscussieerd. Toen ontnam de rechter de ouders van een destijds 9-jarig meisje het gezag, totdat ze hun dochter een andere naam gaven. Ze hadden haar namelijk ‘Talula does the Hula from Hawaii’ genoemd.

De rechter oordeelde dat “de naam het kind voor schut zet en haar een sociale handicap bezorgt”.

Het meisje heeft zichzelf uiteindelijk ‘K’ laten noemen.
Ook wel een beetje vreemd!

Er waren in Nieuw-Zeeland ook ouders die hun tweelingkinderen ‘Fish’ en ‘Chips’ wilden noemen en stellen die het een goed idee vonden hun kind een naam als ‘Sex Fruit’, ‘Benson and Hedges’ (naar een sigarettenmerk) of ‘Number 16 Bus Shelter’ te geven.

Zou dat laatste de plek zijn waar het kind verwekt is?

 

 

Verboden voornamen in Nederland
Van 1811 tot 1970 was het in Nederland bij wet verboden om je kind een naam te geven die nog niet bestond. Tegenwoordig is dat niet meer zo, maar ambtenaren mogen wel een naam weigeren wanneer zij denken dat die ongepast is.


Bepaalde combinaties van namen worden veel vaker geweigerd, bijvoorbeeld als de voorletters bij elkaar een raar woord vormen.
Je kunt daarbij denken aan Niek Albertus Zacharias Ibo (N.A.Z.I.).



Lijst
Er bestaat in Nederland een lijst van voornamen die verboden zijn. Op de website Vernoeming.nl kun je daar alles over vinden.
Die namen werden of worden niet geaccepteerd omdat ze overeenkomen of -kwamen met een achternaam, ongepast zouden zijn of niet zouden bestaan. Een selectie staat hieronder.

  • Cinderella (Den Helder 1966, later wel geaccepteerd)
  • Vos (Rechtbank Amsterdam 16 mei 1888, achternaam mag niet als voornaam)
  • Hertog (1901, door andere ambtenaren wel geaccepteerd)
  • Pieterze (door Hof Amsterdam 29 juli 1915 alsnog geaccepteerd)
  • Alles (Sleen 1917, door Hof Leeuwarden 21 oktober 1925 geaccepteerd, patroniem van Alle)
  • Uivertje (1934, maar in datzelfde jaar elders wel geaccepteerd)
  • Ego (1937, “Een voornaam mag geen betekenis hebben”, werd Eggo)
  • Laurenswold (ca. 1958)
  • Siebriena (Norg 1961, later alsnog geaccepteerd)
  • Tha (Beetsterzwaag 1962, werd Thea)
  • Petronette (Haarlemmermeer 1967)
  • Sidorova (1968, de ouders kozen toen voor Sido Rolandus Valentin)
  • Savanna (Laag Soeren 1969)
  • Frans Rolls Royce (Arnhem 1977, zoon van Emile Ratelband)
  • Adriaanszoon (Rechtbank Zutphen 20 januari 1981)
  • Geisha (Groningen ca. 1985, in 1990 wel geaccepteerd)
  • Miracle of Love (Rechtbank Amsterdam 30 juni 1998, werd Miracle-of-love)
  • F (door Rechtbank Amsterdam 30 juni 1998 alsnog geaccepteerd)
  • Philipsdochter (door Rechtbank Amsterdam 25 augustus 1998 alsnog geaccepteerd)
  • Jeanne d’Arc (in 1945 en door Rechtbank Amsterdam 30 september 2009 geweigerd, door Gerechtshof Amsterdam 22 april 2010 geaccepteerd)
  • Tom Tom (later wel geaccepteerd)
  • Fleur de Mariage (later wel geaccepteerd)
  • Marieke Methadon
  • Urine (bedoeld als vrouwelijke vorm van Uranus)


Weet je dat:

  • de naam Adolf tot 1970 in Duitsland was verboden?
  • een Zweeds ouderpaar zijn kind ooit Brfxxccxxmnpcccclllmmnprxvclmnckssqlbb11116 probeerde te noemen? Vreemd genoeg (…) werd dat niet toegestaan;
  • het in Nederland niet verboden is je kind Jezus te noemen? Wel hebben in het verleden sommige gemeenten deze naam geweigerd;
  • in 1960 een stel dat al twee kinderen had met respectievelijk vijf en vier voornamen, het derde kind maar liefst twaalf namen gaf: Lucas Marcus Matheus Johannes Petrus Paulus Bartholomeus Jacobus Simon Philippus Thomas Andreas? Voor de niet-Bijbelvaste lezers: dat zijn elf discipelen van Jezus (Judas Iskariot niet) plus de apostel Paulus.
    Zelf moest de vader van het jongetje destijds wel even wennen aan die reeks namen, zo blijkt uit een artikel in de krant De Tijd:
    Door ons gevraagd zei de trotse vader vanmorgen dat hij al aardig op weg was om het rijtje uit zijn hoofd op te zeggen. De volgorde deugde nog niet, maar dat kwam wel. Deze problemen worden ook op het geboortekaartje weerspiegeld, want daarop staat per ongeluk twee keer Marcus vermeld en is Andreas vergeten. Dat valt echter nauwelijks op’;
  • de man van koningin Juliana, prins Bernhard, negen voornamen had?
    Dat waren Bernhard Friedrich Eberhard Leopold Julius Kurt Carl Gottfried Peter (Graf von Biesterfeld)? Toen Bernhard prins-gemaal werd, werden de namen vernederlandst tot Bernhard Leopold Frederik Everhard Julius Coert Karel Godfried Pieter, (Prins der Nederlanden, Prins van Lippe-Biesterfeld);
  • Ikea, Metellica en Allah in Zweden verboden zijn?
  • in Portugal Ownis illegaal is omdat het ‘UFO’ betekent?
  • ouders uit Denemarken hun kind Anus wilden noemen? Drie keer raden: het werd hun geweigerd;
  • in Nederland de namen Anus, Pornjan, Befke, Lul en Tietje, en een hele rits soortgelijke, wél geaccepteerd zijn bij de burgerlijke stand? Hoe dat te rijmen is met het genoemde artikel in het Burgerlijk Wetboek is niet erg duidelijk.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Dan is het handig om het nummer of de titel van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

 

Blog 105 – Verre streken – Letland en Estland


Huisgenoot W. en ik zijn in augustus met vakantie geweest in de hoofdsteden van Letland en Estland:
Riga en Tallinn.

Dit was de eerste vakantie in het buitenland sinds een paar jaar. Huisgenoot heeft wat ouderdomsklachten en doet het graag rustig aan. Vaak wil hij liever thuisblijven of met de auto of trein naar een bestemming ergens in ons eigen land.

Maar deze keer kwam hij plotseling met het idee om naar een land als Polen of naar een van de Baltische staten te gaan.

 

Het werden dus Letland en Estland.
Die landen hebben een interessante geschiedenis, liggen niet erg ver van ons land vandaan en zijn voor de meeste Nederlanders onbekend terrein.

 

Letland
Wie in Nederland weet dat de Letse hoofdstad Riga een bruisende stad van 640.000 inwoners is waar een derde van het totale aantal Letten woont? Dat het een oud centrum heeft dat dateert uit 1201 en op de werelderfgoedlijst van de Unesco staat? Dat het een Hanzestad was? Dat er veel middeleeuwse kerken zijn, houten huizen en jugendstilgebouwen (‘art nouveau’)?


De Letten hebben zich door de eeuwen heen moeten schikken naar allerlei verschillende buitenlandse machthebbers, zoals de Duitsers, het Pools-Litouwse gemenebest, de Zweden en de Russen.

Het is geen wonder dat ze er na hun onafhankelijkheid in 1991, na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, zo op gebrand waren zich bij de NAVO en de Europese Unie aan te sluiten.

 

Estland
De hoofdstad van Estland, Tallinn, heeft 450.000 inwoners. Daarmee woont er een derde van het totale aantal Esten.

Tallinn werd voor het eerst in het jaar 1154 in een schriftelijke bron genoemd. Tot in de twintigste eeuw werd de stad Reval genoemd, of Rävalla.


Tallinn was net als Riga een Hanzestad en is door verschillende vreemde mogendheden bezet geweest, namelijk door de Denen, Duitsers, Zweden en Russen. De oude binnenstad, Vanalinn, staat op de werelderfgoedlijst van de UNESCO. Een van de verdedigingstorens langs de oude binnenstad heet Kiek in de Kök (‘Kijk in de keuken’).

Dat is een overblijfsel uit de Hanzetijd; Nederduits was de taal van de Hanze.


Tegenwoordig is Estland het verst gedigitaliseerde land in de hele wereld! En dat terwijl pas in het begin van de negentiende eeuw in Estland de lijfeigenschap werd afgeschaft.

In hotels en restaurants in Tallinn wordt vaak goed Engels gesproken, maar de meeste taxichauffeurs kennen vrijwel geen Engels.

 

 

Gebruik van de euro
De euro werd in 2011 in Estland ingevoerd, in 2014  in Letland en in Litouwen – waar we niet geweest zijn – in 2015. Voor Nederlanders is het dus heel gemakkelijk om er contant of met pin te betalen.

 

Veel toeristen
Er waren veel toeristen in Riga en Tallinn, maar we hebben bijna geen Nederlanders gezien en gehoord.

We hebben trouwens ook niet veel Engels, Frans of Duits gehoord. Wel meer Italiaans gehoord en zeker meer Japanners en Chinezen gezien.

 

Verschillende taalfamilies
Het is opvallend dat de Esten en de Letten een totaal verschillende taal hebben. Het Lets is een Indo-Europese taal (Oost-Baltisch), net als het Litouws, maar het Ests – of Estisch – behoort tot de Finoegrische talen en is verwant aan het Fins.

 

15% van alle leenwoorden in het Estisch is van Nedersaksische afkomst – de taal van de Hanze – zoals klooster, kaart, kroon en kraan.
In het Estisch wordt het Latijnse alfabet gebruikt, maar daarnaast zijn er nog vier klinkers: de ä, ö, ü en õ.

 

Het Lets heeft maar liefst 7 naamvallen. Behalve de 4 naamvallen die het Nederlands van oudsher heeft, heeft de taal naamvallen voor aanspreking (vocatief), bepaling van plaats en tijdstip (locatief) en bepaling van middel (instrumentalis).

In het Letse schrift worden er liggende streepjes boven klinkers geplaatst. Daarmee wordt lengte of intonatie van de klinkers aangegeven.

Verder kent het Letse schrift de cedille onder de medeklinkers G, K, L en N.

 

Estische en Letse woorden
Om een idee te geven van het ontbreken van overeenkomsten tussen het Lets en het Ests, staan hieronder de woorden voor de dagen van de week in resp. het Nederlands, het Lets en het Ests.

 

     

    Nederlands Lets Ests
    maandag pirmdiena esmaspäev
    dinsdag otrdiena teisipäev
    woensdag trešdiena kolmapäev
    donderdag ceturtdiena neljapäev
    vrijdag piektdiena reede
    zaterdag sestdiena laupäev
    zondag svētdiena pühapäev

     

    “Op maandag” wordt in het Ests dan “esmaspäeval” en “iedere maandag” wordt “esmaspäeviti”. Voor de andere dagen  wordt natuurlijk hetzelfde systeem gevolgd.

     

    Welkom in Estland en Letland!
    De Letten en Esten heten graag bezoekers uit West-Europa welkom.

    “Welkom!” is in het Lets “Laipni Lūdzam!” en in het Ests “Tere Tulemast!”

     

    Elsa Groenman-Warmelink
    e.warmelink@gmail.com

    06-281 284 69

    beëdigd tolk-vertaalster Engels
    vertaalster Duits-Nederlands

     

    Wil je reageren? Dan is het handig om het nummer of de titel van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
    Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

     

    Blog 106 – Mooie verhalen – Kleine Klaas en Grote Klaas

     

    Mijn kinderen waren vroeger bepaald geen grote lezers, maar ze vonden het wel fijn als ik ze voorlas. Er was één sprookje uit de Sprookjes van Andersen –  een bewerking van een volkssprookje –  dat hun favoriet was, namelijk Kleine Klaas en grote Klaas.

    Ze vonden het verhaal zo grappig dat ze bijna van de bank afrolden van het lachen, elke keer als ik ze het voorlas. Het is een vertelling over slimheid – daar lachten ze vooral om –, domheid en hebzucht.

     

    Ik vond de tekst op Internet terug. Hieronder staat het hele sprookje.

     

    Kleine Klaas en grote Klaas

    Een sprookje van Hans Christian Andersen.

     

    In een dorp woonden eens twee mensen die allebei dezelfde naam hadden: ze heetten allebei Klaas, maar de een had vier paarden en de ander had er maar één. Om ze uit elkaar te kunnen houden, noemden de mensen de man die vier paarden had, grote Klaas en de man die maar één paard had, kleine Klaas. En nu gaan we horen hoe het die twee verging, want dat is een waar verhaal!

    De hele week moest kleine Klaas ploegen voor grote Klaas en hem zijn enige paard lenen. Daarna hielp grote Klaas hem dan weer met alle vier zijn paarden, maar niet vaker dan één keer in de week, en wel op zondag. Hopsa! Wat liet kleine Klaas zijn zweep over alle vijf de paarden knallen; ze waren zo goed als van hem, die ene dag. De zon scheen heerlijk en alle klokken in de kerktoren luidden voor de dienst. De mensen zagen er keurig uit, ze liepen met hun psalmboek onder hun arm naar de kerk om de dominee te horen preken en ze keken naar kleine Klaas, die met vijf paarden aan het ploegen was en zo tevreden was dat hij weer met zijn zweep knalde en riep: "Hop, al mijn paarden!"

    "Dat mag je niet zeggen," zei grote Klaas, "want alleen dat ene paard is maar van jou."

    Maar als er weer iemand langsliep op weg naar de kerk, vergat kleine Klaas dat hij dat niet mocht zeggen en riep: "Hop, al mijn paarden!"

    "Nu moet ik je toch verzoeken om dat niet te zeggen," zei grote Klaas, "want als je dat nog één keer doet, dan geef ik je paard zo'n klap voor zijn kop dat hij dood neervalt en dan is het afgelopen met hem."

    "Ik zal het heus niet meer zeggen!" zei kleine Klaas. Maar toen er mensen voorbijkwamen en hem gedag zeiden, was hij zo blij en vond hij het zo stoer staan om met vijf paarden zijn land te ploegen, dat hij zijn zweep liet knallen en riep: "Hop, al mijn paarden!"

    "Ik zal je paarden laten hoppen," zei grote Klaas en hij nam een eind hout en gaf het enige paard van kleine Klaas een klap voor zijn kop, zodat het morsdood neerviel.

    "Oo, nu heb ik helemaal geen paarden meer," zei kleine Klaas en hij begon te huilen. Daarna vilde hij het paard, nam de huid, liet hem goed drogen in de wind, stopte hem in een zak, zwaaide die op zijn rug en ging op weg naar de stad om zijn paardenhuid te verkopen.

    ---------------------------------------

     

    Hij had een lange weg voor zich. Hij moest door een groot, donker bos, en toen werd het vreselijk slecht weer. Hij verdwaalde helemaal en voor hij weer op de juiste weg was, was het avond. Het was nog veel te ver om in de stad te kunnen komen vóór het nacht zou zijn, maar hij was ook al te ver om vóór het donker weer thuis te zijn.

    Dicht bij de weg lag een grote boerderij. De luiken waren al dicht, maar er scheen licht door een kiertje aan de bovenkant. Daar mag ik vast vannacht wel blijven, dacht kleine Klaas, en hij klopte aan.

    De boerin deed open, maar toen ze hoorde wat hij wilde, zei ze dat hij weg moest gaan. Haar man was niet thuis en zij liet niemand binnen.

    "Nou, dan blijf ik wel buiten liggen," zei kleine Klaas en de boerin deed de deur voor zijn neus dicht.

    Er stond een grote hooiberg vlak bij, en tussen het huis en de hooiberg was een schuurtje gebouwd met een plat dak van stro.

    "Daar ga ik bovenop liggen!" zei kleine Klaas, toen hij het dak zag. "Dat is een lekker bed, en die ooievaar komt me heus niet in mijn benen bijten." Want er stond een echte, levende ooievaar op het dak, die daar zijn nest had.

    Kleine Klaas klom op het schuurtje. Hij lag te draaien tot hij echt lekker lag. De luiken voor de ramen sloten aan de bovenkant niet goed en dus kon hij recht de kamer in kijken.

    Er stond een grote tafel gedekt met wijn en vlees en overheerlijke vis. De boerin en de koster zaten aan tafel en verder helemaal niemand. Ze schonk zijn glas vol en hij viel meteen op de vis aan, want daar hield hij van.

    "Als ik toch eens een hapje mee zou kunnen eten!" dacht kleine Klaas en hij stak zijn hoofd naar voren, helemaal tot aan het raam. Goh, wat een lekkere taart zag hij daar staan! 't Was echt feest daarbinnen!

    Toen hoorde hij dat er op de landweg iemand kwam aanrijden, op weg naar het huis. Het was de man van de boerin, die thuiskwam.

    Dat was een beste man, maar hij had een eigenaardige ziekte: hij kon er niet tegen om kosters te zien. Als hij een koster onder ogen kreeg, werd hij woedend. De koster was dan ook bij de vrouw op bezoek gekomen omdat hij wist dat haar man niet thuis was, en die goede vrouw had hem het lekkerste voorgezet dat ze in huis had. Toen ze de man hoorden aankomen schrokken ze erg, en de vrouw vroeg de koster in een grote lege kist te kruipen die in de hoek stond. Hij deed dat, want hij wist immers dat die arme man niet tegen kosters kon. De vrouw verstopte vlug al het lekkere eten en de wijn in haar bakoven, want als de man dat zag zou hij vast vragen wat dat te betekenen had.

    "Ach ja," zuchtte kleine Klaas boven op de schuur, toen hij al dat eten zag verdwijnen.

    ------------------------------------------


    "Zit daar iemand?" vroeg de boer en keek naar kleine Klaas. "Waarom lig je daar? Kom liever mee naar binnen."

    Toen vertelde kleine Klaas hoe hij verdwaald was en vroeg of hij die nacht mocht blijven.

    "Tuurlijk!" zei de boer. "Maar eerst een hapje eten."

    De vrouw ontving ze allebei heel vriendelijk, ze dekte een grote tafel en gaf ze een schaal pap. De boer had honger en hij at met smaak, maar kleine Klaas moest maar steeds aan dat lekkere vlees, de vis en de taart denken. Hij wist immers dat dat in de oven stond.

    Onder de tafel had hij zijn zak met de paardenhuid bij zijn voeten gelegd, want je weet toch nog wel dat hij die van huis had meegenomen om hem in de stad te verkopen. De pap smaakte hem helemaal niet en dus schopte hij tegen de zak en de droge huid in de zak piepte behoorlijk hard.

    "Stil!" zei kleine Klaas tegen zijn zak, maar gaf er meteen weer een schop tegen en de zak piepte nog harder dan eerst.

    "Wat heb je in die zak?" vroeg de boer.

    "O, dat is een trol," zei kleine Klaas. "Hij zegt dat we geen pap hoeven eten, hij heeft de hele oven vol vlees en vis en taart getoverd."

    "Wat zeg je me daar?" zei de boer en deed meteen de oven open, waar hij al het lekkere eten zag dat de vrouw had verstopt; maar hij dacht natuurlijk dat de trol in de zak het te voorschijn had getoverd. De vrouw durfde niets te zeggen, maar zette meteen het eten op tafel en toen aten ze van de vis en het vlees en de taart. Kleine Klaas trapte meteen weer op de zak, zodat de huid piepte.

    "Wat zegt hij nu?" vroeg de boer.

    "Hij zegt," zei kleine Klaas, "dat hij ook drie flessen wijn voor ons heeft getoverd, die staan in de hoek bij de oven." Toen moest de vrouw ook de wijn die ze verstopt had, te voorschijn halen, en de boer begon te drinken en hij werd er vrolijk van. Zo'n trol als kleine Klaas in zijn zak had, wilde hij allemachtig graag hebben.

    "Kan hij ook de duivel te voorschijn toveren?" vroeg de boer. "Die zou ik wel eens willen zien, want nu ben ik in een vrolijke bui."

    "Ja," zei kleine Klaas. "Mijn trol kan alles wat ik van hem vraag. Nietwaar? Hee," zei hij en hij trapte op de zak dat het piepte. "Hoor je, hij zegt ja. Maar de duivel ziet er zo akelig uit, die kun je maar beter niet zien."

    "O, maar ik ben helemaal niet bang! Hoe zou de duivel er dan wel uit moeten zien?"

    "Nou, hij lijkt precies op een koster."

    "Hu," zei de boer. "Dat moet wel heel akelig zijn. Ik kan helemaal niet tegen kosters, moet je weten. Maar dat geeft niet, als ik toch weet dat het de duivel is. Dan kan ik er beter tegen. Nu durf ik best. Maar hij mag niet te dicht bij mij komen."

    "Ik zal het mijn trol eens vragen," zei kleine Klaas, trapte op de zak en luisterde aandachtig.

    "Wat zegt hij?"

    "Hij zegt dat we de kist daar in de hoek open moeten maken, dan krijgt u de duivel te zien, die zit daar te koekeloeren, maar u moet het deksel vasthouden, dan kan hij niet ontsnappen."

    "Wil je me helpen om het vast te houden?" vroeg de boer en hij liep naar de kist waar de vrouw de echte koster had verstopt. Die zat te beven van angst.

    De boer deed het deksel een stukje omhoog en keek eronder: "Hu," schreeuwde hij en sprong achteruit. "Ja, ik heb hem gezien, precies onze koster. O, wat verschrikkelijk!"

    Daar moest op gedronken worden en zo dronken ze door tot diep in de nacht.

    ------------------------------------------

     

    "Die trol moetje mij verkopen," zei de boer. "Vraag maar wat je wilt, ik geef je er zó een hele schepel geld voor."

    "Nee, dat kan ik niet doen," zei kleine Klaas. "Denk je eens in hoeveel plezier ik van die trol heb!"

    "Ach, maar ik wil hem zo graag hebben," zei de boer en hij bleef smeken.

    "Goed," zei kleine Klaas ten slotte, "omdat jij zo goed bent geweest om mij vannacht een dak boven mijn hoofd te geven mag je hem wel hebben. Je krijgt mijn trol voor een schepel geld, maar dan moet ie wel boordevol zijn."

    "Akkoord," zei de boer, "maar die kist daar moet je meenemen, die wil ik geen uur langer in huis hebben. Je kunt nooit weten of hij er nog in zit."

    Kleine Klaas gaf de boer zijn zak met de gedroogde huid en kreeg er een hele schepel geld voor terug, en niet eens afgestreken. De boer gaf hem ook een grote kruiwagen om het geld en de kist op te vervoeren.

    "Dag!" zei kleine Klaas. En weg reed hij, met zijn geld en de grote kist, waar de koster nog in zat.
    -----------------------------------------

     

    Aan de andere kant van het bos was een grote, diepe rivier. Het water stroomde zo snel dat je nauwelijks tegen de stroom in kon zwemmen. Ze hadden er een grote, nieuwe brug overheen gebouwd. Midden op die brug bleef kleine Klaas staan en zei heel hard, zodat de koster in de kist het zou kunnen horen:

    "Wat moet ik nou toch met die stomme kist? Hij is zo zwaar, het lijkt wel of er stenen in zitten! Als ik hem nog verder rijd, word ik doodmoe. Ik zal "m maar in de rivier gooien. Als hij dan naar mijn huis drijft, is het goed, en doet hij dat niet, dan heb ik pech gehad."

    Toen tilde hij met één hand de kist een beetje op, alsof hij hem in het water wilde gooien.

    "Nee, niet doen!" riep de koster in de kist. "Laat me er alsjeblieft uit!"

    "Oei!" zei kleine Klaas en hij deed net of hij bang werd. "Hij zit er nog in! Dan moet ik hem helemaal meteen in de rivier gooien, dan verdrinkt hij!"

    "O nee, o nee!" riep de koster. "Ik geef je een hele schepel geld als je het niet doet!"

    "O, dat is een ander verhaal!" zei kleine Klaas en hij maakte de kist open. De koster kroop er meteen uit, duwde de lege kist het water in en ging naar zijn huis, waar kleine Klaas een hele schepel geld kreeg. Eén had hij er al van de boer gekregen, dus nu had hij zijn kruiwagen vol met geld!

    "Dat paard heb ik goed betaald gekregen!" zei hij bij zichzelf, toen hij weer in zijn eigen kamer stond en al het geld in een grote hoop op de vloer liet vallen. "Wat zal grote Klaas op zijn neus kijken als hij te weten komt hoe rijk ik van mijn ene paard ben geworden, maar ik ga het hem toch niet regelrecht vertellen!"

    Hij stuurde een knechtje naar grote Klaas om een schepelmaat te lenen.

    -----------------------------------

     

    "Wat zou hij daarmee moeten?" dacht grote Klaas en smeerde de onderkant in met teer, zodat er iets aan zou blijven hangen van wat er gemeten werd. En dat gebeurde ook, want toen hij de schepel terugkreeg, hingen er drie nieuwe zilveren achtstuiverstukken aan.

    "Wat krijgen we nou?" zei grote Klaas en hij rende meteen naar kleine Klaas. "Waar heb je al dat geld vandaan?"

    "O, gekregen voor die paardenhuid die ik gisteravond heb verkocht."

    "Dat is goed betaald," zei grote Klaas, rende naar huis, nam een bijl, sloeg alle vier zijn paarden op hun kop, stroopte de huid eraf en reed ermee naar de stad.

    "Huiden, huiden, wie koopt er huiden?" riep hij in de straten.

    Alle schoenmakers en leerlooiers kwamen aanlopen en vroegen wat hij ervoor wilde hebben.

    "Een schepel geld per stuk," zei grote Klaas.

    "Ben je gek geworden?" zeiden ze allemaal. "Dacht je dat wij het geld met schepels tegelijk konden uitgeven?"

    "Huiden, huiden, wie koopt er huiden?" riep hij weer, maar iedereen die vroeg wat de huiden kostten, kreeg als antwoord: "Een schepel geld."

    "Hij houdt ons voor de gek," zeiden ze allemaal en toen namen de schoenmakers hun spanriemen en de leerlooiers hun voorschoten en ze begonnen grote Klaas te slaan.

    "Huiden, huiden," jouwden ze naar hem, "we zullen je een huid geven, zo rood als van een pasgeboren biggetje! De stad uit met hem!" riepen ze en grote Klaas moest heel hard lopen. Nog nooit was hij zo geslagen.

    "Nou!" zei hij toen hij thuiskwam. "Dat zal ik kleine Klaas betaald zetten. Ik sla hem dood!"

    --------------------------------------

     

    Nu was bij kleine Klaas thuis de oude grootmoeder gestorven. Ze was weliswaar heel krengig tegen hem geweest, maar hij was toch tamelijk bedroefd. Hij nam de dode oude vrouw en legde haar in zijn warme bed. Misschien werd ze wel weer levend. Daar moest ze de hele nacht liggen en zelf zou hij in de hoek op een stoel gaan zitten slapen, dat had hij wel vaker gedaan.

    En toen hij daar 's nachts zat, ging de deur open en kwam grote Klaas binnen met zijn bijl. Hij wist wel waar het bed van kleine Klaas was, liep er recht op af en sloeg toen de dode grootmoeder op haar hoofd, want hij dacht dat het kleine Klaas was.

    "Ziezo!" zei hij. "Mij hou je niet meer voor de gek!" En toen ging hij weer naar huis.

    "Wat is het toch een schurk!" zei kleine Klaas. "Hij wilde me zomaar doodslaan! Wat een geluk voor omaatje dat ze al dood was, anders had hij haar nog vermoord!"

    Toen deed hij zijn oude grootmoeder haar zondagse kleren aan, leende een paard van zijn buurman, spande dat voor de wagen en zette zijn oude grootmoeder in het zitje achter hem, want ze mocht er niet uit vallen als hij hard reed, en zo reden ze door het bos. Toen de zon opging kwamen ze bij een grote herberg. Daar stopte kleine Klaas en hij ging naar binnen om een hapje te eten.

    De herbergier had heel veel geld. Het was ook een beste man, maar zo driftig alsof hij peper in zijn kont had.

    "Goedemorgen," zei hij tegen kleine Klaas. "Jij bent vandaag vroeg op pad."

    "Ja," zei kleine Klaas, "ik moet naar de stad met mijn oude grootmoeder. Ze zit buiten op de wagen, ik krijg haar niet binnen. Wilt u haar een glas bier brengen? Maar u moet wel hard praten, want ze hoort niet zo best."

    "Dat zal ik doen," zei de herbergier, schonk een groot glas bier in en ging daarmee naar de dode grootmoeder, die rechtop in de wagen zat.

    "Hier, een glas bier van uw kleinzoon," zei de herbergier. Maar de dode vrouw zei natuurlijk geen woord en bleef stil zitten!

    "Hoort u me niet?" riep de herbergier zo hard als hij kon. "Hier is een glas bier van uw kleinzoon."

    Nog een keer riep hij het en toen nog een keer, maar omdat ze zich niet verroerde werd hij boos en gooide haar het glas recht in haar gezicht, zodat het bier haar over de neus liep en zij achterover in de wagen viel, want ze was daar wel neergezet, maar niet vastgebonden.

    "Kijk nou toch eens!" riep kleine Klaas, rende de deur uit en greep de herbergier bij zijn kladden. "Nou heb je mijn grootmoeder doodgeslagen! Kijk eens wat een groot gat in haar voorhoofd!"

    "Maar dat ging per ongeluk!" riep de herbergier handenwringend. "Dat komt allemaal door mijn drift! Beste brave Klaas, ik geef je een hele schepel geld en ik laat je grootmoeder begraven alsof het mijn eigen oma was, maar wil je alsjeblieft niks zeggen, want anders hakken ze mijn hoofd eraf en dat is zo akelig!"

    Toen kreeg kleine Klaas een hele schepel geld en de herbergier begroef de oude grootmoeder alsof het zijn eigen oma was.

    --------------------------------------

     

    Toen kleine Klaas weer thuiskwam met al dat geld, stuurde hij meteen zijn knechtje naar grote Klaas om te vragen of hij de schepelmaat mocht lenen.

    "Wat krijgen we nou?" zei grote Klaas. "Heb ik hem niet vermoord? Daar moet ik het mijne van weten!" En dus ging hij met de schepelmaat naar kleine Klaas.

    "Tjonge, waar heb je al dat geld vandaan?" vroeg hij en hij sperde zijn ogen open toen hij al het geld zag dat erbij was gekomen.

    "Je hebt mijn grootmoeder vermoord en niet mij," zei kleine Klaas. "Ik heb haar verkocht en er een schepel geld voor gekregen."

    "Da's goed betaald!" zei grote Klaas, ging gauw naar huis, nam een bijl en sloeg zijn oude grootmoeder dood. Hij legde haar in zijn wagen, reed naar de stad waar de apotheker woonde en vroeg of die een dode wilde kopen.

    "Wie is het en hoe kom je eraan?" vroeg de apotheker.

    "Het is mijn grootmoeder," zei grote Klaas, "ik heb haar doodgeslagen voor een schepel geld."

    "God bewaar me," zei de apotheker. "Je praat je mond voorbij! Zoiets moet je niet zeggen, want dat kan je je kop kosten!" En toen vertelde hij hem precies wat dat voor iets vreselijks was dat hij had gedaan, wat een slecht mens hij was en dat hij straf had verdiend. Grote Klaas schrok daar zo van dat hij meteen in zijn wagen sprong, zijn paarden met de zweep gaf en naar huis vloog. De apotheker en alle mensen dachten dat hij gek was, en ze lieten hem dus maar rijden waarheen hij wilde.

    ----------------------------------

     

    "Dat zal ik je betaald zetten!" zei grote Klaas toen hij weer de stad uit was. "Ja, dat zal ik je betaald zetten, kleine Klaas!" en hij was nog niet thuis of hij nam de grootste zak die hij kon vinden, ging naar kleine Klaas en zei: "Je hebt me weer voor de gek gehouden! Eerst heb ik mijn paarden doodgeslagen, toen mijn oude grootmoeder. Het is allemaal jouw schuld, maar nu laat ik me niet meer te grazen nemen!" En hij pakte kleine Klaas beet, stopte hem in de zak, nam die op zijn rug en riep: "Ik ga je verdrinken."

    Het was een flink eind lopen naar de rivier en kleine Klaas was niet zo licht. De weg ging vlak langs de kerk, het orgel speelde en de mensen zongen heel mooi. Dus zette grote Klaas de zak met kleine Klaas vlak bij de kerkdeur neer en het leek hem wel een goed idee om eerst naar een psalm te gaan luisteren voor hij verder ging: kleine Klaas kon er niet uit en alle mensen waren in de kerk, dus ging hij naar binnen.

    "Oei, oei, oei," zuchtte kleine Klaas in de zak. Hij woelde en draaide, maar hij kon het touw niet los krijgen. Op dat moment kwam er een stokoude herder voorbij, met krijtwit haar en een stok in zijn hand. Hij dreef een hele kudde koeien en stieren voor zich uit. Ze liepen tegen de zak op waar kleine Klaas in zat en die viel om.

    "Ach," zuchtte kleine Klaas, "ik ben nog zo jong en moet nu al naar de hemel."

    "En ik, stakker," zei de herder, "ik ben al zo oud en mag er nog niet in."

    "Maak de zak open," riep kleine Klaas, "en kruip er in mijn plaats in, dan komt u zo in de hemel."

    "Dat wil ik vreselijk graag," zei de herder en maakte de zak open. Kleine Klaas sprong er meteen uit.

    "Pas jij op de koeien?" vroeg de oude man en kroop in de zak. Kleine Klaas bond hem weer dicht en ging weg met alle koeien en stieren.

    Even later kwam grote Klaas uit de kerk. Hij nam de zak weer op zijn rug en vond wel dat die licht was geworden, want de oude herder was niet half zo zwaar als kleine Klaas. "Wat is die licht geworden? Dat komt zeker omdat ik een psalm heb gehoord!" Toen ging hij naar de rivier, die heel diep en breed was, gooide de zak met de oude herder in het water en riep hem toe, want hij dacht immers dat het kleine Klaas was: "Ziezo, mij hou je niet meer voor de gek!"

    Toen ging hij op huis aan, maar op de kruising kwam hij kleine Klaas tegen die daar met al zijn koeien liep.

    ---------------------------------------

     

    "Wat krijgen we nou?" vroeg grote Klaas. "Heb ik je niet verdronken?"

    "Jawel," zei kleine Klaas, "je hebt me een halfuurtje geleden in de rivier gegooid."

    "Maar waar heb je al die prachtige koeien vandaan?" vroeg grote Klaas.

    "Dat zijn waterkoeien!" antwoordde kleine Klaas. "Ik zal je het hele verhaal vertellen, en trouwens, bedankt dat je me verdronken hebt: nu ben ik boven Jan, nu ben ik echt rijk! Ik was zo bang toen ik in die zak zat en de wind mij om de oren blies, toen je me van de brug af gooide in dat koude water. Ik zonk meteen, maar het deed geen pijn, want daar beneden groeit het mooiste, zachtste gras. Daar kwam ik op neer. De zak ging meteen open en een heel mooie dame, in witte kleren en met een groene krans om haar natte haren, nam me bij de hand en zei: "Ben jij dat, kleine Klaas? Hier heb je eerst wat koeien. Maar een mijl verder op de weg staat nog een hele kudde die ik je zal geven!" Toen zag ik dat de rivier een grote landweg was voor de watermensen. Op de bodem liepen en reden ze recht van de zee het land in tot waar de rivier ophoudt. Het was daar zo prachtig, allemaal bloemen en groen gras, en de vissen die in het water zwommen, schoten langs mijn oren als de vogels in de lucht. Wat waren daar 'n aardige mensen en wat waren daar veel koeien. Ze liepen over de wallen en langs de hekken!"

    "Maar waarom ben je dan meteen weer naar boven gekomen?" vroeg grote Klaas. "Dat had ik nooit gedaan als het daar zo heerlijk was."

    "Ja, weet je," zei kleine Klaas. "Dat is nou juist zo slim van me. Je hoorde me toch wel vertellen dat het meisje in de rivier zei dat er een mijl verder op de weg - en met weg bedoelde ze de rivier, want ergens anders kan ze niet komen - nog een hele kudde voor me stond? Maar ik weet hoe de rivier in bochten gaat, dan eens hier, dan weer daar. Dat is een reuze omweg. Je kunt beter een kortere weg nemen. Ik dacht: ik zal een stuk over land gaan, dan snijd ik bijna een halve mijl af en dan ben ik vlugger bij mijn waterkoeien."

    "Jij bent een gelukkig man!" zei grote Klaas. "Denk je dat ik ook waterkoeien krijg, als ik op de bodem van de rivier ben?"

    "Dat zou ik wel denken," zei kleine Klaas, "maar ik kan je niet naar de rivier dragen in een zak. Je bent me te zwaar. Wil je er niet zelf heen lopen en dan in de zak kruipen? Dan zal ik je er met alle plezier ingooien."

    "Dank je wel!" zei grote Klaas. "Maar als ik geen waterkoeien krijg als ik er ben, dan krijg jij klappen, daar kun je van op aan."

    "O nee, niet doen!" En ze gingen naar de rivier. Toen de koeien, die dorst hadden, het water zagen, begonnen ze zo hard te rennen als ze konden om te gaan drinken.

    "Kijk eens wat een haast!" zei kleine Klaas. "Ze willen graag weer de rivier in."

    "Help mij nou eerst maar," zei grote Klaas, "want anders krijg je klappen!" En toen kroop hij in de grote zak, die over de rug van de stieren lag. "Stop er een steen in, want anders ben ik bang dat ik niet zink!" zei grote Klaas.

    "Dat zal wel loslopen," zei kleine Klaas, maar hij stopte toch een grote steen in de zak, bond hem stevig dicht en gaf er toen een duw tegen. Plons! Daar lag grote Klaas in de rivier en hij zonk meteen.

    "Ik ben bang dat hij de koeien niet kan vinden!" zei kleine Klaas en ging naar huis met alles wat hij had.

     

     ------------------------------------------------------------------

     

    W. van Eeden
    Het boek waar ik uit voorlas heette Hans Christian Andersen – sprookjes en vertellingen.

    De vertaling uit het Deens was in 1931 gemaakt door dr. W. van Eeden, een zoon van de schrijver en 'wereldverbeteraar' Frederik van Eeden.

    In 1975 was het boek bewerkt door Alet Schouten.

     

    Wij hadden de negende druk – een speciale uitgave. Er staan prachtige illustraties in van Lidia Postma.

     

    Frederik van Eeden
    Frederik van Eeden (1860-1932) was de schrijver van de romans De kleine Johannes, dat op mijn boekenlijst van de middelbare school stond, en Van de koele meren des doods, op basis waarvan Nouchka van Brakel in 1982 een film maakte met onder anderen Renée Soutendijk en Derek de Lint.

    Zijn eerste vrouw, Martha (van Eeden-) van Vloten, was ook vertaler, onder andere van de sprookjes van Andersen.

     

     

    Elsa Groenman-Warmelink
    e.warmelink@gmail.com

    06-281 284 69

    beëdigd tolk-vertaalster Engels


    Wil je reageren?
    Dan is het handig om het nummer of de titel van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
    Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


     

     

    Het is nu 7 januari 2020. Op 3 november 2019 heb ik het hierboven staande verhaal geplaatst. Ik had een paar dagen daarvoor mijn tweelingzus op de vloer van haar slaapkamer gevonden. Daar was ze terechtgekomen na een totaal onverwachte hersenbloeding.
    Van 14 tot 26 november, in het verzorgingstehuis, na een verblijf van 10 dagen in het ziekenhuis, leek ze weer behoorlijk op te knappen, maar daarna kreeg ze een tweede hersenbloeding. Mijn zus is daarna niet meer echt bij kennis geweest.


    Op 3 december is de sondevoeding gestopt - de artsen hadden dat al eerder willen doen - en heeft ze morfine gekregen. Op 6 december is mijn tweelingzus overleden en op 13 december begraven, naast haar op 1 oktober overleden man.


    Ik heb tot nu toe nog geen zin gehad nieuwe blogs te schrijven of te plaatsen. Wel merk ik dat er nog steeds mensen zijn die mijn website bezoeken om te kijken of er blogs bijgekomen zijn. Daarom plaats ik nu dit bericht. Over een tijdje zal ik wel zover zijn dat ik weer blogs ga schrijven.


     

    Blog 107 - Verwarring

    Het is nu meer dan 10 weken geleden sinds het overlijden van mijn tweelingzus. Ik heb sindsdien aan niets zo vaak gedacht als daaraan. Terwijl ik de afgelopen jaren heel veel met mijn gedachten bij het schrijven van blogs was, heb ik nu alleen nog maar belangstelling voor dingen die verbonden zijn met Gerda's hersenbloeding(en), haar levensloop, ziekbed en dood.

     

    Er zijn zo veel dingen waar ik over zou willen schrijven. Over de dood in het algemeen. Over het afgesneden zijn. Over doodgaan. Over ziek zijn. Over de machteloosheid van het verlamd in bed liggen. Over het verlies van waardigheid als je met alles geholpen moet worden. Over de aardige verzorgsters.

     

    Over haar hart dat zo sterk was dat ze maar niet doodging. Over de hoop dat ze nog weer zou opknappen. Over doktoren die al zo veel dode mensen hebben meegemaakt dat ze geen begrip hebben voor familieleden die twijfelen of de voedingssonde wel verwijderd moet worden. Over de stress bij naaste familie en de onderlinge spanningen die daaruit voorkomen.

     

    Over hoe ik haar naast haar bed gevonden heb, voorover op de grond.

     

    Over hoe ik haar op de bovenverdieping hoorde schreeuwen van emotie – een paar weken na de dood van haar man en een paar weken voor haar eigen, eerste hersenbloeding. Over een buurvrouw die mij aansprak en tegen mij zei dat Gerda helemaal geen emotie getoond had na de dood van Rick (zie blog 98), haar man, en gewoon vrolijk buiten liep (Ja, niet iedereen is even exhibitionistisch).

     

    Over hoe ze nog allerlei plannen had, ondanks de rouw. Over haar twijfels of ze haar man Rick, die eigenlijk Frans heette, wel genoeg aandacht had gegeven. Over dat 'men' het heel gewoon vindt dat een vrouw van 70 doodgaat, terwijl mijn zus ontzettend energiek was en vrouwen in Nederland gemiddeld 82 jaar zijn als ze overlijden. Dat ze helemaal geen waarschuwing heeft gehad, zoals een tia. Dat ze – behalve tegen rusteloze benen, oftewel 'restless legs' – totaal geen medicijnen slikte en haar bloeddruk prima was.

     

    Over de gedachte dat ik misschien ook wel een zwakke plek in mijn hoofd heb die tot een hersenbloeding kan leiden. Een hersenbloeding die mijn vader op 71-jarige leeftijd trof en mijn tweelingzus op 70-jarige leeftijd.

     

    Over wat ze moeizaam zei toen ik haar vond ("Wat fijn ...") nadat ze (waarschijnlijk) 48 uur op de grond had gelegen.
    Over de wel 9 mensen die in die tijd aan de deur geweest zijn en voor wie ze de deur niet open kon doen.

     

    Over de tweede dag in het ziekenhuis waarop ze een dag lang gewoon gepraat heeft. Over de 10 dagen waarin ze weer helemaal weggezakt was. Over de periode van 13 dagen waarin ze weer opknapte. Over de pijn (van het liggen?).

     

    Over haar hoop op herstel en beterschap.

     

    Over hoe ze eruitzag toen het duidelijk was dat ze zou sterven. Over hoe ze eruitzag nadat ze was overleden.

     

    Over hoe ze als dreumes – op de foto met mij als andere dreumes – leek op mijn kleindochter van nu ruim 14 maanden. Over de speciale relatie die ik met haar had, als tweelingzus. Over onze irritaties. Over dat we altijd 'wij' waren. Over de verontwaardiging van een jongere zus over die pretentie van een speciale relatie. Over mijn moeder, die vindt dat zij de belangrijkste rouwende is omdat zij de moeder is. Over het forum van 'Tweeling Alleen' op internet.

     

    Gerda. Ja, zo heette ze. Ze was een fan van mijn blogs en nam vaak de moeite om er – schriftelijk of mondeling - op te reageren.

     

    In een paar van mijn vorige blogs heb ik over haar geschreven en haar Rina genoemd (o.a. blogs 11 en 91), maar zo noem ik haar niet meer. Dat is nu te abstract. Ze vond het trouwens niet leuk dat ik haar de naam Rina had gegeven. "Waarom heb je niet een wat vlottere naam bedacht?", vroeg ze me een keer.

     

    Ze was lief, echt een goed mens. Té begaan met andere mensen vaak. Té (?) idealistisch. Waarom moest zij dood?

     

    Elsa Groenman-Warmelink
    e.warmelink@gmail.com

    06-281 284 69

    beëdigd tolk-vertaalster Engels

    Wil je reageren? Dan is het handig om het nummer of de titel van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
    Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

     

    Blog 108 - De tuin – leven

     

    Begin februari 2017.
    Zaterdag. Ik loop in onze straat en zie in een van de kale bomen twee duiven op een tak tegenover elkaar zitten. Heel vreemd, de andere kale bomen zijn helemaal leeg. Het lijkt wel of de twee duiven zich afvragen of het al lente is.
    In het Le Roy-bosje bloeien de krokussen en in onze eigen tuin staan sneeuwklokjes de boel op te fleuren. De prunussen voor de flats aan de overkant staan in volle bloei. Het zou me niet verwonderen als de magnolia in de achtertuin binnenkort een en al kleur zou zijn.

     

    Het is nu begin juni.
    De lente is heel onvoorspelbaar verlopen, met voor de tijd van het jaar heel koude en heel warme dagen. De magnolia is uitgebloeid; de gouden regen ook bijna. De leilinde geeft al flink wat schaduw. Het vingerhoedskruid staat fier te bloeien en de rozen zitten in de knop.

     

    Het is bijna september.
    Ondanks de luizen een paar maand geleden doet de kamperfoelie goed haar best. De magnolia heeft voor de tweede keer gebloeid, al waren de bloemen in maart/april uitbundiger en opvallender.

    De lavendel heeft prachtig gebloeid en gegeurd en de Japanse esdoorn is een constante kleurfactor met zijn roze-oranje en groene bladeren en rode takken. Toch is er op het moment niet veel kleur in de tuin. De rozen doen het niet zo goed – misschien omdat ze nog jong zijn?

    Het opvallendst zijn eigenlijk de oranje dahlia's die ik in april/mei in potten heb gezet. Ik heb ze van mijn tweelingzus Rina gekregen. Als we geluk hebben, bloeien ze nog wel tot in oktober. Daarna moet ik de knollen weer uit de grond halen en in dozen in de garage laten overwinteren.

     

    Eind oktober.
    We hebben begin oktober wekenlang mooi weer gehad. De kamperfoelie bloeit nog steeds. De Japanse esdoorn staat mooi te wezen achter het raam van mijn werkkamer.

    De cotoneasters hebben prachtige oranje bessen, die goed kleuren bij de oranje bloemen van de dahlia's. De lavendel heb ik gesnoeid en ik wacht op een telefoontje van de hovenier voor een afspraak om de tuin voor de winter klaar te maken. Hij weet beter dan ik hoe en tot hoe ver de verschillende struiken en bomen gesnoeid moeten worden.

     

    Eind november 2017.
    De Japanse esdoorn is nu de voornaamste kleurmaker. We hebben nog nauwelijks nachtvorst gehad.

    De tuin is winterklaar. De magnolia is van onderen kaalgeknipt, omdat hij anders in de zomer van onderen veel te dik wordt en wij vanuit het huis geen zicht meer hebben op het stuk tuin erachter.

    Het krentenboompje en de winterjasmijn in de voortuin zijn behoorlijk hoog gehouden, zodat wij in het voorjaar vanuit de woonkamer op de eerste verdieping kunnen genieten van de bloei.

     

     

    Februari 2020.
    De volgorde van bloeiende planten en heesters in de tuin heeft zich in 2018 en 2019 herhaald.

     

    Het is nu de tweede helft van februari 2020 en ik zie overal bloeiende prunussen, camelia's en winterjasmijnen. Aan de magnolia, ribes en forsythia zitten knoppen.

    Duiven koeren, zoals elk jaar.

     

    Het leven gaat door, behalve voor mijn tweelingzus. Zij hield van planten en tuinieren, net als ik.
    Ik ben 71 geworden, zij zal dat nooit halen. We zullen niet samen oud worden. Ik zal haar nooit meer kunnen vragen: "Wat vind jij ervan?".

    Ze zal niet bij ons terugkomen, niet in de ons vertrouwde vorm in ieder geval. Planten komen steeds weer op, maar het leven van Rina en Rick is gestopt.

     

    Haar vriendinnen en ik planten plantjes op hun graven op de natuurbegraafplaats om ze te laten verwilderen. Op die manier proberen we haar een beetje bij ons te houden.

     

    De blauwe druifjes, narcissen, vergeet-mij-nietjes en klaprozen zullen ons altijd aan haar (en haar man) blijven herinneren.

     

    Elsa Groenman-Warmelink
    beëdigd tolk-vertaalster Engels
    e.warmelink@gmail.com

    06-281 284 69



    Wil je reageren? Dan is het handig om het nummer of de titel van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
    Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

     

    Blog 109 – Wie bekijken mijn website en lezen mijn blogs? Blogs, vlogs en influencers

     

    Wie er precies mijn website bezoeken en/of mijn blogs lezen, weet ik niet, maar ik kan wel uit de statistieken opmaken uit welke landen de bezoekers komen.

    Pas sinds kort heb ik ontdekt dat ik ook kan nagaan uit welke plaatsen ze komen en welke mobiele telefoons, tablets of besturingsprogramma’s van desktops ze gebruiken.

     

    Landen
    De meeste lezers komen natuurlijk uit Nederland. Op de tweede plaats komen de Verenigde Staten en er is ook belangstelling voor mijn website en mijn blogs in buurlanden als Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, België en Luxemburg.

     

    Maar dat er daarnaast interesse is uit landen als

    • China,
    • Peru,
    • Benin,
    • Montenegro,
    • Nigeria,
    • Canada,
    • Suriname,
    • Maleisië,
    • Taiwan,
    • Japan,
    • Thailand,
    • India,
    • Oekraïne,
    • Portugal,
    • Spanje,
    • Italië,
    • Zwitserland,
    • Ierland,
    • India,
    • Zuid-Afrika,
    • Nigeria,
    • Zuid-Korea,
    • Mexico,
    • de Verenigde Arabische Emiraten,
    • Nieuw-Zeeland,
    • Australië,
    • Rusland,
    • Tsjechië,
    • Zweden,
    • Estland en
    • Oekraïne
      vind ik echt verrassend.

    Zou het gaan om Nederlanders die in die landen wonen? Of moet ik eerder denken aan buitenlanders die Nederlands studeren en daarom het web afstruinen naar blogs in het Nederlands?

     

    Beroepen
    Ik kan ook de beroepen zien van de mensen die belangstelling tonen voor mijn blogs.

    Het gaat om:

    • taalkundigen,
    • bedrijfseigenaren,
    • IT-specialisten,
    • makelaars,
    • juristen/advocaten/notarissen,
    • docenten,
    • hoogleraren,
    • schrijvers,
    • hulpverleners,
    • journalisten,
    • ambtenaren,
    • musici,
    • binnenhuisarchitecten,
    • financieel deskundigen,
    • administratief medewerkers,
    • verkopers,
    • projectmanagers,
    • bedrijfsstrategen,
    • PR-mensen.


    Allemaal hebben ze belangstelling, natuurlijk wel afhankelijk van het soort blog dat ik geschreven heb.



    Reacties
    Regelmatig word ik op mijn blogs aangesproken. Mensen lezen tussen het werk door even een blog en genieten daarvan, zeggen ze.

    Het is maar goed ook dat ik geregeld die positieve feedback krijg, want ik hoef mijn blogs niet te schrijven voor de likes of reacties op sociale media. Die zijn er namelijk niet zo veel.

    Dat kan komen doordat mensen echt naar mijn site moeten om een blog, of meerdere, te lezen. Als ze dat gedaan hebben, gaan ze niet zo gauw weer terug naar bijvoorbeeld LinkedIn om een like te geven.

     

    Make-uptips
    Het werkt anders als je een leuke afbeelding met grappige tekst of een filmpje rechtstreeks op LinkedIn plaatst. Dan is een “like” gauw aangevinkt. Dat doe ik zelf ook.

     

    En verder schrijf ik geen blogs met make-uptips, of over burn-out, of over hoe je meer omzet kunt draaien … . Die dingen houden me niet bezig, en ik schrijf voornamelijk omdat ik iets op papier wil hebben wat me bezighoudt.

    ‘Beauty’ en ‘fashion’ interesseren me niet veel en ik verbeeld me ook niet dat ik andere mensen kan coachen.

     

    Ik ben geen ‘influencer’ en heb geen enkele behoefte mensen via mijn blogs over te halen bepaalde producten te kopen.
    Maar soms zou ik wel zo grappig kunnen willen schrijven als Aartjan van Erkel of Miranda Apeldoorn.


    Vlogs
    Laatst las ik over een (mooi) meisje dat op Instagram video’s plaatst over hoe ze ’s morgens voor haar kindje yoghurt klaarmaakt en dan een tompoes naar haar jarige schoonmoeder brengt. Dat duurt elke dag drie minuten en ze verdient er twintig- tot dertigduizend euro per maand mee.

    Daar kijken dan honderdduizenden meisjes of vrouwen naar. Waarom?

     

    Dan heb ik nog meer waardering voor iemand als Enzo Knol.
    Niet dat ik begrijp waarom sommige van zijn vlogs meer dan 7 miljoen keer bekeken worden, maar hij kan goed praten, lacht veel en heeft het geregeld over zijn moeder.

    Verder zegt hij vaak dingen als “holy shit”, ‘leip” en “ziek/sick”. Of “O, mijn God”, “gast” of “Kut, gast”. Dat zul je mij niet horen zeggen.


    Hij vraagt zijn kijkers ‘mee te gaan op avontuur’ en veegt vaak langs zijn neus.
    Enzo Knol verdient ongetwijfeld veel aan advertenties die tussendoor getoond worden en zijn eigen ‘Knolpowerkleding’ (KP-sokken) die hij verkoopt.

     

    Iets vies of iets gewelddadigs?
    Al van 2002 tot 2008 had Wim de Bie een ‘weblog’ – Bieslog. Hij was echt een pionier.

    In 2004, in een van zijn prehistorische vlogs, liet hij een personage zeggen: “Als we meer kijkers willen trekken, moeten we iets vies of iets gewelddadigs publiceren”.

    Zie https://www.youtube.com/watch?v=SPgcV2JqnFM


    Dat had hij goed gezien, al zijn zijn Bieslogs over het algemeen best keurig.


    De VPRO heeft Wim de Bies weblogs pas weer online beschikbaar gesteld. Het zijn 6000 berichten en audio- en video-items.

    https://www.vpro.nl/lees/nieuws-vpro/2019/weblog-wim-de-bie-weer-online-toegankelijk.html

     

     

    Bang voor iets nieuws?
    Wim de Bie was in 2001, op zijn 62ste, niet bang voor de toen nieuwe sociale media. Veel leeftijdgenoten van hem kunnen daar nu nog een puntje aan zuigen.

    Als ik meer bezoekers en meer likes zou willen trekken, zou ik misschien eens ‘buiten mijn comfortzone’ moeten stappen en op vloggen moeten overgaan.

     

    Elsa Groenman-Warmelink
    beëdigd tolk-vertaalster Engels
    e.warmelink@gmail.com

    06-281 284 69



    Wil je reageren? Dan is het handig om het nummer of de titel van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
    Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

     

    Blog 110 - Haiku's over corona

     

    Beknopt
    Een paar dagen geleden las ik dat Kees van Kooten zich op het schrijven van haiku's heeft gestort. Hij heeft 575 'haikoots' gebundeld die uitgegeven worden door Uitgeverij de Harmonie.

     

    Een haikugedicht is een zeer beknopte manier om iets te zeggen. Het bestaat uit drie regels. De eerste en derde regel bevatten 5 klankeenheden - ongeveer gelijk te stellen aan lettergrepen - en de tweede regel 7.
    Haiku's rijmen niet.

     

    Dat kan ik ook
    Ik dacht: "Dat kan ik waarschijnlijk ook wel", dus ik begon te schrijven.  Ik begon met dingen die ik zag, zoals


    Kraaien op het dak
    de schoorstenen zijn verweerd,
    wie repareert ze?


    en


    Mos uit tuin gehaald
    Milieuvriendelijk werken?
    't Is een hele klus.

    en

    Japanse esdoorn,
    mijn uitzicht achter het raam,
    een oranje wonder
    ,

     

    maar


    daarna gingen mijn gedachten naar de coronabesmettingen en kwamen er haiku's uit als:

     

    Heb je 't al gehoord?
    Corona is in het land.
    Niet zo best, mensen.

    De corona heerst.
    Worden wij aangestoken?
    We hopen van niet.


    Ledlampen zijn stuk.
    Dit duurt tot Sint Juttemis,
    de monteur is ziek.


    De rapen zijn gaar.
    Het aantal doden stijgt snel
    op Intensive Care.


    Naar het buitenland?
    Te veel risico. Niet doen.
    Blijf hier alsjeblieft.


    Schengen sluit de grens.
    Buitenstaanders niet welkom.
    Blijf jij toch buiten!

    Corona belet
    asielzoekers te reizen.
    Baudet is verheugd.

     

    Koninklijk gezin
    in quarantaine geplaatst;
    Oostenrijk de schuld.

    Stop met vliegreizen.
    Dat is goed voor het milieu.
    Virus: straf van God?


    Coronavirus.
    Je kunt niet meer de kroeg in.
    Mens erger je niet!

    Allemaal autist.
    Geen lol aan voor de meesten:
    contact vermijden.

    Sociale afstand.
    Dan red je mensenlevens.
    Wees verstandig, joh!

     

    In quarantaine,
    hij verveelt zich te pletter.
    Het is niet anders.


    Surrealistisch.
    Naakt het einde der tijden?
    Mens raakt wanhopig.

    Zijn wij verloren?
    Corona is ons de baas?
    Geef de moed niet op.

     

    Maar er zijn ook positieve gevolgen

    We vliegen niet meer.
    Uitstoot van stikstof gedaald.
    Geen honderd meer?


    Het kindje is blij.
    Zowel papa als mama
    zijn thuis. Verrassing!

     

    Mijn huisgenoot fietst.
    Bloedsuikerwaarden omlaag.
    Mooi! Discipline.

     

    Wat zei Van der Staaij?:
    "Tot God wilt u begeven."
    Geeft het geloof steun?

     

    Zoon Dolf logeert een tijdje bij ons

    Opa en oma
    mogen niet besmet worden.
    Zij blijven gezond.


    We drinken koffie
    deze keer met z'n drieën .
    Zeker gezellig.

    Zoon drinkt veel koffie.
    Die gaat in een hoog tempo op.
    Godallemachtig!

    Mijn uitbundig kind.
    Zitten mijn genen daarin?
    Het kan raar lopen.

     

    Er wordt gehamsterd
    Er wordt gehamsterd.
    Wiet, wapens, wc-papier.
    Levensbehoeften?

    Pijnstillers zijn schaars.
    Paracetamol voor ma?

    We moeten zoeken.

    En er zijn van die specifieke problemen
    Voetbal afgeschaft.
    Huisgenoot W. in de put -
    voetbalverslaving!

    Geen wedstrijden meer.
    Denk toch eens aan Liverpool:
    weer geen kampioen!

     

    Hoe moeten wij nu
    onze tijd toch doorkomen?
    Koeman is nuchter.

     

    Het eten wordt extra belangrijk
    Wie kookt het eten?
    Zij die dat het beste kan:
    mama natuurlijk.


    Man houdt van eten,
    wil pannenkoeken hebben.
    Vrouw, naar de keuken!

     

    De pannenkoeken
    vallen danig in de smaak.
    Gemaakt van speltmeel.

     

    Geen tolkwerk
    Coronavirus.
    Tolkopdrachten blijven uit.
    Haiku's schrijven maar ...

    Justitie werkt niet.
    Alles staat stil door corona.
    Geen tolkopdrachten.


    Mindful gebleven?
    Hak het hout en draag het water.
    Wat voel je daarbij?

     

    Brood en spelen
    Scrabble spelen maar?
    Een waardeloze partij.
    Jij wint een keertje.

    Netflix pas ontdekt.
    Met de tijd mee, eindelijk.
    Gaan wij ook bingen?


    In Moskou lag sneeuw.
    In The Bourne Identity.
    In tweeduizend en twee.

    Ik zag een pak sneeuw.
    Ik keek er raar tegenaan.
    Wat is dat voor spul?


    Bourne Supremacy
    Benieuwd hoe spannend hij is.
    Matt Damon, topper.

     

    Houden we het uit?

    Hallo corona,
    De lente komt er toch aan!
    Lekker puh, doerak.

    We wachten maar af:
    hoe lang gaat het nog duren?
    zit úit die crisis.

     

    Ik heb helemaal de smaak van haiku's te pakken gekregen.

     

    Elsa Groenman-Warmelink
    beëdigd tolk-vertaalster Engels
    e.warmelink@gmail.com

    06-281 284 69


    Wil je reageren?
    Dan is het handig om het nummer of de titel van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
    Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.