Hieronder staan blogs die ik vanaf begin 2016 geschreven heb.


Ze gaan over allerlei onderwerpen, maar vaak over taal, teksten, vertalen, tolken en de Engelstalige wereld. Daar ben ik nu eenmaal in geïnteresseerd.

Andere blogs gaan over familie. En het leven in het algemeen. Daar ben ik ook in geïnteresseerd.

 

Tot nu toe heb ik er 101 geplaatst. Ze staan in groepjes van 10 op pagina's 1-10, 11-20, 21-30, 31-40, 41-50 enz.
De eerste 98 blogs staan ook hieronder, op deze pagina.

Als je wilt reageren op een of meer blogs, dan kan dat helemaal onderaan deze pagina of onderaan de afzonderlijke blogpagina's!

 

Wil je je eigen Nederlandse teksten door mij laten corrigeren? Dat kan. Neem dan via e-mail, telefoon of Whatsapp contact op.

e.warmelink@gmail.com

06-28128469

---------------------------------------------------------------------------

 

Naar BLOGS 1-10

Naar BLOGS 11-20

Naar BLOGS 21-30

Naar BLOGS 31-40

Naar BLOGS 41-50

Naar BLOGS 51-60

Naar BLOGS 61-70

Naar BLOGS 71-80

Naar BLOGS 81-90

Naar BLOGS 91-100

Naar BLOGS 101-110

Naar CONTACT

Naar WAT HEB IK TE BIEDEN

Naar HOME

Naar COMPLIMENTEN

------------------------------------------------------------------------------

 

BLOGS

  1.    Inleiding (1)
  2.    Inleiding (2)
  3.    Dagboeken
  4.    Duurzaamheid
  5.    Tolkervaringen (1)
  6.    International Training in Communication
  7.    Tolkervaringen (2)
  8.    Schrijvende vrouwen
  9.    Tolkervaringen (3)
  10.    Taal (1)
  11.    Tweelingen
  12.    Erfelijkheid
  13.    Dialecten
  14.    Taal (2)
  15.    Windstreken
  16.    Dialecten (2)
  17.    Muziek
  18.    Een gebeurtenis
  19.    Namen (tolkervaringen)
  20.    Vervolging van christenen in India (tolkervaringen)
  21.    Taal (3)
  22.    Werken in het buitenland
  23.    Vertalen in het Engels
  24.    Voetbal
  25.    Tolken bij de notaris
  26.    Spijbelen
  27.    Over BOB en BOM
  28.    Tolken bij de notaris (2)
  29.    Transcreatie
  30.    Familie
  31.    Heel oude mensen
  32.    Intuïtie
  33.    Namen (2)
  34.    France
  35.    Op weg naar het einde
  36.    Poezen
  37.    Aansprakelijkheid, recht, het veenbroei-arrest en brandstof op de snelweg
  38.    De Surinaamse keuken
  39.    Vrouwenverhalen (tolkervaringen)
  40.    Planten
  41.    Over vertalen
  42.    Huishoudelijke hulp
  43.    Spelling (1)
  44.    Eten
  45.    Spelling en uitspraak van Engelse woorden

  46.    Managementboeken

  47.    Spelling (2)
  48.    Poezenverhalen
  49.    Tolken bij de notaris (3) - hypotheekaktes
  50.    Zeg kleine ree
  51.    De Matthäus-Passion vertaald?
  52.    Hulpverlening
  53.    Spelling (3)
  54.    Verborgen verleden
  55.    Maatschappelijke veranderingen - vertalers en GMO
  56.    Verschillen in temperament
  57.    Rugby
  58.    100.000 katten en 100.000 honden – politiek
  59.    Vakantiegevoel
  60.    Spatitis
  61.    Zoeken en goeroes
  62.    De strijd tegen veroudering
  63.    Een meisje
  64.    Beëdigde vertalingen
  65.    Leeuwarden
  66.    WK voetbal voor mannen
  67.    Maatschappelijke veranderingen –veganisme

68.    Pront

69.    Natuur en tijd

70.    Life is a collection of moments

71.    Dromen

72.    Doodnormaal

73.    Armoede

74.    Zomer

75.    Zekeringen

76.    Tweede leg

77.    Strijken

78.    Bijblijven

79.    Mag je jezelf zijn?

80.    Correcte spelling

81.    Prikjes in de ozonlaag

82.    Verkering

83.    Taalergernissen

84.    Aan de dood ontsnapt

85.    Kerst

86.    De perfecte boom (Tolkien)

87.    Leeftijdsverschil

88.    Winkelen

89.    Liedjes met een verhaal

90.    Missers in de gezondheidszorg

91.    Herinneringen

92.    Jeugdvriend (autisme)

93.    Vertalen uit het Engels in het Nederlands

94.    Boreaal

95.    Ester

96.    Een ander land (door James Baldwin)

97.    Oh Solitude, My Sweetest Choice

98.    Tuinbank (bouten, moeren, plaatjes, ringetjes, sleutels)

99.    Over 'hen' en 'hun' (1)

100.  Vaderlandse liedjes

101. Trademark Office (oplichting)

 

 

 

Blog 1 - Inleiding (1)

 

Ik ben 66 jaar en voel de behoefte iets na te laten. Ik voel me nog jong, maar er overlijden steeds meer mensen van mijn leeftijd. Ik heb geen idee hoeveel jaren mij nog te wachten staan. Of hoeveel jaren mij nog gegeven zijn – het hangt er maar vanaf hoe je het wilt uitdrukken.

 

Heb ik dan niets nagelaten? Ja, natuurlijk wel. Met mijn eerste man heb ik drie kinderen gemaakt. Zij zijn het tastbaarste bewijs van mijn bestaan. Mijn jongste zoon heeft zich ook weer voortgeplant, dus ik heb echt een familie – kinderen en een kleinkind. Ook zijn er een paar aangenomen kinderen van mijn zoons. Daarnaast heb ik via mijn man twee stiefkinderen, van wie de oudste ook kinderen heeft.

 

Ik heb duizenden vertalingen gemaakt, denk ik, en er zullen vele mensen zijn die zich mij herinneren doordat ik voor ze getolkt heb. De vertalingen zijn tastbaar en zullen te vinden zijn op internet en in archieven, maar ik wil iets op papier hebben dat helemaal van mij is. Ik denk niet dat ik het talent heb om een goede roman te schrijven, alleen al omdat ik van nature kort van stof ben. Ik ben meer een samenvatter en een vertaler dan een verteller.


Bezigheden naast vertalen en tolken.
Ik hou van vertalen, maar wil het niet gratis of tegen een hongerloontje doen. En omdat de tarieven die klanten bereid zijn te betalen voor vertalingen steeds maar dalen, zoek ik in de jaren die mij nog resten andere bevredigende bezigheden naast vertalen en tolken. Die bezigheden bestaan als het aan mij ligt niet uitsluitend uit eindjes fietsen met mijn man of anderen, met vakantie gaan, in de tuin werken, schoonmaken, koken, breien, pottenbakken, collecteren voor goede doelen of Facebooken.

 

Stukjes schrijven’ is dan misschien een goede mogelijkheid. ‘Bloggen’ heet dat tegenwoordig. Maar ik wil schrijven om te schrijven; ik wil niet in de eerste plaats schrijven om mensen te inspireren, ze tot actie aan te zetten, ze mijn deskundigheid te laten zien – zoals ik las in een artikel met ‘blogtips’. De meeste stukjes zullen in het Nederlands zijn: de taal van mijn vader en mijn moeder. Als ik vertaal, doe ik dat soms van het Engels in het Nederlands, soms andersom. Als ik wel in het Engels vertaal, laat ik mijn vertaling nakijken door een native speaker van het Engels. Zo nu en dan zal ik een blog in het Engels schrijven.

 

Voorlopig ga ik me bij het schrijven niet verdiepen in mijn ‘doelgroep’. Ik ga er vanuit dat er mensen zullen zijn die het interessant vinden wat ik schrijf, zich daardoor ook voor mij zullen interesseren en – misschien – mij zullen kiezen als ze een vertaler of tolk Engels nodig hebben.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

  

Blog 2 - Inleiding (2)

 

Ik schrijf dit op 2 januari 2016. Het is avond en vanmiddag heb ik mijn eerste 'blog' geschreven. Dat heb ik niet gedaan omdat het Nieuwjaarsdag is; ik doe niet aan goede voornemens op Nieuwjaarsdag. Goede voornemens zet je gewoon in je agenda. Je voert ze zo spoedig mogelijk uit, eventueel in stapjes, maar niet pas als er een nieuw jaar aanbreekt!

Hoe mijn leven verder inrichten?
Nee, het ging allemaal heel plotseling. Ik ben al maanden aan het dubben hoe ik mijn leven nu verder wil en kan inrichten. Soms zit je in een zwart gat; ben je van slag; weet je niet meer zo goed wat je wilt; zit je in een impasse. Hoe wil je het noemen? En ik zat al minstens een half jaar in dat min of meer zwarte gat.

 

Blogtips
Maar vanmiddag kreeg ik een e-mailtje van een LinkedIn-connectie die mij, en al haar andere contacten, gratis blogtips aanbood. Die tips heb ik wel gedownload, maar niet gelezen, want opeens voelde ik een drang om te schrijven - nu eens niet introvert in een dagboek, maar voor iedereen. Iedereen mag weten hoe ik over bepaalde dingen denk en dat probeer ik in zo goed mogelijk Nederlands en – zo nu en dan – zo goed mogelijk Engels op te schrijven.


Over het algemeen ben ik trouwens helemaal niet zo dol op blogs. Ze zijn me vaak te veel op marketing gericht of er worden dingen in verteld die ik al lang weet (zei ze arrogant). Ik loop tenslotte al een tijdje mee!


Daarom zal ik in mijn eigen stukjes niet proberen mensen iets te leren, of ze iets aan te smeren. Ik wil schrijven over onderwerpen waar ik echt iets van weet – van taal bijvoorbeeld, of de activiteiten van mijn eigen, nogal uitgebreide familie, of dingen die ik zelf kort of lang geleden heb meegemaakt. Dat kunnen zowel dingen zijn in mijn privéleven als ervaringen tijdens mijn werk.

 

Het jaar begon met een storing in de verwarmingsketel en een televisie die het niet deed. We hadden dus geen verwarming, geen televisie in de huiskamer en geen warm water. Dezelfde dag nog kwam er gelukkig een monteur van Energieservice Friesland langs. We kunnen nu weer warm douchen en het overal in huis zo warm maken als we willen. Wat een luxe! En ach, die televisie. Die zal ook wel weer gemaakt worden.

 

En als mijn huisgenoot W. – vrij naar columniste Sylvia Witteman in De Volkskrant; de W. staat voor Watermanvriendje - zo nodig voetbal moet kijken, moet hij dat maar op de oude tv op het kamertje boven doen. In die tijd heb ik tenminste de gelegenheid om een voorraadje blogs aan te leggen.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 3 - Dagboeken

 

Al 35 jaar geleden ben ik begonnen met een dagboek. In een dagboek schrijven schijnt nu weer in de mode te zijn, maar toen ik ongeveer 30 was, kende ik niemand anders die ook een dagboek bijhield. Iedereen was blijkbaar gelukkig. Ik niet.

 

Ik was gescheiden na een zeer turbulent huwelijk en stond voor de taak drie jonge kinderen in mijn eentje op te voeden. De meeste gescheiden ouders – zeker tegenwoordig – nemen die verantwoordelijkheid wel samen op zich, maar mijn ex-man was kennelijk van mening dat hij ook niets meer met zijn kinderen te maken hoefde te hebben als zijn vrouw ervandoor ging.

 

Ik had de sterke behoefte om al de emoties die ik voelde te uiten en ze tegelijkertijd voor mezelf te houden. Want dat is toch eigenlijk wat je doet als je een dagboek bijhoudt. Je richt je helemaal op jezelf. Het is heel persoonlijk wat je opschrijft.

 

Aan de andere kant speelde ik soms met de gedachte dat al datgene wat ik geschreven had of nog zou schrijven, ooit misschien gedrukt en gepubliceerd kon worden. Toen hield ik ook al van schrijven.

Ik heb bijvoorbeeld nooit overwogen om mijn emoties uit te drukken in schilderijen. Pottenbakken thuis is zo'n gedoe en mijn zangkunst is niet om over naar huis te schrijven – al ben ik wel muzikaal.

 

Tegenwoordig zitten er soms maanden tussen de stukjes die ik in mijn dagboek schrijf. Ik ben niet meer ongelukkig of onzeker.

Soms schrijf ik over mijn werk, soms over het weer of het eten of het huis, soms over huisgenoot W. of de kinderen, soms over mijn oude moeder of mijn tweelingzus of andere familieleden of bekenden - vooral als ik me aan hen erger, wij ons aan elkaar ergeren, of ik me zorgen over hen maak. Ik plak ook wel eens krantenknipsels of kassabonnetjes in mijn dagboek.

 

Al met al lijkt het me niet meer zo’n goed idee om mijn dagboeken te publiceren, want ze zijn veel te rommelig. Maar wat moet ik er dan mee? Ik vind het jammer om ze weg te doen, maar wil ook niet dat mijn familie ermee blijft zitten als ik dood of dement ben (wat dat laatste betreft: wat God verhoede. Overigens wil ik ook nog lang niet dood).

 

En wat lees ik nu in de krant? Er is een Nederlands Dagboekarchief opgericht, dat ondergebracht is bij het Meertens Instituut – het onderzoeks- en documentatiecentrum van Nederlandse taal en cultuur. Via sociale media is er onlangs bekendheid gegeven aan inleverdagen voor dagboeken. Met koffers tegelijk zijn op die dagen dagboeken ingeleverd en tegenwoordig ontvangt het dagboekarchief tientallen dagboeken per maand. Van elke aanwinst wordt door vrijwilligers een precieze inhoudelijke beschrijving aangelegd, die via trefwoorden doorzocht kan worden.

 

Bij de rubricering worden gelukkig wel de richtlijnen van de Wet Bescherming Persoonsgegevens in acht genomen. Ik persoonlijk zit er niet op te wachten dat al mijn persoonlijke zielenroerselen direct op mij terug te voeren zijn als ik besluit mijn dagboeken aan het NDA toe te vertrouwen.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 4 - Duurzaamheid

 

Een tijdje geleden hebben we zonnepanelen op ons platte dak laten leggen. Dat hebben we natuurlijk niet zomaar laten doen: ik interesseer me al heel lang voor milieuzaken. Ik heb er zelfs een opleiding in gevolgd, namelijk de MBA-opleiding Environmental Business Administration bij het Cartesius Instituut in Leeuwarden, een onderdeel van de Universiteit Twente.

 

Huisgenoot W. en ik zijn alleen niet altijd enthousiast over dezelfde dingen.  Als ik eens een balletje opgooide over zonnepanelen, gaf hij nooit veel respons, en ik wilde een tamelijk grote uitgaaf als deze niet op mijn eigen houtje doordrukken. Maar toen wij een paar maand geleden een mailing in de bus kregen van een bedrijf in zonnepanelen, probeerde ik het weer eens, en zie: huisgenoot zei dat hij er niet tegen was. Als ik erachteraan wilde gaan, moest ik dat maar doen.

 

En dat deed ik dus! Wat is er nou mooier dan zelf, zonder moeite, de energie die je nodig hebt op te wekken? Waarschijnlijk gaat de zon de komende jaren alleen maar vaker schijnen.

 

Geen verspilling

Ik houd niet van verspilling. Dat geldt voor energie, maar bijvoorbeeld ook voor eten. Ik snap nooit dat mensen overgebleven eten zomaar weggooien. Het is toch gemakkelijk als je de volgende dag nog voedsel in de koelkast overhebt dat je weer kunt gebruiken, samen met iets wat je erbij maakt? Of dat je tussen de middag lekker iets warms kunt eten dat je zo uit de koelkast in de magnetron kunt zetten? Of dat je de restjes kunt gebruiken in een soepje of een sausje?

 

Aangeboren?

Het lijkt wel of het zorgvuldig en duurzaam omgaan met dingen bij mij aangeboren is. Bij mijn tweelingzus is dat ook zo. Maar als ik soms naar het gedrag van mijn kinderen kijk, lijkt het wel alsof ze in een heel ander gezin zijn opgegroeid dan in dat van mij.


Alsof ze nog nooit gezien hebben dat hun moeder restjes bewaarde, de achterkant van bedrukt papier gebruikte als kladpapier of om teksten op af te drukken, niet overdreven veel was- en schoonmaakmiddelen gebruikte, de verwarming niet overdreven hoog zette maar een trui, jasje, stola, poncho of dikke sokken aantrok, en de deuren dicht- en de lichten uitdeed in vertrekken waar niemand was.

 

Hoe vaak heb ik wel niet tegen mijn zoon Louis gezegd, die in de horeca werkt, dat het echt niet altijd nodig is om thuis etenswaren en limonades waarop staat “Ten minste houdbaar tot [datum]” meteen op die datum weg te gooien? Nee, hij wist het beter. En natuurlijk, als je een horecabedrijf hebt is het beter om het zekere voor het onzekere te nemen. In de horeca moet je schadeclaims zien te voorkomen, maar thuis is het een andere zaak. Daar kun je gerust op je zintuigen vertrouwen om te bepalen of etenswaren nog goed zijn. Met de vermelde houdbaarheidsdatum als leidraad.

 

Doorgeslagen besmettingsvrees

Gelukkig verschijnen er de laatste tijd ook artikelen in kranten en op het internet waarin wetenschappers de doorgeslagen besmettingsvrees van veel jonge mensen met goede argumenten proberen weg te nemen. Het is toch te gek voor woorden dat In Nederland per jaar voor 2,5 miljard euro aan voedsel in de vuilniszak verdwijnt?

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69
beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 5 - Tolkervaringen (1)

 

Een behoorlijk deel van mijn tolkopdrachten komt van de Immigratie- en Naturalisatie Dienst, de IND. In de zogenaamde asielgehoren die ik als tolk Engels bijwoon, zijn de asielzoeksters de laatste tijd vaak lesbische vrouwen die asiel aanvragen omdat homoseksualiteit in hun land niet geaccepteerd wordt. Deze asielzoeksters komen meestal uit Afrikaanse landen, zoals Nigeria, maar ik heb ook een paar keer voor Jamaicaanse lesbiennes getolkt.

 

Bedreigd

Deze vrouwen voelen zich heel erg bedreigd in hun eigen land. Vaak zijn ze mishandeld en hebben ze meegemaakt dat hun sekspartner zwaar mishandeld of vermoord werd.

 

Vóór 2014 was het meestal zo dat homoseksuele asielzoekers naar hun land werden teruggestuurd. De IND ging er vanuit dat ze daar veilig waren, mits ze ‘in de kast’ bleven. In 2014 heeft staatssecretaris Teeven het beleid veranderd. Nu wordt er dus niet meer van homoseksuele vluchtelingen verwacht dat ze zich bij terugkeer naar hun land terughoudend over hun seksuele geaardheid opstellen. Dat betekent dat ze hier bescherming krijgen als de IND niet aan hun seksuele geaardheid twijfelt en ze bij terugkeer vanwege die geaardheid het risico lopen vervolgd te worden,.

 

Overigens hoor ik als tolk nooit of er een negatieve of positieve beslissing op een asielaanvraag genomen wordt. Aan het begin van een asielgehoor bij de IND wordt ook altijd aan de betrokkene verteld dat de tolk geen invloed heeft op de beslissing.
Een andere zaak is dat je als tolk bij de rechtbank soms asielzoekers tegenkomt voor wie je eerder ook al getolkt hebt. Het is dan dus wel duidelijk dat hun asielaanvraag eerder in de procedure is afgewezen.

 

Homoseksualiteit in Nederland

Ik herinner me dat er in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw, hier in Nederland, toch meestal aan mannen gedacht werd als er over homoseksualiteit gesproken of geschreven werd. Van een paar alleenstaande leraren op mijn christelijke middelbare school werd wel eens gesmiespeld dat ze iets met elkaar hadden, maar mij interesseerde dat niet zo. Ze waren in mijn ogen immers ook al erg oud – tussen de dertig en de veertig, of zo. Er werd ook niet openlijk over gesproken.


Wel staat me bij dat op de leeslijst voor Nederlands een boek van Anna Blaman stond – winnares van de P.C. Hooft-prijs in 1956. Ik denk dat het  Vrouw en vriend was. Daarin werd op bedekte wijze over seksuele relaties tussen vrouwen geschreven. Wat me daar echter het meest van bijgebleven is, is dat ik het zo’n deprimerend boek vond. Het was loodzwaar. En er was niet eens sprake van mishandeling of moord!

 

Een andere tijd

Deze tijd is dan toch heel anders, tenminste in ons eigen land. Een van mijn kleindochters, nu 16 jaar, maakt er al een paar jaar geen geheim van dat ze lesbisch is – al hoorde ik laatst dat ze zichzelf ‘bi’ noemde – en ik heb er nog geen haan naar horen kraaien.

 

 Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 6 - International Training in Communication

 

Eind jaren tachtig, begin jaren negentig was ik lid van een club in Assen die aangesloten was bij de internationale organisatie International Training in Communication (ITC). De naam van de organisatie was vroeger International Toastmistress Clubs geweest en de tegenwoordige naam is POWERtalk International. ITC is bijna tachtig jaar geleden opgericht in de Verenigde Staten van Amerika, het hoofdkantoor is in Californië.


Tegenwoordig zijn er clubs in de VS, Groot-Brittannië, Australië, Canada, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika, Nederland, België, de Bahama’s, Griekenland, IJsland, Japan, Malawi, Mexico, Polen en Sri Lanka.

 

In de tijd dat ik lid was, was de Nederlandse maatschappij nog niet zo verengelst als nu en waren er veel minder mensen vertrouwd met het Engels. Dat gold zeker voor vrouwen in Assen. Ik sloot me bij de club aan om me te oefenen in het spreken in het Engels. De meeste leden waren zogenaamde expats, dus vrouwen van mannen die voor hun werk bij grote internationale bedrijven in Engelstalige landen hadden gewerkt en daar vaak ook weer naar terugkeerden. Over het algemeen waren deze vrouwen ouder dan ik. Later sloten zich ook een paar mannen aan.

 

Het oefenen in het spreken in het Engels werd onder meer gedaan door middel van het houden van toespraken, door discussies te voeren (Table Topics) en door elkaars toespraken op een zo goed mogelijke manier te evalueren.


Als iemand pas bij de club was, was de eerste opdracht een Icebreaker  te houden; dat was een toespraakje van 2 of 3 minuten.


Dat lijkt weinig, maar als je niet gewend bent om in het openbaar te spreken, en ook nog in een andere taal dan je moedertaal, lijkt dat in het begin een eeuwigheid.

 

Voor elke bijeenkomst kregen zo veel mogelijk leden een taak of taakje, die/dat ze vóór de bijeenkomst natuurlijk moesten voorbereiden. Elke keer was er ook iemand die een wat langere toespraak over een vooraf opgegeven onderwerp moest afleveren, ik geloof 10 minuten.


Het was natuurlijk wel de bedoeling dat zo’n speech een beetje interessant was, dat je niet hakkelde, dat je een goed stemgebruik had, en dat er structuur in je speech zat. Net als een stukje tekst moet een toespraak een inleiding en een conclusie hebben (een kop en een staart) en is het interessant als je in het middenstuk een paar voorbeelden geeft.

 

De bestuurssamenstelling wisselde elk jaar, zodat alle leden – als ze dat wilden – ervaring met bestuurstaken konden opdoen. Er waren niet alleen een President, een Secretary en een Treasurer maar ook een Parliamentarian, die erop toezag dat de bijeenkomst volgens de door Headquarters opgestelde regels verliep.

 

Toen later de computertechnologie overal verspreid werd, heb ik nog vaak moeite gehad de afkortingen ITC (ai-tie-sie) en ICT (ai-sie-tie; Informatie- en Communicatietechnologie) uit elkaar te houden. Gelukkig is men in Nederland na verloop van tijd ook, net als in de Engelstalige landen, IT (ai-tie) gaan zeggen, in plaats van ICT. Toen verdween dat probleem dus.


In die tijd was ik al uit Assen vertrokken en ik heb Sacha, Aly, Carla, Jeanne, Ann, Peggy, Danielle, Gisela, Geke, Nihal en al die anderen nooit meer gezien.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 7 - Tolkervaringen (2)

 

Engels in veel landen een officiële taal
Als tolk Engels krijg je natuurlijk niet alleen te maken met mensen uit bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk of de VS. In heel wat landen die vroeger een kolonie van het Verenigd Koninkrijk (“Engeland”) zijn geweest, is Engels de - of een - officiële taal. Vaak zijn die landen ook lid van het Britse Gemenebest, of zijn ze dat geweest.


Ze liggen in alle werelddelen: Europa, Midden-Amerika, Oceanië, Afrika, Azië, het Caraïbisch gebied, Australië, Zuid-Amerika, Micronesië, Polynesië; noem ze maar op.


Landen als Liberia en de Filippijnen zijn geen lid van het Britse Gemenebest, maar ook daar wordt veel Engels gesproken door de historische banden met de Verenigde Staten.

 

Ook in het Koninkrijk der Nederlanden
Wat minder bekend is, is dat het Engels ook de voertaal is in delen van het Koninkrijk der Nederlanden, namelijk Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius. Verder is Engels natuurlijk de taal van het internationale bedrijfsleven.

 
Waar tolken?
Als tolk kun je tolken bij een rechtbank of gerechtshof, maar ook bij de IND, het CBR, in het onderwijs, bij de politie, in het bedrijfsleven, bij gemeentes, bij sociale instanties, advocaten, notarissen en op congressen.
In dit blog zal ik iets vertellen over het tolken bij rechtbanken en bij het CBR.

 

Rechtbanken

Bij zittingen van de rechtbank of het gerechtshof wordt er tegenwoordig van je verwacht dat je simultaan tolkt voor de verdachte (in een strafzaak), de eiser of gedaagde (in een civiele dagvaardingsprocedure), of de verzoeker dan wel verweerder (in een verzoekschriftprocedure). Bij het CBR hoef je niet simultaan te tolken.

 

Simultaan tolken betekent dat de tolk luistert naar de spreker en tegelijkertijd het gesprokene vertaalt. Dat is dus wat anders dan consecutief tolken. Dat betekent namelijk dat de tolk pas vertaalt nadat de spreker is uitgesproken.

 

Tijdens een rechtszaak kunnen er heel wat sprekers zijn van wie de tolk het Nederlands in het Engels moet vertalen. Dat zijn natuurlijk de rechter of rechters,  maar ook de advocaat, de officier van justitie en soms een of meer getuigen. Soms moet de tolk een spreker, vaak is dat de officier van justitie, vragen om wat luider of wat minder snel te spreken!

In de raadkamer van de rechtbank of het gerechtshof gaat het anders toe; daar kan een tolk consecutief tolken. De tolk vertaalt dan dus nadat de rechter, de verdachte of de advocaat is uitgesproken. Dat kan na een zin of een paar zinnen, maar ook na een wat langere tekst.

 

CBR

Bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen wordt het theoretisch rijexamen voor kandidaten die geen Nederlands spreken, individueel afgenomen. Dit geldt tegenwoordig alleen voor het motorrijexamen. Bij het autorijexamen kan alleen een tolk ingeschakeld worden voor kandidaten die een andere taal spreken dan Nederlands, Engels of Turks. Als tolk Engels ben ik dus niet meer aanwezig bij individuele theorie-examens voor het autorijbewijs.

Bij het individuele motorrijexamen zitten de examinator en de kandidaat aan één kant van een tafel met een scherm in het midden, de tolk aan de andere. De tolk mag vóór het examen geen contact hebben met de kandidaat en niets meenemen naar het examenlokaal – zelfs geen pen en notitieblok.

Persoonlijk vind ik dat wel erg rigoureus! De tolk krijgt van tevoren ook geen enkele informatie.

 

De kandidaat bij het CBR heeft een computerscherm voor zich en de examinator stelt vragen die betrekking hebben op de verkeerssituatie die de kandidaat op het computerscherm ziet. De tolk ziet de verkeerssituatie niet en moet de vragen van de examinator vertalen. De kandidaat beantwoordt de vragen door op een knop te drukken. Als hij/zij er minimaal 44 van de 50 goed heeft, is hij/zij geslaagd.

 

Tolkwerk kan dus heel afwisselend zijn als je verschillende opdrachtgevers hebt. In volgende stukjes zal ik iets vertellen over mijn tolkwerkzaamheden op andere gebieden van het maatschappelijk leven.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

0628128469

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 8 - Schrijvende vrouwen

 

Saai?
Sommige mensen schijnen te denken dat vertalen saai is. Dat is een misvatting, vind ik. Mijn werk als vertaalster – ook een soort schrijvende vrouw - is veel afwisselender dan het werk van vele anderen.

 
Heel veel onderwerpen
Welke andere professional krijgt er te maken met zowel informatie over gentechnologie, diervoeders, algemene voorwaarden, arbeidsomstandigheden en hypotheekakten als met winst- en verliesrekeningen, persberichten, juridische documenten, vrachtschepen en diabetes?

En met menulijsten, merkenstrategie, clean rooms (reine ruimtes), documenten van de Europese Unie, beëdigde vertalingen en het rechtssysteem in Engeland en Wales? (Hè, hè!). En dit zijn dan nog maar voorbeelden.

 

Ik ben goed opgeleid, breed geïnteresseerd en breed georiënteerd als ervaren vertaalster, maar wat ik nog nooit gedaan heb is het maken van literaire vertalingen. Ze zijn me nooit aangeboden en het woordtarief ervoor was altijd een stuk lager dan voor non-fictievertalingen. Er was geen droog brood mee te verdienen.

 

Nu ik ouder word en de waardering voor goede Nederlandse en Engelse non-fictievertalingen naar mijn idee een dieptepunt bereikt heeft – gezien de lage tarieven die opdrachtgevers willen betalen – begin ik mij af te vragen of ik me niet veel liever, in ieder geval gedurende een deel van mijn tijd, wil bezighouden met teksten die het goede gebruik van het Nederlands an sich als doel hebben.

 

Schrijvende vrouwen op school
Van schrijvende Nederlandse vrouwen hoor je over het algemeen minder dan van mannelijke schrijvers. Ik herinner me van de middelbare school in de jaren zestig: Henriette Roland Holst, Ina Boudier-Bakker vaag, Carry van Bruggen (als onderwerp voor een samenvatting op het schriftelijk examen Nederlands), Anna Blaman, Marga Minco, Ida Gerhardt, Vasalis … . Ik deed de wiskundekant, dus het kan zijn dat leerlingen van de talenkant zich meer met schrijfsters bezighielden – dat weet ik niet zeker.

Omdat de P.C. Hooft-prijs (toen anders gespeld dan tegenwoordig) bijna nooit aan een vrouw werd uitgereikt, werd in 1985 de Anna Bijns Prijs ingesteld. Die prijs wordt een keer per twee jaar toegekend aan een vrouw. De voornaamste doelstelling ervan is aandacht voor Nederlandstalige literatuur van vrouwen.

Dan is er ook nog de Opzij Literatuurprijs. Die werd in 2008 de opvolger van de in 1979  door het maandblad Opzij gestarte, tweejaarlijkse Annie Romeinprijs (vernoemd naar Annie Romein-Verschoor (1895-1978)) en wordt jaarlijks toegekend aan schrijfsters wier werk bijdraagt aan de ontplooiing, bewustwording en emancipatie van vrouwen.

 

Niveau
Wat tegenwoordig steeds meer voorkomt is het verschijnsel dat vrouwen columns in kranten schrijven. Vroeger had je natuurlijk Renate Rubinstein (Tamar) die in Vrij Nederland haar altijd interessante stukjes schreef. Selma Vrooland (M. Mus), die haar columns schreef over het leven als bijstandsmoeder, las ik ook altijd met veel bewondering en instemming. Beiden zijn al lang dood, maar tegenwoordig heb je Sylvia Witteman, Sheila Sitalsing, Esther Gerritsen, Paulien Cornelisse. Als ik op den duur bij hun niveau in de buurt zou kunnen komen, zou ik heel trots zijn.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 9 - Tolkervaringen (3)

 

Bij de Immigratie- en Nationalisatie Dienst (IND) en de politie zijn natuurlijk heel vaak tolken nodig voor resp. gehoren en verhoren.
Als tolk Engels kom ik daar mensen tegen uit Pakistan, Sint Maarten, Zimbabwe, Gambia, Groot-Brittannië, Ierland, Australië, de Filippijnen, Sierra Leone, Liberia, Nigeria, Ethiopië, Egypte, Oeganda, Ghana etc.


Ook mensen uit landen waarin Engels geen voertaal is, doen wel eens een beroep op een tolk Engels in plaats van een tolk in hun eigen taal. De reden kan zijn dat ze geen vertrouwen hebben in tolken uit hun eigen land.


Bij de aanmeldcentra van de IND zijn tolken aanwezig bij het zogenaamde eerste gehoor en het nader gehoor. In het eerste gehoor wordt de asielzoek(st)er gevraagd naar persoonlijke gegevens, nationaliteit en de reisroute van het land van herkomst naar Nederland. In het nader gehoor stelt de asielmedewerker vragen over de redenen van de asielzoeker om zijn land te verlaten en asiel aan te vragen in Nederland.


Tussen het eerste gehoor en het nader gehoor zit over het algemeen een dag. In de tussenliggende dag hebben de asielzoeker en zijn/haar advocaat de gelegenheid het van het eerste gehoor gemaakte verslag te bespreken en veranderingen en toevoegingen te laten aanbrengen.


Na de dag van het nader gehoor hebben de asielzoeker en zijn advocaat opnieuw overleg, deze keer over het rapport dat van het nader gehoor gemaakt is. Een paar dagen daarna deelt de IND aan de asielzoeker de beslissing mee: dat de aanvraag wordt afgewezen, hij/zij een tijdelijke verblijfsvergunning krijgt, of dat er meer onderzoek nodig is.

 

Diverse motieven
De motieven die mensen hebben om hun land te verlaten, zijn divers.

Sjiieten uit Pakistan kunnen bijvoorbeeld vluchten vanwege bedreigingen door soennieten. Mensen uit Nigeria kunnen op de vlucht slaan voor het geweld van Boko Haram.

 

Jonge vrouwen, en soms mannen, kunnen hier via mensenhandel gekomen zijn en tegen hun wil in de prostitutie te werk zijn gesteld. Vaak vertellen deze vrouwen dat ze eerst naar Italië zijn gebracht om voor een ‘madam’ te werken.

 

Er komen of kwamen ook veel vrouwen uit landen als Nigeria, Sierra Leone, Liberia, Kenia hierheen omdat ze niet besneden willen worden. De druk van familieleden, vaak ook vrouwen, op meisjes om zich te laten besnijden, is vaak enorm. Dat heeft met maatschappelijke acceptatie te maken.

Ik heb ook wel meegemaakt dat een vrouw gevlucht was omdat het in haar familie traditie was om het beroep van ‘besnijdster’ te laten overgaan van moeder op dochter of op een ander vrouwelijk familielid. Ook dan wordt er grote druk uitgeoefend.

 

Homoseksuelen en lesbiennes die in hun eigen land voor hun leven moeten vrezen vanwege hun geaardheid, hebben in Nederland een goede kans een verblijfsvergunning te krijgen.

 

Soms krijg je als tolk voor de IND ook te maken met mensen die al lang in Nederland zijn als illegaal. Dat was het geval bij een homoseksuele kok uit Egypte, die het na de versoepeling van het asielbeleid voor homo’s toch maar verstandiger leek alsnog asiel aan te vragen.

 

Dat is wat anders dan een herhaalde asielaanvraag – in het jargon een ‘hasa’.

Afgewezen asielzoekers die zich nog in Nederland bevinden, menen soms voldoende redenen te hebben om toch opnieuw asiel voor bepaalde tijd in Nederland aan te vragen. Hun persoonlijke situatie is misschien gewijzigd of ze hebben nieuwe informatie waaruit blijkt dat terugkeer naar hun land van herkomst voor hen niet veilig is. Dat laatste kan ook het geval zijn als ze een ziekte of verwondingen hebben waarvoor in hun land geen medicijnen of behandelingen bestaan.

 

Een volgende keer zal ik schrijven over tolken bij de politie.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 10 - Taal (1)

 

Laatst zag ik op de Vlaamse tv-zender Canvas een gesprek van de ook in Nederland wel bekende cabaretier Wim Helsen met een andere Vlaming van kennelijk Marokkaanse afkomst, Kamal Kharmach. Ik kende hem niet, maar in Vlaanderen blijkt hij nogal bekend te zijn als comedian en als voormalig bokser.

 

Zoals alle gasten van Wim Helsen in dit programma, Winteruur, las hij een stuk tekst voor naar eigen keuze. De tekst die hij had uitgezocht was Het Stockske van Joan van Oldenbarnevelt, Vader des Vaderlants, geschreven door Joost van den Vondel.


Het is een gedicht dat Vondel veertig jaar na de onthoofding van Van Oldenbarnevelt (in 1619) geschreven heeft. Van Oldenbarnevelt had een conflict met prins Maurits dat betrekking had op religie (toen: remonstranten tegen contraremonstranten) en macht.

Van Oldenbarnevelt was landsadvocaat en raadspensionaris van de Staten van Holland, prins Maurits was legeraanvoerder. Remonstranten waren vrijzinnigen en contraremonstranten waren rechtzinnigen (scherpslijpers).


Vondel neemt het in het gedicht op voor Van Oldenbarnevelt.

 

Ik vond verschillende dingen aan deze uitzending van Winteruur interessant.

In de eerste plaats was de gast iemand van Marokkaanse afkomst die zich gefascineerd toonde door een gedicht van een zeventiende-eeuwse Nederlandse dichter. Het is bekend dat men zich in Vlaanderen vaak drukker maakt over het behoud van de Nederlandse taal dan in Nederland, maar het ging hier ook nog eens om iemand wiens voorouders vast niet uit deze streken kwamen.

 

Daarnaast kan ik het niet helpen dat ik door het gesprek over dit gedicht moest denken aan de wandaden van IS. Net als nu, was er in de ‘Gouden Eeuw’ een strijd tussen gematigdheid en fanatisme gaande.


Alliteratie en verzet tegen onrecht
Een derde interessant punt was dat Kamal raakvlakken ziet van dit gedicht van Vondel met rap. Daarom las hij het gedicht heel snel voor, zo snel als een rapper rapt. In beide dichtvormen ziet Kamal alliteratie en verzet tegen onrecht. De alliteratie in Vondels gedicht zie en hoor je bijvoorbeeld in “o stok en stut“ en “Hoe dikwijls strekt’ gij onder ’t stappen naar ’t hof der Staten stadig aan”.

 

Vondel bedoelde met het stokje de eenvoudige houten stok waarop Van Oldenbarnevelt had geleund toen hij het schavot betrad. In een wat aangepaste spelling volgt hieronder het gedicht waarover het gaat:

Mijn wens behoede u onverrot,
o stok en stut, die geen verrader,
maar ’s vrijdoms stut en Hollands Vader
gestut hebt op dat wreed schavot,
toen hij voor ’t bloedig zwaard moest knielen,
veroordeeld als een Seneca
door Nero’s haat en ongena,
tot droefenis der braafste zielen.
Gij zult nog jaren achtereen
den uitgang van dien held getuigen,
en hoe Geweld het Recht dorf buigen,
tot smaad der onderdrukte steên.
Hoe dikwijls strekt’ gij onder ’t stappen
naar ’t hof der Staten stadig aan
hem voor een derden voet in ’t gaan
en klimmen op de hoge trappen,
als hij, belast van ouderdom,
papier en schriften, overleende
en onder ’t lastig landspak steende!
Wie ging, zo krom gebukt, nooit krom!
Gij ruste van uw trouwe plichten
na ’t rusten van dien ouden stok,
geknot door ’s bloedraads bitt’ren wrok –
nu stut en stijft gij nog mijn dichten.

 

Verschillende Nederlandse musea denken in het bezit te zijn van het ‘stokske’ van Johan van Oldenbarnevelt, zoals het Rijksmuseum en het Museum Flehite in Amersfoort.

 

Winteruur wordt in de wintermaanden op Canvas uitgezonden. Het wordt beschreven als een ‘ode aan het geschreven woord’. Zou zo’n ode misschien ook op de Nederlandse televisie gebracht kunnen worden?

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 11 – Tweelingen

 

Zoals ik al eerder heb laten doorschemeren, ben ik er ‘een van een tweeling’. Voor mijn ouders kwam het als een verrassing dat de eerste bevalling van mijn moeder na de geboorte van mijn zus nog niet voorbij was, maar er nog een baby aankwam. Dat was ik.


De dorpsdokter had gezien de nogal dikke buik van mijn moeder wel zoiets verwacht, maar had het blijkbaar niet nodig gevonden mijn ouders van die mogelijkheid op de hoogte te stellen. Gelukkig verliep de geboorte voorspoedig. Als er complicaties waren opgetreden, was ik – of mijn zus – er misschien niet geweest.


Hoewel mijn vader hoofd van de school was in het dorpje, hadden mijn ouders geen telefoon en geen auto en – voor de jongeren onder ons – mobiele telefoons bestonden nog lang niet. Het zou niet zo eenvoudig zijn geweest ons naar het ziekenhuis te brengen.
Mijn geboortegewicht was iets over de 2,5 kg (5 pond) en dat van mijn zus iets daaronder. Dat is ongeveer 0,8 kg minder dan het gebruikelijke geboortegewicht van meisjes.

 

Hoe is het om niet als tweeling op te groeien?
Ik weet niet echt hoe het is om niet als tweeling op te groeien, maar het omgekeerde geldt natuurlijk voor de meeste andere mensen. Veel mensen vinden het heel interessant te horen dat ik een tweeling ben.

Mijn zus Rina – in het echte leven heet ze anders – en ik trokken als kind altijd samen op, we sliepen in één bed tot en met de middelbare school en droegen tot we ongeveer 14 jaar waren dezelfde kleren (!).

 

Toen ik voor het eerst op band mijn stem hoorde, dacht ik dat ik mijn zus hoorde. Op school hadden we altijd ongeveer dezelfde cijfers. Wel werden we op verschillende jongens verliefd, maar dat kan aan de omstandigheden gelegen hebben. We vonden dezelfde types jongens aantrekkelijk.

 

In de eerste drie klassen van de hbs zaten we – opzettelijk – in parallelklassen, dus onze dagelijkse omstandigheden waren niet hetzelfde. In de hogere klassen had ik min of meer lang haar, maar mijn zus had haar haar heel kort geknipt. Het was de tijd van modeontwerpers Mary Quant en André Courrèges.

 

Daarna gingen we bewust naar verschillende vervolgopleidingen – mijn zus ging logopedie doen en ik schreef me in bij de sociale academie. (De universiteit kwam overigens niet in aanmerking: met nog vier kinderen na ons, vond onze moeder het belangrijker dat de drie jongens die mogelijkheid kregen.)

Het was best moeilijk voor Rina en mij om onze weg op ons eentje te vinden, al huurden we de eerste jaren van de studie woonruimte in hetzelfde huis in Groningen.

 

Het merkwaardige is dat we nog steeds niet zeker weten of we een eeneiige of een twee-eiige tweeling zijn, omdat er bij de geboorte twee placenta’s waren. Zonder onderzoek is alleen met zekerheid te zeggen dat er sprake is van een eeneiige tweeling als de twee baby’s vastzitten aan één placenta (moederkoek), maar ik ben ervan overtuigd dat mijn zus en ik eeneiig zijn. We lijken namelijk in heel veel opzichten veel op elkaar.

Onze andere zus, die twaalf jaar jonger is, ziet er heel anders uit dan wij en heeft ook een heel ander karakter.

 

Wat is erfelijk en wat niet?
Ik ben zeker van plan om vóór 5 april de fototentoonstelling Double Dutch in het hoofdgebouw van de Vrije Universiteit in Amsterdam te gaan bekijken. Daar zijn, las ik, foto’s te zien van tweelingen in de leeftijd van 3 tot 93 jaar. Het is jammer dat ik er niet eerder van had gehoord, want ik had best graag samen met mijn zus voor de fotografen willen poseren. Als het kan, zou ik ook wel graag alsnog deelnemen aan het Nederlandse tweelingenonderzoek, dat al bijna dertig jaar gaande is. Het doel van dat onderzoek is te bepalen wat erfelijk is en wat niet.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 12 – Erfelijkheid

 

Invloed van genen
Ik heb vaak nagedacht over wat de invloed van je omgeving en wat de invloed van je genen is. Dat had onder andere te maken met moeilijkheden die ik in mijn eigen leven had – die te maken hadden met mijn eigen gedrag en karakter – en ook met het opgroeien van mijn kinderen. Het is verbazingwekkend hoe je eigen kinderen van elkaar kunnen verschillen!  En dan heb ik het niet zozeer over hun uiterlijk, maar vooral over hun karakter en hun kijk op het leven.

 

Nog niet zo heel lang geleden (15 jaar geleden?) was de overheersende mening in Nederland dat mensen voornamelijk gevormd worden door de omgeving en de omstandigheden waaronder ze opgroeien. Als er met het gedrag van een kind iets mis was, werden de ouders daar steevast op aangekeken. En dan vooral de moeder. Onder andere door tweelingenonderzoek is nu vast komen te staan dat alle menselijke eigenschappen in mindere of meerdere mate bepaald worden door het genetisch materiaal dat je hebt meegekregen.

 

De basis ligt vast
Ik ben van dat laatste ook al heel lang overtuigd. Waarom zou het onderzoek van de monnik Mendel, waarover we op school les kregen, alleen gelden voor bijvoorbeeld de kleur van de ogen van je kind? Iedereen die kinderen heeft, móet wel zien dat in elk kind vanaf het begin allerlei eigenschappen ingebakken zijn. Je kunt proberen die eigenschappen een beetje bij te buigen, maar de basis ligt vast.

 

Waarom heeft één kind uit een gezin bijna altijd een goed humeur, is de tweede altijd vriendelijk en sociaal vaardig en neigt de derde naar depressies? Waarom is de ene broer uit een gezin idolaat van voetbal, vooral de plaatselijke voetbalclub, en interesseert de andere zich totaal niet voor voetbal maar wel voor lange wandelingen en verre reizen? Waarom was Esau een buitenmens en zijn - waarschijnlijk twee-eiige - tweelingbroer Jacob een huiselijk type?

 

Waandenkbeelden
Toen ik eind jaren zestig, begin jaren zeventig, op de sociale academie maatschappelijk werk studeerde, kwamen de waandenkbeelden over het geringe belang van erfelijke factoren net zo’n beetje op. We kregen bij psychopathologie boeken te lezen waarin beweerd werd dat schizofrenie aan maatschappelijke factoren te wijten was (Ronald Laing, The Divided Self). Een ‘kille moeder’ zou de oorzaak zijn, maar tegenwoordig is het algemeen geaccepteerd dat bij schizofrenie aanleg de belangrijkste rol speelt.


Moeders de schuld?
Later kregen ‘kille moeders’ de schuld van autisme bij hun kind. Het zal je maar gebeuren dat je als moeder hulp zoekt voor je autistische of schizofrene kind en je krijgt er zelf van langs van de hulpverlener!

 

Het is te hopen dat mensen in de toekomst beter op de hoogte zullen raken van wat schizofrenie echt is, bijvoorbeeld door de publiciteit over Bart van U., een schizofrene man die oud-minister Els Borst en zijn eigen zuster heeft omgebracht. Hij leefde volkomen in zijn eigen wereldje en heeft bekend dat hij een “goddelijke opdracht” had Els Borst te doden vanwege haar euthanasiebeleid als minister.

Het is naar mijn mening een schande hoe volkomen verkeerd politie, justitie en psychiaters zijn omgegaan met de pogingen van zijn familie om voor hun hun zoon/broer adequate hulp – een gedwongen opname – te regelen.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 13 – Dialecten

 

Ik weet niet heel veel van dialecten, maar interesseer me er wel voor. Ik heb in de provincies Drenthe, Overijssel, Groningen en Friesland gewoond en op de televisie hoor je vaak dialecten als Brabants en Limburgs.

 

‘Hollanders’ hebben vaak geen idee wat een dialect is. Ze denken dat Nederlands met een accent hetzelfde is als een dialect en realiseren zich niet dat veel dialectsprekers eigenlijk ten minste twee talen spreken. Vaak schakelen dialectsprekers moeiteloos over van de ene taal naar de andere.

 

Ook hebben veel mensen geen idee dat binnen provincies allerlei varianten voorkomen.


Laat ik mij in dit stukje beperken tot de provincie waar mijn familie vandaan komt: Overijssel. Mijn moeder is opgegroeid in Den Ham (’n Ham) in Overijssel en mijn vader in Ommen, 10 kilometer daarvandaan. Thuis spraken ze dialect, zoals bijna iedereen daar, behalve misschien de notaris, de dominee, de dokter en het hoofd van de school.

 

Den Ham en Ommen liggen allebei in de landstreek Salland, maar ik heb altijd gemerkt dat het Ommer en het Hammer dialect verschillend zijn. De klankkleur is verschillend en het dialect van Den Ham is meer door het Twents beïnvloed.

 

Voorbeelden
Het Sallandse woord voor vuur is ook vuur, het Twentse woord is ‘veur’; ‘huus’ voor huis is Sallands, ‘hoes’ is Twents; ‘buut’n’ voor buiten is Sallands, ‘boet’n’ is Twents.

 

Hieronder een paar zinnetjes in het Hammer dialect. Ik begrijp ze moeiteloos, hoewel ik thuis nooit iets anders dan Nederlands heb gesproken, maar de meeste lezers zullen er moeite mee hebben!

  1. Zie hebt de(n) mond dreuge van ’n dös.
  2. Wee-j ginnen wagenmaker te wonnen?
  3. Zie löp der todderig biej.
  4. Din aolen kerel lönnen op 'n stok.
  5. Hee houwen van em of.

 

  1. Ze hebben een droge mond van de dorst.
  2. Weet je geen wagenmaker te wonen?
  3. Zij loopt er slonzig bij.
  4. Die oude kerel leunde op de/een stok.
  5. Hij sloeg van zich af.

 

Luister voor het Ommer dialect hiernaar: https://www.meertens.knaw.nl/ndb/soundbites.php?p=G112p . Ik moet eerlijk zeggen dat ik dit ook niet woord voor woord versta!

 

Ter vergelijking het Twentse dialect:
https://www.youtube.com/watch?v=XJe23yc_wKE . Herman Finkers is een echte ambassadeur van het Twents.

 

Net als alle talen veranderen dialecten ook. Er verdwijnen helaas woorden en er komen Nederlandse woorden voor in de plaats. Ommenaren heb ik vaak horen zeggen: “Oe zee mien moe det ook weer” ? of: “Mien vä zol ezeg ebben....” ( Hoe zei mijn moeder dat ook alweer? / Mijn vader zou gezegd hebben …) .

 

Wil je meer weten over het Ommer dialect? Kijk dan op internet: Het dialect van Ommen - De Taal van Overijssel.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 14 - Taal (2)

 

De taal verandert

Ik weet natuurlijk wel dat taal verandert, maar ik erger me aan het kritiekloze gebruik van Engelse woorden en uitdrukkingen in het Nederlands.

 

Als ik bijvoorbeeld iemand ‘squatten’ hoor zeggen in plaats van hurken, dan denk ik echt: “Doe even normaal, joh”. En waarom heet de uitverkoop ineens ‘sale’ en zijn kinderen ‘kids’ geworden?

 

Wat is ‘overnight’? Veel Nederlanders zullen dat echt niet weten. Het betekent gewoon: van de ene op de andere dag, zomaar ineens.

 

Waarom moet een Nederlander, die zijn eigen taal met de paplepel ingegoten heeft gekregen, opeens in het Engels gaan brabbelen? Laatst hoorde ik iemand op de radio zeggen dat iets ‘joetsj’ geworden was en ik moest echt even nadenken wat hij bedoelde. Hij bedoelde blijkbaar het Engelse woord huge, maar waarom zei hij dan niet gewoon ‘kolossaal’, of 'enorm groot'?

 

Onvermogen

Wat ik ook heel veel hoor is het woord ’random’. Dat betekent ‘willekeurig’. Ik weet wel dat ‘random’ een gebruikelijk woord is in de statistiek, en om mijn part blijft het dat ook in die tak van sport, maar waarom gebruiken mensen het woord ‘willekeurig’ niet in het normale taalgebruik? Dat vind ik een mooi woord. Kennen ze de Nederlandse term gewoon niet meer? Is het onvermogen?

 

Eigenlijk denk ik dat wel. Vaak komt het gebruik van Engelse woorden in het Nederlands voort uit onvermogen. Het gaat over het algemeen om mensen die niet veel talenten op het gebied van taal hebben meegekregen. Ze horen ergens een Engels woord, maar het Nederlandse woord komt niet automatisch bij ze op en dus verweven ze het Engels – al of niet goed uitgesproken – in hun Nederlandse zinnen.

 

Wil je je eigen taal kwijt?

Tegenwoordig kom je ook vaak uitdrukkingen tegen als ‘race to the bottom’, mindset, ‘too close to call’, ‘hit rock-bottom’, ‘drain’. Dan denk ik: “Kom jongens en meisjes, stel je niet zo aan!”

 

Al ben je goed vertrouwd met het Engels, het Nederlands gaat de vernieling in (‘will race to the bottom’) als je zo doorgaat. Jullie mentaliteit of manier van denken (‘mindset’) is echt verkeerd. De schoonheid van het Nederlands zal een absoluut dieptepunt bereiken (“hit rock-bottom”) en door het afvoerputje verdwijnen (‘through the drain”) als jullie je eigen taal niet meer goed gebruiken.

 

Over de uitkomst van deze hele ontwikkeling kan nog geen uitsluitsel gegeven worden (“it’s too close to call”), maar ik houd mijn hart vast voor de toekomst van het Nederlands. Wie gooit er nu zijn eigen taal overboord?

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 15  - Windstreken


Ik herinner me dat op de lagere school in het dorpje waar mijn vader hoofd van de Nederlands-hervormde school was, gevraagd werd wat we wilden worden. Mijn antwoord was: stewardess. Het leek me blijkbaar aantrekkelijk om de wereld in te gaan – kennis te maken met andere werelden.

Bij mijn beroepskeuze later is het beroep van stewardess nooit meer aan de orde geweest. Ik heb ook helemaal niet veel gereisd in mijn leven. Lange tijd heb ik weinig te maken gehad met niet-Nederlanders.


Middelbare school
Op de hbs in Assen ben ik maar twee niet-blanken tegengekomen. Een ervan was een jongen in de eerste klas die niet zo lang op die school gezeten heeft. Het was een donkere jongen met een Nederlandse naam, dus hij was waarschijnlijk geadopteerd.
Zijn naam heb ik altijd onthouden en vond ik op Internet. Achter zijn naam stond tussen haakjes zijn Engels klinkende achternaam en zijn geboorteplaats – Djakarta – maar in mijn herinnering zag hij eruit als een Papoea.

De ander was een Molukse jongen die in een parallelklas zat en met wie mijn zus nog langere tijd contact heeft gehad. Assen heeft een grote Molukse gemeenschap.


Jaren 70
Van de opleiding voor maatschappelijk werk in Groningen herinner ik me één Surinaamse studente, die later nog een rol in de Surinaamse politiek heeft gespeeld. Meer ‘buitenlanders’ waren er niet (afgezien van de grote groep Friezen …).


Mijn wereld veranderde
toen ik de Surinamer tegenkwam met wie ik later trouwde. Ik ontmoette heel veel verschillende Surinamers. In Suriname wonen immers allerlei bevolkingsgroepen – creolen, Hindoestanen, Javanen, Indianen, Chinezen en mensen van gemengde afkomst.

In die tijd kwam ik ook in aanraking met de discriminatie tegenover niet-blanken.

Ik herinner me een reiziger in de trein die mij ‘mevrouw’ noemde en mijn man ‘boy’. En de politie die ons op weg naar Lauwersoog aanhield omdat ik een restje fruit uit het autoraam in de berm gooide, en die meteen maar de auto doorzocht op wapens. En – weer – de politie die mijn man volstrekt ongegrond meenam naar het politiebureau omdat er ergens ringen gestolen waren.


Dat soort dingen zul je toch niet zo gauw meemaken als je met een blanke man op stap bent.


Jaren 80 en 90
Toen mijn half-Surinaamse kinderen opgroeiden, in Assen, brachten ze vaak vrienden en vriendinnen mee naar huis die oorspronkelijk uit andere werelddelen kwamen.

Half-Amerikaanse jongens, jongens uit Korea, Egypte, de Antillen, Argentinië, de Dominicaanse Republiek.


Molukse meisjes, meisjes uit Indonesië, Venezuela, Sri Lanka, China, Korea, Sint Maarten. Waar ze ze allemaal vandaan haalden is me een raadsel, want we leefden verder in een bijna helemaal witte wereld. Op hun basisschool zaten vrijwel geen ‘gekleurde’ kinderen.


Vertaal- en tolkwerk
Nog later verhuisde ik naar Heerenveen. Mijn vertaalwerk werd internationaler en ik ging langzamerhand steeds meer tolken.
Als tolk ontmoet je bij rechtbanken en notarissen natuurlijk allerlei soorten buitenlanders, maar toen ik bij de IND in Ter Apel ging werken, maakte ik pas echt kennis met mensen uit alle windstreken.


In de wachtkamer bij de IND ontmoet je tolken uit diverse Arabisch sprekende landen, Ethiopië, Eritrea, Polen, Rusland, Armenië, Sierra Leone, Nepal, Punjab, allerlei Afrikaanse landen met hun vele talen, Mongolië, Turkssprekende enclaves in Siberië en christelijke enclaves in Turkije – noem ze maar op.

De projectmanagers van vertaalbureaus waar ik voor werk, komen ook vaak uit alle mogelijke verschillende landen.


Kortom, ik realiseer me opeens dat ik waarschijnlijk meer contacten met (oorspronkelijk) niet-Nederlanders heb dan 95 procent van mijn landgenoten.


De afgelopen anderhalve week heb ik via tolkopdrachten mensen uit Ghana, Tsjechië en Eritrea ontmoet; via vertaalopdrachten (contacten per e-mail of telefoon) had ik contact met mensen uit Duitsland, Finland en China; en via de vereniging voor vertalers en tolken uit Noord- en Oost-Nederland (VVTNN) heb ik collega’s uit Spanje, Engeland, Slowakije en Hongarije gesproken.


Ik hoef niet meer de wereld in. De wereld is naar mij toegekomen.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 16 - Dialecten (2)

 

Ik woon nu bijna 17 jaar in Friesland en heb gemerkt dat er in de provincie heel wat verschillende dialecten zijn. Voor ik hierheen kwam had ik wel gehoord over het Fries (“De fryske minsken binne net sa arrogant as de Hollânners), het Stellingwerfs (”Stellingwarvers binnen lu die niet vule proaten”) en het Bildts (“Fan oast na west gyn plakky te fienen sò moai as ’t Bildt”), maar niet van het Stadsfries.

En ik wist zeker niet dat dat niet alleen in Leeuwarden wordt gesproken, maar ook in veel andere Friese steden. In Dokkum, Franeker, Harlingen, Bolsward en Sneek namelijk. Ik wil mijn vingers ook niet branden aan de vraag of iets een taal of een dialect is. Dat moeten anderen maar uitzoeken!

 

Sommige Friestaligen beter te verstaan dan anderen
Wat ik wel weet is dat de ene Friestalige vaak veel beter te verstaan is voor een niet-Fries dan de andere.


Meer dan 10 jaar geleden had ik als notulist een nulurencontract met een notuleerbureau en werkte ik onder andere regelmatig in Lemmer (De Lemmer). Ik verzorgde daar de notulen bij raads- en commissievergaderingen van de gemeente.


Voor sommige raadsleden was het een principekwestie om Fries te spreken tijdens de vergaderingen. Omdat ik van tevoren de agendapunten kreeg en wat verdere informatie, kon ik dat meestal wel volgen. Als dat niet zo was, kon ik thuis het gemaakte cassettebandje afspelen.


Als ik het dan nog niet begreep, haalde ik huisgenoot W. erbij. Hij heeft tientallen jaren in Friesland in het onderwijs gewerkt en verstaat alles – al spreekt hij het niet.

 

Mijn opdrachtgeefster vroeg mij ook een keer om naar Franeker te gaan om te notuleren bij een inspraakavond van, ik meen, Wetterskip Fryslân (Waterschap Friesland) over de verzilting van het grondwater. Die werd veroorzaakt door een stijgende zeespiegel gecombineerd met een dalende bodem.


Ik was van tevoren al bang dat ik niet alles zou kunnen verstaan, ook al omdat de bijeenkomst niet op geluidsband zou worden opgenomen, maar het notuleerbureau verzekerde mij dat er grotendeels Nederlands gesproken zou worden.


Dat was ook wel het geval wat de sprekers en de Powerpoint-presentaties betrof, maar ik verstond de helft niet van de vragen die gesteld werden door de aanwezige boeren. Uiteindelijk heb ik, met flink wat navragen, nog wel wat van de notulen gemaakt, maar het was een vervelende ervaring!


Luister zelf maar
Als ik de onderstaande opnamen beluister, begrijp ik niet goed dat ik het Fries van de vergaderingen in Lemmer wel grotendeels verstond en het Fries in Franeker niet.

Waarschijnlijk kwam het doordat de aanwezige boeren niet in de stad Franeker woonden, maar in dorpjes en buurtschappen op het platteland eromheen. Ze zullen dus waarschijnlijk geen Stadsfries gesproken hebben, maar het Friese dialect van die streek.

Dit is het Stadsfries van Franeker:

http://www.meertens.knaw.nl/ndb/soundbites.php?p=B048p .

 

En dan nu het Fries dat in Lemmer (Lemsterland) gesproken wordt:

https://www.meertens.knaw.nl/ndb/soundbites.php?p=F038p .


Het verschil lijkt me duidelijk.


En als uitsmijter nog maar even deze enigszins seksistische reclameparodie:

https://www.youtube.com/watch?v=Lz2pPVP-aog

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 17 – Muziek

 

Een tijdje geleden was ik op een bijeenkomst van de Vrouwenkamer in Heerenveen. Er was een workshop over het schrijven van blogs.
Een van de deelnemers aan de workshop was een vrouw die een dansschool had. Tot mijn verbazing vertelde ze dat rock & roll (rock-’n roll) weer helemaal ‘in’ is.

 

Ik vond het ongelooflijk! Rock & roll was toch iets uit de jaren vijftig en beginjaren zestig van de twintigste eeuw? Gaan we back to the fifties? Gaan de jonkies belangstelling krijgen voor Elvis en Chuck Berry? Bill Haley en Fats Domino? Voor de opwindende muziek uit mijn vroege jeugd? Rock & roll heeft altijd een plaatsje in mijn hart behouden.


Er zullen genoeg mensen van ongeveer mijn leeftijd zijn die altijd meer voelden voor rustiger muziek, zoals die van Pat Boone, Ricky Nelson, en later The Beach Boys en The Beatles. Maar die liedjes maakten vroeger niet zo’n grote indruk op me. Met de muziek van Pat Boone heb ik pas tientallen jaren later echt kennis gemaakt via huisgenoot W. Die had daar dan weer dierbare herinneringen aan.
Toen ik hem nog maar pas had leren kennen, bleek hij tot mijn verbazing honderden liedjes uit de jaren 50, 60 en 70 uit zijn hoofd te kennen. Daarmee luisterde hij onze autoritten op.


Huisgenoot W. is ook een countryliefhebber. Nog niet zo heel lang geleden was hij vooral fan van Johnny Cash, maar nu hij alle tijd heeft voor YouTube, ontdekt hij andere favorieten. Waylon (Jennings) en diens vrouw Jessi Colter zijn wel zijn grootste ontdekkingen.

 

En dan alle liedjes die ik via mijn kinderen gehoord heb! Rap en hiphop. En namen van beroemdheden in de jaren tachtig die nu bijna niemand meer iets zeggen. Duran Duran, Niggaz with an Attitude, Sam Cooke, The Bangles, The Police, Whitney Houston, Maria Carey, Eddy Grant, Cyndy Lauper, Terence Trent d’Arby, Alison Moyet, Bonny Tyler, Tim Finn, Paul Young, Toontje Lager.


En wat te denken van Bob Marley, Michael Jackson, Prince, Phil Collins, Doe Maar, Stevie Wonder, Bruce Springsteen, Benny Neijman, Nana Mouskouri, Willie Nelson, Marvin Gaye, Aretha Franklin?

 

Er zijn ook mensen die de hele popmuziekcultus aan zich voorbij laten gaan. Mijn jongste broer Aldo bijvoorbeeld. Als kind kreeg hij pianoles en werd hij door zijn pianolerares uitverkoren als solist van het koor waar zij dirigent van was.  Nu heeft hij naast zijn werk en gezin al tientallen jaren een eigen muziekgroep (eerst een kwartet, toen een kwintet, nu een groep van zes  vocalisten en zeven instrumentalisten). Bovendien zingt hij als solist en koorlid. Zijn repertoire bestaat voornamelijk uit werken van componisten als Bach, Schutz en Buxtehude.  Hij weet zelf niet waarom hij zich daartoe zo aangetrokken voelt. Naar eigen zeggen is hij niet religieus, maar tijdens het zingen is hij dat wel!


Mijn stiefzoon Freek was vroeger een fervent metal-fan en nu gaat hij naar klassieke concerten. Mijn eigen zoons beginnen zich ook voor klassieke muziek te interesseren.

Meer dan 35 jaar geleden leerde ik een jonge man kennen die schizofreen bleek te zijn. Hij had vele tientallen platen met klassieke muziek waar hij bijna de hele dag naar luisterde. Het eerste muziekstuk dat ik in zijn huis hoorde was het derde vioolconcert van Mozart, in de uitvoering van Anne-Sophie Mutter met als dirigent Herbert von Karajan. Dat vioolconcert heb ik in de jaren daarna uitentreuren beluisterd. Muziek van componisten als Mozart en Joseph Haydn heeft mij altijd veel meer gedaan dan die van barokcomponisten zoals Bach.

Maar toch …! Misschien ga ik me, naarmate ik ouder word, steeds meer aangetrokken voelen tot de zware koor- en orkestmuziek die me nu nog niet zoveel doet. Het zou zomaar kunnen dat ik op mijn begrafenis uitgezwaaid word met het Requiem van Fauré of Verdi.


 Ach ja, ieder zijn meug.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 18 - Een gebeurtenis

 

Laatst was ik op een verjaardagsfeestje van mijn jongste zus. Het was mooi weer 's avonds en een deel van de gasten zat in de tuin. Er was ook een nichtje van mij. Die gaat het komende studiejaar in Leeuwarden werken en ze vertelde dat ze een kamer had gevonden. Het is maar een kleine kamer, zei ze – 14 m2.

 

 

Opeens gingen mijn gedachten terug naar vroeger. Ik heb in mijn studietijd op vele kamers gewoond, maar een ervan was wel erg klein, niet meer dan 7,5 m2, denk ik. Het was aan de Eendrachtskade in Groningen en eigenlijk had ik twee kleine kamertjes gehuurd, met een overloop ertussen. Het ene was aan de voorkant, het andere aan de achterkant.

 

 

Ik had de kamertjes nog niet eens ingericht toen er een jongen naar me toekwam. Hij was dringend op zoek naar een kamer en wilde heel graag de huur van een kamertje van me overnemen. Blijkbaar was hij bij de huurbaas geweest die hem gezegd had dat hij net twee kamertjes aan mij verhuurd had en dat hij maar naar mij toe moest gaan. Omdat de jongen kennelijk zo dringend een kamer nodig had – en omdat ik niet zo goed ‘nee’ kon zeggen – gaf ik hem zijn zin. Hij was erg blij, herinner ik me.

 

 

Ik had het druk met mijn stage dat seizoen en zag hem daarna bijna niet meer, maar op een dag sprak iemand mij aan die ik niet kende. Het was een bekende van de jongen en hij vertelde me dat de jongen zelfmoord had gepleegd. Omdat hij verteld had dat ik zo vriendelijk was geweest hem dat kamertje af te staan, werd ik uitgenodigd voor de begrafenis.

 


Ik ben ook gegaan. Er waren veel mensen op het kerkhof en het regende een beetje. Ik kende er verder niemand, maar ik zal me die begrafenis altijd herinneren. De jongen had alleen een vader. Hij liep vooraan de stoet en hij huilde en riep luid. Hij riep: “Jongen, waarom heb je dit gedaan, waarom heb je dit gedaan …”.

  

Het is een vreemd idee dat een gebeurtenis waarbij mensen betrokken zijn die je nauwelijks kent – van wie je niet eens de naam kent – je je hele leven bijblijft. Ik heb niet lang op dat adres gewoond en ben ‘verder’ gegaan, maar vraag me nu, meer dan 45 jaar later, af hoe het leven van die vader daarna is verlopen.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 19 – Namen (tolkervaringen)

 

Een neef van huisgenoot W. woont al zo’n 45 jaar in Canada en is met een Canadese vrouw getrouwd. Ze heet Rosalie.  We hadden ze al zo’n 25 jaar niet gezien, maar een tijdje geleden kwamen ze voor een kort verblijf naar Nederland. Ons brachten ze ook een bezoek.


We kwamen onder andere te praten over boeken en schrijvers.

Rosalie leest veel en ze vertelde dat ze erg genoten heeft van de boeken van Alexander McCall Smith. Dat is een Schotse jurist – geboren in Rhodesië – die onder andere een serie geschreven heeft waarvan het eerste boek ‘The No. 1 Ladies Detective Agency’ heet. Alle boeken in de serie gaan over een gezette vrouw in Botswana die een detectivebureau heeft opgezet. Ik heb twee van de boeken gekocht, namelijk het eerste (‘The No. 1 Ladies Detective Agency’) en het voorlopig laatste (‘Precious and Grace’). Deze boeken zijn echt een plezier om te lezen.

 

(Ter informatie: volgens Wikipedia zijn sommige boeken uit de serie in het Nederlands vertaald, maar ik weet niet wat de kwaliteit van de vertalingen is.)

 

Waarom heeft dit blog nu de titel ‘Namen’? Omdat de namen Precious (‘kostbaar’) en Grace (o.a. ‘genade’) echt van die namen zijn die ik bij de ‘gehoren’ van asielzoekers uit bijvoorbeeld Nigeria op het AZC Ter Apel ook vaak tegenkom. Bij het zogenaamde ‘eerste gehoor’ worden er onder andere vragen gesteld over de namen en geboortedata van familieleden van de asielzoekers. Behalve Afrikaans klinkende namen – die ook vaak een betekenis hebben – hoor je dan namen als Goodluck ('succes ), Patience (‘geduld’), Blessing (‘zegen’) en Mercy (‘genade’, ‘mededogen). Laatst kwam ik als voornaam van de broer van een asielzoeker zelfs de voornaam ThankGod tegen. Gift (cadeau) en Testimony (getuigenis) heb ik zelfs vorige week nog ontmoet!

 

Eerst klinkt je dit heel vreemd in de oren, maar als je erover nadenkt, besef je dat dit soort namen in Europa net zo goed voorkomt. In Nederland worden ze alleen vaak verlatiniseerd of verfranst. Denk maar aan Deodaat/Deodatus, Theodora/Theodorus, Dorothea en Dieudonné. Of aan Gottlieb of Godfried/Gottfried.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 20 – Vervolging van christenen in India (tolkervaringen)

 

Vandaag tolkte ik in Ter Apel voor een man uit Zuid-India - een protestants theoloog.  Hij vroeg asiel aan omdat hij in zijn deelstaat door sommigen met de dood bedreigd werd.

Deze asielzoeker vertelde dat er documenten en chequeboekjes uit zijn kantoor waren gestolen, het kantoor in brand was gestoken en dat er belastende informatie gestuurd was naar de donateurs van het weeshuis waarvan hij directeur was. Ook had men geprobeerd kinderen uit het weeshuis te ontvoeren om ze te verkopen en was zijn auto gestolen.

Hij was wel een paar keer bij de politie geweest en was daar niet slecht behandeld, maar zag er geen heil in opnieuw een beroep op de politie te doen. Hij is namelijk een dalit – een onaanraakbare. In India staan dalits zo laag in aanzien dat ze buiten het kastenstelsel staan. Veel dalits zijn christenen.

Vroeger werden ze wel paria’s genoemd.

 
Veilig land

Welke beslissing er over de asielaanvraag van deze man is genomen, weet ik niet. De IND beschouwt India als een veilig land, omdat er een democratisch rechtssysteem is en er vrije verkiezingen worden gehouden.

Andere als veilig beschouwde landen waar Engels wordt gesproken zijn bijvoorbeeld Ghana en Jamaica.


In de ‘veiliglandprocedure’ wordt de asielzoeker slechts één keer gehoord en kan hij slechts één keer met zijn advocaat spreken. Daarna neemt  de IND meteen een beslissing.

Bij een afwijzende beslissing wordt de asielzoeker direct ondergebracht in een VBL – een vrijheidsbeperkende locatie – en overgedragen aan de Dienst Terugkeer en Vertrek.

 
Hindoe-nationalisme

In India is de BJP aan de macht. Die partij wordt steeds sterker in India en heeft nauwe banden met het hindoe-nationalisme. De aanhangers daarvan vinden dat India een puur hindoeïstisch land moet zijn en er geen plaats is voor christenen en moslims.

 

De aanvallen en pesterijen waar ‘mijn’ asielzoeker van vandaag mee te maken had, waren op touw gezet door BJP-aanhangers, maar voor moslims in zijn omgeving was hij ook bang. Zijn grootouders waren namelijk moslim en hij wordt dus als een afvallige beschouwd. Hij vertelde dat zijn ouders jong waren overleden.

 

Uit Pakistan (niet beschouwd als een veilig land!) had ik wel eens een asielzoeker meegemaakt – een sjiiet die door soennieten bedreigd werd – maar uit India nog nooit.

Ik had me nooit gerealiseerd dat christenen in India gediscrimineerd werden – al komt die discriminatie ten dele voort uit het kastenstelsel.

 
Religie als excuus

Het blijft voor redelijk denkende mensen een raadsel waarom haatdragende mensen religie gebruiken als excuus om  andere mensen en groepen te bedreigen en naar het leven te staan.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 21 - Taal (3)

 

Vroeger nam de elite in Nederland Franse woorden over. Die verdwijnen nu vaak weer en er komen Engelse woorden voor in de plaats. Van veel woorden weet ‘de jeugd’ ook niet dat ze oorspronkelijk uit het Frans kwamen.

Denk daarbij aan accent, trottoir, commandant, dressoir, parfum, reservoir, amoureus, salon, affaire, douane, bagage, etc.

Sommige woorden zijn de laatste jaren vernederlandst, zoals entree, dat intree is geworden!


Maar er zijn ook mooie, oud-Nederlandse woorden die je bijna nooit of nooit meer hoort.
Waar hoor je nog het woord na-ijver (synoniemen: afgunst; jaloezie)? Iets knudde vinden? Een alkoof (klein kamertje zonder ramen)? Een opkamertje? Een ragebol?

En uitdrukkingen als bij iemand in de gunst komen of uit de gunst raken? Van de hand in de tand leven? Je kunt wachten tot je een ons weegt? Loop naar de pomp!


Sommige woorden of uitdrukkingen verwijzen naar zaken of handelingen die niet meer bestaan. Het is dan wel logisch dat die woorden en uitdrukkingen niet meer gebruikt worden.
Voorbeelden zijn: theemuts, telex, twijfelaar (een tussenvorm van een een- en tweepersoonsbed), marskramer en ‘zijn laatste oortje versnoepen’.


Dan zijn er nog woorden uit het verleden die ik ook nooit gehoord had, maar waarvan het eigenlijk jammer is dat ze verdwenen zijn.
Wat denk je van minijver? Dat woord is natuurlijk verwant aan na-ijver, maar het verwijst naar de andere vorm van jaloezie, namelijk romantische jaloezie. En het woord knuren voor luieren heeft ook wel iets … .

Sommige woorden uit het verleden komen wonderlijk genoeg terug. Mieters bijvoorbeeld. Dat woord was zelfs ‘in mijn tijd’ niet meer gangbaar, maar op ironische wijze gebruikt schijnt het weer modieus te zijn.
Om maar niet te spreken van het woord gers. Dat heeft ongeveer dezelfde betekenis, maar ik had er tot voor kort nog nooit van gehoord.


Ik vind het wel een verlies dat wij in Nederland (al lang) niet meer het woord gij gebruiken. In Vlaanderen doen ze het nog wel. ‘U’ en ‘jij’ klinken veel harder dan gij, vind ik.
Om er nog maar niet van te reppen  - dat is wat anders dan rappen - dat veel Nederlanders het in navolging van Engelssprekenden niet meer nodig vinden onderscheid te maken tussen u en jij.


Voor wie er de tijd voor heeft, en overheeft, is er nu een website waarin de uitkomsten gepubliceerd zullen worden van een groot onderzoek naar, onder andere, hoe het woorden in de Nederlandse taal vergaan is in de periode vanaf de twaalfde eeuw.
De website heet www.nederlab.nl en het onderzoek wordt gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).


Het is een ongelooflijk groot project en i
k kijk uit naar de resultaten!

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 22 - Werken in het buitenland

 

Een nichtje van mij – laten we haar Natasja noemen – werkt in Engeland. Zij is daar op een gegeven moment heengegaan voor haar studie psychologie, behaalde haar PhD en is nu docent aan een universiteit daar. Ik denk dat haar collega’s wel blij met haar zijn. Ze is hoogopgeleid, komt uit Nederland – een West-Europees land, net als Groot-Brittannië – en spreekt uitstekend Engels. Er zullen niet veel Engelsen zijn die het gevoel hebben dat zij hun baan heeft ingepikt.

Een ander nichtje -  ‘Lieneke’ - werkte als fotomodel in o.a. Frankrijk, Engeland, Schotland, VS (Florida), Zwitserland, Portugal en Zweden.


Er zijn ook buitenlandse werknemers in Engeland waar Engelsen niet zo gelukkig mee zijn. Sterker nog, het grote aantal buitenlandse werknemers uit Oost-Europa is een van de belangrijkste redenen dat er een referendum in Groot-Brittannië gehouden is over de vraag of het land wel in de Europese Unie moet blijven.

Veel Engelsen hebben het gevoel dat hun banen ingepikt worden door ‘de buitenlanders’. Er werken vooral veel Polen in het land.


Dat doet me denken aan een vakantie op Jersey een aantal jaren geleden. Jersey is een van de zogenaamde Kanaaleilanden ten zuiden van Engeland en ligt niet zo ver van de westkust van Frankrijk.

Het is geen onderdeel van het Verenigd Koninkrijk, maar een Brits Kroonbezit (Crown dependency), en het is ook geen onderdeel van de Europese Unie

Wij verbleven in een hotel waar we elke avond lekker konden eten. De hoteleigenaar was echt een geweldige kok en hij werd geassisteerd door een charmante Poolse serveerster. Ik neem aan dat de hoteleigenaar goed tevreden over haar was.

Maar op een avond, nadat de eigenaar ongetwijfeld weer uren zijn best had gedaan op de uitgebreide gerechten en zij, zoals altijd, met het karretje met de grote dienbladen vol eten rondging, lette ze even niet zo goed op en stootte ze in volle vaart met een dienblad tegen een tafel aan.

De schalen met het eten vlogen eraf, vielen op de grond in scherven, en een groot deel van het klaargemaakte eten was daarmee onbruikbaar geraakt.

Het beeld van die gebeurtenis heb ik nog altijd op mijn netvlies. Ik heb me vrij vaak afgevraagd wat voor gevolgen dit ongeluk heeft gehad op de verstandhouding tussen de hoteleigenaar en zijn werkneemster en of ze nog lang in het hotel is blijven werken.

 

In ieder geval denk ik bij ‘Polen in Engeland’ aan de jonge Poolse serveerster op Jersey, en niet aan Poolse bouwvakkers in Engelse steden, waar het in krantenartikelen nogal eens over gaat.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 23 – Vertalen in het Engels

 

Is vertalen van het Nederlands in het Engels iets wat iedereen kan? Veel mensen schijnen dat te denken. Maar het is niet voor niets dat ik mijn vertalingen naar het Engels toe altijd laat nakijken door een deskundige native speaker. Dan weet ik tenminste zeker dat er geen sporen van Nederlandse terminologie of grammatica in de Engelse tekst blijven zitten.

 

Hoe goed veel Nederlanders zich ook in het Engels kunnen redden, hun schriftelijke gebruik van het Engels is meestal niet goed genoeg om door ‘echte’ Engelssprekenden serieus genomen te worden. Op z’n best schemert hun eigen taal – het Nederlands – er te veel in door.

Het is bijvoorbeeld heel lastig om de Engelse werkwoordstijden te gebruiken zoals het hoort. Ook de woordvolgorde in zinnen is heel anders dan in het Nederlands.

 

Denk niet te gauw dat je zelf die tekst voor je website wel even in het Engels kunt schrijven, of die brief, of dat rapport. In de ogen van native speakers maak je je al gauw belachelijk en in het beste geval zal je tekst niet echt Engels ‘bekken’. Engels waar het Nederlands doorheen schemert wordt ‘Dunglish’ genoemd.

 

Meer dan 25 jaar geleden was ik lid van een club waar Engels gesproken en geoefend werd – ITC. Ik heb daar in blog 6 al eens over verteld (zie Blog 6 - International Training in Communication).

 

In een van de ITC-nieuwsbrieven stond destijds het verhaal van Klein Duimpje in een Engelse (nep)vertaling. Het Engels in deze ‘vertaling’ is zo lachwekkend en zo vol letterlijk uit het Nederlands vertaalde woorden, dat de tekst eigenlijk alleen door Nederlandssprekenden begrepen kan worden.

 

Al staat deze tekst totaal niet model voor hoe Nederlanders in het algemeen Engels spreken of schrijven, leek het me toch leuk om dit stukje hier over te nemen.

Het is vooral de kunst voor native speakers van het Engels om uit te vogelen welke Nederlandse woorden en uitdrukkingen hier letterlijk vertaald zijn.

 

 

LITTLE THUMBIE AND THE SEVEN-LEAGUE BOOTS
There was once a poor woodchopper. "This woodchopping", he said one day to his woman, "there sits no dry bread in it. I work myself an accident the whole day, but you and our twelve children have not to eat". "I see the future dark in", his woman agreed. "We must try to fit a sleeve to it", the woodshopper resumed. "I have a plan: tomorrow we shall go on step with the children and when in the middle of the wood we'll leave them to their fate over". His woman almost went off her little stick when she heard this. "What is there with you on the hand?", she cried. "Aren't you good sob?" But the woodchopper wasn't brought off his piece by her wailing. He gave no thread. "It cannot differ to me what you think", he said. "There sits nothing else on; tomorrow we leave them in the wood".
Little Thumbie, the youngest son, had listened off his parents' conversation. The next morning before day and dew he went out and filled his pockets with pebbles. During the walk into the wood he knew unmarked-up to drop them one by one. Then the parents told the children to sprockle some wood. And the parents shined the plate!
When the parents didn't come for the day any more the children understood that they had been left in the stitch. Soon the waterlanders appeared. But Thumbie told them not by the packages down to sit because he would sorrow for it that they all got home wholeskins. Thank be the pebbles he was able to find his way back.
"By God", the parents said as they turned up. "How have you played him that ready?""No art on", said Thumbie and explained what he had done. "If you want to be rid of us you will have to stand up a bit earlier".
That is just what the parents did. This time there came no pebbles on to pass. All Thumbie had was a piece of dry bread. He decided that his bread then must believe in it. He left a trail of breadcrumbs but he did not have in the holes that they were being made into soldier by the birds.
His parents departed with the northern sun as on the day before. But this time Thumbie soon touched rid of the trail. What now? Good council was expensive. The sun was already under. It was raining pipestems and the crying stood little Thumbie nearer than the laughing. At last he saw a tiny light through the trees. It turned out to be a house.
The lady who stood them to word was a giantess. She gave them what to eat but little Thumbie received the feeling that something wasn't fluff. He had understood that the giantess' man, the giant, was a people-eater who should see no bone in devouring them. If we do not pass up (he thought) we shall be the cigar. As soon as they saw their change clean they took the legs and smeared him.
When the giant came home he sniffed the air and bellowed: "I smell people flesh! Woman, why have you let them go there from through? Bring me my seven-league boots. I go behind after!"He was about to haul the children in but wonder above wonder: just then he decided to lie down in order to snap a little owl."Shoot up, help me!", Thumbie said to his brothers as soon as the giant lay there pitting. "We must see to make him his seven-league boots off-handy". He squeezed him like an old thief, but they went ahead and knew him to draw his boots out. "Now we must make that we come away!", little Thumbie said. He put on the boots and quickly made himself out of the feet, carrying his brothers along. Also he had seen chance to roll the giant's pockets and pick in all his gold pieces.
"How have you boxed that before each other!", cried Thumbie's parents in amazement when he showed up."It was a pod-skin", said little Thumbie modestly. "I may be small but I stand my little man. And look: we have also brought a lot of poon. We used not to be able to allow ourselves billy-goat's leaps, but now we have our sheep on the dry. We will never become anything too short again! I shall be able to buy myself a nailpants at last! And a woody-stringy!"."Great", his father exulted. "I shall buy us an auto".
That afternoon he came riding to the fore in a sled of a wagon."I seem to be having trouble riding straight out", Thumbie's father said."That thank you the cuckoo", his woman said. "You have a piece in your collar! You have him around again. I shall stop you in bed".
The next day all the children were stuck in the clothes as well. In her new dress mother looked like a cleanliness.After that they moved to the Hague. There they bought a chest of a house on the New Explanation and lived happily ever after.!!!!!!

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 24 - Voetbal

 

Toen mijn zoons en ik huisgenoot W. meer dan 25 jaar geleden leerden kennen, gingen we een enkele keer samen op een veldje voetballen. Ik had nooit eerder op een veldje met doelpalen gespeeld, maar wilde het toch wel eens proberen. De mannen maakten het me niet al te moeilijk en ik slaagde er zelfs in een doelpunt te maken, in de kruising nog wel!

 

Ik had zelf niet door dat dat iets bijzonders was – dat moesten de kenners mij vertellen - en zo nu en dan haalt mijn huisgenoot het verhaal op.

 

Huisgenoot W. is nogal een voetbalfanaticus. Vanaf zijn jeugd tot zijn 48ste heeft hij bij clubs gespeeld – daarna had hij andere verplichtingen op zaterdag: mij namelijk. En hij weet alles van voetbal. In een voetbalprogramma op tv zou hij zo als expert kunnen optreden.

Data van gebeurtenissen uit het verleden kan hij oplepelen aan de hand van de voetbalwedstrijden die op die datum gespeeld zijn en van die wedstrijden weet hij natuurlijk ook de scores en de namen van de spelers die een doelpunt gemaakt hebben.

 

Wedstrijden van ‘zijn’ club Sportclub Heerenveen zijn heilig. Maar heel zelden is hij ertoe te bewegen die over te slaan (thuiswedstrijden in het stadion, uitwedstrijden op de televisie).

 

Zo nu en dan verwijt ik hem dat hij voetbalverslaafd is, maar dan reageert hij meestal als door een wesp gestoken. Altijd komt hij op de proppen met de leider van het elftal waar hij de laatste periode van zijn actieve voetballeven in speelde.

Dat was ook toen al een door voetbal bezeten man, die buiten de competitie om zoveel mogelijk extra wedstrijden organiseerde, ook door de week, soms ver van huis en op velden met een laag sneeuw (niet gerold). Hij regelde altijd zelf de scheidsrechters, zelfs voor de andere clubteams.

Wegens rugklachten moest hij al vrij jong met de actieve voetballerij ophouden.

 

Deze man woont nog steeds in dezelfde plaats als wij en W. komt hem wel eens tegen op de fiets. Ze stappen dan af, de man komt heel dicht bij W. staan en zegt: “Dat was een mooie tijd, W, hè? Mooie tijd.” “Heb je die en die wedstrijd gezien?”


Huisgenoot W. heeft die wedstrijd dan vaak niet gezien, want de vraag kan heel goed slaan op een of andere wedstrijd uit de tweede divisie, of zo. Maar zijn voormalige elftalleider, die nog één dag per week werkt,  kijkt in het weekend wel tien voetbalwedstrijden per dag en door de week alles wat hij kan meepikken.


Voetbal (kijken) is zijn leven. Zijn vrouw heeft hij er ook in meegetrokken; zij kijkt met hem mee. Waarschijnlijk heeft ze geen andere keus.

 

Zo blijkt maar weer dat bepaalde liefhebberijen bij de een nóg meer uit de hand kunnen lopen dan bij de ander!

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

  

Blog 25 – Tolken bij de notaris(1)

 

Tolken bij de notaris doe ik niet zo vaak: gemiddeld vier keer per jaar. Meestal is mijn hulp als tolk nodig bij het passeren van een akte van levering en een hypotheekakte bij de verkoop van een pand.


Daarnaast tolk ik soms bij het passeren van huwelijksvoorwaarden, partnerschapsvoorwaarden, testamenten, oprichtingsakten en overdracht van certificaten van aandelen.

Om voor een notaris te mogen tolken, moet je voor de desbetreffende taal als beëdigd tolk ingeschreven staan in het Register beëdigde tolken en vertalers (Rbtv).

Ik sta in dat register ingeschreven onder nummer 214.

 

Juist omdat ik niet vaak voor notarissen tolk, ben ik altijd veel tijd kwijt aan voorbereiding. Sommige overdrachtsakten zijn heel uitgebreid, met details over mandelige eigendom, erfdienstbaarheden, kettingbedingen, vruchtgebruik, de technische staat van het huis, ruilverkaveling, herinrichting, voorkeursrechten, optierechten, voorlopige aanwijzingen en wie wat wel of niet bedongen en/of aanvaard heeft.

 

Alle notarissen hebben hun eigen stijl en taalgebruik en allemaal hebben ze een eigen stijl van passeren van een akte. De een leest (bijna) de hele akte voor, een tweede probeert de inhoud van de akte zelf in het Engels uit te leggen en heeft mij alleen nodig om onduidelijkheden in zijn Engels te corrigeren, nog een ander springt van de hak op de tak, van voor naar achter en weer naar het midden van de akte. Dat moet ik dan maar allemaal bijhouden.

 

Sommigen zweren bij archaïsch taalgebruik, anderen hebben de taal in hun aktes meer aan de moderne tijd aangepast. Dat laatste is al een stuk makkelijker, maar ‘gewoon Nederlands’ is zo’n akte nooit.

 

Wat te denken van ‘naastleger’? Erf, tuin en ondergrond? Roerende zaken die bestemd zijn het gekochte duurzaam te dienen? Kwijting voor de betaling van de koopprijs? Kadastraal bekend? Volgens verkeersopvatting? Matenplan? Gemelde aankomsttitel? Het alsdan verschenen tijdvak? De verschenen termijnen? Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken? Spaar- en groeihypotheken? Blokkeringsregeling? Inbalking?

 

Of de buitenlandse comparant nu de schuldeiser of de schuldenaar, de koper of de verkoper, de hypotheekhouder of de hypotheeknemer, de gevolmachtigde of de verkrijger is, ik ben altijd weer blij als ik zo’n zitting bij de notaris tot een goed einde heb gebracht.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 26 – Spijbelen

 

Ik had weinig zin vanmorgen en ik heb weinig te doen deze week. Dat betekent dat ik allerlei dingen kan doen waar ik normaal niet aan toekom. Niet-urgente post opruimen bijvoorbeeld. Bellen naar Energieservice Friesland om te vragen wanneer ze de lekkende wisselaar in de verwarmingsketel kunnen komen vervangen: “De wisselaar is nog niet aangekomen. Wij bellen u als hij is aangekomen”. Hoezo: hebben ze die dan niet in voorraad?

Hopelijk zijn ze zover voordat het koud wordt.

 

Hé, het is droog, niet koud en het waait. Zal ik een eind gaan wandelen? Ik kom al zo weinig buiten.

Als vertaler zit je binnen te werken, op te ruimen, administratie te doen, contacten te onderhouden per e-mail of telefoon. In het weekend werk je ook wel vaak.

Voor tolkwerk zit je in de auto om naar de werkplek te gaan, vervolgens zit je binnen en daarna rijd je weer naar huis.

 

Als ik naar buiten ga, ben ik niet beschikbaar voor opdrachtgevers – wel met mijn smartphone, maar niet voor telefoontjes via de vaste telefoon. Kan me niet schelen. Huisgenoot W. wil wel mee.

 

Het is lekker buiten, vooral in het begin met de wind in de rug. Zwoegende fietsers komen ons tegemoet. Eén vrouw komt ons rechtop als een zwaan tegemoet zeilen. Die zal wel op  een elektrische fiets rijden.  Verderop geen levende ziel te bekennen – huisgenoot W. en ik hebben op deze maandagmorgen het rijk alleen op straat in Skoatterwâld.

 

Het gaat een beetje regenen, maar dat is geen probleem. Huisgenoot W. krijgt wat last van zijn voet. Niet leuk. Aftakeling. Hoe lang leven we nog? De tijd gaat zo snel.

 

In de regen zien we hier en daar bouwvakkers aan het werk. Ze blijven maar bouwen in deze wijk. Een bouwvakker is luidkeels aan het zingen. De pijn aan de voet is wat gezakt. We komen één ander wandelend stel tegen en een paar keer iemand met een hond. Ik zie een oudere vrouw die ik vanmorgen vanuit het raam naar ‘de stad’ zag gaan die nu met een gevulde boodschappentas terugloopt naar Skoatterwâld.

Dat is vast een bewust levende vrouw, die zo lang mogelijk gezond wil blijven.

 

Thuis drinken we koffie, ga ik met een nat doekje over wat kastjes, bekijk ik e-mails, schrijf dit blog en doet huisgenoot W. de boodschappen voor vandaag. Nu wat restjes pannenkoeken eten tussen de middag.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 27 – Over BOB en BOM

 

Pasgeleden hoorde ik van iemand dat de naam ‘Bob’ in het verkeer, zoals in “Ben je Bob, zeg het hardop!”, een acroniem is van ‘Bewust onbeschonken bestuurder’. Ik was verbaasd, want ik had het nog nooit gehoord en het was zo duidelijk iets wat voortborduurde op het in de jaren 80 alom bekende begrip BOM-moeder (‘Bewust ongehuwde moeder’).

 

BOM-moeders
Ik ken(de) zeker twee BOM-moeders. Als ik het me goed herinner, kreeg de ene haar zoontje omstreeks 1980 en de andere in 1985. De eerste vrouw ging ervoor naar de spermabank. De tweede baby werd geboren als gevolg van een one-nightstand. Die was niet van tevoren uit feministische motieven gepland, maar de moeder noemde zich wel BOM-moeder.

De eerste moeder was een veel strengere aanhanger van het gedachtegoed van de voorvechtster van de BOM-ideologie in Nederland, Cecile Jansen. Die had verklaard dat de man weliswaar een biologisch en maatschappelijk gegeven is, maar dat hij bij de opvoeding van kinderen best gemist kan worden.

Kinderen moesten feministisch worden opgevoed en jongetjes konden - net zo goed als meisjes - in een jurk naar school gestuurd worden.

Cecile Jansen – destijds redacteur van het feministische radioprogramma ‘Hoor Haar’ – verzette zich tegen het tweeoudergezin en wilde een eind maken aan de onderdrukking van de vrouw. Zij streefde naar ongehuwd moederschap als een variant op de gebruikelijke samenlevingsvormen, als iets waar vrouwen recht op hebben.

 

BAM-moeder
Tegenwoordig schijnt de bewust ongehuwde moeder geëvolueerd te zijn naar de ‘bewust alleenstaande moeder’- de BAM-moeder. Ik heb de indruk dat dat over het algemeen niet veel meer te maken heeft met feminisme. Meer met het niet kunnen vinden van de ‘juiste man/partner’ en de wens een of meer kinderen te krijgen voordat dat onmogelijk wordt door afnemende vruchtbaarheid.

 

Hoe dan ook, in principe is het opvoeden van kinderen door twee ouders gemakkelijker dan door één ouder. En of je jezelf nu een ‘ongehuwde’, een ‘alleenstaande’ of een ‘solo’-moeder noemt: in de meeste gevallen ben je toch een TWEDOM of TWEDAM – een tegen wil en dank ongehuwde/alleenstaande moeder.

 

Zie voor dit onderwerp ook: http://www.alleenmetkinderwens.nl/blog/111-bom-en-bam

 

Op internet zag ik trouwens dat ‘BOB’ helemaal geen afkorting of acroniem is. Dat is iets wat mensen verzonnen hebben – een urban legend.

Bij de introductie in 1995 van de BOB-campagne – in België – werd gewoon gezocht naar iets wat kort en krachtig was en ook nog zowel in het Nederlands als het Frans en Engels te gebruiken zou zijn.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 28 – Tolken bij de notaris (2)
 

Een paar weken geleden tolkte ik voor een Engelse koper van een pand ergens in de provincie Groningen. Een akte van levering en een hypotheekakte moesten door een notaris ‘verleden’ worden. Het verlijden (passeren) van een akte is een heel gedoe; daar heb ik eerder al een blog aan gewijd.

De tekst aan het begin en het eind van de akte moeten integraal worden voorgelezen door de notaris en vertaald door de tolk. Er moeten allerlei handtekeningen gezet worden, ook door de tolk.

 

De gedachten van de Engelsman – een directeur van een visserijbedrijf – gingen daardoor blijkbaar terug naar de Tweede Wereldoorlog. Hij vertelde mij dat hij zich vaak afgevraagd had of de Nederlandse joden die tijdens de oorlog uit hun huis gehaald werden en na 1945 weer terugkwamen, hun huis wel teruggekregen hadden. En of de teruggave van die huizen ook met zoveel formaliteiten gepaard was gegaan als de koop en verkoop van het pand dat hij nu net gekocht had. Of ik dat wist?

 

Ik zei dat ik natuurlijk geen expert was op dat gebied, maar vermoedde dat de teruggekeerde joden wel hun huizen hadden teruggekregen. Het schijnt dat de Duitsers, ook in de oorlog in Nederland, heel precies waren met hun administratie. De eigendomsbewijzen waren er na de oorlog dus vast nog wel.


Met bezittingen die joodse mensen te goeder trouw in bewaring hadden gegeven aan buurtgenoten toen ze door de Duitsers werden weggevoerd, lag het anders. Het is bekend dat de Nederlandse joden veel eigendommen niet hebben teruggekregen, omdat de ontvangers van de goederen na de oorlog domweg ontkenden dat ze die spullen hadden gekregen.

 

Ik besloot huisgenoot W., historicus, te vragen of hij iets kon vinden over de teruggave van huizen aan Nederlandse joden na de oorlog. Het leek me leuk om de Engelsman op LinkedIn op te zoeken en een connectieverzoek te sturen, om hem via die weg het antwoord op zijn vraag te kunnen geven.

Helaas bleek hij niet op LinkedIn te staan.

 

Het bleek trouwens moeilijk gedetailleerde informatie te vinden over de kwestie, ondanks de aanwezigheid in huis van boeken van prof. Lou de Jong, dr. Presser en Nanda van der Zee. De teneur van alles wat er in de boeken over geschreven is, is dat het terugkrijgen van rechten en eigendommen voor de overlevenden een “bittere strijd” is geweest.

 

Dr. Presser citeert een joodse schrijver van een ingezonden stuk:

“De jaren na 1945 hebben me echter murw gemaakt. Onnoemelijke moeilijkheden om weer het evenwicht te verkrijgen in geestelijk en materieel opzicht. En het was vooral de strijd die ik moest voeren tegen de instanties. Waar altijd medeleven had moeten zijn, ontmoete ik de droge, moeilijk te benaderen, afstotende, amorfe massa, die men ook wel ambtenarij noemt. Schade Enquête Commissie, Volksherstel, Beheersinstituut, Belastingen, vult u zelf maar in. Ik kan u zeggen dat deze jaren voor mij een verschrikking waren, maar zonder avontuur”.

 

Samenvattend: juridisch zullen ambtenaren en notarissen na de oorlog wel het juiste hebben gedaan, maar aan medeleven en invoelingsvermogen heeft het zeker ontbroken.

 

 Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 29 - Transcreatie

 

Afgelopen zaterdag konden de leden van de Kring Noord- en Oost-Nederland van het Nederlands Genootschap van Tolken en Vertalers (NGTV), die meestal ook lid zijn van de Vereniging voor Tolken en Vertalers in Noord- en Oost-Nederland (VVTNN), genieten van een prestatie gegeven door een collega-vertaalster: Percy Balemans.

Zij heeft zich gespecialiseerd in ‘transcreatie’ van Engelse teksten naar het Nederlands.

 

Kort gezegd is transcreatie het vertalen van reclames, advertentieteksten, leuzen en bepaalde soorten brochures en websites. Reclame- en advertentieteksten moeten pakkend zijn, maar zijn ook heel cultuurgebonden. Daarom is dit soort vertalingen echt een aparte tak van sport in de vertaalwereld. Alliteraties, woordspelingen en verrassende of juist vaste woordcombinaties spelen een belangrijke rol.


Het gaat om translation en creation: de vertaler vertaalt niet alleen de tekst, maar bewerkt de tekst ook zodanig dat bij de lezers in de doeltaal hetzelfde bereikt wordt als bij de lezers in de brontaal.

 

Toen ik zo aan het luisteren en kijken was naar de Powerpointpresentatie, bedacht ik dat dit soort werk echt iets voor huisgenoot W. zou zijn geweest. Hij heeft een heel goed taalgevoel en krijgt allerlei associaties als hij mensen hoort praten.

Die associaties uit hij ook – ten minste in mijn aanwezigheid, niet altijd in die van anderen. Als ik dan vraag hoe hij daar nou weer op komt, zegt hij meestal: “Dat hoor je toch meteen?”. Nou, nee, ik niet dus. Kortom, hij heeft allerlei taalkronkels die anderen niet hebben.


Toen hij nog als leraar geschiedenis werkte, fietste hij ’s morgens vaak met een collega naar school die deze gave ook had. De collega heet(te) Fred. Samen hadden ze hun eigen taaltje. Ze verwisselden namelijk de letters van woorden in een zin, zodat de tekst voor de meeste andere mensen volkomen onbegrijpelijk werd.

 

Een voorbeeld is het volgende Sinterklaasgedicht, door huisgenoot W. gemaakt voor een gezamenlijke Sinterklaasviering.

Mos dergens wegen kart voor tachten

san ke dint wiet nanger lachten

wet hachten is op frage tred;

sigt loms de laluik bog in ned?

 

Dat betekent ‘natuurlijk’:
Des morgens tegen kwart voor achten
kan de Sint niet langer wachten
het wachten is op trage Fred;
ligt soms de luilak nog in bed?

Voor- en achternamen kun je op die manier ook zo door elkaar halen dat de uitkomst hilarisch is – liefst een beetje schunnig natuurlijk.

 

Terug naar transcreatie.

Vertalers rekenen meestal een woordtarief, maar voor transcreatie van een tekst wordt over het algemeen een vaste prijs gevraagd.  De uitkomst hangt namelijk heel erg af van een voldoende mate van inspiratie. Het is vaak een kwestie van ‘er nog eens een nachtje over slapen’


Dat betekent ook dat het voor een opdrachtgever niet reëel is van een vertaler te verwachten dat hij/zij een door de opdrachtgever geproduceerde saaie tekst in het Nederlands – een blog of een website bijvoorbeeld –  wel eens even in een smeuïge tekst in een vreemde taal zal overzetten, tegen een gewoon vertaaltarief. Of van de vreemde taal in het Nederlands.  Zeker niet als de opdrachtgever niet voldoende inside information verschaft over het onderwerp!

 

Een goede vertaler moet over het algemeen slechts de inhoud van de originele tekst juist weergeven in de vreemde taal, de correcte terminologie gebruiken, een grammaticaal correcte tekst produceren en geen typ- of spelfouten maken.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog  30 – Familie

 

Stel je voor dat je Nederlandse moeder midden jaren 50 zwanger is geworden van een getrouwde man op haar werk. Ze komt uit een redelijk bemiddelde familie. De zwangerschap is een schande en je moeder besluit te emigreren naar Nieuw-Zeeland, waar één van haar broers al eerder heengegaan is.


Haar broer zegt dat hij niet voor haar kan zorgen en dat ze zich zelf moet redden. Ze komt een uit Schotland geëmigreerde man tegen en trouwt met hem. Jij wordt kort daarop geboren en weet niet beter dan dat de Schotse man je vader is. Je krijgt ook nog drie broers.


Je groeit op in moeilijke omstandigheden. Je vader heeft een eenvoudige baan en je moeder doet schoonmaakwerk om het hoofd boven water te houden – ondanks haar goede opleiding.


Je leert geen Nederlands, want je vader is daar tegen. Je ouders scheiden. Je moeder trouwt opnieuw, maar die man overlijdt kort na het huwelijk.


Zij krijgt een erfenis van haar familie uit Nederland en krijgt het dus beter. Jij trouwt jong met een vrouw met drie kinderen en krijgt zelf ook twee kinderen. Je bouwt een bedrijf op in Nieuw-Zeeland en wordt rijk.

 

Dan, als je eind 50 bent, overlijdt je ‘vader’.

Jij, je moeder en je drie broers zijn bij de begrafenis. Op de receptie na de begrafenis, als jullie elkaar passeren bij de keukendeur, vertelt je moeder je opeens  - voor jouw gevoel tussen neus en lippen door - dat jouw vader jouw vader niet was. Dat je echte vader een Nederlander was. Dat je broers je halfbroers zijn.

 

Je wereld stort in. Opeens ben je een ‘volle Nederlander’!


Je moeder heeft je verteld wat de naam van je biologische vader is en jij gaat met je vrouw naar Nederland om hem en eventuele familie te zoeken, maar de gemeente weigert je informatie te geven. Het blijkt onmogelijk meer over je vader te weten te komen.


Uiteindelijk leg je je bij de situatie neer. Je accepteert dat je leven nu eenmaal zo gelopen is en dat je daar niets meer aan kunt doen.

 

Deze man is niet de enige die geen contact heeft met zijn biologische vader! Hij lijkt zich bij de situatie te hebben neergelegd, maar er zijn ook anderen – jongere mensen – die hun best doen een familie te vormen met mensen die niet hun volle bloedverwanten zijn.

 

Neem bijvoorbeeld mijn voormalige schoondochter Nihal. Mijn zoon Louis en zij hebben twee kinderen samen. De oudste is Yoko, die binnenkort 18 jaar wordt. Zij is niet het biologische kind van mijn zoon. Haar jongere (half-)broer, Adam, is dat wel.


Ter gelegenheid van de verjaardag van Yoko is de naaste familie uitgenodigd om in een sushi-restaurant te gaan eten. Dat wil zeggen: Nihal en haar vriend Jaap, Louis en zijn vriendin Anneloes,  Yoko,  Adam, de broers en zussen van Nihal, Louis, Jaap en Anneloes plus eventuele aanhang, en de grootouders.  Maar: haar eigen ouders zijn niet uitgenodigd. Zij heeft de banden met hen verbroken; waarom precies weet ik niet.


Nihal heeft dus de grootouders van drie van de vier kanten uitgenodigd voor de verjaardag van Yoko, maar de enige grootouders die Yoko’s bloedverwanten zijn ontbreken. De ouders van Anneloes en de vader van Jaap zijn nog niet zo lang geleden op het toneel verschenen en toch worden ze al uitgenodigd voor het grote verjaardagsfeest. Het lijkt erop dat Nihal en haar dochter een nieuwe familie aan het vormen zijn!


En dan mijn eigen kinderen. Vooral Nelson en Louis hebben hun best gedaan een relatie met hun biologische vader op te bouwen, maar dat is niet gelukt. Ze zijn niet met hem opgegroeid en ze zijn nooit ‘familie’ met hem geworden.

Ze zijn wel familie geworden met hun halfbroers en -zusters, met wie hij ook al lang geen contact meer heeft. Ik heb daar eerst nogal aan moeten wennen, want van mij ‘waren die halfbroers en -zusjes niks’. Toch zal ik het moeten accepteren. Mijn kinderen hebben hun familie niet ingeruild, maar wel behoorlijk uitgebreid.

 

Het geen relatie hebben met je biologische moeder of vader is overkomelijk, maar het blijft voor de meeste kinderen een gemis dat ze blijven voelen.  Dat zie je ook bij Spoorloos, op de tv. Bloedbanden zijn blijkbaar belangrijk.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 31 – Heel oude mensen

 

Ik las dat uit onderzoek is gebleken dat mensen die heel oud zijn – zo tussen de 90 en de 100 jaar – vaak koppig en eigenwijs en dwingend zijn.  Dat verwondert mij niet, want mijn moeder van 93 is dat ook. Behoorlijk dominant. De onderzoekers zijn er nog niet uit of deze overlevers altijd al zo’n karakter hebben gehad of dat ze steeds meer zo geworden zijn naarmate ze ouder werden.


Wat mijn moeder betreft weet ik het antwoord op die vraag wel: zij is altijd zo geweest. Je kunt het wilskrachtig noemen; je kunt het ook dwingend noemen. Een controlfreak.


Ze is altijd iemand geweest van ‘moeten’ en ‘mogen’. Het moet altijd op haar manier. Aan dat ‘moeten’ ben ik nu wel gewend. Als ze zegt: “Je moet ….”, dan laat ik dat tegenwoordig van me afglijden. Ik ben niet bang meer voor haar (en dat heeft niets met fysieke kracht te maken). Ik zeg gewoon, luchtig: “Dat bepaal ik zelf wel, ma”. En dat accepteert ze dan ook wel, verrassend genoeg.


Alles moet op haar manier. En ze lijkt er lak aan te hebben wat anderen, de omgeving, van haar denken. Ook dat spoort met wat ik in de krant over de uitkomsten van het onderzoek onder heel oude mensen heb gelezen.


De huishoudelijke hulp die ze heeft moet het niet in haar hoofd halen ook maar iets van de oude spullen die ze bewaard heeft zonder haar toestemming weg te gooiden. En die toestemming zal ze niet gauw geven.


Wat me nog steeds irriteert is als ze in zo’n bui is dat ze voortdurend doet alsof ze me overal toestemming voor moet geven. Ik geef haar bijvoorbeeld een kopje thee, zet het op een bepaalde plek op tafel en ze zegt: “Ja, je mag het daar wel neerzetten”.


Hoezo? ‘Mag’? Meestal zeg ik maar niks, maar het is uiterst irritant. Soms ben ik in zo’n bui dat ik lachend kan zeggen: “Ja, dat weet ik wel! Daar heb ik je toestemming niet voor nodig, hoor”. De kans bestaat dat ze dat accepteert en soms is ze dan opeens milder. Ze is niet helemaal van humor gespeend.


In ieder geval is ze er in geslaagd een netwerk van mensen om zich heen te verzamelen die vrij geregeld bij haar langskomen.

Dat ze zes kinderen heeft, van wie er vijf in het noorden wonen, helpt daar natuurlijk wel bij, maar er zijn ook genoeg nichten van mij – en anderen – die haar zeer waarderen. Tegen die mensen houdt ze zich meer in natuurlijk. En soms kun je nog steeds heel goede gesprekken met haar voeren. Koppie-koppie heeft ze wel.


Haar moeder, mijn oma, was veel liever dan zij, maar ja – die is niet zo oud geworden en werd wel dement. Helaas. "Alle nadeel heb z'n voordeel" (Johan Cruijff).

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

  

Blog  32 –Intuïtie

 

Als je een lange autorit maakt, kom je vaak een beetje ‘in een flow’. Er komen allerlei gedachten in je op en ideeën gaan stromen. Tegenwoordig krijg ik daardoor in de auto vaak ideeën voor blogs. Soms schieten me nieuwe onderwerpen te binnen, een andere keer weet ik opeens hoe ik een blog beter kan laten lopen.


Gisteren kreeg ik een nieuw idee toen ik van mijn moeder naar huis reed. Het regende bijna voortdurend, maar het ene moment stortregende het en even later miezerde het of was het opeens droog. Ik moest dus steeds mijn ruitenwissers bijstellen.


Ik weet niet hoe het met anderen gaat, maar ik heb altijd moeite te bedenken of ik de hendel voor de ruitenwissers naar boven of naar beneden moet bewegen als ze minder snel hoeven te wissen. Sinds gisteren weet ik hoe dat komt!

Het komt doordat de richting waarin je de hendel moet bewegen tegen je intuïtie ingaat.


We zijn het er allemaal over eens dat de 1 hoger staat dan de 0, de 2 hoger dan de 1 en de 3 hoger dan de 2.  In een grafiek zul je de 1 niet lager zien staan dan de 0.

Onder de nul heb je -1, en -2, en -3 enzovoorts – steeds lager.


Maar hoe zit het nu met de hendel van mijn ruitenwissers?

Als ik de wissers langzamer wil laten werken vanuit de snelste stand 3, moet ik hem omhoog duwen! Als ik ze uit wil doen, op stand 0 zetten dus, moet ik de hendel ook omhoog duwen.

Dat is toch niet logisch? Of, om in modern taalgebruik te blijven, dat is anti-intuïtief!


Een ander voorbeeld hiervan zijn sloten waarbij je de sleutel de ‘verkeerde’ kant moet opdraaien.  Sinds kort hebben wij een nieuw slot op de voordeur, waarbij de deur opengedraaid wordt door de sleutel ‘naar binnen’ te draaien. Dat is ook niet logisch en niet intuïtief, en ik moet nog steeds goed nadenken welke kant ik de sleutel moet opdraaien om de deur open of op slot te doen.


Een zelfde soort probleem heb ik trouwens met negatieve woorden die samen in een zin of een tekst staan. Ik vind het verwarrend als ik lees of hoor: “Het is onverstandig niet de deur op slot te doen als je weggaat”. Mijn hersenen hebben er moeite mee de betekenis daarvan meteen te begrijpen, al kan dat door mijn leeftijd komen … .

Ook dat is een kwestie van min en plus. Min maal min is plus. In mijn hoofd moet ik die zin eerst vertalen in: “Het is verstandig de deur op slot te doen als je weggaat”. Pas dan komt de strekking goed binnen.

Een definitie van intuïtie is “gevoelsmatig weten, zonder erover te hoeven nadenken”. Het zou mooi zijn als je bij het bedienen van een auto niet zou hoeven na te denken. Met een auto heb je vaak zo’n hoge snelheid dat dat de bestuurder op zijn intuïtie moet kunnen vertrouwen.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 33 – Namen (2)

 

Ik heb al een blog over namen geschreven, maar dat betrof voor ons, Nederlanders, verrassende namen uit Nigeria. Ik wil het nu, onder andere, over mijn eigen naam hebben.

Burgerlijke stand
In de burgerlijke stand en het bevolkingsregister sta ik geregistreerd als Elsje Warmelink. Ik ben genoemd naar mijn oma van moederszijde. Mijn ouders vonden Elsje waarschijnlijk wat ouderwets en gaven mij de destijds modernere naam ‘Elly’.

Zowel Elly als Els(je) zijn afkortingen van de naam Elisabeth.

Toen ik 12 was, vond ik ‘Elly’ niet mooi meer en wilde ik ‘Els’ heten. Vanaf het begin van de middelbare school was ik dus ‘Els Warmelink’ en zo kennen de meeste mensen mij.


Huwelijk
Toen ik voor de eerste keer trouwde, kreeg ik de achternaam van mijn man (vóór mijn eigen naam). Dat was toen nog gebruikelijk.

Toen ik scheidde, nam ik natuurlijk mijn eigen, oude naam weer aan. Neelie Kroes ging tenslotte via Neelie Smit-Kroes en Neelie Peper-Kroes ook maar weer terug naar Neelie Kroes.

Jaren later trouwde ik opnieuw. Mijn man en ik besloten allebei de naam van de partner toe te voegen als extra naam. Ik werd dus E. Groenman-Warmelink en zijn achternaam werd Warmelink-Groenman – althans voor officiële instanties. 

Als hij bijvoorbeeld post krijgt van de Belastingdienst, staat er op de envelop ‘de heer H. Warmelink-Groenman’. 


Toen wij hiertoe besloten, was die mogelijkheid wettelijk pas ingevoerd. Huisgenoot W. is behoorlijk vrouwvriendelijk, dus hij zag er geen bezwaar in zich zo te registreren, maar we hebben niet de indruk dat veel andere mannen van die mogelijkheid gebruik hebben gemaakt!



Verveling
Een paar jaar geleden begon de naam ‘Els’ mij te vervelen. ‘Elsa’ leek me veel leuker, dus ik ben begonnen mij onder die naam voor te stellen. Als je veel contacten hebt via e-mail, bijvoorbeeld met opdrachtgevers, is het heel gemakkelijk om een (enigszins) nieuwe naam te laten inburgeren. Ik ben nu dus Elsa Groenman-Warmelink of Elsa Warmelink en mijn bedrijf heet E. Groenman-Warmelink Vertalingen.


Niet dat huisgenoot W. mij over het algemeen zo noemt. Al vanaf de tijd dat we elkaar leerden kennen, heeft hij zich uitgeleefd in allerlei namen voor mij. De meeste daarvan houd ik privé; die worden trouwens nu al vrijwel niet meer gebruikt. Er zit namelijk een ontwikkeling in.


Op een gegeven moment is hij gaan variëren met de eerste letter van Warmelink – de W. Eerst werd dat Wehkamp, daarna Dob (via ‘double U’ ) en Dob Kibbeling en ten slotte Dobo. Al heel lang beperkt hij zich nu tot de namen ‘Dobo’, ‘Edele Dobo’ of ‘Soldaatje Dobo’.

Ik ben niet de enige in mijn omgeving die (enigszins) van naam veranderd is. Ik kende al een familielid Ineke die opeens Engelina heette en een vriendin Ineke die zich per se Johanna wilde laten noemen.

En wie weet dat Oprah Winfrey eigenlijk Orpah Winfrey heette? Maar zo’n naamsverandering is natuurlijk lang niet zo rigoureus als de wijziging van Norma Jean Mortenson in Marilyn Monroe of van Stefani Germanotta in Lady Gaga!


Wat stelt de toevoeging van een a’tje aan Els dan nog voor?
  

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog  34 – France

 

Op het Journaal zag ik dat France Gall was overleden. Het verbaasde me dat dat bericht het Journaal had gehaald. “France who?”, zullen kijkers onder de 50 gedacht hebben.

 

Ik kende haar naam wel. Uit 1965, toen ze het Eurovisie songfestival won. Met Poupée de cire, poupée de son. In Nederlandse vertaling: Wassen pop, sprekende pop.


Ik vond het geen heel aantrekkelijk liedje, maar de melodie en eerste zin van de tekst bleven wel hangen. Dat kwam doordat scholieren in die tijd nog gewoon Frans leerden, naast Engels en Duits. Bij schoolexamens moesten vertalingen uit het Frans, Duits en Engels gemaakt worden.

Frans was geen abacadabra, zoals nu, al was de tekst van dit specifieke liedje wel erg moeilijk.

 

Andere Franse liedjes in die tijd waren gemakkelijker te begrijpen. Bijvoorbeeld Pour moi la vie va commencer, van Johnny Halliday, die een maand geleden overleed. Het was een aansprekend lied met een meeslepend ritme van galopperende paarden over het eind van de kindertijd en een spannend leven dat voor je ligt, gezongen door een knappe jongen. Het leven gaat voor mij beginnen, zong hij. Dat sprak natuurlijk aan.

Dit liedje uit 1963 was de enige hit van Johnny Halliday in Nederland, maar in Frankrijk bleef hij een beroemdheid. Tienduizenden Fransen en vele hoogwaardigheidsbekleders stonden langs de weg bij zijn uitvaart.

In de berichten over zijn dood in Nederlandse kranten werd hij wel ‘de Franse Elvis’ genoemd, maar voor mijn gevoel slaat dat nergens op. Zijn stem was heel anders – veel minder zoet.


Francoise Hardy was ook zo’n Franstalig icoon. Haar melancholieke liedje Tous les garçons et les filles de mon age was een grote hit in 1963. Het was gemakkelijk te begrijpen en ging over het verlangen om – net als anderen van haar leeftijd – een vriendje te hebben om samen hand in hand mee op straat te kunnen lopen.

 

Zoals het meisje in het liedje van Adamo, de Franstalige Belgische zanger van Italiaanse afkomst, die aan de vader van een meisje vroeg of hij zijn dochter even kon lenen: Vous permettez, monsieur, que j’emprunte votre fille?  Het ging wel allemaal in het nette; Adamo was een keurige jongen. Hij zong ook nog over vallende sneeuw (Tombe la neige).

Om aan te geven hoe bekend hij destijds was: in 1964 was hij de bestverkopende artiest ter wereld, op de Beatles na.

 

Het klinkt wrang, maar nu is het wachten dus op het bericht dat Francoise Hardy en/of Adamo zijn overleden.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 35 - Op weg naar het einde

 

Eigenlijk had ik dit blog tegen het einde van 2017 willen schrijven. Dan was de titel ook op een andere manier toepasselijk geweest. Maar ja, daar kwamen andere dingen tussen.

Laat ik dan maar meteen met de deur in huis vallen. Met schrijven over mijn vorderende leeftijd.

 

Stoppen met werken?
Ik heb al eerder over stoppen met werken geschreven en wat ik dan zou moeten doen. Mijn zus Rina is al jaren met pensioen en heeft het druk met het helpen van vluchtelingen uit Somalië en Eritrea, tekenlessen, chi gung (Qi gong) en het verlenen van hand- en spandiensten aan de filmclub. Ze bezoekt ook regelmatig onze oude moeder – vaker dan ik dat doe.

Maar voor haar was het na 40 jaar in loondienst ook logischer om er een keer mee op te houden. En ze heeft een royaal, vast pensioen.

Hetzelfde geldt voor mijn broer Pieter. Die is zelfs een paar jaar voordat hij pensioen krijgt opgehouden met zijn baan in het onderwijs en doet nu allerlei dingen waar hij vroeger niet aan toe kwam, zoals bridgen, verre reizen maken en lid en voorzitter van een koor zijn.

Ook hij bezoekt mijn moeder regelmatig.

 

Huisgenoot W. vond het eerst moeilijk om zijn dagen te vullen na zijn pensionering, maar ontdekte na een tijdje iets waar hij zich samen met anderen graag mee bezighoudt: een website met informatie over de inval van de Duitsers in 1940.

Hij heeft allerlei zeer oude veteranen gesproken en voorziet nakomelingen van informatie over de omstandigheden waaronder hun vader, opa of oom op de Grebbeberg gevochten hebben (of niet). Met lezen, voetbal kijken en een deel van het huishouden vult hij verder zijn tijd.

 

Zelfstandigen
Voor zelfstandigen die nog plezier in hun werk hebben, ligt dat anders.

 

Oudere popmuzikanten

Bijvoorbeeld voor bekende, zo langzamerhand oudere musici als Boudewijn de Groot, Henny Vrienten en George Kooymans. Ik weet niet of ze om de financiën nog moeten werken, maar ze hebben pasgeleden wel een nieuwe cd opgenomen: Vreemde kostgangers.

Daarin schrijven ze onder andere over wat je moet doen als je met pensioen gaat, en over het verleden.

De toon van de liedjes van bijvoorbeeld Boudewijn de Groot is niet meer zo pompeus als vroeger, toen hij als begin twintiger Mijn testament zong (“Na 22 jaren in dit leven …”) of Meisje van 16. Hij klinkt tegenwoordig nog melancholieker.


Op de cd zingt en schrijft hij:
Je moet iets doen na je pensioen
Je moet iets doen na je pensioen
Anders vallen je ogen dicht
Maak een roeitocht naar Maastricht
(uit “De roeiboot en ik”).

 

En:
En ik die altijd lente dacht
Besef dat ginds de winter wacht
En voel me almaar lomer
(uit: “Horizon”).

 

Churchill
Gisteren zag ik op Canvas het laatste stuk van een documentaire over Winston Churchill. Hij heeft regelmatig met depressies te kampen gehad, ook toen hij aan het eind van zijn leven was. Hij noemde die zijn ‘black dogs’.  Hij schijnt toen gezegd te hebben:

I feel like an aeroplane at the end of its flight, in the dusk, with the petrol running out, in search of a safe landing.


Dat lijkt wel wat op Boudewijn de Groots “… besef dat ginds de winter wacht en voel me almaar lomer”. Voor een oorlogsheld van bijna 90 jaar is de metafoor van een vliegtuig waarvan de brandstof opraakt een toepasselijker uitspraak. Gelukkig is mijn brandstof nog niet op!

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Blog 36 – Poezen

 

Er zijn veel Nederlanders die van poezen houden. Huisgenoot W. is er een van.

Poezennamen
Tegenwoordig hebben we weliswaar geen poezen in huis, maar hij heeft het nog graag over de katten in zijn ouderlijk huis en tijdens zijn eerste huwelijk.

Er waren twee gecastreerde katers in zijn ouderlijk huis – Iwo en Euro – en een vermeende katerNebukadnezar – die later een vrouwtje bleek te zijn. Toen werd ze maar Nebukanela, of Nebu, genoemd.


De historische figuur Nebukadnezar was een koning van het Babylonische rijk (605-562 v.C.), ook bekend uit de bijbel
(Oude Testament: II Koningen 24 en 25 en Daniël 1-5).


Ik vind het altijd leuk als poezen aparte namen hebben. Mijn jongere zus Jackie had een poes die Akkefietje heette. Helaas is die poes verongelukt.


Ik herinner me dat mijn tweelingzus Rina als twintiger ook katten had. Een ervan had ze naar mij genoemd: Elsje. Ook die poes is in het verkeer verongelukt. Rina was erg verdrietig.


Mijn zoon Louis is altijd dol op katten geweest en heeft er liefst vier in zijn huis in Groningen: een zwarte, een rode, een wit vrouwtje en een bonte (haar zoon). Ze heten Speedy, Pedro, Nina en Benji.

Nu hij in Amsterdam werkt en (nog) in Groningen woont, heeft hij allerlei hulptroepen ingeschakeld om ervoor te zorgen dat het de katten aan niets ontbreekt: zijn twee kinderen Yoko en Adam, zijn vriendin Anneloes, haar moeder, de buurman en mijn middelste zoon Dolf.

 

Muizennamen
Vooral om Louis en Dolf een plezier te doen, hadden we toen de kinderen opgroeiden ook katten.

De eerste heette Jerry, een zwarte kater. Het was een lief dier, maar hij werd helaas niet oud, doordat hij ziek werd.

Er moest natuurlijk een nieuwe komen. Dat werd een grijs katertje uit een nest van iemand uit de straat, dat helaas waarschijnlijk wat te vroeg bij de moeder is weggehaald. Je moest altijd uitkijken of hij je niet een haal met zijn nagels verkocht.

Toen het om het geven van een naam ging, zei ik dat het katje niet een ‘muizennaam’ moest krijgen. De kinderen keken namelijk vaak naar ‘Tom and Jerry’ op de televisie, waarbij Tom de kat was en Jerry de muis. En bij ons was Jerry de kat. Dat kon natuurlijk niet.

Mijn oudste zoon Nelson kwam toen met het idee het nieuwe katje ‘Speedy’ te noemen. Dat deden we. Later kwam ik er pas achter dat dat ook een ‘muizennaam’ was: Speedy Gonzalez was immers een bekende muis? Mijn kinderen hadden mij voor de gek gehouden.


Grote katten
Misschien om het gemis aan katten in huis te compenseren, kijkt huisgenoot W. tegenwoordig vaak naar leeuwenfilmpjes op YouTube. Hij is gefascineerd door hun onophoudelijke pogingen aan voedsel te komen door als groep buffels, antilopen, wildebeesten, giraffen en zelfs olifanten aan te vallen. Daarbij is hij niet op de hand van de leeuwen.

Overigens doen leeuwen niet aan gelijke rechten voor mannetjes en vrouwtjes. De vrouwtjes doen het meeste werk om aan voedsel te komen en de mannen pakken het ze daarna als vanzelfsprekend weer af.

En als een nieuw mannetje de troep overneemt, doodt hij de welpen die er al zijn. De leeuwinnen moeten dat maar accepteren.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 37 – Aansprakelijkheid, recht, het veenbroei-arrest en brandstof op de snelweg

 

Ik had er een goede recensie over gelezen, daarom heb ik een paar weken geleden het boek ‘de Zweetvoetenman’ gekocht (geschreven door Annet Huizing en geïllustreerd door Margot Westerman). De ondertitel is: “over rechtszaken & regels (en een hoop gedoe)”.


Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor kinderen, maar voor volwassenen is het ook leuk. Ik hoop dat ik mijn eigen kleinkinderen er nog eens voor kan interesseren, maar dat moet ik nog maar afwachten. Toen ik kleinzoon Robin van 17 er laatst op attent maakte, keek hij er maar even in en had hij daarna toch meer belangstelling voor zijn telefoon.


Dat neemt niet weg dat ik er wél belangstelling voor heb.

Omdat ik ruim een jaar geleden een volgens de politie “eenzijdig ongeluk” gehad heb op de snelweg, las ik het hoofdstuk over aansprakelijkheid extra aandachtig. Na het ongeluk heb ik bij het maken van allerlei bewegingen een pijnlijke onderrug, terwijl ik voor die tijd vrijwel nooit last van mijn rug had.

Ook was mijn auto total loss en moest ik na het ongeluk verscheidene tolkafspraken afzeggen omdat ik geen auto had.

In het boek staat:
“Als je ergens aansprakelijk voor bent, kun je erop aangesproken worden: jij bent verantwoordelijk voor wat er is gebeurd en daarom moet jij de schade vergoeden.

Ook als het een ongelukje is? Ja, ook als het een ongelukje is. Dat is het vaak”.


Je kunt niet zeggen: dat is mijn pakkie-an niet.

Op 21 november 2016
reed ik om ongeveer 8 uur ’s morgens op de A28 tussen Meppel en Hoogeveen. Opeens begon mijn auto heen en weer te glibberen. Ik probeerde voorzichtig bij te sturen, maar het leek wel alsof het stuur niet reageerde. De auto begon naar rechts te bewegen en ik durfde niet nogmaals een poging te doen naar links bij te sturen, omdat ik het gevoel had dat het druk was op de weg en er dus  enorme botsingen zouden kunnen ontstaan.

De auto schoot van de weg af en raakte daarbij waarschijnlijk een paaltje.

Toen ik bijkwam – de veiligheidsgordel was enorm uitgerekt – had ik niet door dat de auto in het water lag; dat zag ik pas toen ik water omhoog zag komen. Ik raakte toen wel in paniek – vreesde dat ik een ellendige dood zou sterven – maar het water kwam niet verder omhoog en uiteindelijk merkte ik dat ik een van de portieren open kon doen.

Het bleek dat de auto dichtbij de wal van een 3 à 4 meter brede vaart lag en ik kon zo op de kant stappen. Aan de overkant van de vaart stonden vier mannen. Ik zwaaide, en een van hen zwaaide terug en vroeg of hij zijn jas over het water heen naar mij toe zou gooien. Dat vond ik aardig, maar niet nodig.

De anderen waren blijkbaar teleurgesteld dat ik in levende lijve uit de auto was gekomen en dropen af.

Na een tijdje kwamen de brandweer, de politie en een ambulance. De brandweerlieden hielpen mij met ladders de vaart over en brachten me naar de ambulance. De ambulancebroeder stelde wat vragen, nam bloeddruk en temperatuur op en belde de organisatie waar ik naar op weg was en huisgenoot W.

Ondertussen stapte een politieman de ambulancewagen binnen en vroeg: “Was u met uw telefoontje aan het spelen, mevrouw?” Ik stond perplex, maar antwoordde naar waarheid dat er blijkbaar iets glads op de weg lag en dat de auto plotseling was gaan slippen.

Toen zei hij: “Ja, dat zei de getuige ook”.

Ik wist niets van een getuige, maar ik denk dat het de aardige man aan de overkant van de vaart was. Later begreep ik dat het een vrachtwagenchauffeur was, die duidelijk had gezien dat er benzine of diesel op de weg lag en daar ook een verklaring over had willen afleggen. (Ik weet ook wie de getuige is.)

De politie had dat afgewimpeld.

Na verloop van tijd werd het mij duidelijk dat de politie niet bereid was een onderzoek in te stellen, omdat zij dat niet wettelijk verplicht zou zijn bij een “eenzijdig ongeval”.

Wie is aansprakelijk?

De politie wilde dit ongeluk niet nader onderzoeken, hoewel de vrachtwagenchauffeur/getuige uitdrukkelijk verklaard had dat er brandstof op de weg lag – hoogst waarschijnlijk door een andere vrachtauto gelekt - en dat hij mij op die plek had zien slippen en van de weg schieten.

Vergelijk dat eens met een voorbeeld uit “de Zweetvoetenman”.

“1988
Veenbroei-arrest

Michieltje van vijf wandelt met zijn vader in een veengebied. Opeens zakt het jongetje met zijn rechterbeen in de bodem. Die is loeiheet, doordat het veen is gaan broeien. Dit natuurverschijnsel heet veenbroei. Michiel loopt flinke brandwonden op. Had Michiels vader beter moeten opletten? Nee, zei de Hoge Raad op 27 mei 1988. De beheerder van het gebied, de staat, had moeten waarschuwen. Want veenbroei is niet goed zichtbaar en veel mensen weten niet wat het is.

De staat was aansprakelijk.

 

 In het nieuwe Burgerlijk Wetboek staat dat iets onrechtmatig is als je iets doet wat “niet betamelijk” is, als je bijvoorbeeld heel slordig of onzorgvuldig bent en daardoor anderen in gevaar brengt.

 In het geval van Michieltje was het niet betamelijk van de overheid dat zij niet gewaarschuwd had voor veenbroei.


En in het geval van mijn auto-ongeluk? Was het niet onbetamelijk van een vrachtwagenchauffeur om diesel op de snelweg te lekken en daar geen melding van te doen, zodat ik met mijn auto met 130 km per uur van de weg af schoot en in het water terechtkwam?

En is het dan wel betamelijk van de politie om te weigeren daarnaar onderzoek te doen?

Ik zou daar best wel eens antwoord op willen hebben van een jurist die dit blog leest.

 

 Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 38 – De Surinaamse keuken

 

Mijn ex-man en ik hadden een Surinaams eethuisje in Groningen. Ik raakte vertrouwd met groenten als antroea, sopropo, poe en kouseband, soepen als okra bravoe en pinda bravoe, eventueel met tom-tom, visgerechten als stofoe kwie-kwie en baka batjauw en ovengerechten als pom (van pomtayer) of bojo (van kokos).

Veel Nederlanders hebben daar nog nooit van gehoord.


Niet dat dat hoeft, maar ik vind het opvallend dat de Surinaamse keuken in Nederland niet echt wortel geschoten heeft. Misschien omdat de meeste ingrediënten uit het verre buitenland moeten komen – als je het goed wilt doen - en dus te duur zijn?


En dat terwijl de Surinaamse keuken zo’n gezellige en lekkere keuken is! In 1972 kwam er een Surinaams kookboekje uit, geschreven door Ilse Marie Dorff.

Ik kocht het toen mijn Surinaamse man – de kok – al niet meer in beeld was en ik allerlei recepten toch graag op papier wilde hebben. In  mijn herinnering had de bekende schaker Jan Timman – de toenmalige echtgenoot van Ilse Marie Dorff – het voorwoord voor het boekje geschreven, maar ik zie nu dat het Cees Nooteboom was.


Cees Nooteboom schrijft in zijn voorwoord o.a.:
… daar is het dan, het eerste Surinaamse kookboek dat u in Nederland kunt krijgen, een heldere en duidelijke beschrijving van een manier van koken waarvan de wortels, die diep in Afrika liggen, zich verstrengeld hebben met de lichte tonen van het Caraïbische en de andere, nog verder in tijd en afstand verwijderde Oosterse keukens”.


Hij schrijft ook (in 1972) dat vrijwel alle ingrediënten in Nederland zonder meer verkrijgbaar zijn. Ja, in Amsterdam of Groningen wel, maar in Assen of Heerenveen? Ik denk het niet … .


In ieder geval heb ik, na mijn scheiding, voor mijzelf en de kinderen de Surinaamse keuken voornamelijk levend gehouden door regelmatig op Surinaamse wijze rijst met kip en boontjes te bereiden. Dat was ook heerlijk.

Het kost wel veel meer tijd om alle spercieboontjes schuin in stukjes te snijden en daarna met uien en tomaten en kruiden langzaam te stoven dan ze gewoon in een pan met wat water en zout te schuiven en gaar te koken, zoals in de Nederlandse keuken, maar het is ook veel lekkerder.


Mijn zoons genoten ervan, maar ze waren zelf niet geïnteresseerd in koken. Hun jongere halfzusjes zijn dat wel. Die kunnen heel lekker Surinaams koken en hebben daar ook de gelegenheid voor, omdat ze in Amsterdam resp. Rotterdam wonen.


Surinaamse restaurants zijn niet dik gezaaid in het noorden van ons land. In de stad Groningen bijvoorbeeld heb ik nog niet een echt goede roti kunnen vinden.

De basis van een roti – oorspronkelijk  een gerecht van de Hindoestaanse bevolkingsgroep in Suriname – moet beslist goed zijn. Die basis is een soort dunne pannenkoek gemaakt van bloem, water, gist en dhal (een soort Indiase erwten) en is niet gemakkelijk te maken.

Op de roti liggen dan stukken massalakip of -lam met massalasaus, aardappelen en in schuine stukjes gesneden, gestoofde kouseband (of soms een andere groente), eventueel met een ei.
Roti wordt met de handen gegeten.

Bij deze massala moet je trouwens niet denken aan garam massala, maar aan de gele, Surinaamse massala.
Dat laatste is weer heel wat anders dan kerrie, die ook geel is.


Gelukkig is er sinds een paar jaar in Heerenveen een Surinaams restaurant, Soraja’s. Huisgenoot W. en ik halen daar eens in de paar weken een roti en meestal zijn we tevreden over de kwaliteit. Helaas was de laatste keer de roti zelf veel te dik – jammer, net toen we gasten hadden! – en waarom ze de kouseband nooit op de traditionele manier in dunne schuine stukjes snijden is me een raadsel.


Dat zou veel lekkerder zijn!

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 39 – Vrouwenverhalen (tolkervaringen)

 

Gisteren hoorde ik van twee vrouwen verhalen die indruk op me maakten. Ik heb er vannacht niet goed van geslapen.

De ene vrouw, nu 83, zag en hoorde ik ’s avonds op de televisie in een documentaire (“Close Up”).
De andere, 20 jaar jong, ontmoette ik 's middags tijdens een aangifte van mensenhandel.

 

Asielzoekster uit Gambia
’s Middags hoorde ik een verhaal verteld door een tenger meisje van 20 uit Gambia. Zij deed aangifte van mensenhandel bij de politie. Ik tolkte.

Een man uit Nederland had haar, onder het voorwendsel dat hij haar wilde helpen, mee naar Nederland genomen. Ze had haar baby achter moeten laten en was vóór die tijd al verstoten door haar familie omdat ze lesbisch is.

Een paar dagen nadat ze in Nederland waren aangekomen, bleek dat hij haar helemaal niet wilde helpen. Hij verkrachtte haar en hield haar gevangen in zijn woning. Pas na twee maanden zag ze kans te ontsnappen.

In die twee maanden kwamen ook regelmatig drie andere mannen in het huis om haar seksueel te misbruiken. Die mannen betaalden de eerste man daarvoor.

Gemiddeld werd ze vier keer per etmaal verkracht.

Nadat ze ontsnapt was, wist ze een politiebureau te vinden. Daar vertelde ze haar verhaal en vertelde men haar dat ze naar Ter Apel moest gaan om asiel aan te vragen. Ze gaven haar een trein- en een buskaartje.

Toen ze in Ter Apel was, ontdekte ze dat ze zwanger was. Ze is nu vier maanden zwanger van een van haar verkrachters.

Hoe dit verder gaat aflopen, weet ik niet. De asielprocedure is nog niet begonnen. Wel heeft ze een tijdelijke verblijfsvergunning gekregen vanwege het politieonderzoek dat nu gestart is.

Toen ik terug reed, vroeg ik me af of ze overweegt een abortus te laten plegen. Ze heeft in Nederland nog een week of vier de tijd om dat legaal te doen.


Paula Rego
Paula Rego is vooral in Engeland en Portugal een beroemde kunstenares. Ze imponeerde me gisteravond door de ruwe, bijna dierlijke manier waarop ze vrouwen afbeeldt in haar collages, pastels, etsen en schilderijen.

In haar werk vertelt ze verhalen, vaak seksueel getint. Ik was onder de indruk van haar kracht, temperament en vakvrouwschap.

Een schilderij van haar bracht op een veiling 800.000 pond op, zag ik in de documentaire.


Onder andere doordat zij in de jaren negentig een serie schilderijen maakte die gericht waren tegen het verbod op abortus dat toen nog gold in Portugal, is abortus in Portugal in 2007 gelegaliseerd.

Zelf heeft ze verscheidene illegale abortussen gehad voordat ze haar drie kinderen kreeg.

Haar zoon maakte de documentaire.


Dit zijn verhalen van en over vrouwen, met mannen op de achtergrond. Laten we hopen dat het meisje uit Gambia toch iets moois van haar leven kan maken, net als Paula Rego.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Blog 40 – Planten


Ik heb altijd veel van planten gehouden. Ik herinner me dat mijn moeder vroeger een anthurium (flamingoplant), een tropische plant, in de vensterbank had staan en ik me afvroeg hoe dat zo kon, zo kleurig. Verbaasde me over de weelde aan kleuren.


Er is nog een tekening van die ik gemaakt heb toen ik een jaar of zeven was.
Er is trouwens ook nog een tekening bewaard gebleven van een huis met ‘Boszicht’ erop – ook iets wat me opviel.


Wat me verder fascineerde waren de namen van sommige (kamer)planten. De witte en blauwe ‘ster van Bethlehem’ bijvoorbeeld, die mijn moeder had.
Namen als mannentrouw, mozes-in-het-rieten-mandje, passiebloem.

En ook namen van niet-kamerplanten: leeuwenbekje, ogentroost, kattenstaart, lelietje-van-dalen-. kruidje-roer-me-niet, vergeet-me-nietje, vlijtig liesje.
Onze voorouders wisten tenminste creatief met de Nederlandse taal om te gaan zonder te kwetsen en haat te zaaien.


Ik herinner me nog steeds de bos bloemen die we naar mijn moeder in de kraamkliniek meenamen toen mijn jongste zus Jackie geboren was. Het waren gerbera’s.
Ik had ze daarvóór nog nooit gezien en vond ze zo mooi!

De gerbera is er nu ook als kamerplant. Ik heb gelezen dat hij een luchtzuiverende werking heeft omdat hij trichloorethyleen en benzeen opneemt.
Alle groene planten zetten  – zoals bekend – CO2 om in zuurstof.


In de vorige eeuw
was het normaal om planten in de kamer te hebben. Begonia’s, bladbegonia’s, bromelia’s. Hangplantjes met bloemetjes.
Het was leuk om uit stekjes nieuwe planten te maken, die je dan zelf weer kon gebruiken of kon weggeven.
Clivia’s bloeiden bij mij nooit, bij mijn zus en moeder wel.


Toen mijn zoons zelfstandig gingen wonen, heb ik ze wel kamerplanten gegeven, maar dat werd bijna nooit een succes. Planten zijn levende wezens en hebben zorg nodig.
Na een tijdje waren hun planten meestal dood of bijna dood. Zelfs vetplanten en cactussen.


In de jaren 80 (?) werd het mode om echt grote planten in de kamer neer te zetten, zoals kamerlindes, schefflera’s, dracaena’s, gatenplanten, yucca’s, philondendrons, vele soorten ficussen, allerlei soorten varens.

De aspergeplant vond ik ook altijd mooi, net als de abutilon, met zijn prachtige oranje bloemen.
‘s Zomers konden ze in de tuin staan (niet in de volle zon!).


Op een gegeven moment raakten kamerplanten uit de mode. Bijna nergens  zag je meer planten voor de ramen.
Ik ben ze altijd blijven houden, alleen minder dan eerst.

Nog later werd het mode om twee dezelfde planten, of vazen, in het midden van de vensterbank te zetten.


Nu lijkt het erop dat kamerplanten weer een rage worden. Zelfs sanseveria’s, vroeger soms vrouwonvriendelijk vrouwentongen genoemd, zijn weer in.
Er verschijnen weer internetpagina’s waarin de gunstige effecten van kamerplanten worden bezongen.


Ik denk dat het niet lang meer zal duren voordat het lijkt alsof ze nooit zijn weggeweest.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog  41 - Over vertalen

 

Als vertaler moet je goed kunnen vertalen, goed kunnen schrijven en verstand hebben van het onderwerp van de tekst die je vertaalt.

Een vertaler is niet hetzelfde als een wandelend woordenboek, zoals sommige mensen denken. Sterker nog: heel veel woorden en uitdrukkingen zijn niet eens in woordenboeken te vinden.

Daarom stellen de meeste vertalers zelf uitgebreide woordenlijsten samen en raadplegen ze elkaar op allerlei fora, vaak op internet.

 

Vertalen

Om goed te kunnen vertalen is het nodig dat je een diepgaande kennis hebt van de talen waarin en waaruit je vertaalt, dat je vaardigheid bezit in het opzoeken van terminologie én dat je in staat bent de bedoeling van de tekst van de ene taal naar de andere over te zetten.

Vertalers spreken over de brontaal (de taal van de oorspronkelijke tekst) en de doeltaal (de taal waarin je vertaalt).

Het gaat er niet zozeer om dat je woorden vertaalt, maar dat je de bedoeling van de brontekst overzet.

Natuurlijk moet je wel weten – of opzoeken – wat het woord in de doeltaal is dat overeenkomt met het woord in de brontaal, maar als je niet begrijpt wat er in de tekst staat, kun je niet bepalen welke van de vaak vele mogelijkheden je moet kiezen.

Lang niet alle woorden die dezelfde betekenis hebben (synoniemen) kunnen in alle contexten gebruikt worden.

Dat is ook een probleem met machinevertaling. Kijk maar eens naar de onderstaande teksten die ik op internet vond. Ik weet niet wat de taal van de oorspronkelijke teksten is.

 

“Hier zijn een paar geheimen om een ​​leren jas te reinigen:

  1. Water en zeep kunnen worden gebruikt, maar het is niet mogelijk om de jas in te dompelen.
  2. In een wateroplossing van zeep en ammoniak wordt een spons gedoofd en handigt het oppervlak van de jas om te glanzen.
  3. Een waterige oplossing met glycerine geeft de jas glans en een goed verzorgde uitstraling terug.
  4. Na de behandeling met een zeepoplossing met ammoniak of glycerine wordt de jas afgeveegd met een servet die met ricinusolie wordt geweekt.
  5. Een andere betaalbare en snelle manier om de jas te updaten, is om het oppervlak te vegen met een spons in een shampoo-oplossing.
  6. Een beetje geslagen eiwitten kunnen de glans van zelfs een heel oud leer ding herstellen.”

Of:

"Zoete smaak in de mond - oorzaken en bijkomende ziekten

Een van de meest voorkomende factoren is pancreatitis en spijsverteringsstoornissen. Want de ziekte in kwestie wordt gekenmerkt door een zoetzure smaak in de mond in de ochtend, vergezeld van een brandend gevoel in de borst of brandend maagzuur. De alvleesklier is verantwoordelijk voor de productie van insuline, dus als er een overtreding is in zijn werk, wordt de productie van het hormoon opgeschort. Dienovereenkomstig wordt glucose niet gespleten en stijgt de suikerconcentratie. Bovendien, reflux (gooi de inhoud van de maag in de slokdarm) draagt ​​bij aan de toevoeging van een zoete smaak van onaangename oskomina en zuur.”


Ik neem aan dat de meeste lezers wel zien dat er rare dingen in deze teksten staan.



Schrijven
Vertalers moeten ook goed kunnen schrijven. Ze moeten een gevoel voor schrijven hebben en ten minste één taal tot in de finesses beheersen.

Daarom vertalen veel vertalers alleen naar hun moedertaal toe.

De vertaling moet natuurlijk klinken en dat is niet altijd even eenvoudig.


De laatste jaren vertaal ik zelf vaker naar het Engels dan het Nederlands. Dat betekent wel dat dat ik voor mijn Engelse vertalingen altijd een revisor in de arm neem. Die moet zelf professioneel vertaler zijn en Engels als moedertaal hebben.


Kennis van het onderwerp
Verder moeten vertalers kennis hebben van het onderwerp of vakgebied waar de tekst over gaat. Die kennis kun je verkregen hebben voordat je vertaler werd, maar vertalers volgen ook cursussen en opleidingen naast hun vertaalwerk.

Persoonlijk heb ik vroeger hbs-B gedaan, een hbo-opleiding maatschappelijk werk gevolgd, in de horeca gewerkt, drie kinderen alleen opgevoed, bij verschillende bedrijven gewerkt, een directiesecretaresseopleiding gedaan, een hbo-opleiding tolk-vertaler Engels natuurlijk, een MBA milieu gehaald aan de Universiteit Twente en daarna nog opleidingen gevolgd op het gebied van juridisch en financieel vertalen.

Bovendien ben ik altijd geïnteresseerd geweest in politiek en geschiedenis.

 

Nederlands Genootschap van Tolken en Vertalers

Met een goed begrip van de tekst valt of staat alles. Je kunt daarvoor ook kijken op de site van het Nederlands Genootschap van Tolken en Vertalers:
https://ngtv.nl/nl/themas/commissies-en-werkgroepen-2-2/Vertaalproces/


Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 


Blog 42 – Huishoudelijke hulp


Het vervelende van schoonmaken is dat niets schoon blijft. Er is altijd maar weer rommel. En stof is overal.
Gelukkig vinden sommige vrouwen (en mannen?) het niet erg om dat op te ruimen en schoon te maken.


Bijstand
Al jaren heb ik een huishoudelijke hulp voor 2 of 3 uur per twee weken. Zelfs toen ik in de bijstand zat als moeder van drie wilde jongens.

Is dat decadent? Nee hoor, het is een kwestie van keuzes maken. Van alleen maar opruimen en schoonmaken word ik gek. Ik volgde een schriftelijke opleiding, rookte nauwelijks, dronk weinig, en ging vrijwel niet uit of met vakantie.

Mijn hulp, Frieda, kostte ook niet veel.

Het gevolg was wel dat ze op een gegeven moment ergens anders ging werken waar ze een stuk meer kon verdienen. Dat kon ik haar niet kwalijk nemen.

 

Verschillende types

In de tijd daarna heb ik aardig wat andere huishoudelijke hulpen gehad. Sommigen waren goed in hun werk, anderen minder.

De eerste in mijn nieuwe woonplaats, Rommie, was meteen de beste. Zij had tientallen jaren professionele ervaring als schoonmaakster en had ‘het’ gewoon in de vingers. Haar werk was misschien wel haar redding, want ze had heel wat meegemaakt. Haar ene zoon was verongelukt en haar andere zoon was verslaafd.
Helaas vertrok ze toen haar man een baan in een andere plaats kreeg.


De werkster die we daarna kregen, bleef niet lang. De eerste keer dat ze kwam, had ik haar gevraagd de omgeving van het fornuis goed schoon te maken, omdat zich daar veel vet opgehoopt had. Ik wist dat het vervelend werk was, maar vervelend werk moet ook gebeuren. Ze kon mijn verzoek echter niet waarderen en dat liet ze duidelijk merken.

Op de avond van de dag dat ze voor de vijfde of zesde keer zou komen werken, vertelde huisgenoot W. mij dat hij haar tijdens de afgesproken werkuren in de stad gezien had. Ze was dus blijkbaar aan het spijbelen. Toen heb ik haar maar opgebeld om de samenwerking te beëindigen.


Ook heb ik eens de samenwerking opgezegd met een hulp die echt wel aardig was, maar van schoonmaken geen kaas had gegeten.

 

Langdurige samenwerking
Lange tijd heeft een vrouw van mijn leeftijd, Maria, bij ons gewerkt. Ze was opgegroeid in Kosovo en hierheen gekomen om te trouwen met een landgenoot die hier als gastarbeider werkte.

Vier volwassen kinderen, die in Nederland geboren zijn. Een stuk of zes kleinkinderen – meer dan ik.

Ze is dus al heel lang in Nederland. Heeft zelf goed Nederlands leren spreken door contacten in winkels en via de kinderen, hoewel ze geen onderscheid maakt tussen werkwoordsvormen in het meervoud en het enkelvoud.
“Dan komen ik woensdag bij jou”, zegt ze bijvoorbeeld.

Vroeger waren er geen inburgeringscursussen en dat vindt ze jammer.


Op den duur kreeg ze lichamelijke klachten – schouder, rug – en kregen we regelmatig het verzoek de stofzuiger naar boven of beneden te tillen of bijvoorbeeld het trapje uit het schuurtje te halen. Dat is niet zo erg, maar een ander probleem was dat ze met haar man in de zomervakantie steeds langer in Kosovo bleef. Ze zei dan dat ze zes weken zou wegblijven, maar de laatste jaren werd het steeds wel vier maanden.

Al wist ik wel dat dat aan haar man lag, en niet aan haar, ik vond het toch niet prettig.
Onze werkrelatie is dus beëindigd.


Daarna hadden we hulpen die maar voor korte tijd bleven. Ze gingen verhuizen of kregen een officiële schoonmaakbaan voor veel meer uren in de week.


De situatie nu
Nu hebben we gelukkig weer iemand die waarschijnlijk langer blijft. Jonge vrouw, oorspronkelijk uit Limburg. Ze heeft ook ander (uitzend-)werk, maar wil graag een paar particuliere adressen houden.

Zoals veel van haar vakgenoten heeft ze veel behoefte aan praten over haar eigen leven. Daarom heb ik er maar een gewoonte van gemaakt om eerst minstens een kwartier met haar te kletsen, terwijl ik (tussen de middag) wat boterhammen eet.

Daarna verdwijn ik naar mijn werkkamer en vertrekt huisgenoot W. naar het tv-kamertje, anders blijft ze tegen hem aanpraten.

Praten is wel gezellig, maar er moet ook nog gewerkt worden.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 43 - Spelling (1)

 

Zal ik vandaag eens voor schooljuf spelen?

 

Veel Nederlanders hebben een beetje, of een beetje veel, moeite met de spelling. Dat komt gedeeltelijk door de verschillende spellingswijzigingen die deze eeuw zijn doorgevoerd.

Tot 1995 was er alleen een spellingswijziging geweest in 1954. Daarbij werd onder andere de ‘sch’ aan het eind van een woord, zoals in ‘mensch’, vervangen door een ‘s’. Daar heeft nu geen mens meer moeite mee.

Na 1995 is de spelling nóg twee keer onder handen genomen en dat heeft wél tot verwarring geleid, vooral met betrekking tot de zogenaamde tussen-n en het gebruik van apostroffen (‘), streepjes en trema’s (2 puntjes op een klinker).

Veel mensen vinden de wijzigingen niet logisch, maar het mooie is dat je tegenwoordig van alles op internet kunt opzoeken, bijvoorbeeld in de ‘Woordenlijst Nederlandse Taal’ of door het woord op Google in te voeren in combinatie met “Onze Taal”.

 

Het is lastiger als je niet weet of je bij een werkwoordsvorm een d, een t of een dt moet gebruiken! Ik kom wat dat betreft regelmatig overtredingen van de regels tegen in kranten en documenten.

  1. Vorige week las ik bijvoorbeeld in een verkiezingskrant van onze gemeente: Er zijn van die zaken die een gemeente niet behandeld.
  2. En in een pleitnota van een advocaat zag ik het volgende: Dit laat overigens onverlet dat moet worden betreurt dat justitie heeft nagelaten … .
  3. Op internet zag ik zelfs in een rapport van de Onderwijsinspectie een dergelijke fout. Er stond: Hoewel de school aandacht heeft besteedt aan … … model …, … .

 

Waarom zijn ‘behandeld’, ‘betreurt’ en ‘besteedt'  hier nu fout? (Als je het weet, mag je natuurlijk ophouden met lezen).

Het zijn op zich toch normale woorden? Ja, dat is zo.

 

In dit blog behandel ik alleen het eerste voorbeeld. De twee andere voorbeelden bespreek ik later in ‘Spelling (2)’ en ‘Spelling (3)’.

 

Voorbeeld 1: “Er zijn van die zaken die een gemeente niet behandeld.”
Als er gestaan had: “Er zijn van die zaken die een gemeente niet behandeld heeft”, dan was er met de spelling niets aan de hand geweest. De ‘d’ staat er dan goed, omdat ‘behandeld’ hier een voltooid deelwoord is. De gemeente heeft er niets aan gedaan (‘gedaan’ is ook een voltooid deelwoord, alleen is ‘doen’ een onregelmatig werkwoord).

 

Maar in dit geval gaat het niet om een voltooid deelwoord, maar om de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. De gemeente doet er niets aan (met een t als laatste letter) en de gemeente behandelt die zaken niet (ook met een t als laatste letter).

In dit voorbeeld uit de verkiezingskrant zie je dat als een derde persoon enkelvoud, dat wil zeggen een hij, een zij of een ‘het’ (in dit geval de gemeente), iets (niet) doet, de werkwoordsvorm altijd een ‘t’ aan het eind krijgt (behalve bij sommige onregelmatige werkwoorden zoals kunnen en willen – ik kan, hij kan; ik wil, hij wil).

Het maakt dus niet uit op welke letter de eerste persoon enkelvoud (ik doe, ik behandel, ik loop, ik rijd, ik meen, ik geloof, ik heb) eindigt.

In de derde persoon enkelvoud, zoals in dit voorbeeld met ‘behandel’ - “Er zijn van die zaken die een gemeente niet …, wordt het dus: hij/zij/het doet, behandelt, loopt, rijdt, meent, gelooft, heeft.
Die ‘t‘ aan het eind geldt dus zelfs bij onregelmatige werkwoorden als hebben (‘hij heeft’) en doen (‘zij doet’).

 

Er had in de verkiezingskrant moeten staan: “Er zijn van die zaken die een gemeente niet behandelt”.   

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 44 – Eten

 

Eten is een belangrijk onderdeel van het leven. Ook ik houd van lekker eten.

Dat wil niet zeggen dat ik het nodig vind achter elke kookhype aan te lopen. Er zijn zoveel lekkere gerechten; een gerecht uit een ver land is niet per definitie lekkerder dan eten dat je al van jongs af aan voorgezet hebt gekregen.

Dat merk je soms als je omgaat met mensen uit andere delen van de wereld.
Mijn Surinaamse ex-man hield bijvoorbeeld het meest van aardappelen met bloemkool en een (kaas-)sausje plus karbonade.

Over hypes gesproken: de opkomst van het gourmetten in de jaren zeventig is geheel langs mij heen gegaan doordat wij zelf een Surinaams eethuis hadden.

En quinoa schijnt gezond te zijn, maar ik heb het geloof ik slechts één keer gegeten, bij een schoondochter. Zij vond het heel belangrijk af te vallen, terwijl afvallen voor mij iets is waar ik me nooit mee bezighoud.

Het eten in restaurants, ook de buitenlandse, valt mij vaak tegen. Ik denk dat veel buitenlandse restaurants hun gerechten aanpassen aan de ‘gemiddelde’ Nederlandse smaak.

Nu is het natuurlijk wel zo dat het voor een restaurantuitbater niet meevalt om constant hoge kwaliteit te leveren. Een restaurant draaiend houden is hard werk, dat weet ik.

In de begintijd van ons eigen eethuis boden we ook de mogelijkheid pannenkoeken te bestellen. Op een bord hadden we geschreven: Pannekoeken van Elsje.
(Je schreef dat woord toen nog zonder midden-n!).

Het kwam marketingtechnisch goed uit dat er een bekend kinderliedje was – en nog is – over Elsje Fiederelsje die haar klompjes bij ’t vuur moet zetten omdat moeder pannenkoeken bakt. Ik maakte ze dus: met rozijnen, appel, kaas, spek en ananas (geloof ik).

Later, toen de kinderen opgroeiden, hebben we er een traditie van gemaakt om elke woensdag pannenkoeken te eten. Voor de kinderen was het een traktatie en voor mij was het handig dat ik op woensdag niet hoefde na te denken wat we nu weer eens zouden eten!

  

Bijna alle kinderen lusten pannenkoeken, maar sommigen zijn lastige eters. Met mijn eigen kinderen viel dat trouwens mee, alleen zoon Dolf deed wel eens moeilijk.
En van spruitjes hielden ze geen van drieën.

Toen we huisgenoot W. nog niet lang kenden, kwam hij met kerst bij ons eten. We aten met kerst vaak stoofpeertjes met een andere groente en deze keer had ik spruiten als groente. Ik had gehoord dat hij daarvan hield, maar de kinderen waren bepaald niet enthousiast over die keuze.

Omdat ik altijd als stelregel had dat ze in ieder geval ‘iets’ moesten eten van dingen die ze niet lekker vonden, dacht ik dat ze zich daar op die kerstdag ook aan hadden gehouden, maar huisgenoot W. vertelde mij (veel) later dat ze de spruitjes stiekem door de wc hadden gespoeld toen ik even naar de keuken was om te kijken of daar alles goed ging.

 

Waarschijnlijk verklapte hij mij dat toen hij mij vertelde over een Nederlandse au pair in Engeland, jaren geleden, die bij een familie was uitgenodigd en de vraag kreeg voorgelegd: “How many sprouts do you want, one or two?”.

Blijkbaar zijn ze in Engeland ook niet dol op deze groente… .

 

 



Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 45 – Spelling en uitspraak van Engelse woorden

 

In het Engelse taalgebied ligt de uitspraak van woorden veel minder voor de hand dan in het Nederlandse.

Engelse woorden die min of meer hetzelfde gespeld worden, worden veel vaker dan in het Nederlands verschillend uitgesproken.

In het Nederlands hebben mensen weliswaar vaak problemen met de spelling van ei dan wel ij (peil of pijl?), of met ou dan wel au (koud of lauw?), en natuurlijk met de vraag of ergens een d of een t (stout of oud?; Kruidvat of kruitvat?; stad/krat) moet staan. Maar in het Engels is spelling een veel groter probleem.


Stelling
:
In het Engels is er over het algemeen geen peil op te trekken hoe een bepaald woord gespeld moet worden.

 

Kijk maar eens naar deze voorbeelden


Although
(hoewel) en  bough (tak) rijmen, maar lo (and behold) (kijk eens aan) en below (onder; beneden) ook!

De klinkers van stout (o.a. donker bier)  en drought (droogte) zijn en klinken hetzelfde, maar bij drought staan er een g en een h voor de t en bij stout niet.

Het woord through wordt op dezelfde manier geschreven als bough (grote tak) en though (desondanks), maar klinkt heel anders.
Through rijmt namelijk op blue (blauw), brew (brouwsel, brouwen) en crew (bemanning).

Cough (hoest) en rough worden weer heel anders uitgesproken, namelijk met de klank die je hoort in cuff (manchet), guff (geklets) en stuff (spul).

En als je denkt dat je thought en bought  net zo moet uitspreken als drought (zie hierboven), dan heb je het mis. Deze twee woorden rijmen in plaats daarvan op caught (gevangen; betrapt) en taut (strak).

 

To believe (geloven), to grieve (treuren), to bereave (beroven) en to leave (weggaan) zijn rijmwoorden, maar worden niet op dezelfde manier geschreven.

Eenzelfde gebrek aan logica zie je bij “[ai]-woorden” als right (juist), tight (strak), light (licht) en kite (vlieger) en bite (hapje). Alle woorden rijmen op elkaar, maar worden verschillend gespeld.

Met de [e]-klank is het nog gekker. Denk maar eens aan hair, pair, pear, bear , stair, stare en there. Dezelfde klank, totaal verschillend geschreven.

 

En laten we eens kijken naar woorden met ove erin. Het woord love (liefde) kent iedereen. De klank ervan komt terug in woorden als glove (handschoen), lover (minnaar) en dove (duif), en ook in cup (kopje), maar niet in, bijvoorbeeld, stove (kachel), over en rover.
Het woord stoves (kachels) rijmt op loaves (broden), wat dus weer anders gespeld wordt.

Dat doet dan weer denken aan woorden als throne (troon), prone (geneigd), alone (alleen), stone (steen),  cone (kegel),  (to) cope (zich redden) en bone (bot) aan de ene kant en groan (kermen), loan (lenen)en coat (jas) aan de andere.
Zelfde klank, andere klinkers.

 

Maar denk vooral niet dat gone (gegaan) en done (gedaan) dan wel net zo zullen klinken als throne of alone. Zeker niet! Dit zijn drie verschillende klanken.
Net als lawn (gazon) en down (dons), die weer allebei een andere klank hebben.


Push (duw), lush (welig) en crush (verliefdheid) worden op dezelfde manier geschreven, maar push heeft een oe-klank, terwijl de u in lush en crush op dezelfde manier wordt uitgesproken als in bus.

Pool (zwembad),  cool (koel), stool (kruk) en rule (regel) rijmen op elkaar, maar rule schrijf je niet met twee o’s, zoals in de eerste drie.

Pull (trekken) heeft ook een [oe]-klank (kort), terwijl in hull (scheepsromp),  lull (korte rust) en  dull (saai) weer dezelfde klank zit als in bus.

 

Er zijn nog honderden andere voorbeelden. Die kan ik nu niet allemaal noemen.

Maar mijn stelling aan het begin van dit blog is wel bewezen, denk ik.

(Quod erad demonstrandum, zoals onze wiskundeleraar in de lagere klassen van de middelbare school altijd zei.)

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 46 – Managementboeken


Ik leg soms hele afstanden af met de auto. Meestal luister ik dan naar klassieke muziek. Over het algemeen werkt dat ontspannend voor mij.

Als ik er niet meer van geniet, zet ik Radio 1 op, of een popzender, Radio Fryslân, Radio Noord, Radio Drenthe, en de laatste tijd zelfs wel RadioNL.

Als dat me ook niet bevalt, zet ik de radio ook wel eens uit en besteed ik aandacht aan de omgeving waarin ik rijd.

 

Vroeger luisterde ik op weg naar een tolkopdracht vaak naar de BBC World Service. Ik kwam daardoor alvast in Engelssprekende sferen en stak meteen een boel op van wat er in Engelssprekende Afrikaanse en Aziatische landen gebeurde.


Audio-cd’s
Helaas heeft de BBC haar World Service een paar jaar geleden wegbezuinigd, dus moest ik op zoek naar vervanging. Die vond ik in een audio-cd die ik bestelde op internet: The 8th Habit: From Effectiveness to Greatness, door Stephen R. Covey zelf voorgedragen voor een live publiek.

Dit boek is een vervolg op het bekende The Seven Habits of Highly Effective People, in het Nederlands krom vertaald als ‘De zeven eigenschappen van effectief leiderschap’.  
(Effectief leiderschap heeft geen eigenschappen, effectieve mensen hebben dat wel. En Covey had het over gewoontes van mensen, niet over eigenschappen).

Ik had The Seven Habits eind jaren 90 al gelezen omdat het een favoriet boek was van een directeur van een IT-bedrijf waar ik toen werkte. Later bleek het in het hele bedrijfsleven zeer populair te zijn.

Dat verbaasde me, want Covey is echt iemand die het veel heeft over waarden, principes en integriteit.

Wat ik zelf vooral goed vond aan het boek was dat er zo de nadruk wordt gelegd op het belang van aandacht besteden aan datgene wat belangrijk is, maar niet dringend (kwadrant II).

Eerlijk gezegd vond ik het vervolg, The 8th Habit, niet zo indrukwekkend, maar ik heb wel heel vaak geluisterd naar Covey’s lessen over het belang van het ontwikkelen van visie, discipline, passie en geweten.

Toen ik eind 2016 met mijn auto, inclusief de Stephen R. Covey-cd, in het water terechtkwam, heb ik geen pogingen gedaan de cd te redden. De kans dat hij nog zou werken, was immers klein.
Rust in vrede, Stephen R. Covey.

Nice girls
Meer dan een jaar heb ik daarna in mijn nieuwe auto geen audio-cd gehad en kon ik dus geen teksten meespreken om mijn mond ’s morgens vroeg in de Engelse stand te laten komen.

Pas een paar weken geleden ben ik gaan zoeken naar een nieuwe Engelstalige audio-cd en besloot ik Nice Girls Don’t Get The Corner Office van de Amerikaanse auteur Lois P. Frankel te bestellen.
Misschien wel omdat ik zag dat het een favoriet boek van Eva Jinek is.

Er zitten maar liefst 7 cd’s in het hoesje. Dat komt doordat Lois Frankel in haar boek wel 133 dingen bespreekt die vrouwen op hun werk fout kunnen doen en waardoor ze niet voor vol worden aangezienNaar aanleiding daarvan geeft ze ‘coaching tips’. 

Haar mantra is dat vrouwen ervoor moeten zorgen geen ‘nice girls’ meer te zijn, maar ‘adult women’.

Het lijkt me alleen zo moeilijk om uit die stortvloed van 133 dingen die je fout kunt doen, te destilleren hoe je het dan wél moet doen. In veel gevallen zal de gulden middenweg wel het beste zijn, vermoed ik.

Dat zei mijn vader vroeger altijd.

 

Wat ik storend vind aan de cd is dat de auteur, Lois Frankel, het boek erg snel voorleest. Dat is niet prettig om naar te luisteren.

Het is ook heel anders dan hoe Stephen R. Covey het deed op zijn cd The 8th Habit. Hij klonk meer als een wijze vaderfiguur. Hij vertelde.

 

Toch kan ik me voorstellen dat iemand als Eva Jinek veel aan Frankels adviezen gehad heeft en dat het boek ook voor andere vrouwen nuttig kan zijn – zowel in bedrijven als bij overheidsinstanties.

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 47 – Spelling (2)

 

In mijn vorige blog over de Nederlandse spelling en het gebruik van de ‘d ‘, de ‘t’, en de ‘dt aan het eind van werkwoordsvormen heb ik uitgelegd waarom “Er zijn van die zaken die een gemeente niet behandeld” fout is.

Het tweede citaat dat ik noemde was: “Dit laat overigens onverlet dat moet worden betreurt dat justitie heeft nagelaten … .”.

In dit blog leg ik uit waarom de ‘t’ als laatste letter van ‘betreurthier fout is.

Het wordt wel een beetje technisch.

We hebben hier te maken met ouderwets juridisch taalgebruik, waarbij vaak de lijdende vorm (de passiva) wordt gebruikt.
Er had ook kunnen staan: “Dit doet niets af aan het feit dat ik het betreur dat justitie heeft nagelaten …”. Die laatste zin is een bedrijvende (actieve) zin en daarin hebben we te maken met de eerste persoon enkelvoud: “… ik betreur …”.
Betreur’ noemt men in de grammatica de stam van het werkwoord ‘betreuren.


Ik betreur, jij betreurt, hij betreurt.
Ik betreurde, jij betreurde, hij betreurde.
Ik heb betreurd, jij hebt betreurd, hij heeft betreurd.


‘Betreuren’ is een zwak werkwoord, omdat de klank niet verandert in de verleden tijd en in de voltooide tijd:
betreuren – betreurde(n) – betreurd; spelen – speelde(n) – gespeeld; rusten – rustte(n) – gerust.

De ‘d’ in ‘heb betreurd’ staat daar omdat de verleden tijd van betreuren ‘betreurde(n)’ is en nietbetreurte(n’).


Daarom is betreurt in de voorbeeldzin fout.
Er had moeten staan: “Dit laat overigens onverlet dat moet worden betreurd dat justitie heeft nagelaten … .”.

 

Een andere manier om dat te onthouden is door middel van het woord ’t kofschip (of ’t fokschaap). De klinkers in ’t kofschip en ’t fokschaap doen er niet toe.

De ‘r’ van ‘betreuren’ staat niet in deze twee woorden, net zo min als – bijvoorbeeld - de ‘l’ van het woord ‘spelen’.

Daarom schrijf je: “Het moet worden betreurd “ en ´Er kan worden gespeeld”.

De ‘t‘ van – bijvoorbeeld - het werkwoord ‘berusten’ en de ‘k’ van – bijvoorbeeld - het woord ‘doorpakken’ staan wel in ’t kofschip en ’t fokschaap.

Daarom schrijf je in die gevallen: “Er moet worden berust“ en ´Er moet worden doorgepakt”.

In de verleden tijd van berusten en doorpakken staan ook t’s. Je zegt: “Ik berustte erin” (twee t’s!) en “Hij pakte door”.

Is het zo duidelijk?

 

Maar ja, eigenlijk is het toch nog ingewikkelder!

Hoewel het werkwoord leven met een v geschreven wordt, is de eerste persoon enkelvoud “ik leef”, met een f aan het eind.
Omdat de f voorkomt in ’t kofschip en ’t fokschaap, zou je kunnen redeneren dat het voltooid deelwoord moet eindigen op een t: “Ik heb geleeft”. Maar dat is dus een verkeerde redenering.

Omdat het hele werkwoordleven’ met een ‘v’ geschreven wordt, krijgt het voltooid deelwoord van ‘leven’ niet een t, maar een d. Het is dus: “Ik heb geleefd”.

Andere voorbeelden van (zwakke) werkwoorden waarvoor deze regel geldt zijn ‘reizen’, ‘veinzen’, ‘hoeven’, ‘geloven’ en ‘believen’.

“Ik reisde naar Rome en vandaar ben ik naar Florence gereisd”. “Ik hoefde geen vertrouwen in je te hebben en toch heb ik je geloofd”. “Het heeft Zijne Majesteit beliefd” …, enz.

 

Ik vermoed dat ik het zo goed heb uitgelegd.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog  48 - Poezenverhalen

 

Ik weet dat ik al eerder een blog over poezen heb geschreven, maar ik heb nog meer te vertellen.


Onder het eten
krijg ik van huisgenoot W. vaak hele verhalen te horen en laatst ging het weer over poezen. Over de jongen van Nebukanela bijvoorbeeld: Pim, Pam, Pom en Alexander.

En later Hannibal en Posipal.

Hannibal en Posipal? Was Posipal ook een krijgsheer? Nee, maar het rijmt wel op elkaar.

Jupp Posipal was de rechtsback van het Duitse voetbalelftal dat in 1954 wereldkampioen werd.
Huisgenoot W. was toen 13, speelde bij Achilles in Assen. Hij kan alle spelers van het toenmalige Duitse elftal nog opnoemen. Fritz Walter, onder anderen, de linksbinnen.

En hoe zat het ook weer met Hannibal?

Dat was een generaal die leefde in de derde eeuw voor Christus en oorlog voerde voor Carthago (Tunis). Carthago was een kolonie van Fenicië (nu – ongeveer – Libanon).

Hij was de grote tegenstander van de Romeinen in de Tweede Punische Oorlog en trok met enkele tientallen olifanten de Alpen over. Slechts één olifant overleefde de tocht.

Uiteindelijk pleegde Hannibal zelfmoord, omdat hij niet in handen van de Romeinen wilde vallen.

Moorden
Niet alle poezen van huisgenoot W. hebben zulke heldhaftige namen. De poezen tijdens zijn eerste huwelijk heetten bijvoorbeeld Doortje en Beertje.
Misschien dat het door hun weinig aansprekende namen komt dat ze destijds een ook in het huis levende cavia hebben omgebracht.

Met de moord op een knaagdier hebben mijn kinderen en ik trouwens ook te maken gehad. Voordat we zelf poezen hadden, hadden we een konijn, Pluisje. Ze verbleef ’s zomers in een ren in de tuin en ik meende in mijn onnozelheid dat ze daar veilig was.

Helaas, toen ik op een dag tegen de middag thuiskwam, vond ik haar levenloos in de ren. De poes van een van onze buren had het blijkbaar niet kunnen laten Pluisje op te jagen en uiteindelijk de genadeklap te verkopen.

Toen de kinderen uit school kwamen, moest ik het ze vertellen. Het was een grote schok.

We hebben Pluisje eerbiedig in de tuin begraven.

Ik ben benieuwd of de volgende bewoners van het huis ooit op haar resten zijn gestuit.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 49 - Tolken bij de notaris (3) - hypotheekaktes

 

Over ingewikkeld taalgebruik in notariële aktes heb ik eerder iets geschreven in Tolken bij de notaris (1). Nu las ik in ‘Eigen Huis Magazine’ dat deskundigen van de Universiteit Utrecht (UU) hypotheekakten de meest complexe soort tekst vinden die in Nederland voorkomt.

Niet alleen staan er veel woorden in waarvan een ‘gewone Nederlander’ nog nooit gehoord heeft, zo’n akte staat ook vol met zogenaamde tangconstructies. Bij een tangconstructie propt de schrijver te veel informatie tussen woorden en zinsdelen die eigenlijk bij elkaar horen.

Dat is lastig, want aan het eind van de zin weet de lezer niet meer hoe de zin begon.

Voorbeeld
Een voorbeeld van een heel gebruikelijke clausule in een hypotheekakte met tangconstructies is als volgt:
De Schuldenaar en de Bank komen hierbij overeen dat en verklaren uitdrukkelijk dat bij de overgang van, of vestiging van een beperkt recht op (een deel van) de vordering(en) tot zekerheid waarvan het (de) hypotheekrecht(en) of de pandrechten werden gevestigd, op de verkrijger van de vordering(en), tevens een met (het overgedragen of met een beperkt recht bezwaarde deel van) deze vordering(en) evenredig deel van het (de) hypotheekrecht(en) en de pandrechten zal overgaan of kunnen worden uitgeoefend door die beperkt gerechtigde met uitsluiting van de Bank”.

Maak daar als leek maar eens chocola van.

Deze zin is niet alleen zo ingewikkeld omdat er tangconstructies gebruikt worden, maar ook door alle haakjes die erin staan om de zin juridisch toch vooral helemaal sluitend te maken.

Ook het aantal woorden maakt het begrijpen van de zin heel erg moeilijk. Ik tel bijna 100 woorden.

Daarnaast is er een komma geplaatst die er niet hoort, namelijk tussen “van de vordering(en)” en “tevens”.  Die komma zet de lezer op het verkeerde been.

 

Vereniging Eigen Huis
Een beleidsadviseur van de Vereniging Eigen Huis zegt naar aanleiding van het hierboven genoemde universitaire onderzoek dat “een gemiddelde hypotheekakte zo slecht geschreven (is) dat eigenlijk niemand die begrijpt”.

De onderzoekers hebben hypotheekaktes van 21 geldverstrekkers door een softwareprogramma gehaald. Daaruit bleek dat de hypotheekaktes van alle geldverstrekkers ingewikkeld waren, maar dat bekende banken en maatschappijen als Aegon en ING toch wel de kroon spanden.

Je zou toch zeggen dat geldverstrekkers hun best zouden willen doen om hun klanten – de hypotheekgevers, ook wel hypotheekverleners genoemd – zo veel mogelijk ter wille te zijn en de aktes dus in begrijpelijke taal op te stellen. Maar veel juristen zijn van mening dat er interpretatieverschillen kunnen ontstaan als het taalgebruik in hypotheekaktes eenvoudiger gemaakt wordt.

Zij vinden het belangrijker dat juristen onderling precies begrijpen wat er bedoeld is in een akte.

  1. Veel mensen denken dat de bank of andere geldverstrekker de hypotheekgever is, maar dat is onjuist. De huiseigenaar geeft zijn onroerend goed in onderpand aan de bank en is daarmee de hypotheekgever.

 

Aan de andere kant schijnt de voorzitter van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) gezegd te hebben dat hij zich ervoor schaamt dat hypotheekaktes zo moeilijk leesbaar zijn. Notarissen worden er vaak op aangesproken.

 

Doorbraak
Hoe dan ook, het is een doorbraak dat de Vereniging Eigen Huis nu met geldverstrekkers en de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) om de tafel wil gaan zitten om na te gaan hoe hypotheekaktes begrijpelijker en toch juridisch sluitend in elkaar gezet kunnen worden.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 50 – Zeg kleine ree

 

Terwijl ik op het dakterras als voorbereiding op de volgende winter zooltjes onder oude dikke sokken naai, zet huisgenoot W. in de keuken onze namiddagkoffie en zingt hij “Zeg kleine ree, …”.

Zeg kleine ree, als jij graag springt, zeg pas dan op, pas op, pas op, zodra de jachthoorn klinkt. Zeg, kleine ree, in 't groene woud, er dreigt gevaar, in 't kreupelhout.

“Dat ben jij, die kleine ree”, zegt hij, als hij even later buiten komt met de koffie.
 “Dat had ik al begrepen”, zeg ik.

Toch wel aardig dat hij het zegt, want hij is niet zo lievewoorderig.

 

Liedjes als ´Zeg kleine ree” worden tegenwoordig niet meer gemaakt. Dat was iets voor de vroege jaren 60 (van de vorige eeuw), toen twee Limburgse zusjes megahits in Nederland scoorden met “Zeg kleine ree”, “Twee reebruine ogen” en “De postkoets”.

 

Uitspraak

De zusjes, de Selvera’s, hadden een keurige uitspraak en waren dus duidelijk door een logopedist onderricht. Ze hadden zelfs geen zachte g. Kom daar nu nog maar eens om (https://www.youtube.com/watch?v=6OMYm3osQjg)

Als er al in het Nederlands gezongen wordt, wordt er over het algemeen niet om gemaald of de uitspraak ‘ABN’ is.

Hoewel: in die tijd waren er natuurlijk ook wel liedjes die met een accent gezongen werden, zoals “Me wiegie was een stijfselkissie” van Rika Jansen en “Twee motten” (https://www.youtube.com/watch?v=1IVhDtiKRyo) van Dorus (Tom Manders).

 

Wij vonden het in die tijd helemaal niet raar dat de geliefden in liedjes ‘vereend’ waren, dat zij “hun blikken richtten”, dat de verloofde “van betrekking veranderde” en dat “hij het dorst te wagen haar hand te vragen”. Ook waren de meisjes van toen nog maar 18 lentes jong.

In “De postkoets” ging het om een diligence en een postiljon. Wie weet nu nog wat dat zijn?

 

Ankijken

De Selvera’s hadden duidelijk iets met bossen en jagers. Twee van hun bekendste liedjes waren “Twee reebruine ogen” en “Zeg kleine ree”, waarbij zowel meisjes als reeën reebruine ogen konden hebben. Een van de twee Selvera’s had zelf bruine ogen (en donker haar), de andere had blauwe ogen (en was blond).

Opvallend was ook dat de reebruine ogen de jager ankeken.

“An” dus, geen “aan”. Zou Pim Fortuyn vaak naar dat liedje geluisterd hebben? Met zijn “Ik heb d'r zin an”, wat hij zei toen hij lijsttrekker van Leefbaar Nederland werd in 2001? Zou zomaar kunnen.

 

Ikzelf heb altijd ergens zin in. Vooral in de lente.

 

Reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

 

Blog 51  - De Matthäus-Passion vertaald?

 

Op Goede Vrijdag 30 maart 2018 werd de Mattheuspassie – Matthäus-Passion – van Bach van begin tot eind op de televisie uitgezonden – door de NTR. Ik heb er het grootste deel van gezien en gehoord.

Onderaan het scherm stond een soort vertaling van de Duitse tekst, maar het viel me op dat die vertaling er niet bepaald professioneel uitzag. Het leek of er een amateur aan het werk was geweest.

In ieder geval had men het blijkbaar niet de moeite waard gevonden om de Nederlandse tekst te laten overeenkomen met de maat van de muziek.

 

Ik vond het erg armetierig. Men had zelfs geen gebruik gemaakt van allang bestaande vertalingen voor sommige koralen, zoals  O Haupt voll Blut und Wunden. Daardoor rijmden de regels van die koralen niet op elkaar.

Zouden ze bij de NTR zo weinig van religie en kerk weten dat niemand daar op de hoogte was van gezang 183 uit het Liedboek voor de Kerken?

 

De Duitse tekst luidt:

O Haupt voll Blut und Wunden,

voll Schmerz und voller Hohn,

o Haupt, zum Spott gebunden

mit einer Dornenkron',

o Haupt, sonst schön gezieret

mit höchster Ehr' und Zier,

jetzt aber höchst schimpfieret:

gegrüßet sei'st du mir!

 

Du edles Angesichte,

dafür sonst schrickt und scheut

das große Weltgewichte,

wie bist du so bespeit!

wie bist du so erbleichet!

wer hat dein Augenlicht,

dem sonst kein Licht nicht gleichet,

so schändlich zugericht'?

 

De Nederlandse vertaling in het Liedboek voor de Kerken is als volgt:

O, hoofd vol bloed en wonden,
bedekt met smaad en hoon
o, hoofd zo wreed geschonden,
Uw kroon een doornenkroon.
O, hoofd eens schoon en heerlijk,
en stralend als de dag,
hoe lijdt gij nu zo deerlijk
ik groet U vol ontzag.

O, hoofd zo hoog verheven,
o, goddelijk gelaat,
waar werelden voor beven
hoe bitter is uw smaad.
Gij, eens in ’t licht gedragen
door engelen omstuwd,
wie heeft U zo geslagen
gelasterd en bespuwd?

 

Deze vertaalde zinnen passen tenminste bij de muziek van Bach.

 

Ik heb niet steeds naar de Nederlandse tekst gekeken, juist omdat ik me er zo aan ergerde, maar geef nog een paar voorbeelden van deze schertsvertaling. Ik zag bijvoorbeeld staan:

- “Wij gaan zitten in tranen” (Wir setzen uns mit Tränen)

- „Heel tevreden vallen de ogen in slaap” .
Deze belachelijke tekst werd gepresenteerd als vertaling van de allerlaatste Duitse zin in de Matthäus Passion:  Höchst vergnügt schlummern da die Augen ein (schlummern = sluimeren, dutten).

 

Leeuwarden Culturele Hoofdstad

Dan heeft men het in Friesland een stuk beter gedaan. In het kader van Leeuwarden Culturele Hoofdstad van Europa is de hele Matthäus Passion van het Duits in het Fries vertaald door een professioneel vertaler, Peter Sybenga. Daarbij is er ook heel goed op gelet dat de tekst bij de muzieknoten past.

De Friestalige Matthäus Passion is in de tijd voor Pasen verschillende malen door het Noord-Nederlands Orkest uitgevoerd. Ongetwijfeld zal dat in de komende jaren weer gebeuren.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

------------------------------------------

 

Blog 52 - Hulpverlening

 

Vroeger dacht ik dat het het beste was een beroep te kiezen waarbij je “mensen kunt helpen”. Daarom heb ik ook de Sociale Academie gedaan. Ik was alleen niet zo geschikt als maatschappelijk werkster – ik was wel goed in diagnose en analyse, maar wist niet zo goed hoe het dan verder moest.

Ondertussen ging mijn eigen leven niet van een leien dakje. Ik was vaak heel gespannen. Ik heb baat gehad bij meditatie en bij affirmaties, zoals “Ik houd van mezelf en ik accepteer mezelf precies zoals ik ben”, “Alles is goed in mijn wereld”, “Alles wat ik nodig heb komt vanzelf naar me toe” e.d.

Die affirmaties ben ik gaan toepassen na lezing van het boek van Louise Hay “Je kunt je leven helen”.

 

Er wordt vaak de spot gedreven met dingen als meditatie, affirmaties en mindfulness, maar je wilt niet weten hoeveel mensen ongelukkig zijn en hoeveel antidepressiva er door de Nederlandse bevolking geslikt wordt. Zelf heb ik gelukkig nooit antidepressiva hoeven slikken en ik heb mijn ongeluk ook niet weggestopt achter nicotine, cocaïne en drank.

Ik denk dat therapieën als meditatie en het gebruik van affirmaties ervoor kunnen zorgen dat de bedrading in je hoofd anders wordt, zodat je weer ‘normaal’ kunt leven, zonder dat wanhopige gevoel in je lichaam of die stress.

 

Bekende mensen

Pasgeleden ben ik naar een lezing geweest met Marian Mudder. Een actrice die vooral bekend is van haar tv-rollen in Baantjer, Flikken Maastricht, Vrouwenvleugel enzovoorts. Een knappe vrouw met een fotomodellenuiterlijk. Je kunt je haast niet voorstellen dat zo iemand depressief, onzeker en angstig is, zonder duidelijke aanleiding.

Ze heeft een boek geschreven over de 25 jaar dat ze allerlei (reguliere en alternatieve) therapieën heeft gehad – Sofasessies – waarin ze beschrijft dat de meeste therapieën nutteloos voor haar bleken te zijn.

 

http://www.marianmudder.nl/nieuwe-pagina

 

Uiteindelijk heeft ze baat gevonden bij EFT (Energetic Freedom Therapy) en mindfulness.


Achteraf gezien had ze zich, zoals ze zei, vele jaren geleden niet moeten laten overhalen met mediteren te stoppen, omdat op de juiste manier mediteren dezelfde uitwerking heeft als mindfulness.

Toevallig las ik ook een artikel in de krant over een bekende dj, Stephan Bouwman, die in zijn radioprogramma openlijk verteld heeft dat hij depressief is. “Ik heb een stemmetje in mijn hoofd en dat is soms heel hard. Als ik in de spiegel kijk, dan zegt hij hoe lelijk ik ben. En als ik iets doe, dan vindt hij dat heel slecht.”

 

Nieuwe behandelmethoden

Het is vaak moeilijk voor depressieve mensen om over hun constante rotgevoel te praten, omdat er vaak geen duidelijke oorzaak is aan te wijzen. Hulpverleners hebben vaak de neiging (gehad) de oorzaak van alle psychische problemen in de jeugd van hun cliënt te zoeken – ongetwijfeld onder invloed van meneer Sigmund Freud - maar langzamerhand komen er gelukkig betere behandelingsmethoden ‘op de markt’.

 

Een jongen, later man, uit mijn omgeving was van jongs af aan moeilijker dan andere kinderen. Hij wilde heel vaak niet naar school – het was een drama. Hij haalde de havo nog, maar op het hbo werden zijn psychische moeilijkheden hem de baas. Zijn ouders hadden steeds de hoop dat zijn situatie beter zou worden, maar die hoop vervloog elke keer maar weer. Werk dat hij had, kon hij nooit houden. Altijd was er weer een terugval.

Deze man heeft veel hulpverleners gehad, maar de meeste “hulp” haalde niets uit. Het vertrouwen van de mensen in zijn omgeving in hulpverleners, dat toch al niet zo groot was, daalde naar nul.

 

EMDR

Uiteindelijk bleek EMDR (Eye Movement Desensitisation and Reprocessing) een goede uitwerking te hebben. Ik hoor ook van anderen veel goede verhalen over EMDR.

Deze therapie is, denk ik - net als EFT (zie Marian Mudder) en affirmaties - ook weer een kwestie van een herbedrading in je hoofd.

 

Helaas is de relatie van de man net in deze hoopvolle periode uitgeraakt.

Als hij desondanks niet in het verdriet en de krenking van deze klap vast blijft zitten, is wat mij betreft de effectiviteit van EMDR aangetoond.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

------------------------------------------

 

Blog 53 – Spelling (3)

 

In de vorige twee blogs over de Nederlandse spelling -- Spelling (1) en Spelling (2)-- en het gebruik van de ‘d ‘, de ‘t’, en de ‘dt aan het eind van werkwoordsvormen (blog 43 en 47) heb ik uitgelegd waarom “Er zijn van die zaken die een gemeente niet behandeld” en “Dit laat overigens onverlet dat moet worden betreurt dat justitie heeft nagelaten … .” fout zijn.

 

Het moet zijn:
Er zijn van die zaken die een gemeente niet behandelt” en “Dit laat overigens onverlet dat moet worden betreurd dat justitie heeft nagelaten … .”

Vind je dit allemaal maar oninteressant en kan het je niet schelen of je een d, een t of dt schrijft? Want het klinkt toch allemaal hetzelfde?

Dat is wel zo, maar de spelling bepaalt wel vaak de betekenis van wat we met taal willen overbrengen. En ik vind het belangrijk om onze taal in goede staat te houden. Als je slordig met taal omgaat, geef je er niet om. Net als je niet om een persoon geeft als je er slordig mee omgaat!


Daarom nog één voorbeeld.

Dat is het in “Spelling (1)” gegeven derde voorbeeld:
Hoewel de school aandacht heeft besteedt aan … … model …, … .

Waarom is de dt in ‘heeft besteedtfout?

Nou, om de reden die ik in ‘Spelling (2)’ ook besproken heb.

 

’t kofschip (of ’t fokschaap)

Net als ‘betreuren’ is het werkwoord ‘besteden’ een zwak werkwoord. Er is geen verschil in klank tussen de tegenwoordige tijd, de verleden tijd en de voltooide tijd.

“Ik betreur, ik betreurde, ik heb betreurd”. “Ik besteed, ik besteedde, ik heb besteed”.

In de voltooide tijd (heb/hebt/heeft/hebben+ voltooid deelwoord) komt aan het eind van het voltooid deelwoord bij deze zwakke werkwoorden ofwel een ‘t’ (bij werkwoorden waarvan de medeklinker vóór de uitgang -en een van de medeklinkers is in het woord ’t fokschaap, zoals “Ik heb een koekje gepakt”) ofwel  een ‘d’ (bij werkwoorden waarvan de medeklinker vóór de uitgang -en niet in het woord ’t fokschaap voorkomt).

Een voorbeeld van het laatste is “Ik heb op zijn vraag gereageerd”. De ‘r’ staat niet in ’t fokschaap.

 

Hele werkwoorden met een ‘d’ of een ‘t’ voor de uitgang -en zijn daar geen uitzondering op.  

Voorbeelden: besteden, antwoorden, kneden, leiden, of letten, zetten, uiten, kitten, vatten.

 

Dus:

- “De school heeft aandacht aan model X besteed” -- besteden

Of een ander voorbeeld uit een omroepgids:
 - “In de periode tussen de laatste Amerikaanse tour van de Beatles in 1966 en de dood van John Lennon in 1989 gaf John Lennon maar één concert in Amerika, …  begeleid (niet: begeleidt) door zijn vrouw Yoko Ono en haar band de Plastic Ono Elephant’s Memory Band” -- begeleiden

- “Ik heb je vraag beantwoord” -- beantwoorden

- “Het vuur heeft gebrand” -- branden

 

En:

- “Ze hebben die meisjes uitgebuit” – uitbuiten

- “Hij heeft op mij gelet” –letten

- “Jij hebt dat verkeerd opgevat” -- opvatten

 

De laatste letters van een voltooid deelwoord zijn dus nooit een combinatie van de letter ‘d’ en de letter ‘t’.

 

Conclusie:
Een voltooid deelwoord eindigt nooit op ‘dt’.

 

Derde persoon enkelvoud is anders
In de derde persoon enkelvoud (hij/zij/het) van de tegenwoordige tijd ligt het natuurlijk anders! Daar kan een werkwoordsvorm wel aan het eind een dt krijgen, omdat de werkwoordsvorm in de derde persoon enkelvoud altijd een t krijgt (behalve bij sommige onregelmatige werkwoorden).

Voorbeelden:
Hij besteedt veel tijd aan gamen, zij antwoordt altijd met ‘ja’ of ‘nee’, zij duldt zijn gedrag niet langer, hij bereidt altijd het eten, het varken bloedt als een rund en het gebouw brandt helemaal uit.

Conclusie:
Het werkwoord in de derde persoon enkelvoud kan wel op een ‘dt’ eindigen.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

------------------------------------------

 

Blog 54 - Verborgen verleden


De wereld van mijn voorouders is grotendeels een grijs gebied voor mij.

Wat ik weet is dat voorouders van mijn opa van moederskant in de zeventiende en achttiende eeuw in de buurt van Hardenberg woonden en dat in die lijn al de naam Elsje(n) voorkwam.

Net als bij de voorouders van mijn oma van moederskant trouwens. Er kwamen nogal wat veehandelaren en bakkers in die familie voor, maar verder weet ik weinig van haar stamboom.


De voorouders van mijn vaders vader woonden een paar eeuwen geleden in wat toen Ambt-Ommen heette, bij de rivier de Regge. Ze hadden daar een ‘erve’ in de ‘marke’ Giethmen (eerder Gietman of Gietmen; uitspraak: Geethem) en heetten toen ook wel Welmerink, Wermerinck, Wermerink, Warmink, Warmerinck of Warmerink.


Van 1789 tot 1863 waren drie generaties Warmelink onderwijzers – schoolmeesters - in Giethmen. De familie kreeg dan ook de bijnaam ‘Meister’. Mijn opa werd ‘Meisters Hendrik’ of ‘Meisters Henduk’ genoemd en mijn vader was ‘Meisters Gait’.

In dit deel van het land hadden families vaak onofficiële namen die niet in de registers waren ingeschreven.

(Meestal werd er halve dagen les gegeven en ’s zomers moesten de oudste leerlingen meehelpen op de boerderij of op het land.
Tot 1801 was het onderwijs in Nederland nog geen staatsaangelegenheid. )

 

Van mijn oma aan vaderszijde heb ik een stamboom tot aan ongeveer het midden van de 18de eeuw. Ook mijn voorouders in deze lijn woonden in Ambt-Ommen en omgeving.
Het enige wat ik verder van haar familie weet, is dat zowel haar vader als haar moeder aan tbc zijn overleden.

 

Gewone mensen
Het lijkt er dus op dat mijn voorouders altijd gewone mensen zijn geweest die allemaal in Noord-Overijssel woonden.


Toch kan schijn bedriegen. Als je, zoals ik, regelmatig geboeid naar het tv-programma ‘Verborgen Verleden’ kijkt, weet je dat.

 

De cabaretier Richard Groenendijk dacht ook dat zijn voorouders wel altijd in de streek gewoond zouden hebben waar hij is opgegroeid – Goeree-Overflakkee.


Maar de redactie van het programma graaft heel diep. Het blijkt dat hij via een van zijn verre voormoeders toch maar mooi afstamt van de graven van Henegouwen, Holland en Zeeland. https://www.npo.nl/verborgen-verleden/09-02-2018/VPWON_1280992

 

Het kan nog spectaculairder!

Advocaat Gerard Spong blijkt af te stammen van koning Karel II van Engeland – via een bastaard, dat wel. De uitzending over zijn stamboom is op internet niet meer te bekijken -- waarom weet ik niet!

 

Zangeres Wende Snijders heeft de graven van Vlaanderen en de Franse koningen Karel de Kale en Lodewijk de Vrome als voorouders. https://www.npo.nl/verborgen-verleden/28-10-2017/VPWON_1263902

 

Cabaretier Jochem Myjer stamt via de Oranjes, Duitse en Oostenrijkse prinsen en prinsessen af van een Byzantijnse keizer.

https://www.npo.nl/verborgen-verleden/13-02-2016/VPWON_1243287

 

Sowieso lopen er, schat ik, bij 75% van de bekende Nederlanders die tot nu toe aan ‘Verborgen Verleden’ hebben meegedaan lijntjes naar voorouders in het buitenland -- vaak Schotland, België, Duitsland, Frankrijk, Portugal, Spanje, Italië, Marokko en natuurlijk Suriname, het Caribisch gebied en Indonesië.

 

Het zou dus zomaar kunnen dat dat bij mij ook het geval is.

Alleen is het niet erg waarschijnlijk dat de programmamakers mij uitnodigen om mee te doen aan ‘Verborgen Verleden’ :-)

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

------------------------------------------

 

Blog 55 - Maatschappelijke veranderingen – vertalers en GMO

 

Vertalers  komen meer dan vele anderen in aanraking met veranderingen in de maatschappij, simpelweg doordat ze teksten daarover vertalen.

 

Neem bijvoorbeeld:

  • genetisch gemodificeerde organismen (ggo of GMO) – ook wel genetisch gemanipuleerde organismen genoemd
  • alternatieve juridische samenlevingsvormen, zoals geregistreerde partnerschappen of samenlevingsovereenkomsten
  • mensenhandel
  • nieuwe uitvindingen
  • de uitbreiding van de EU
  • de opkomst van het neoliberalisme
  • of juist de roep om protectionisme.

 

Toen ik in 1999/2000 de MBA-opleiding milieuconsulent volgde, was het verschijnsel GMO nog maar een paar jaar bekend. Er was grote huiver om de verbouw van GMO-gewassen toe te staan.

Genetische modificatie is namelijk het veranderen van de erfelijke eigenschappen van een plant/dier/micro-organisme door genen toe te voegen. Op die manier kan het gedrag van die plant c.q. dat organisme permanent veranderd worden.

 

Dat kan veel voordelen hebben, maar er zijn ook nadelen.

 

Voordelen zijn, bijvoorbeeld, het resistent maken van gewassen tegen ziektes, droogte of kou, of het verkorten van de groeitijd van vissen. Dit zijn economische voordelen.

Door middel van GMO kunnen ook op grote schaal medicijnen geproduceerd worden, zoals insuline. Dat is voor suikerziektepatiënten natuurlijk gunstig.

In 2000 werd een genetisch gemodificeerde rijst ontwikkeld die zelf vitamine A kan produceren (‘gouden rijst’).

In de toekomst zullen genetici erfelijke ziektes in embryo’s kunnen behandelen en kunnen erfelijke ziektes dus uitgebannen worden.

 

Een nadeel van GMO dat vaak genoemd wordt is de verspreiding van stuifmeel van genetisch gemodificeerde gewassen naar naburige landbouwgronden, waardoor die akkers, of spontaan opkomende plantensoorten, ‘genetisch vervuild’ worden. Onwillekeurige verspreiding zou ook nadelig en zelfs dodelijk kunnen zijn voor insecten in de omgeving van de GMO-velden.

Een ander nadeel van GMO-experimenten is dat ze veel proefdieren het leven kosten.


Daarnaast roepen, of riepen, ze veel discussie op tussen voor- en tegenstanders omdat veel mensen vinden dat de mens niet voor God mag spelen. Waar is het einde? Wie bepaalt wat ‘normaal’ is? En zijn de langetermijneffecten wel voldoende bestudeerd?

 

Professionele bemoeienis

Hoewel ik tegenwoordig alleen via vertaalwerk met ‘genetic engineering’ (GMO) in aanraking kom, heb ik er jaren geleden ook op een andere manier mee te maken gehad.

 

In 1999 voerde een groepje studenten van het Cartesius Instituut van de Universiteit Twente (MBA-opleiding milieuconsulent) een kort onderzoek uit bij een bekende meelfabriek. Ik hield mijzelf in die groep voornamelijk bezig met het onderdeel ‘bestuurlijk-juridische analyse’ en lichtte tijdens het eindgesprek de ontwikkelingen rondom genetische modificatie van gewassen, dus ook die van tarwe, toe. De productiemanager was geïnteresseerd.

 

Nadat ik de MBA-opleiding had afgerond, vertelde het hoofd van de opleiding mij dat de productiemanager van het bedrijf mij graag als KAM-coördinator zou willen hebben (KAM = kwaliteit, arbo en milieu). Als ik daarop ingegaan was, was ik nu misschien al jaren KAM-manager geweest. Maar ik durfde  niet! Stel je voor: de voormalige bijstandsmoeder die manager wordt.

In plaats daarvan ben ik doorgegaan met mijn vertaalwerk – lekker veilig aan mijn eigen bureau in mijn eigen werkkamertje.

 

Zeker weten kun je zoiets nooit, maar ik denk niet dat ik de verkeerde keuze gemaakt heb.

Overigens is de teelt van genetisch gemodificeerde tarwe nog steeds niet goedgekeurd, heb ik begrepen.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

-----------------------------------------

 

 

Blog 56 – Verschillen in temperament

 

Ik kan nogal opvliegend zijn. Huisgenoot W. daarentegen reageert meestal kalm en vaak met humor.

 

Vanmorgen bijvoorbeeld, toen we koffie dronken, reageerde ik heftig toen hij meende te moeten opmerken dat de potgrond die hij vandaag voor mij zou kopen, wel een dagje kon wachten.

Dan val ik uit en zeg zoiets als: “Néé. Vandaag heb ik niet zoveel te doen en daarom wil ik vandáág die begoniastekjes oppotten!”

Toen zei hij: “Zeg Dobo, dat kan ook wel een stukje minder heftig. Je kunt ook zeggen: Hé, knulleke lulleke, heb jij er wel aan gedacht dat ik vandaag graag wat huishoudelijke karweitjes wil doen? Daarvoor heb ik potgrond nodig”.”

 

Ja, natuurlijk heeft hij gelijk, maar bij  mij is het eruit voor ik heb nagedacht.
(In een voor mij vertrouwde omgeving dan; tegen betrekkelijk vreemden reageer ik niet zo).


Huisgenoot W.’s humor en uiterlijk laconieke optreden nemen mensen voor hem in. Dat is een groot voordeel.

Ik heb duidelijk meer temperament dan hij. Ik ben veel actiever en emotioneler.

 

Kubus van Heymans
Toen ik vroeger op de hbo maatschappelijk werk zat, kregen we natuurlijk ook psychologie, psychopathologie e.d. Ik kan me uit het eerste jaar herinneren dat we een keer een test kregen over de karaktereigenschappen activiteit, emotionaliteit en secundair dan wel primair reageren. Uit het wel of weinig of niet bezitten van die eigenschappen kon dan het type mens bepaald worden.

 

Op internet zie ik nu dat het moet zijn gegaan over het indelingssysteem van Gerard Heymans – de kubus van Heymans (opgeslagen in Afbeeldingen). Als je de drie dimensies actief, emotioneel en primair/secundair in een kubus zet, krijg je acht types op de hoeken:

  • amorf: niet-actief, niet-emotioneel en primair functionerend
  • sanguïnicus: actief, niet-emotioneel en primair functionerend
  • nerveus: niet-actief, emotioneel en primair functionerend
  • cholericus: actief, emotioneel en primair functionerend     
  • apaticus: niet-actief, niet-emotioneel en secundair functionerend
  • flegmaticus: actief, niet-emotioneel en secundair functionerend
  • sentimenteel: niet-actief, emotioneel en secundair functionerend
  • gepassioneerd: actief, emotioneel en secundair functionerend.

 

Zie https://www.google.com/search?q=%22Kubus+van+Heymans%22&client=firefox-b-ab&tbm=isch&tbo=u&source=univ&sa=X&ved=0ahUKEwiO6Kyw7rfbAhVQM-wKHcVbBWcQsAQINQ&biw=1088&bih=732

 

Er zijn trouwens geen zuiver amorfe of zuiver apathische mensen.

 

Als ik mezelf moet typeren, ben ik zowel actief als nogal emotioneel en reageer ik soms primair en soms secundair. Volgens de indeling zit ik daarmee tussen een cholericus en een gepassioneerd type  in. Huisgenoot W. kan ik plaatsen tussen sentimenteel en flegmatisch.

In onze relatie heeft dat voordelen, maar het kan ook wrijving veroorzaken.

 

En over type/temperament gesproken: kijk ook nog even naar mijn blog over de honderdduizend honden die de honderdduizend katten achternazaten, en naar de verschillende reactie van mijn drie zoons daarop (blog nr. 58).

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

--------------------------------------------

 

Blog 57 - Rugby

 

Mijn kleinzoon Adam zit op rugby. Veel jongetjes worden zo’n beetje met een bal aan hun voet geboren, maar bij Adam was dat zeker niet het geval. Voor voetbal heeft hij nooit enige belangstelling getoond.

 

Ook clubs in de kunstzinnige hoek waren niet echt aan hem besteed.

Toen hij nog een stuk jonger was dan nu, gaf Adam in de klas wel eens blijk van belangstelling voor muziek, vioolspelen en dergelijke. Daarom is hij toen nog een blauwe maandag op ‘Algemene Muzikale Vorming’ geweest. Alleen was dat niet wat hij zich ervan had voorgesteld.

Een muzikale loopbaan voor mijn kleinkind kon ik dus wel vergeten.

 

Daarna dachten we dat hij – net als zijn ooms en vader – misschien belangstelling voor taekwondo zou hebben. Hij is dus, toen hij een jaar of tien was, een tijdje lid van een taekwondoclub geweest. Opa en oma brachten hem er iedere woensdagmiddag plichtsgetrouw heen.

Helaas was het geen groot succes. De leraar vond hem te speels, geloof ik. En oma vond de leraar maar een hork.

 

Hij bleek wel hard te kunnen lopen, dus ondergetekende – oma –  drong er zo nu en dan bij hem en zijn ouders op aan om zich bij een atletiekclub aan te melden. Maar zoals dat gaat als de motivatie ontbreekt: er gebeurde niets.

 

Wat een verrassing toen hij vorig jaar zelf aangaf dat hij op rugby wilde. Dat is niet iets waar je als ouder of grootouder in Nederland meteen aan denkt. Rugby is immers maar een kleine sport in ons land.

Waar en hoe Adam over rugby gehoord heeft, weet ik niet, maar dit blijkt voor hem de perfecte sport te zijn. Zijn hardlooptalenten kan hij er prima in kwijt en natuurlijk is hij tegenwoordig op zijn kamer druk bezig met gewichten om in deze nogal ruige sport zo goed mogelijk te kunnen functioneren. Rugby is echt een contactsport.

Iedere speler heeft daarom een bitje in zijn mond om zijn gebit te beschermen.

 

Er schijnen twee soorten rugby te zijn, met verschillende spelregels, namelijk Rugby League en Rugby Union. Als ik het goed heb begrepen, houdt men zich in Nederland aan Rugby Union. Van de verschillen tussen de twee spelvormen ben ik (nog) niet op de hoogte, maar ik weet wel iets van bepaalde aspecten van het rugbyspel.

 

Een try is de belangrijkste manier om punten te behalen. Een try wordt gemaakt door de bal gecontroleerd en in één beweging neer te drukken in het gebied achter de palen van de tegenstander (het trygebied). Een try levert 5 punten op (bij Rugby Union).

 

Nadat een try gescoord is, mag een speler van de scorende partij een zg. conversie nemen. Dit levert ook nog eens twee punten op. Een conversie nemen betekent dat een speler mag proberen de eivormige (ovalen) bal tussen de twee palen en boven de dwarslat van het doel te schoppen.

Omdat één ‘doelpunt’ al 7 punten kan opleveren, is het wel duidelijk dat rugbyteams soms met hoge scores kunnen verliezen of winnen. Laatst hoorde ik dat Adams team met 73-0 gewonnen had van een ander team.

 

Het is ook mogelijk een dropgoal (of dropkick) te scoren, maar dat heb ik nog nooit gezien. Een speler scoort een dropgoal als hij/zij de bal eerst uit de handen op de grond laat stuiteren en dan door de palen schiet.

 

Op https://www.youtube.com/watch?v=g2Q8O4qKc7A en https://rugbyregels.nl/node/1 en staat een duidelijke uitleg van allerlei facetten van het rugbyspel.

 

Bekijk die video’s als je meer wilt weten van de begrippen die ik al wel en nog niet genoemd heb, zoals spin pass, vrije trap (penalty kick), scrum, scrumhalf, line-out, maul, ruck, buitenspel (offside), gain line, tackelen , voorwaartsen, driekwarten, nummer 8 en het poortje (het klappen voor je tegenstanders en de scheidsrechter na afloop van de wedstrijd).

 

De rugbysport schijnt in 1823 uitgevonden te zijn op de Rugby School – een kostschool – in de stad Rugby in het graafschap Warwickshire (in de West Midlands) in Engeland.

 

Latere leerlingen van die school waren onder anderen de schrijver Salman Rushdie
(https://www.newyorker.com/magazine/1995/12/25/the-first-life-of-salman-rushdie)
en Neville Chamberlain (premier van het Verenigd Koninkrijk van 1937 tot 1940)
(https://www.biography.com/people/neville-chamberlain-9243721).

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

--------------------------------------------

 

Blog 58 – 100.000 katten en 100.000 honden – politiek

 

Toen mijn kinderen 7, 8 en 10 waren, vertelde de 7-jarige Louis een keer dat hij gedroomd had van honderdduizend honden die honderdduizend katten achternazaten.

Hij vertelde ook dat hij een goede oplossing voor het probleem had: als je de honden aanhaalt en aait en lief voor ze bent, vergeten ze de katten en merken ze niet dat die ervandoor gaan.

 

De 8-jarige Dolf vond dat maar onzin. Hij zou de honden gewoon doodschieten.
(Wij hadden zelf katten, met honden hadden we niet zoveel).

 

De oudste, Nelson, had nog een andere oplossing. Hij dacht dat de honden niet meer bij de katten zouden kunnen komen als je een heel grote muur uit de hemel zou laten neerdalen tussen de honden en de katten in.

Mijn kinderen zaten op een christelijke school en Nelson had al veel Bijbelverhalen gehoord. Daardoor kwam hij waarschijnlijk op dat idee. Er zijn genoeg verhalen in de Bijbel waarin iets of iemand uit de hemel neerdaalt: een ladder (de ladder van Jacob), vuur (Elia), of een engel bijvoorbeeld (het graf van Jezus).

 

In ieder geval was het hier een kwestie van drie zielen, drie gedachten. Verschillende typen, verschillende temperamenten.

 

Politiek
Toen mijn kinderen en ik dit gesprek hadden, was de Berlijnse muur (https://nos.nl/video/264010-de-bouw-van-de-berlijnse-muur.html) nog niet afgebroken en was er nog totaal geen sprake van een muur tussen de VS en Mexico.

 

De Berlijnse muur was opgetrokken om mensen in Oost-Berlijn te beletten naar de andere kant te komen en de door president Trump gewenste muur op de grens met Mexico - en het hek bij de grens van Hongarije en Servië (https://www.ad.nl/buitenland/hongarije-heeft-nu-ook-tweede-grenshek-br~ab65ad04/) en Hongarije en Kroatië – is bedoeld om immigranten tegen te houden.

In geen van die gevallen is er over het algemeen sprake van wezens die andere wezens iets willen aandoen.

 

Een muur de oplossing?
Een muur kun je wel langs de grens van een grondgebied neerzetten, maar niet tussen strijdende partijen die door elkaar heen wonen. Een muur is daarom meestal niet de oplossing.

 

En doodschieten: ja, dat gebeurt ook op de wereld. Maar het zijn vaak niet de agressors die doodgeschoten worden. Het zijn meestal de mensen die in opstand komen tegen hun achtervolgers.

Machthebbers, hoe agressief ook, worden over het algemeen met rust gelaten. Er zijn altijd belangen die belangrijker worden gevonden dan de wandaden van de machthebbers. In het geval van de wereldpolitiek: geopolitieke belangen.

 

Dan blijft over: aanhalen en lief zijn. En ja, dat zou best vaak kunnen helpen. De meeste mensen willen graag goed behandeld worden. Ze willen dat er van ze gehouden wordt.

De oplossing van Louis doet me denken aan het middel van de diplomatie in internationale betrekkingen, of humor bij de opvoeding.

 

Dromen
Ik wou dat ik alle uitspraken van mijn kinderen opgeschreven had. Of alle dromen die ik zelf gehad heb.

Bijvoorbeeld de terugkerende droom dat ik met mijn drie kleine kinderen in mijn kielzog van de ene trein op de andere moest overstappen en dat er zoveel vertragende omstandigheden waren dat we de tweede trein steeds maar niet haalden.

 

Maar dat is iets voor een volgende keer.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

--------------------------------------------

 

Blog 59 - Vakantiegevoel

 

Het leven kan zo prettig eenvoudig zijn. 

 

Eten

April 2018.

Aan het begin van de avond zaten huisgenoot W. en ik aan tafel om te eten. Buiten was het niet erg warm, maar binnen merkte je daar niets van. De zon scheen nog door de ramen.

Op de computer hadden we YouTube aan laten staan en door de liedjes die we hoorden was het net of we met vakantie waren in een Zuid-Europees land en op een terras aan het eten waren.


Vakantiegevoel!

 

Zoals gewoonlijk aten we eenvoudig. Wortelsalade met vis. De wortelsalade was gemaakt van geraspte winterwortels, geraspte appels, (niet al te veel) stukjes gekookte aardappel, mayonaise en (niet te veel) tonijn uit een blikje.

De aardappelen en de tonijn zorgden ervoor dat de salade niet te scherp en te zuur was. De vis was voorgebakken gekocht en hadden we alleen nog maar 10 tot 12 minuten in de oven hoeven te zetten.

Eigenlijk zou daar witte wijn bij gehoord hebben, maar die hadden we niet in huis en daarom dronken we rode wijn.
Die smaakte er ook prima bij.

 

YouTube

We luisterden naar YouTube. Benny Neyman zong: Waarom fluister ik jouw naam nog? (https://www.youtube.com/watch?v=ghpataf4QE4)


En daarna Sieneke: Donkere dagen, eenzame nachten. (“Geef me één goede reden, meer vraag ik niet van jou”): https://www.youtube.com/watch?v=VWQeWuxub50.


Toen kwam Will Tura met zijn melodieuze stem. Blauw, zo hemelsblauw in gouden zonneschijn; blauw vakantieblauw, het kan niet mooier zijn: https://www.youtube.com/watch?v=Hf2tZ66tMX4


Als klap op de vuurpijl kregen we het echt Zuid-Europese geluid te horen van Nana Mouskouri.

Eerst zong ze  I have a dream, A song to sing, to help me cope with anything (van Abba), maar zoals zij het zong klonk het veel mooier (naar mijn smaak dan). https://www.youtube.com/watch?v=Z2SmTKs_Krs


Toen het liedje dat we kennen als Weisse Rosen aus Athen. Heerlijk romantisch vertolkt in het Duits, Grieks, Frans en Engels, met prachtige begeleidende instrumenten.

Om bij weg te zwijmelen. In het Grieks (Σαν σφυρίξεις τρεις φορές) een veel beter liedje dan in het Duits.
https://www.youtube.com/watch?v=2Z6WZHgImsA

En ten slotte The Power of Love, ook door Nana Mouskouri. https://www.youtube.com/watch?v=vvegBPDWOJw

 

Back to normal

Maar de volgende artiest die aan de beurt was, was ons net iets te pathetisch. De piepjonge Peter Maffay uit 1970 met zijn Du, du bist alles was ich habe auf der Welt, du fühlst genau so wie Ich, Ich lass dich niemals im Stich etc. Nee, dat was té sentimenteel. We besloten de computer uit te doen.

 

Als toetje aten we de eerste frambozen van het seizoen – heerlijk zoet! – en we sloten af met een kopje koffie.

De zon verdween achter de wolken.

 

Back to normal.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

--------------------------------------------

 

Blog 60 – Spatitis

 

Huisgenoot W. en ik kijken al jaren bijna elke week naar het tv-programma Twee voor Twaalf. Alleen de titel van het programma is al aantrekkelijk voor ons – geen rare Engelse titel met de lettergreep ‘show’ erin, maar een motto dat associaties oproept met een uitdrukking die iedereen kent: ”Het is vijf voor twaalf”.

Iedere Nederlander weet dat dat betekent dat je moet opschieten, omdat het anders te laat is. Time is running out; There’s no more time to lose.
Wanneer het vijf voor twaalf is voor iemand, dan is hij ‘on the verge of disaster’ – aan de rand van de afgrond.

 

Verder refereert de titel van het programma natuurlijk aan de twee groepjes van twee personen die elk twaalf  vragen moeten beantwoorden. De eerste letters van de twaalf antwoorden vormen een woord dat ook door elk groepje van twee gevonden moet worden.

(Sommige afleveringen zijn veel moeilijker dan andere. Het is één keer gebeurd dat wij – zonder opzoeken – 10 van de 12 antwoorden goed hadden, maar ook een keer dat we geen enkele vraag goed konden beantwoorden.)

 

Veel verschillende onderwerpen

Het is geen wonder dat we soms maar weinig antwoorden uit ons hoofd konden geven, want de gestelde vragen gaan steeds over heel verschillende onderwerpen.

De antwoorden variëren van suffragettes tot Henk Elsink, van stratego tot Led Zeppelin, van cryotherapie tot vogelbekdier, van Ulysses tot eugenetica en van ayurveda tot Tracy Emin.

 

Spaties

Het is me opgevallen dat de twaalfletterige woorden die de deelnemers moeten vinden nadat alle vragen beantwoord zijn, vaak woorden zijn die veel Nederlanders tegenwoordig verkeerd spellen. Ze knippen de woorden namelijk in tweeën, waarschijnlijk onder invloed van het Engels.

Deze invloed van het Engels op het Nederlands wordt wel ‘spatitis’ genoemd – een van de vormen van de zogenaamde Engelse ziekte.

 

Twaalf in tweeën dus.

Neem bijvoorbeeld het woord schaatsploeg (12 letters).  In het Engels is dat een skating team (twee woorden).

En verdienmodel (12 letters) wordt in het Engels revenue model. 

Een kastanjeboom (12 letters) is een chestnut tree.

Ook voor een voetbalcoach (12 letters) hebben ze twee woorden nodig (football coach of soccer coach) en hetzelfde geldt voor een kostuumdrama: costume drama.

 

In het Engels worden begrippen die samengesteld zijn uit twee zelfstandige naamwoorden vrijwel altijd in die twee woorden gesplitst. Merkwaardig genoeg niet altijd: ons woord auteursrecht is in de Engelstalige wereld ‘gewoon’ copyright (één woord), een showroom  is een showroom in het Engels en gravestone (grafsteen; grafmonument) wordt (meestal) als één woord gespeld.

In ieder geval zijn veel Nederlanders in de laatste tientallen jaren meer spaties in een zin gaan gebruiken dan erin horen.

Soms kan dat tot rare misverstanden leiden, of in ieder geval tot verwarring.

 

Voorbeelden

Een boerenmetworst is echt iets anders dan boeren met worst.  

Taxatie kosten betekent taxatie van de kosten, taxatiekosten betekent kosten van de taxatie.

Met grotestadsproblemen wordt wat anders bedoeld dan met grote stadsproblemen.

En als je een automobilist wilt waarschuwen voor een wegomlegging (12 letters) en je schrijft “Weg om legging”, dan zet je die weggebruiker toch echt op het verkeerde been… .

 

Kijk dus maar uit met je teksten. Voor je het weet sta je aan de rand van de afgrond.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

--------------------------------------------

 

Blog 61 – Zoeken en goeroes

 

Zoekertje
Ik ben altijd nogal een zoekertje geweest. Dromerig. Geïnteresseerd in religie, astrologie, meditatie, numerologie, dromen, reiki, telepathie (jij begint over iets waar ik net over aan het denken ben).

Nog steeds is die interesse niet helemaal verdwenen. Ik ben wel altijd met beide benen op de grond blijven staan, trouwens. Het ligt niet in mijn aard om achter een goeroe aan te lopen.


Maar is zoeken naar de bedoeling van het leven allemaal maar onzin?
Veel mensen kappen dit soort onderwerpen meteen af als flauwekul. Toch ben ik niet de enige die er belangstelling voor heeft.

 

Goeroes
Denk maar eens aan de Beatles die vanaf 1968 (tijdelijk) aanhangers werden van Maharishi Mahesh Yogi met zijn transcendente meditatie (TM). En zij waren niet de enige beroemde discipelen.
Ook Mick Jagger, Mia Farrow, Clint Eastwoord reisden in die tijd af naar India.

George Harrison van de Beatles was wel de meest vasthoudende zoeker naar zingeving. Hij werd in die tijd ook bekend met liedjes als My sweet Lord en Give me love, give me peace on earth.


Een volgende wereldberoemde goeroe was Bhagwan Sri Rajneesh, die zich later Osho noemde. Hij had talloze volgelingen (sannyasins ) in de jaren 70 en 80, die in rode of oranje gewaden rondliepen.

De beweging baseerde zich op verschillende spirituele en godsdienstige bronnen en invloeden, zoals het hindoeïsme, soefisme, Zen, christendom, tantra yoga, taoïsme en boeddhisme. De kern van Bhagwans boodschap was het zoeken naar jezelf door middel van meditatie, therapie en liefde.


Een derde bekende Indiase goeroe was Sathya Sai Baba. Hij was altijd in het oranje gekleed en zijn beweging had in de jaren 90 honderden centra over de hele wereld en zo’n 30 miljoen volgelingen.

Zijn aanhangers liepen niet in opvallende kleren rond. Daarom was hij in Nederland waarschijnlijk minder bekend dan Bhagwan.


Ik had een achterbuurvrouw die een keer naar zijn ashram in India is gegaan. Ze bracht mij een paar boeken over hem mee en vertelde over de vibhuti (gewijde as: een begrip uit het Hindoeïsme) en de voorwerpen die hij “uit de lucht plukte”; hij ‘materialiseerde’ ze. Ik vond het een interessant verschijnsel, maar toch niet echt geloofwaardig.

Het zou me niet verbazen als Sai Baba een oplichter was, al had hij misschien bijzondere gaven.


Zijn Sathya Sai Organisatie  heeft wel veel goed werk verricht.

Met het geld dat volgelingen aan de organisatie geschonken hebben is de watervoorziening in de Indiase deelstaten Andhra Pradesh en Tamil Nadu  gefinancierd, zijn er scholen, een ziekenhuis (waar de behandeling kosteloos is), een museum en een uitgeverij opgericht en is er een vliegveld aangelegd.

Je staat versteld hoeveel geld vermogende mensen in hun spirituele zoektocht bereid zijn aan goeroes over te maken.



Kabbala
In het begin van deze eeuw kwam de kabbala, een mystieke joodse leer, in de belangstelling doordat Madonna een volgeling werd en zich aansloot bij het Kabalah Center in Los Angeles. Ze stopte er heel wat geld in.

De kabbala leert dat iedere letter, ieder woord, getal en accent van de tenach – de joodse Bijbel – een verborgen betekenis bevat.

Het Kabalah Center waar Madonna en andere beroemdheden lid van waren of zijn, vermengt deze leer met elementen uit de New Age.


De lijst van beroemdheden die zich voor korte of langere tijd met de kabbala hebben beziggehouden is indrukwekkend.

Niet alleen Madonna en haar ex-man Guy Ritchie, maar ook Britney Spears, Ariana Grande, Roseanne Barr, Demi Moore, Ashton Kutchner, Paris Hilton, Victoria Beckham, Jerry Hall, Barbra Streisand, Elisabeth Taylor, Diane Keaton, Wynona Rider, Gwyneth Paltrow, Rob Lowe, Courtney Love, Paul Newman, Jeff Goldblum, Laura Dern, Diane Ladd, Dan Ackroyd, Monica Lewinsky, Naomi Campbell
en (alweer!) Mick Jagger
hebben de kas van het Kabalah Center gespekt.

 


Gewone mensen
Wij, gewone mensen,
beperken onze uitgaven op het terrein van de spiritualiteit meestal tot het aanschaffen van wat boeken of het volgen van een paar cursussen.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

--------------------------------------------

 

 

Blog 62 – De strijd tegen veroudering

 

Ik maak altijd graag gebruik van de gymnasiale achtergrond van huisgenoot W., vooral als hij tijdens of na de maaltijd weer eens een (gedeelte van een) lied in het Latijn aanheft. Afgelopen zondag zong hij:

“Post molestam senectutum, nos habebit humus“.

Op mijn vraag wat dat betekende, zei hij dat het zoiets was als: “Na de problemen van de ouderdom, heeft de aarde ons”. Ik vroeg hem hoe hij daar nu weer op kwam, maar dat wist hij niet meer. “Dat soort dingen schiet me altijd zomaar te binnen”, zei hij, “waarschijnlijk iets van de universiteit”.

Gelukkig kon ik de tekst van het lied terugvoeren naar waar we het kort daarvoor over gehad hadden. Ik had hem namelijk gewaarschuwd dat hij niet al te veel moest eten van de stukjes vette kaas die op tafel lagen en dat hij beter walnoten kon eten.

“Die zijn toch ook vet?”, zei hij. “Ja, dat is zo”, zei ik. “Maar in walnoten zit onverzadigd vet en in de kaas verzadigd, dierlijk vet”. “En je eet al best veel kaas”.

 

Lugubere gedachten

Blijkbaar bracht dat bij hem gedachten aan ouderdom en de dood naar boven.  En vandaar de lugubere tekst die hij produceerde.

De ouderdom zit hem wel dwars. Hij herinnert mij er regelmatig aan dat ik, toen we een relatie kregen, tegen hem zei dat hij nog wel dertig jaar kon leven. Dat leek toen een hele tijd, maar die dertig jaar zijn over een paar jaar verstreken.

En we denken dan ook altijd even aan zijn jongere broer, die maar 64 geworden is.

 

De ouderdom komt met gebreken

In Nederland overlijden de meeste mensen als ze ongeveer 85 jaar zijn. Als je heel goede genen hebt en je leefomstandigheden uiterst gunstig zijn, is de maximaal haalbare leeftijd ongeveer 120 jaar, maar niemand weet wanneer de tijd van vertrekken voor hem of haar komt.

Als je eenmaal de ouderdom bereikt hebt, tel je dus steeds af.

En als je, zoals huisgenoot W. en tegenwoordig in Nederland de meeste mensen, niet de zekere verwachting hebt dat er een leven na de dood is, weet je dus niet wat er na de dood is.

En ook niet wat je misschien nog allemaal moet meemaken voordat je sterft.


Langer gezond blijven

In de wetenschap is men er nog niet uit hoe het komt dat mensen verouderen en ouderdomsziekten krijgen, al zijn er genoeg theorieën over “telomeren”, “senescente cellen” – dat zijn cellen die zich niet meer delen – en “stamcellen” in de “hypothalamus”.

We weten ook niet hoe het komt dat de ene 60-jarige eruit ziet als 50 en de andere als 80. Of waarom leden van de ene familie veel langer leven dan van de andere.

Zolang er dus nog geen remedie tegen veroudering en ouderdomsziekten is, lijkt het mij verstandig gezond te leven.

 

Voorbeelden

De broer van huisgenoot W. had hartproblemen, reuma en diabetes type 2. Hij rookte wel als een ketter en at graag veel, en veel vette kaas. “Dat maakt het leven tenminste nog een beetje leuk”, vond hij.

Mijn 93-jarige moeder heeft vergeleken met andere oude mensen waarschijnlijk weinig senescente cellen. Ze heeft geen chronische ziekte, behalve een héél klein beetje suikerziekte, en vindt het leven nog best leuk, zeker als ze voldoende bezoek krijgt.

Ze heeft nooit gerookt en is zich nooit te buiten gegaan aan overmatige maaltijden of meer alcohol dan zo nu en dan een glaasje advocaat of boerenmeisjes.

Wij, de kinderen, denken dat ze wel 100 kan worden en dat vindt ze wel een mooi vooruitzicht. Ze heeft het nog nooit over ‘voltooid leven’ gehad!

Ze zegt hoogstens lachend: “Laat ik eerst maar eens 94 worden”.

 

Langer leven

Ondanks alle discussie tegenwoordig over een vrijwillig levenseinde, denk ik dat de meeste mensen graag lang willen blijven leven – als ze tenminste gezond blijven. Het gaat om de kwaliteit van het leven.

De bekende kreet „Hunde, wollt ihr denn ewig leben?“, toegeschreven aan koning Frederik de Grote van Pruisen, die dat zijn vluchtende soldaten toeschreeuwde in de slag bij Kolin in 1757, wordt waarschijnlijk door heel veel mensen bevestigend beantwoord – al willen ze geen honden genoemd worden.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

--------------------------------------------

 

Blog 63 - Een meisje!

 

Mijn oudste zoon Nelson is nu 43. Aan eigen kinderen is hij lange tijd niet toegekomen. Wel heeft hij twee stiefzoons uit eerdere relaties - Winston en Jeroen.

Ik had hem wel eens gezegd dat ik het niet zo leuk vond dat hij geen eigen kinderen had. Maar ja, zijn twee eerdere vriendinnen zaten niet te wachten op een nieuwe zwangerschap en nog een kind. En zoveel kon het hem zelf ook niet schelen.

De relaties raakten uit en nu heeft hij een nieuwe vriendin – Roos.


Begin april, op Eerste Paasdag, werden huisgenoot W., ik en mijn twee andere zoons uitgenodigd om op de middag van Tweede Paasdag bij Nelson en Roos “een beetje (te) kletsen, wat (te) lunchen, misschien een eindje (te) wandelen”.  We waren wel wat verbaasd; meestal heeft Nelson het in het weekend te druk met werk of met ‘chillen’  met leeftijdsgenoten.

 

Zwanger
Maar in de loop van ons bezoek kwam het hoge woord eruit: “Roos is in verwachting”. Ik moest het wel even laten bezinken.

Het jongste kleinkind van huisgenoot W. is al 12 en mijn kleinzoon Adam 13. En als de baby geboren wordt, is Nelson 44. Het emotioneerde me.

 

Oppassen
Ik beloofde dat ik één dag in de week op mijn nieuwe kleinkind zou passen.

Destijds hebben we veel op Adam gepast; een stuk minder op Robin (de kleinzoon van huisgenoot W.) en nog minder op Benita. De andere grootouders van Robin en Benita wonen namelijk in de plaats waar zij ook wonen.

Kleindochter Yoko was al 3 toen we haar leerden kennen.

 

Nelson rekende natuurlijk op een jongen – een kleine Nelson. “De verloskundige heeft het ook altijd over een ‘hij’!”, zei hij hoopvol.

Zelf heb ik drie zoons. Huisgenoot W. heeft er twee. En hoewel hij naast een kleinzoon ook een kleindochter heeft en mijn zoon Louis naast een biologische zoon een geëchte dochter, denk ik , als ik aan baby’s denk, vooral aan jongetjes.

We moesten wachten op de 16 weken-test. En wat was de uitslag?

 

Het wordt een meisje!
Ik moet echt aan het idee wennen. Op wie zal ze gaan lijken? Op de hot links (Warmelinken)? Meer op haar grootvader van vaderskant? Of veel meer op Roos haar familie?


Een collega aan wie ik het vertelde vroeg me: “Ga je haar allemaal roze kleertjes geven?” “Nee, natuurlijk niet”, zei ik nogal bot. Ik ben namelijk helemaal niet zo tuttig ingesteld.

En toch zou ik, bij nader inzien, wel eens zo vertederd kunnen zijn dat ik allerlei snoezigs voor haar ga kopen.


Of zou ze van het pittige type zijn? Misschien treedt ze dan wel in de taekwondo-voetsporen van haar vader. Zou hij dat mooi vinden?

 

Moederschap
En dat andere meisje – Roos – piekert hoeveel dagen ze zal gaan werken als de baby geboren is. Zal haar leidinggevende het niet vervelend vinden als ze drie in plaats van vier dagen gaat werken?

Maar eigenlijk heeft ze het al besloten, denk ik: ze wil voldoende tijd met haar kleine meisje kunnen doorbrengen.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

--------------------------------------------

 

 

Blog 64 – Beëdigde vertalingen

 

Een beëdigde vertaling is de rechtsgeldige vertaling van een formeel document door een beëdigd vertaler. Bij een beëdigde vertaling wordt het brondocument aan de vertaling gehecht en wordt de vertaling voorzien van het ambtsstempel en de verklaring van de beëdigd vertaler en zijn/haar handtekening.

Op de vertaling kunnen ook allerlei voetnoten geplaatst moeten worden, die dan weer bekrachtigd moeten worden door parafen van de beëdigd vertaler.

Beëdiging geeft de vertaling rechtsgeldigheid in het land waarvoor de vertaling bestemd is.

 

Waarmerken

Toen ik bijna 25 jaar geleden pas door de rechtbank beëdigd was, werd mij door een ervaren vertaalster verteld dat ik het eigenlijk moest hebben over gewaarmerkte vertalingen. Volgens haar waarmerkte de beëdigd vertaler de desbetreffende documenten, maar de uitdrukking gewaarmerkte vertalingen hoor je bijna niet meer tegenwoordig.

Een beëdigd vertaler is een vertaler die bij wet gerechtigd is documenten te vertalen waarvoor een beëdiging nodig is, zoals documenten met een officiële juridische status.

Sinds een jaar of tien mogen in Nederland alleen vertalers die in het Register beëdigde tolken en vertalers (Rbtv) zijn ingeschreven, vertalingen beëdigen/waarmerken.   


Documenten voor particulieren

Voorbeelden van documenten van particulieren die door een beëdigd vertaler vertaald moeten worden zijn

- uittreksels uit het gezagsregister, huwelijksregister, echtscheidingsregister, handelsregister

- huwelijksaktes, overlijdensaktes, geboorteaktes,

- diploma’s, getuigschriften, cijferlijsten, afschrift basisadministratie, referenties,

- belastingaanslagen, jaaropgaven, akten van geldlening,

- verklaringen van erfrecht, echtscheidingsbeschikkingen, adoptiepapieren,

- kennisgevingen van inschrijving, akte van inschrijving van rechterlijke uitspraak,

- brieven over medische zaken, geneeskundige verklaring zeevaart,

- verklaring omtrent gedrag (VOG), delen van gerechtelijke uitspraken,

- een rijbewijs, een no-claimverklaring motorvoertuig.

De vertaling van veel van deze documenten is erg arbeidsintensief en vaak een heel gepriegel. Daarom doe ik het ook niet zo vaak. De lay-out moet zo goed mogelijk overgenomen worden en typisch Nederlandse begrippen en wetgeving moeten precies goed in de vreemde taal worden vertaald.

Vertalers hebben daar wel hulpmiddelen voor, maar als je niet vaak dezelfde soort documenten hoeft te vertalen, kost het opzoeken veel tijd.


Bedrijfsdocumenten

Ook bedrijven moeten soms officiële documenten beëdigd laten vertalen. Het betreft dan vaak:

- statuten en statutenwijzigingen,

-koopakten,

- vonnissen.

Dit soort vertalingen brengt over het algemeen minder gepriegel met zich mee, omdat de lay-out van de documenten minder ingewikkeld is. Je kunt de tekst gewoon vertalen, de verklaring beëdigde vertaler, parafen en stempels toevoegen en de brontekst en vertaling aan elkaar hechten.

 

Het verhaal achter de documenten

Soms vraag je je af wat voor verhaal er schuilt achter de aanvraag van de persoon die zo’n document vertaald wil hebben. Wat voor motieven, achtergronden of misschien wel drama’s zitten er achter de beslissingen van mensen om stappen te nemen waarvoor ze een beëdigde vertaling van een officieel document nodig hebben?

Een oma van bijna 70 die een paar jaar geleden de voogdij over haar kleinzoon heeft aanvaard en met hem een tijdje naar Zuid-Afrika en Swaziland wil.

Een Friese boer die in Australië wil gaan boeren.

Een gezin met 6 kinderen dat zijn geluk in Nieuw-Zeeland wil gaan beproeven.

Een pas afgestudeerde VWO-scholiere die een jaar naar China wil.

Idem een HAVO-scholiere die een jaar naar Australië gaat.

Een Friese verzorgende die haar geluk in Engeland gaat beproeven.

Een gediplomeerde van een hotelschool die zich in Zwitserland verder wil bekwamen.

Een echtpaar met drie kinderen dat bij de zending in Oeganda en Zuid-Soedan wil gaan werken.

Een jongeman die aan een universiteit in Canada gaat werken.

 

Over het algemeen vraag ik niet naar de motieven van de aanvragers, want het maakt niet uit voor het werk dat ik moet doen.

 

Beëdigd tolken

Ook tolken kunnen worden beëdigd. Vroeger (tot 10 jaar geleden?) moest een tolk bij elke afzonderlijke rechtszaak door de rechter worden beëdigd. Met de inwerkingtreding van de Wet beëdigde tolken en vertalers (Wbtv) is dat niet meer het geval.

Alle daarvoor in aanmerking komende tolken zijn een jaar of wat geleden groepsgewijs bij de dichtstbijzijnde rechtbank beëdigd en ingeschreven in het ook hierboven al genoemde Register, Rbtv.

Overheidsinstellingen worden geacht een tolk uit dat register te benaderen als ze een tolk nodig hebben.
Mijn inschrijvingsnummer is 214.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

--------------------------------------------

 

Blog 65– Leeuwarden

 

Huisgenoot W. is een paar weken geleden opeens in de ban geraakt van onze provinciehoofdstad, Leeuwarden. Bij wijze van uitzondering ging hij weer eens met mij mee toen ik daar moest tolken, en deze keer werd hij gegrepen door de charme van de terrasjes aan de grachten, het opgeknapte Zaailand, de charmante rondvaartboten en de nauwe binnenstadstraten met de historische huizen.

De Nieuwestad is zijn favoriete hangplek.

“Ja, het is toch wel een edele stad”, kwam er over zijn lippen, “zolang ze maar niet met Cambuurshirts gaan rondlopen”.

(Sorry Cambuursupporters, ik kan er ook niets aan doen.)

 

Cambuur

Zoals ik wel eerder heb laten doorschemeren, is huisgenoot namelijk fervent supporter van de landelijk bekende eredivisieclub in de plaats waar wij wonen, 30 kilometer van Leeuwarden vandaan.

Ja, díe plaats - de betrekkelijk kleine plaats met de vele sportvoorzieningen die door inwoners van het westen en het zuiden van het land meestal als een van de grootste steden in het noorden van het land ingeschat wordt.

En Cambuur is de voetbalclub van de hoofdstad van Friesland, Leeuwarden, die wel een paar seizoenen in de eredivisie gespeeld heeft, maar er ook dit jaar niet in geslaagd is te promoveren uit de divisie een niveau lager.

Die lagere divisie heette vroeger de eerste divisie, maar moet nu door het leven met de naam Keuken Kampioen Divisie. Behalve dat ik dat een rare naam vind voor iets wat met voetbal te maken heeft, is het ook nog eens heel raar gespeld. Het zou niet uit drie aparte woorden moeten bestaan, maar gewoon aan elkaar geschreven moeten worden.

 

In ieder geval is Cambuur op dit moment in de ogen van huisgenoot W. geen serieuze concurrent meer van de door hem zo geliefde voetbalclub.


Uit betrouwbare bron heb ik vernomen dat fanatieke supporters van beide clubs de naam van de concurrerende plaats niet wensen uit te spreken en in plaats daarvan zeggen: DKV. Dat betekent: dertig kilometer verderop.

Een alternatief is om Leeuwarden Goutum-Noord te noemen en onze woonplaats Akkrum-Zuid.

Het schijnt zelfs zo te zijn dat sommige Cambuursupporters niet over de A32 langs Heerenveen rijden als ze naar Zwolle en verder naar het zuiden moeten, maar een omweg over Sneek, Emmeloord en Kampen maken.

 

Voor buitenstaanders zoals ik komt dit allemaal erg kinderachtig over, maar de heftige gevoelens die sommigen voor hun voetbalclub hebben – en de animositeit tussen naburige, concurrerende clubs – is natuurlijk niet voorbehouden aan supporters van Cambuur en SC Heerenveen.

In Arnhem/Nijmegen, Amsterdam/Rotterdam, Zwolle/Deventer  en Breda/Tilburg kunnen ze daar ook over meepraten.

 

Terug naar Leeuwarden

Liwwadders (Leeuwarders) kunnen wel een complimentje gebruiken, want ze staan er in hun eigen provincie niet altijd even goed op. De Friezen op het platteland vinden hen namelijk vaak niet ‘Frysk’ genoeg.

De oorspronkelijke Leeuwarders spreken hun eigen taal/dialect, het Liwwadders, dat heel anders is dan het Fries.


Een echte Leeuwarder mut ome segge teugen de Oldehove, iemand die dood is woant nou op het Skapedykje of het nou un sandwinkeltsje, wie een dutje doet, doet un knipperke, iets wat niet veel voorstelt het niet feul om 'e hakken en als je helemaal gelijk hebt, hest dou de keutel bij ut skoane end.

Maar het blijft een feit dat Leeuwarden verreweg de grootste stad van Friesland is en het slaat nergens op dat “ut nooit wat weest het en ut oek nooit wat sil wurde”.

 

Hij maakt er serieus werk van

Huisgenoot W. is in ieder geval zo gecharmeerd geraakt van Leeuwarden, dat hij een kaartje van de binnenstad heeft aangeschaft. Zo kan hij de precieze ligging van straten als Groot Schavernek, Klein Schavernek, Over de Kelders, het Naauw, de Tuinen, de Sacramentsstraat, de Tweebaksmarkt (tweebak = beschuit) etc. uit zijn hoofd leren.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

--------------------------------------------

 

Blog 66 – WK voetbal voor mannen

 

Wat waren sommige wedstrijden in het WK voetbal voor mannen dit jaar zinderend! En niet alleen omdat het zo warm was in Rusland.

Uruguay-Portugal bijvoorbeeld vond ik een genot om naar te kijken. En Brazilië-België ook.
Ik was onder de indruk van de strakke passes, de mooie hakjes en de snelheid, die je vroeger niet had in het voetbal.


Cristiano Ronaldo
, van het Portugese team, is een geval apart. Veel mannen vinden hem maar een aansteller – een verslaggever noemde hem bijvoorbeeld spottend ‘Zijne Heerlijkheid” –   maar wat een concentratie weet die man op te brengen.

Hij geneert zich niet voor opzichtige ademhalingsoefeningen op het veld en lijkt zich er niet van bewust te zijn wat voor indruk hij maakt als hij zijn voetbalbroek helemaal optrekt als hij, bijvoorbeeld, een strafschop moet nemen.

Ik heb nooit eerder zulke indrukwekkende dijen gezien.


Mannen hebben over het algemeen meer waardering voor Lionel Messi, geloof ik. Hij is maar klein, dus het is extra knap dat hij zo goed kan voetballen.

 

Vroeger
Ik geef niet zoveel om voetbal, maar in dit toernooi heb ik toch met plezier naar een paar wedstrijden gekeken. Kroatië-Rusland vond ik onverwacht de moeite waard. Er werden weinig lelijke overtredingen gepleegd.

Kroatië won, maar Rusland had ook een goed team.
Een heel wat betere ploeg dan in 1912, toen Rusland tijdens de Olympische Spelen de wedstrijd tegen Duitsland met 16-0 verloor (volgens de voetbalkenner hier in huis).

Sowieso is het voetbal van tegenwoordig heel anders dan vroeger, ook wat betreft de supporters. Als je beelden van 60 jaar geleden ziet, zie je dat de toeschouwers allemaal mannen in pakken zijn en vaak met een hoed op.

Vergelijk dat eens met de kleurig uitgedoste supporters van nu!

 

Verlengingen
Tijdens dit WK werden er volgens mij nogal veel schlemielige doelpunten gescoord – naast heel oogstrelende en spectaculaire natuurlijk.
Onder ‘schlemielige doelpunten’ versta ik bijvoorbeeld goals met de zijkant van het hoofd of met de schouder.


En het viel mij op dat er vaak verlengingen en strafschopsessies nodig waren – extra speeltijd dus.

Van de 16 wedstrijden in de achtste finales, de kwartfinales, de halve finales, de strijd om de derde en vierde plaats en de finale eindigden er 5 pas in de verlenging.

Bij 4 van de 5 verlengingen
moest de strijd door middel van strafschoppen verlengd worden.

 

Terminologie
Tot voor kort verkeerde ik in de veronderstelling dat een voetbalwedstrijd beslist was als er in de extra speeltijd een doelpunt gemaakt werd (sudden death).
Het blijkt dat dat inderdaad een tijdje zo geweest is, maar tegenwoordig blijkbaar niet meer.

Huisgenoot W. hielp mij wat dat betreft uit de droom.


De sudden death – later de golden goal genoemd, omdat men dat positiever vond klinken – is in 2003 al afgeschaft.

In plaats daarvan worden er twee verlengingen van elk een kwartier gespeeld. Als de stand dan nog gelijk is, worden er strafschoppen genomen.


De voetballerij staat bol van specifieke terminologie. Behalve de sudden death / golden goal heb je bijvoorbeeld de panenka.

En ik moet altijd lachen als ik voetbalkenners hoor praten of schrijven over een “mooi affiche” als het over een bepaalde wedstrijd gaat, bijvoorbeeld tussen clubs waarvan ze veel verwachten.

Ik heb het woord ‘affiche’ in een Frans-Nederlands woordenboek opgezocht en meen te begrijpen dat het in het voetbal gebruikt wordt in de zin van ”Het staat mooi op een affiche”.

 

Engels-Nederlands
Bij veel begrippen waar vroeger een Engelse term voor gebruikt werd, slaat de balans weer naar het Nederlands door. Denk daarbij aan doelpunt/goal, strafschop/penalty, vrije trap/free kick, hoekschop/corner, verdediger/back en doelman/keeper.

Als de sudden death nog zou bestaan, was er zo langzamerhand ook wel een Nederlandse term voor uitgevonden (dodelijk doelpunt?; directe dood?; plotse dood?).


De ontwikkeling naar Nederlandse termen zien we in het rugby nog niet.
Die sport – in Australië ook  football genoemd – is nog te kort geleden uit de Engelstalige wereld komen overwaaien (zie blog 57).

Blogs 51-60

 

Finale
Het vinden van de juiste woorden speelt behalve bij voetbal bij het schrijven van blogs natuurlijk ook een rol. Soms lukt het niet een boeiend blog te schrijven, omdat de juiste woorden niet bij me opkomen.


Zinderend’ vond ik een goed woord voor sommige voetbalwedstrijden die ik tijdens dit toernooi gezien heb. Andere wedstrijden waren gewoon saai.

België-Frankrijk was een afknapper door het defensieve, publieksonvriendelijke spel van de Franse spelers. Het benam me de lust om verder te kijken.

Maar de Franse ploeg kwam er wel mee in de finale en werd zelfs kampioen. Dat is toch een prestatie.


Gefeliciteerd, Frankrijk!

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

--------------------------------------------

 

Blog 67  - Maatschappelijke veranderingen –veganisme

Doodnormaal
De meeste mensen vinden vlees eten doodnormaal. Toch maken het vegetarisme en vooral het veganisme steeds meer opgang de laatste tijd.

In het algemeen kun je wel stellen dat er steeds meer mensen zijn die dieren op één lijn stellen met mensen – zo lijkt het tenminste.

In ieder geval houden ze zoveel van dieren dat ze tegen elke vorm van uitbuiting zijn.
Onze schoondochter Anneloes is zo iemand.


Veganisten eten niet alleen geen vlees, maar ook geen eieren, melk, andere zuivelproducten, honing, dierlijke gelatine of levertraan.

De reden om geen zuivelproducten te eten of drinken is dat het voor de productie van melk nodig is koeien steeds maar weer drachtig te maken. Als hun kalf geboren is, geven de moeders ongeveer 300 dagen melk. Als de melkproductie is opgedroogd, worden ze opnieuw geïnsemineerd.

Het bezwaar tegen het eten van eieren is dat legkippen vaak maar heel weinig leefruimte krijgen. Voor een kooikip is dat 1,5 A4’tje, een scharrelkip krijgt een half A4’tje meer. Alleen een vrije-uitloopkip mag naar buiten, maar ook van deze kippen wordt de snavel gekapt als ze nog maar een paar dagen oud zijn.

Veganisten eten geen honing omdat imkers de honing die de bijen produceren om door de winter te komen, uit de korven halen en de bijen in plaats daarvan suikerwater geven. Maar suikerwater mist allerlei voedingsstoffen die honing wel heeft. Verder wordt gezegd dat de bijen vaak gewond raken tijdens het productieproces.

 

Motieven
Dierenliefde is niet bij alle veganisten en vegetariërs het motief om geen vlees resp. helemaal geen dierlijke producten te eten.


Christine Lagarde, de directeur van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), en ongetwijfeld Al Gore ook, zijn veganist om iets te doen tegen klimaatverandering.

Bij Beyoncé en Bill Clinton speelt waarschijnlijk meer mee dat ze slank willen blijven.


Behalve Beyoncé en Bill Clinton zijn er nog veel meer beroemdheden veganist dan je waarschijnlijk denkt.

Voorbeelden zijn: Demi Moore, Michelle Pfeiffer, Brad Pitt, Woody Harrelson, Ariane Grande, Oprah Winfrey, Venus Williams, Serena Williams en Carl Lewis.


Onze ‘Denker des Vaderlands’ – René ten Bos – vindt vlees eten totaal immoreel.
“‘Diervriendelijk vlees ’ bestaat niet”, zegt hij in een interview. Zijn afkeer van vlees eten komt grotendeels voort uit het feit dat hij lang in een slachthuis gewerkt heeft. Hij is trouwens vegetariër, geen veganist.
https://www.trouw.nl/religie-en-filosofie/waarom-het-eten-van-vlees-totaal-immoreel-is~aa89cacd/

 

Omwenteling?
Ik vraag me af of deze toenemende weerzin tegen vlees eten het begin is van een nieuwe omwenteling in ons denken.

Een omwenteling die te vergelijken zou zijn met de afschaffing van de slavernij of de wettelijke gelijkstelling van vrouwen aan mannen.

Vroeger vond iedereen het immers doodnormaal dat je andere mensen als slaven mocht houden en dat vrouwen ondergeschikt waren aan mannen?

 

Hoe lang nog?
De opvattingen over het eten van vlees veranderen in ieder geval in hoog tempo. In de Britse krant The Independent las ik een paar maanden geleden dat er nu 3,5 miljoen Britten zijn die zichzelf veganist noemen, terwijl dat er twee jaar geleden nog geen 550.000 waren.

Ik ben zelf geen veganist, zelfs geen vegetariër, maar vraag me wel af hoe lang het nog zal duren voordat iedereen in de westerse wereld het doodnormaal vindt om geen dierlijke producten te eten - en eventuele daardoor ontstane tekorten, aan vitamine B12 bijvoorbeeld, door middel van voedingssupplementen op te heffen.


Of zou kweekvlees de toekomst hebben?

https://www.vpro.nl/programmas/tegenlicht/lees/bijlagen/2017-2018/Vleeskwekers/De-kweekvleeskwestie.html

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

--------------------------------------------

 

Blog 68 – Pront

 

We zitten aan het begin van de zaterdagavond samen in de koelte tussen de uitbouw en de schutting. Ik heb eindelijk de rust gevonden om niet te denken dat ik nog karweitjes moet doen waar ik normaal niet aan toekom.

We drinken rosé en eten er wat amandelen bij die over zijn van een zak die ik gekocht had voor het maken van een mediterrane salade met watermeloen, perzik, feta en andere lekkere dingen.

 

Opoffering

Huisgenoot W. had eigenlijk naar een voetbalwedstrijd van zijn club gewild – een oefenwedstrijd – maar heeft besloten in plaats daarvan de wedstrijd ’s avonds op de televisie te volgen. Sowieso is hij niet iemand voor ‘zomaar buiten zitten en rosé drinken’. Ik weet dat hij ofwel aan voetbal denkt, ofwel aan dingen die te maken hebben met de Tweede Wereldoorlog.

 

Kortgeleden heeft hij een nieuw boek over de Slag om Arnhem gelezen en hij is zich daar nu veel meer voor gaan interesseren dan hij vroeger deed. Toen vond hij altijd dat de Slag om de Grebbeberg veel te weinig aandacht kreeg.
Hij is expert in alles wat om dat laatste heen speelt – de eerste meidagen van 1940.

 

Als ík zomaar ergens zit, denk ik vaak aan onderwerpen waarover ik een blog zou kunnen schrijven.

Het komt bij me op dat in boeken vaak gesuggereerd wordt dat mannen, als ze iets met hun vrouw samen doen wat niet echt hun belangstelling heeft, stiekem aan andere vrouwen denken, maar ik denk dat dat hier bij huisgenoot W. niet echt aan de orde is.

Seks speelt sowieso bepaald geen hoofdrol meer in ons leven.

 

Taaldingen

Opeens vraag huisgenoot W. wat er ook al weer precies met ‘pront’ bedoeld wordt: een pronte vrouw. “Ben jij bijvoorbeeld een pronte vrouw?”, vraagt hij. Ik antwoord dat ik denk dat het gezegd wordt van een stevige vrouw die goed geproportioneerd is, en ik maak er een gebaar van een zandloper bij, “maar het is volgens mij meer een Hollands woord, of Brabants. Wij gebruiken het eigenlijk niet zo”.

 

“Nee”, zegt hij, wij zeggen eerder ‘nuver’”. “In Groningen tenminste”.
“Ja”, zeg ik, “en ook wel in Friesland, geloof ik”.

 

“Ik ga naar binnen”, zegt huisgenoot. “Ja, je hebt je lang genoeg opgeofferd, hè?”, zeg ik. “Ja”, zegt hij, “ik ga niet naar voetbal, wat ik van plan was”.

 

Ik besluit in het woordenboek op te zoeken wat ‘pront’ en ‘nuver’ ook alweer precies betekenen. Huisgenoot W. zit in de huiskamer alweer naar een sportprogramma te kijken.

Het de laatste hand leggen aan de  salade niçoise kan dus nog wel even wachten.

 

Gewestelijk

Uit de omschrijvingen in het woordenboek blijkt dat ‘pront’ en ‘nuver’ toch een andere betekenis hebben dan we dachten – minder geseksualiseerd en waarschijnlijk sterk afhankelijk van de interpretatie van de gebruiker.

En het zijn allebei gewestelijke woorden. Dat betekent dat ze in de ene provincie iets anders kunnen betekenen dan in de andere.


Van Dale geeft aan dat pront een vervorming van prompt is, dus de eerste betekenis is vlot, snel, stipt.
Daarnaast betekent het ook goed gebouwd, trots, parmantig, of wakker, monter, of goed gekleed.


Nuver
betekent volgens Van Dale lief, aardig, bevallig, net. Een nuver wicht in het Gronings is een mooi meisje.
Een andere betekenis die in het woordenboek genoemd wordt is niet goed bij het hoofd, zonderling, raar. Dat sluit dan weer beter aan bij hoe het woord nuver/nufer in Friesland gebruikt wordt.

 

Zaterdagavond

Ik realiseer me dat ik op deze warme dag toch nog weer met ‘taaldingen’ bezig ben, en dat ik nog steeds niet weet of ik een ‘pront wijf’ ben.

Laten we maar gauw de salade eten, en dan lekker naar ‘The Bridge’ kijken.

Saga Norén,  de hoofdpersoon uit die serie, heeft het syndroom van Asperger en zou waarschijnlijk een hele boom kunnen opzetten over wat een ‘pronte vrouw’ is.



Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

--------------------------------------------

 

Blog 69 – Natuur en tijd

 

Ik loop graag in de tuinen van Le Roy aan de President Kennedylaan en de Europalaan in Heerenveen. Het is niet ver van mijn huis en je komt er niet vaak andere mensen tegen.  Ik loop er liever dan over asfalt tussen huizen en straten.

 

Vrijwilligers
De laatste jaren zijn er in de tuinen vaak weer vrijwilligers bezig die er muurtjes, ‘tafels’ en andere bouwsels neerzetten. Die zullen op den duur voor een groot deel door planten overwoekerd worden.

Soms doen deze bouwsels te midden van klinkerpaadjes, bomen en planten denken aan oude, overgroeide tempels in Mexico uit het Maya-tijdperk. Maya’s voerden daar allerlei griezelige rituelen uit om de goden te vriend te houden. Ze offerden krijgsgevangenen of slaven. Soms werd het nog kloppende hart uit de borst van de levende slachtoffers gerukt.

Laten we aannemen dat dit soort dingen niet gebeurt in deze tuinen … .


Tuinen van Le Roy
De tuinen van Le Roy zijn een miniversie van de Ecokathedraal in Mildam, niet ver van Heerenveen. Louis Le Roy zelf is overleden, maar zijn werk wordt voortgezet door de Stichting Tijd.

Een van de doelstellingen van de stichting is “Het bevorderen van inzicht in en bewustzijn van het begrip "tijd" als voorwaarde voor de ontwikkeling van samenwerking tussen natuurlijke en creatieve menselijke processen in ruimte en tijd”.

Le Roy vatte natuur op als een doorlopend proces dat zich in ruimte en tijd ontwikkelt - als een eindeloze wisselwerking van orde en chaos, van systeem en toeval, van voortdurende transformaties.

 

Slag om Verdun
Tijd en natuur komen ook aan de orde in een boek over de Slag om Verdun in de Eerste Wereldoorlog. Het heet ‘Slag zonder einde. Verdun 1916’, geschreven door Alistair Horne (oorspronkelijk: The Price of Glory. Verdun 1916).

Huisgenoot W. heeft dat boek al lang in zijn bezit. Hij is drie keer in Verdun geweest.

De slag die daar gestreden werd duurde van februari tot december 1916  en kostte het leven aan meer dan 163.000 Franse en 100.000 Duitse soldaten. Er vielen 492.000 gewonden. Verdun staat nog steeds symbool voor de verschrikkingen die mensen elkaar kunnen aandoen.

Door de bombardementen, de miljoenen (gas)granaten die afgevuurd werden en de man-tegen-mangevechten was er na een paar maanden geen natuur meer over in de omgeving van Verdun.

In het hierboven genoemde boek wordt dan gezegd: “Toen het lente werd, ontsproten er met het supreme optimisme van de natuur hier en daar groene blaadjes aan de verwoeste bomen, maar ook die vielen er al gauw weer slap en voos af in de giftige atmosfeer”.

 

Grote gebieden waren zo sterk verontreinigd, ook door de hevige gifgasaanvallen, dat er tot de jaren tachtig van de twintigste eeuw alleen maar naaldbomen konden groeien op de vervuilde bodem.

Toch konden er daarna weer inheemse bomen en struiken groeien. De natuur is taai.

 

Terug naar Louis le Roy
Het ging Le Roy meer om het proces dan om het resultaat. Hij wilde dat de mens met de natuur samenwerkte om daardoor een zo hoog mogelijke mate van complexiteit te bereiken.

Verleden jaar is ontdekt dat de essen in de door hem aangelegde ‘tuin’ aan de Kennedylaan ziek zijn.
Ze zijn nu bijna allemaal gekapt, en de tuin ziet er veel leger uit, maar ook hier zal de natuur zich in de loop van de tijd wel herstellen. De natuur doet haar werk.

http://www.huubmous.nl/2014/02/17/herinneringen-aan-louis-le-roy/

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

--------------------------------------------

 

Blog 70 - Life is a collection of moments

 

Toen ik aan het eind van de middag vanuit Groningen nog even naar het tuincentrum ging om te kijken of er kussens voor tuinstoelen waren – 4 voor 15 euro, een koopje! – zag ik bij de uitgang een grote pot staan met de tekst “Life is a collection of moments”.

“Ja”, dacht ik, “dat is eigenlijk wel zo”. Ik had daar nooit zo over nagedacht. Vaak denk ik aan het leven als een opeenvolging van periodes. Als bedrijven in een toneelstuk.

Maar in die periodes heb je ontelbare kleinere onderdelen en momenten.

 

Neem deze week

Neem deze week. Het is nu vrijdag.

Afgelopen maandag had ik een afspraak staan om te tolken in een vrij grote oplichtingszaak voor de rechtbank, maar de vrijdag daarvoor kreeg ik een telefoontje dat het OM de oproeping had ingetrokken (reden onbekend). Nou ja, goed, dan hoef ik dat in het weekeinde ook niet voor te bereiden… .

Het weekend daarvoor had ik met het mooie weer ook al een spoedopdracht.

 

In plaats van een tolkopdracht kreeg ik maandag van een buitenlands vertaalbureau het verzoek een Engelse vertaling van een statutenwijziging te redigeren en vervolgens te beëdigen (waarmerken) – 15 bladzijden.

De eerder gemaakte vertaling zag er op het eerste gezicht wel redelijk uit, dus ik ging met mijn offerte niet al te hoog zitten.

Helaas – toen ik met het werk begon, merkte ik dat de tekst van de vertaling niet echt fout was, maar toch behoorlijk stuntelig. Vooral veel zinsdelen op de verkeerde plaats in de zin, en vaak veel te omslachtig.

Te weinig uren voor de offerte in rekening gebracht dus, achteraf.

 

Dinsdag

Dinsdag het concept ingeleverd, want de klant wilde het stuk eerst zien voordat ik de brontekst en de vertaling aan elkaar zou hechten en mijn stempels zou zetten.

 

Mijn nieuwe leesbril kon ik bij de opticien ophalen. De oude is spoorloos.

Allerlei mails verwerkt. ’s Avonds de voetbalwedstrijd België-Frankrijk gekeken. Helaas verloor België.

 

Woensdag

Naar de IND in Ter Apel. Drie aanmeldgehoren van jonge mensen uit Nigeria.

Aanvaring gehad met een jonge gehoormedewerkster die blijkbaar zo overtuigd van zichzelf was dat ze mij als haar knechtje – of als een robot – behandelde.


Ze zei bijvoorbeeld aan het begin van ieder gesprek (“gehoor”):
“Dit is de tolk Engels. Zij is een onafhankelijke tolk en zal  alleen vertalen wat ik tegen u zeg en wat u tegen mij zegt. De tolk vindt dus nergens iets van”.

Hoezo? Dat laatste heb ik natuurlijk niet zo vertaald. Ze denkt zeker dat ik gekke henkie ben!


Ik heb tegen de asielzoeker gezegd (in het Engels natuurlijk):
“… Ik ben onafhankelijk en niet in dienst van de IND. Ik heb dus geen invloed op de beslissing die genomen zal worden”.


Na nog een paar irritaties sprong ik uit mijn vel. Wat denkt zo’n jong grietje wel?
Of het nu terecht is of niet, op mijn leeftijd wil ik met enig respect behandeld worden.


Ach, we zijn beleefd gebleven, hoor, en ik heb het verder maar gelaten bij de uitspraak dat er blijkbaar irritaties van beide kanten waren en dat iedereen zijn eigenaardigheden heeft. Mooi neutraal, toch?


Na het werk een poosje bij mijn moeder in Assen geweest. ’s Avonds moe.

 

Donderdag

Op donderdag moest ik de Nederlandse en de vertaalde statutenwijziging uitprinten, maar mijn ene printer doet het vaak niet en de andere – draadloze – deed ook moeilijk. Geen extra inktpatroon meer, dus al vroeg naar de winkel. Uiteindelijk meer dan een uur bezig geweest met printen.

Daarna stempels en parafen en handtekening zetten en wéér opgestuurd naar het bemiddelingsbureau.


’s Middags de huishoudelijke hulp en een tolkafspraak bij de politierechter, maar de verdachte was niet komen opdagen.
De rechtbankbode was niet vriendelijk. Vond hij dat ik mijn geld maar makkelijk verdiende?


’s Avonds bericht van het vertaalbureau dat ik de brontekst en de vertaling aan elkaar kon hechten en naar de opdrachtgever kon opsturen. Gezegd dat ik dat vrijdagmorgen zou doen, maar dat ik niet zeker wist wanneer het pakketje zou aankomen. Niet elke dag worden er immers aangetekende stukken bezorgd.


Reactie: “Maak je niet druk. Over de bezorging door de post hebben we geen controle”.

 

Vrijdag
Vrijdagmorgen een onvriendelijke medewerkster van de kopieerwinkel toen bleek dat ik graag wilde dat ze – met een grote perforator – gaatjes zou maken in het centimeter dikke pakket. “Dat kunt u zelf wel doen”. (O ja, de klant is koning?).


Daarna thuis – bij het aan elkaar hechten van de papieren – een telefoontje van de zeer slecht verstaanbare medewerkster van het vertaalbureau dat de klant haast had en of het pakketje met ‘express mail’ verstuurd kon worden.

Gelukkig bleek bij het postagentschap dat het aangetekende stuk – “als alles goed gaat” – zaterdag nog bezorgd kon worden en dat er op zaterdag geen spoedbezorging is.

‘Express mail’ was dus helemaal geen optie.

 

Vrijdagmiddag

’s Middags bij zoon Dolf langs. Kopje koffie bij Hornbach gedronken.

Bij terugkomst naar het tuincentrum, en daar sprak ik een heel vriendelijke medewerkster. Ze wees me op de spotgoedkope stoelkussens.

 

Een leuk slot dus van een soms frustrerende week.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

--------------------------------------------

 

Blog 71 – Dromen

 

Vannacht kon ik totaal niet slapen en dan is het vaak verstandig om maar gewoon uit bed te gaan. Ik besloot in een ander bed te gaan liggen, maar ook daar lukte het niet. Ik ging dus naar de woonkamer om wat televisie te kijken.

Na een tijdje ging ik weer naar bed. Ik ging op mijn buik liggen en gelukkig viel ik in slaap.

Toen ik wakker werd, realiseerde ik me dat ik raar gedroomd had. Zo’n soort droom die ik vroeger vaak had toen de kinderen nog klein waren.

 

Het eerste deel van de droom was het raarst, en ook wat beangstigend. Ik zag namelijk een grote, zwarte kat met de rug naar beneden aan het plafond hangen van de slaapkamer waar we vroeger sliepen, voordat we een slaapkamer beneden hadden. Ik “ging uit bed”, want ik wilde niet dat de kat op mij zou vallen, en huisgenoot W. en ik bleven naar de kat kijken – een beetje bang, en niet wetende wat te doen.

Op een gegeven moment viel de kat als een zoutzak naar beneden en bleef daar liggen, zonder enig leven. We wilden het ‘ding’ eigenlijk wel opruimen, maar waarheen?

Daarmee stopte het eerste deel van de droom.

 

Vervolgens “was ik” in een heel mooie, heel grote tuin met gazon, naar mijn gevoel achter het huis naast ons huis. Achter het huis van de buren dus. De tuin deed blijkbaar dienst als horecagelegenheid, want wat dichter bij het huis stond een langwerpige, overdekte tafel, of zoiets, waar etenswaren op stonden die je kon kopen.

Ik voelde me wat jaloers en vroeg me af waarom ík niet op het idee was gekomen om van die mooie grote tuin – die wij immers ook moesten hebben, omdat in ons blok allemaal gelijke woningen staan – een horecagelegenheid te maken.
Ik zag in een flits de buurvrouw, die ik niet zo zie zitten, zelfgenoegzaam kijken.

 

Ik stond daar in die tuin en voelde een hond om mijn benen scharrelen. Ik ben een beetje bang voor honden en voelde de ergernis opkomen. Ik merkte wel dat de hond aan de lijn zat en dat de vrouw – dame – die de lijn in de hand had pogingen deed om de hond bij mij weg te halen. Ik voelde dat ze welwillend was, maar ik zag haar gezicht niet duidelijk.

Toen ik “Af” zei, ging ik de hond tot mijn verrassing meteen op zijn achterpoten zitten en keek mij heel lief aan. Daardoor verdween mijn ergernis als sneeuw voor de zon.

 

Daarna werd ik wakker. Ik ging naar de keuken om te eten. De droom bleef maar door mijn hoofd spoken.
Hoe kon ik die verschillende elementen in mijn droom met elkaar in verband brengen? Waarom had ik dit in vredesnaam gedroomd?

Op internet zag ik gelukkig dat dromen over een zwarte kat niets negatiefs is, maar dat het alleen maar suggereert dat je niet genoeg op je intuïtie en je geestelijke kracht vertrouwt.

 

Stukjes van mijzelf
Opeens schoot mij iets te binnen wat ik gelezen had over dromen, in een boekje dat ik bijna 40 jaar geleden al gekocht heb. Het is een boekje over Gestalt-therapie met de titel “Gras onder mijn voeten”, geschreven door Bruno-Paul de Roeck.

In het hoofdstukje over “De poort der dromen” schrijft hij onder andere:
“Dromen zijn projecties van wat er allemaal in je gaande is. … . Alle elementen van de droom zijn in één of andere zin de dromer (zelf)”.

En: “(Het zijn allemaal) … stukjes van mijzelf die vragen om erbij te horen en mee het geheel te maken dat ik ben”. (Het gaat niet voor niets om ‘Gestalt’!)

 

Dus:

  • Ik ben een beetje bang voor mijn intuïtie, maar als hij (de kat) op de grond ligt, zie ik dat ik nergens bang voor hoef te zijn
  • Ik ben degene die iemand anders lastig valt, maar ik ben ook vriendelijk en lief en bedoel het goed
  • Ik ben een mooie, grote, vredige tuin, maar ik ben ook kleinzielig jaloers
  • Ik ben een beschaafde dame die zich niet opdringt, maar ik ben ook de zelfgenoegzame buurvrouw.


Zoiets? Misschien?

Moet ik kiezen?

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

--------------------------------------------

 

Blog 72– Doodnormaal

 

Slavernij

De Grieken hadden slaven, de Romeinen hadden slaven, de oude Egyptenaren hadden slaven. Ook de Babyloniërs hadden slaven, net als de Azteken, Maya’s en Inca’s in Zuid-Amerika.

De slavernij in de achttiende en negentiende eeuw in koloniale gebieden en de Verenigde Staten werd goedgepraat met een beroep op de Bijbel.

Ook in Afrika, Japan en China bestond slavernij en de lijfeigenen en horigen in de Europese middeleeuwen hadden niet veel meer rechten dan slaven.

In Rusland werd lijfeigenschap pas in 1861 afgeschaft. De slavernij in Suriname werd in 1863 afgeschaft.


Kortom, slavernij was lange tijd in grote delen van de wereld doodnormaal.

In schatrijke olielanden als Koeweit en Qatar schijnt het nog steeds de normaalste zaak van de wereld te zijn om slaven te houden, al worden ze daar arbeidsmigranten of gastarbeiders genoemd.

Als gevolg van het in die landen geldende islamitische kafala-systeem hebben de gastarbeiders vrijwel geen rechten. Zie:

https://thewire.in/labour/understand-the-kafala-system-or-how-capitalism-is-driving-modern-slavery

en https://en.wikipedia.org/wiki/Kafala_system


Pasgeleden liet Amnesty International nog weten dat antislavernij-activisten in Mauretanië waren opgepakt.

 

Vrouwen ondergeschikt aan mannen

Tot 1956 waren vrouwen in Nederland handelingsonbekwaam. Dat betekende dat ze bijvoorbeeld niet zelf een bankrekening mochten aanvragen of zonder toestemming van hun man op reis mochten gaan.


Zelfs tot 1971 stond in de wet dat de man het “hoofd van de echtvereniging” was en dat de vrouw hem gehoorzaamheid verschuldigd was. Dat was doodnormaal.


Er was van 1924 tot 1956 ook een wet in Nederland die bepaalde dat vrouwen uit overheidsfuncties werden ontslagen als ze gingen trouwen. Dat gebeurde dus ook bij mijn moeder toen ze in 1947 ging trouwen. Ook dat vond iedereen doodnormaal.

 

In fundamentalistische godsdiensten is de vrouw per definitie lager in rang dan de man, maar met godsdienst heeft dat niet zo veel te maken. Meer met het verschil in lichamelijke kracht tussen mannen en vrouwen, dat er altijd al geweest is, en omdat het mannen wel goed uitkomt.

Kijk maar eens naar de uitzending van Floortje Dessing over twee Nederlandse artsen in Papoea Nieuw-Guinea (http://www.uitzendinggemist.net/aflevering/423867/Floortje_Naar_Het_Einde_Van_De_Wereld.html).  (vanaf 27.50).

Dat de man daar de baas is en ‘zijn’ vrouw mag aftuigen, is er doodnormaal, al is het juridisch strafbaar.

 

Niet dat mishandeling van vrouwen in ons land niet voorkomt, maar een mishandelende man gaat hier niet vrijuit door te zeggen dat het ‘zijn’ vrouw is en de politie een bedrag in handen te stoppen. Het is hier niet normaal (meer) om je vrouw te mishandelen.

 

Excuses voor slavernijverleden

Burgemeester Aboutaleb van Rotterdam heeft als eerste hoogwaardigheidsbekleder in Nederland gezegd dat Nederland excuses zou moeten maken voor het slavernijverleden in Suriname en op de Nederlandse Antillen.
… “Voor het leed dat tienduizenden is berokkend. Om definitief een punt te zetten achter deze donkere bladzij uit de geschiedenis.”

Ik ben het daarmee eens. Toen de slavernij door Nederland in 1863 werd afgeschaft, kregen alleen de eigenaren een schadevergoeding. De slaven kregen niets.


Tuurlijk, ik heb zelf nooit slaven gehouden en hoogstwaarschijnlijk hebben mijn voorouders ook geen greintje schuld aan de slavernij.

Mijn familie heeft ook geen gezinnen uit elkaar gerukt of Afrikaanse baby’tjes die te veel huilden tijdens het vervoer naar de Nederlandse gebieden, het zwijgen opgelegd door ze op de rand van de boot dood te slaan – een verhaal dat ik lang geleden van mijn ex-schoonmoeder heb gehoord.


Maar dat rechtvaardigt het niet-maken van excuses niet. Wij blanke/witte/roze/beige Nederlanders hebben economisch wel geprofiteerd van de slavenarbeid in de “overzeese gebiedsdelen”.

Dat was doodnormaal.

 

Winst

Psychologisch gezien is er veel te winnen
als het kabinet eindelijk excuses aanbiedt aan de nakomelingen van de door Nederlandse burgers tot slaaf gemaakten.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

--------------------------------------------

 

Blog 73 – Armoede

 

In de keuken leg ik de laatste hand aan het eten. Op de achtergrond hoor ik het Friese commentaar bij een wedstrijd van sc Heerenveen.

De club uit Spanje waar Heerenveen tegen speelt, heeft een clublied heeft dat op een Gregoriaans gezang lijkt.

Opeens realiseer ik me hoe goed ik het heb. Wij, huisgenoot W. en ik, kunnen eten wat we willen. We zijn geen big spenders, maar als we iets willen kopen, gaan we geen avonden uitzoeken welk merk of welke reis of welke aanbieder het goedkoopst is.

We hoeven ons ook niet steeds af te vragen hoeveel geld er nog op de bankrekening staat, en of we niet rood zullen komen te staan.

 

Na de oorlog
Dat is wel eens anders geweest
. Ik ben een paar jaar na de Tweede Wereldoorlog geboren en toen ik kind was, was het heel gewoon dat we bij de broodmaaltijd eerst een ‘boterham met boter’ – door anderen ook wel ‘boterham met tevredenheid’ genoemd – moesten eten.

We aten ook altijd goedkoop brood; zelfs een tijdje ‘grijs brood’, herinner ik me. En van dure vleeswaren was natuurlijk geen sprake.

Onze moeder naaide en breide zelf een gedeelte van de kleren.


Later kregen mijn ouders het beter, maar toen waren er inmiddels zes kinderen en was er in ieder geval niet genoeg geld om mijn tweelingzus en mij, als oudste kinderen van zes – en ook nog meisjes – naar de universiteit te laten gaan.


Achterstandswijk
Later kwam ik in de bijstand terecht. Ik weet dus uit eigen ervaring hoe het is om gebrek aan geld te hebben. Om in een arme wijk te moeten wonen, wat vaak ook een achterstandswijk is en waar het onbehagen van de autochtone bevolking over haar eigen onmacht een uitweg vindt in discriminatie van wat niet ‘eigen volk’ is.  “Zwartjoekel”. “Tamil”. “Turk”.


Hoe het is om je kinderen niet te kunnen geven wat andere kinderen wél hebben.


Een tijdje geleden werd ik onaangenaam getroffen toen een van mijn zoons zei dat hij een moeilijke jeugd had gehad: zonder vader en in armoede.

Natuurlijk wist ik dat hij het erg moeilijk heeft gehad met de afwezigheid van zijn vader, maar een trauma omdat andere gezinnen en kinderen meer geld te besteden hadden? Als moeder wil je dat je kinderen gelukkig zijn en daar heb ik altijd mijn best voor gedaan.

De volgende keer dat ik hem zag zei hij gelukkig dat het niet aan mij gelegen had. Ik had altijd veel liefde en warmte geboden.

 

Stress
Armoede veroorzaakt vaak stress. Ik weet ook dat armoede littekens kan achterlaten. Arm zijn betekent een schraal bestaan hebben.


Gelukkig kan ik goed met geld omgaan. Ik ben wel geen Zeeuwse – want “ons Zeeuwen bin zuunig” – maar wel net zo zuinig. Ik heb in mijn leven nog nooit schulden gehad.

Zelfs in mijn horoscoop is mijn spaarzaamheid duidelijk terug te vinden.

Spaarzaamheid is geen kwestie van opvoeding. Mijn kinderen geven veel gemakkelijker geld uit dan ik.

 

Winkeldiefstal
Helaas zijn er veel mensen die niet goed met geld kunnen omgaan. Dat kan tot grote problemen leiden.


Nog niet zo lang geleden moest ik bij een rechter-commissaris tolken voor een vrouw die oorspronkelijk afkomstig is van een tropisch eiland dat onderdeel uitmaakt van het Britse Gemenebest. Ze is allang bekend bij de rechtbank omdat ze al vaak op winkeldiefstallen betrapt is.


Een tijdje terug had de rechter-commissaris haar uit voorlopige hechtenis geschorst vanwege haar moeilijke privéomstandigheden. Ze heeft namelijk zes kinderen. De jongste is zes en een ander kind moet drie keer per week naar het ziekenhuis wegens een chronische ziekte.

Aan de schorsing van de voorlopige hechtenis waren voorwaarden verbonden, maar die had ze overtreden. Als excuus voerde ze aan dat haar man was overleden en dat hij haar met hoge schulden had achtergelaten.


Ze was weer op winkeldiefstal betrapt, en nog wel met een zogenaamde geprepareerde tas. De rechter vond het dus aannemelijk dat ze ook een ‘afzetkanaal’ had voor de spullen die ze uit parfumeriewinkels stal.

Daarom werd de schorsing van de voorlopige hechtenis opgeheven en kwam ze weer vast te zitten.

 

Drama
Wat een drama allemaal! En wat betekent dat voor haar kinderen? Ik kan me niet anders voorstellen dan dat de kinderen uit huis geplaatst zullen worden.

Hoe zullen zij later terugkijken op hun jeugd?

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

--------------------------------------------

 

Blog 74– Zomer en CO2-uitstoot

 

Tijdens de hitteperiode die we deze zomer gehad hebben, is de benedenverdieping van ons huis altijd redelijk koel gebleven. Als ik een tijdje buiten had gezeten en weer naar binnen ging, was dat een genot.

En als ik naar buiten ging en de warme lucht of de warme zon op mijn benen voelde, was dat ook een genot.

We hebben echt geluk dat we de hitte beneden – in de gang, de slaapkamer en mijn werkkamer – zo goed buiten kunnen houden.
De slaapkamer heeft schuifdeuren met zonwerende gordijnen en voor de ramen op het zuidoosten en het zuidwesten van mijn werkkamer hebben we screens laten aanbrengen.

Bovendien bieden de gouden regen ‘s morgens en de magnolia en de leilinde ’s middags bescherming tegen de zon.


Het is aan het begin van de zomer zelfs vaak té koud geweest in mijn werkkamer. Als het buiten mooi weer was, moest ik als ik aan mijn bureau zat te werken soms een extra bloesje aandoen, en sokken aan mijn voeten.

 

Driehoog

Nee, dan hebben anderen het met de hittegolf veel zwaarder gehad. Een nicht van huisgenoot W., met wie hij vroeger wel veel contact had, is een paar jaar geleden in het noorden komen te wonen, en we hadden eindelijk een afspraak gemaakt om bij haar op bezoek te komen. Ze woont alleen op driehoog en heeft ons bezoek vanwege de stomende, bijna ondraaglijke hitte in haar appartement al twee keer verzet.

In principe zijn de huizen in ons land niet ingesteld op de hoge temperaturen waar we dit jaar opeens mee geconfronteerd zijn. Nou ja, “opeens”?

 

Er is al jaren gewaarschuwd voor temperatuurstijgingen, alleen kiest een groot deel van de bevolking ervoor zijn kop in het zand te steken en toch minstens één keer per jaar met het vliegtuig met vakantie te gaan.

En het bedrijfsleven doet er over het algemeen alles aan om zo weinig mogelijk energie en geld te steken in vermindering van de CO2-uitstoot en andere milieusparende maatregelen.

 

Kinderen en kleinkinderen

Ik moet er niet aan denken ’s zomers altijd met zo’n hoge temperatuur te leven.

Waarom doen we er niet alles aan om het leven op onze eigen planeet voor ons allemaal zo prettig mogelijk te houden? Ik zie niet in hoe we 7 miljard mensen een draaglijk leven op Mars kunnen laten leiden. Laten we aan onze kinderen en kleinkinderen denken!

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

--------------------------------------------

 

Blog 75 - Zekeringen

 

Aan het eind van de morgen dacht ik dat ik mooi even de heg kon gaan snoeien. Ik bracht de elektrische heggenschaar en het verlengsnoer naar buiten en begon.

 

Ik had in mijn hoofd dat ik eraan moest denken het snoer niet door te snijden – want dat is ons wel eerder gebeurd – maar het gebeurde toch. Zomaar.

 

Hoe? Er staan planten en struiken en keien langs de heg, waar ik tussendoor moet manoeuvreren.
Bovendien snoeide ik van rechts naar links, terwijl het snoer van links kwam.

 

Voor ik het wist raakte de zaag van de heggenschaar het snoer en zag ik een vonkje. Foute boel dus.

 

Voor alle zekerheid controleerde ik even of het licht net echt niet deed, maar helaas. In de meterkast was een veertje uit één van de stoppen losgeschoten, zag ik. Die zou vervangen moeten worden, maar er lagen geen reserve-exemplaren meer.

Het was ook wel zo'n 10 jaar geleden dat ik een zekering had moeten vervangen. Er moest dus een nieuwe zekering (stop) komen.

 

Waar kon ik die ook alweer kopen?

 

En vroeg ik me af, is het allemaal nog wel hetzelfde als vroeger nu we zonnepanelen en een slimme meter hebben?

 

Waar koop je die dingen?

Gelukkig lag er een kaart van Liander op de vloer van de meterkast. Daar stond een informatienummer op dat je kon bellen. Ik belde, maar het nummer bleek niet meer geldig te zijn.

 

Omdat je voor storingen een 0800-nummer kon bellen, deed ik dat maar. Ik hoefde niet eens lang te wachten. Een man met een prettige stem kon voor mij nagaan dat het vervangen van de zekering het enige was dat ik hoefde te doen en hij vertelde me ook dat ik zekeringen bij de supermarkt kon kopen:
"Bij de schoonmaakmiddelen en de doekjes en zo."

 

Er zat niets anders op dan naar het centrum te fietsen. Onderweg bedacht ik dat de Action ook wel eens zekeringen zou kunnen verkopen, dus daar ging ik eerst heen. Ik speurde bijna alle schappen af, maar vond niets.

 

Gelukkig had de kassajuffrouw weinig te doen, dus vroeg ik haar waar de zekeringen lagen. "Nee, die verkopen we niet", kreeg ik tot mijn verbazing te horen.

 

Oké, dan maar naar de supermarkt ernaast. Weer aan een winkeljuffrouw gevraagd waar ik de zekeringen kon vinden. "Die verkopen wij niet", zei ze, "omdat de Action ze heeft".

 

Ik kon haar vertellen dat dat niet het geval was.

 

"Weet u ook waar ik ze wel kan krijgen?", vroeg ik. "Bij de Blokker misschien", opperde ze.

 

Verder dan maar. Eerst maar eens proberen bij de Expert-winkel, dacht ik. Dan kan ik altijd nog naar Blokker.

 

Bij Expert hadden ze ook geen zekeringen, maar de verkoper daar gaf me wel een goede tip. "Bij Handyman?"

 

Ach ja! Dat klonk me heel plausibel in de oren. Dat ik daar niet eerder aan gedacht had!

 

Ik fietste erheen en natuurlijk hadden ze daar wat ik zocht. In de kleinste verpakking zaten meteen vijf zekeringen. Ze kostten in totaal € 4,49 en daar kan ik waarschijnlijk mijn hele leven mee toe.

 

Weer thuis
Thuis draaide ik de stop erin en alle lichten deden het weer.

Nu alleen nog alle elektrische klokken bijstellen en een keer een nieuw verlengsnoer kopen.

 

De heggen zijn helaas nog niet gesnoeid.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

--------------------------------------------

Blog 76 - Tweede leg

 

Mijn broer Harry heeft een dochter van 31 en drie kinderen van 13, 11 en 10.

 

Inderdaad, de oudste dochter is uit zijn eerste huwelijk en de jongere kinderen uit zijn tweede. Het is een duidelijk voorbeeld van een 'tweede leg'.
De kinderen van mijn broer en zijn tweede vrouw Sylvia vinden het normaal dat ze geen piepjonge ouders hebben.

 

Sylvia is 10 jaar jonger dan Harry en wilde per se nog kinderen. Ze is erin geslaagd na haar 40ste nog drie gezonde kinderen te baren, zonder kunstmatige ingrepen.

 

Dat is heel bijzonder. Een vrouw van 40 heeft gemiddeld nog maar een maandelijkse kans van 7 procent om zwanger te worden. Bij een vrouw van 22 is die kans 22 procent.

 

Andere tweedeleggers

Michael Douglas, Mick Jagger (meer een vijfdelegger), wijlen David Bowie, Harvey Keitel, Peter Faber en Felix Meurders verwekten ook kinderen toen ze al in de 50 of 60 waren.

Peter Faber verwekte zijn eerste kind toen hij begin 20 was en zijn vijfde toen hij omstreeks 60 jaar was.

 

Hij zegt: "Als je ouder bent, heb je meer ruimte. Je moet op je 74ste niet meer gaan waterskiën, maar je moet wel proberen je hele leven fit te blijven. Dat is een keuze." 

Ook van Mick Jagger kun je niet ontkennen dat hij fit is op zijn oude dag.

 

Een op de zes baby's heeft een vader die ouder dan 40 jaar is. Een op de 20 heeft een vader van 45 jaar of ouder.

 

Mijn eigen vader was geen tweedelegger, maar wel ouder dan 40 bij de geboorte van zijn twee jongste kinderen. Ik denk dat hij de opvoeding moeilijker vond worden.

 

Huisgenoot W. wilde beslist niet opnieuw aan kleine kinderen beginnen, deelde hij mij mee toen we een relatie kregen. Hij vond het wel mooi geweest.

 

Maar ik had dan ook al kinderen. Het ligt anders als de nieuwe vlam kinderloos is.

 

Kinderen zijn verschillend

Alle kinderen zijn verschillend. Dat merkte Harry toen hij opeens meer dan één kind had.

 

Zijn tweede dochter, Margriet, is net zo gewetensvol als zijn oudste dochter Natasja en net zo'n uitblinker op school, maar de andere twee kinderen zijn anders (en onderling ook weer verschillend).

 

In het verleden behaalde resultaten zijn blijkbaar geen garantie voor de toekomst.

 

Harry merkt nu ook dat het heel iets anders is drie kinderen tegelijkertijd groot te brengen dan maar één kind te hebben.

 

Oudere moeders
Er zijn veel vrouwelijke filmsterren/beroemdheden die (ver) na hun veertigste een baby kregen:

Susan Sarandon, Geena Davis, Uma thurman, Brooke shields, Madonna, Nicole Kidman en Maria Carey.

 

Ik heb geen idee of ze daarbij via medische technieken hulp hebben gekregen.

 

Kunstmatige voortplanting
Het is wel duidelijk dat in de toekomst 'jonge moeders' van boven de 45 of de 50 een veel gewoner verschijnsel zullen zijn. Naast alle technieken die tegenwoordig al gebruikt worden, wordt er immers geëxperimenteerd met uit stamcellen gekweekte zaad- en eicellen.

Op die manier kan leeftijd losgekoppeld worden van vruchtbaarheid.

 

Dat de menselijke voortplanting in de toekomst misschien volledig kunstmatig wordt, zoals sommige wetenschappers zeggen, vind ik jammer en ook wel beangstigend.

 

Ik begrijp dat kunstmatige voortplantingstechnieken een uitkomst zijn voor mensen die op de natuurlijke manier geen kinderen kunnen krijgen, maar er zitten heel veel risico's aan het maken van zg. designerbaby's.

 

Zie ook: : https://dekennisvannu.nl/site/artikel/De-onverbeterlijke-mens/7059

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

--------------------------------------------

 

 

Blog 77 – Strijken

 

Zakdoeken

Ik was weer eens aan het strijken. Dat doe ik niet vaak, maar er had zich nu heel wat was opgestapeld.

Ik strijk geen lakens, zoals mijn moeder vroeger wel deed, en veel anderen misschien nog doen. Wel soms slopen, katoenen broeken, zomerjurkjes, shirts en de katoenen zakdoeken van huisgenoot W.

Katoenen zakdoeken gebruik ik al tientallen jaren niet meer, maar huisgenoot W. heeft het zo meegekregen vanuit zijn ouderlijk huis, en van verandering houdt hij niet.

Ik houd zijn zakdoeken keurig bij.

 

Tafellakens

En altijd alle tafellakens. Tegenwoordig worden er weinig tafellakens meer gebruikt, geloof ik, maar wij doen er nog aan.

Deze keer was ik een exemplaar aan het strijken dat ik meer dan 20 jaar geleden gekregen heb van mijn zoon Dolf en zijn toenmalige vriendin, Ammerins.

Ammerins heb ik al bijna 20 jaar niet gezien, maar elke keer als ik dat tafellaken zie, denk ik aan haar.

 

Ik weet niet of je deze blogs wel eens leest, Ammerins, maar ik ben blij met dit tafellaken. Het heeft zich heel goed gehouden, de (blauwe, groene en gele) kleuren erin zijn hoogstens iets verbleekt. Je hebt een goede keus gemaakt.

Het is van het merk Cinderella – Assepoester – zag ik. Dat merk zullen Dolf en jij toen wel niet met opzet hebben uitgekozen, maar ik heb wel mijn prins gevonden (nou ja, min of meer dan).

Je was trouwens bij de bruiloft, bedenk ik me nu.

 

Begeleidende muziek

Omdat huisgenoot W. niet in de kamer was, besloot ik een cd met klassieke muziek op te zetten. Vroeger, toen huishouden een groter deel van mijn tijd uitmaakte, deed ik dat altijd bij het strijken.

Het werd de cd met vier concerten van Joseph Haydn voor resp. piano, viool, trompet en cello met orkest.
Ik werd meteen meegezogen door de muziek.


Als je muziekstukken zo vaak gehoord heb, weet je precies wat er komt, maar ik werd toch nog verrast door de mooie uitvoering. Op de cd-hoes zag ik de namen van Jörg Demus (piano), Pinchas Zuckerman (viool), Pierre Thibaud (trompet), Pierre Fournier (cello), en van de dirigenten Franz-Paul Decker, Pinchas Zuckerman (in een dubbelrol), Otto Gerdes en Rudolf Baumgartner.


Ik bedacht dat ik i
n de loop van de jaren heel veel klassieke muziek heb beluisterd en dat heel veel muziek me bekend voorkomt, maar dat je mij niet moet vragen welk nummer (uit de Hobokenverzeichnis, Köchelverzeichnis, Bach-Werke-Verzeichnis enz.) een stuk heeft, of uit welke periode het stamt, of wie het precies uitvoert of uitvoeren.

Dat is meer iets voor sommige mannen, zoals Maarten ’t Hart.

Mij boeit het niet, en daarom kan ik het niet onthouden. Als iemand mij deze muziek had laten horen, had ik hoogstens gezegd: “Dat is Haydn, hè?”, maar daar was het wel bij gebleven.

 

De volgende dag

Op de avond van de volgende dag zei huisgenoot W. tegen mij: “Die grijze broek die jij gisteren hebt gestreken, heb ik weer in de wasmand gedaan, hoor. Ik heb er boter op gemorst.”

Tsja …

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

--------------------------------------------

 

Blog 78 – Bijblijven

 

Als je in deze maatschappij ouder wordt, valt het nog niet mee om bij te blijven. Dat komt vooral door de automatisering die maar doordendert.

Alleen al met mijn computer zou ik zoveel meer kunnen doen dan ik doe.

Bovendien weet ik niet altijd of boodschappen op mijn computer of smartphone bedoeld zijn om me van dienst te zijn, of dat het om ordinaire verkooptechnieken gaat. De hebzucht viert hoogtij in de digitale wereld.


Een tijdje geleden had ik bijvoorbeeld Norton Identity Safe aangevinkt, omdat mij dat op mijn computerscherm dringend werd aangeraden. Later hoorde ik van mijn ‘computeradviseur’ dat dat helemaal niet nodig was geweest, omdat mijn wachtwoorden ook al door Google en door Firefox en door Chrome zijn vastgelegd. Volgens de expert wil Norton alleen maar zoveel mogelijk van mij/ons weten.


Ook had Norton, of ikzelf per ongeluk, mijn toegang tot minder veilige apps uitgeschakeld. Het gevolg was dat ik steeds berichten kreeg dat ik een “geblokkeerde inlogpoging” moest controleren. Daarvoor moest ik blijkbaar een wachtwoord voor de ‘IMAP-server’ intypen, maar het enige wachtwoord dat volgens mij in aanmerking kwam, bood geen soelaas. Ook Outlook deed het niet meer.

Na veel gedoe slaagde mijn expert erin de oorzaak te achterhalen (Norton!) en is het weer gefikst.

 

Nieuwe woorden
Zoon en kleinzoon hadden het laatst over een meme creator. Dan denk ik: wat is dat nou weer?


En stiefzoon Allert, die basisschoolleraar is,  had het over Chromebooks die zijn school wilde aanschaffen voor leerlingen. Daar had ik ook nog nooit van gehoord. Ze zouden goedkoper zijn dan laptops.

Ik heb werkelijk geen idee meer hoe het onderwijs van tegenwoordig eruitziet. Digitale schoolborden (digiborden) schijnen gemeengoed geworden te zijn, maar ik heb er nog nooit mee zien werken.

 

Bij een IND-gehoor had een jongeman uit Trinidad het over een BBM pin die uitgewisseld was. Ik had geen flauwe notie wat dat was – de gehoormedewerkster gelukkig wel. Thuis zocht ik het op in de Urban Dictionary op Google;  het bleek iets uit het verleden te zijn, nl. een Black Berry Messaging pin.

Die werd gebruikt als iemand met een Blackberry contact wilde opnemen met iemand anders met een Blackberry.


Taalverwarring
Laatst, in Deventer, was de parkeergarage waar ik wilde parkeren niet goed bereikbaar door bouwwerkzaamheden, dus maakte ik gebruik van een Q-park (P & R).

Het bleek dat ik het terrein op kon rijden door mijn betaalpas in de toegangszuil (is dat een woord?) te steken, zonder pincode. Dat deed ik dus, maar toen kreeg ik een melding: “Neem uw betaalkaart uit”.


Dat was verwarrend
; ik hád mijn betaalpas al weer uit de zuil gehaald en verwachtte dat ik nog een soort kaartje zou krijgen – de betaalkaart. Ondertussen was de slagboom al opengegaan, dus ik reed het parkeerterrein maar op.
Maar wel met een heel onzeker gevoel: kom ik er straks wel uit? Heb ik daar geen ‘betaalkaart’ voor nodig?

Achteraf begreep ik dat ik me niet druk had hoeven te maken; ik kon gewoon ‘uitchecken’ door mijn betaalpas weer in de gleuf te steken.


Dit was dus weer eens een kwestie van een verkeerde vertaling uit het Engels
. Het Engelse ‘payment card” of ‘debit card’ is in het Nederlands een betaalpas.

Mensen zoals ik, die prijsstellen op een goed gebruik van het Nederlands, zonder anglicismen, raken daardoor echt van de kaart …

 

Oude mensen
Voor heel oude mensen wordt de maatschappij wel heel ingewikkeld. Zij kúnnen zonder hulp niet bijblijven.

Mijn moeder van 94 heeft al jaren geleden een laptop gekregen van een van de kinderen om te kunnen e-mailen, maar ze weigert het ding te gebruiken (angst voor het nieuwe!). We kunnen haar dus niet e-mailen; niemand kan dat.


Ze kan en wil ook geen betalingen doen op de computer en dat staat de banken helemaal niet aan.  De banken willen immers iedereen dwingen om via internet betalingen te doen?
Door verregaande automatisering kunnen ze lekker massa’s werknemers ontslaan, zodat persoonlijke dienstverlening inmiddels iets van het verleden is geworden.

En ze maken het (oude) mensen die geen computer of mobiele telefoon hebben, zo lastig mogelijk.

 

Vroeger – ja, jongelui! – maakten wij geld over door ingevulde overschrijvingskaarten in voorbedrukte enveloppen op de post te doen. Die overschrijvingskaarten kon je uit een door de bank/giro gratis verstrekt boekje scheuren.

Als er nog 10 overschrijvingskaarten over waren, kreeg je vanzelf een nieuw boekje toegestuurd.


Tegenwoordig
mag je van de almachtige bank nog wel overschrijvingskaarten gebruiken, maar je moet ze zelf aanvragen en er bovendien voor betalen. Dat doet mijn moeder dus, met hulp van mijn broer.

 

Conclusie
Ik zou willen dat de maatschappij zich niet zo door IT-bedrijven en whizzkids op sleeptouw zou laten nemen. De overheid zou erop moeten toezien dat zoveel mogelijk mensen de ontwikkelingen kunnen bijhouden.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

--------------------------------------------

 

Blog 79 – Mag je jezelf zijn?

 

Een paar maanden geleden zag ik Clairy Polak weer eens op de televisie. Ik zocht haar op in Wikipedia en zag tot mijn verrassing dat zij een dochter is van Alexander Pola, die mijn generatie kent van het kwintet Farce Majeure, heel bekend in de jaren 60 en 70.

 

Clairy Polak presenteerde vroeger het actualiteitenprogramma NOVA, en daarna Buitenhof.

De laatste jaren heb ik haar alleen nog maar gezien als gespreksleidster bij Het Filosofisch Kwintet. Zij is in mijn ogen een vrouw die vanzelfsprekend ambitieus is. Ze is er niet op uit te behagen, zoals zoveel andere vrouwen op de tv (babes).


Keurslijf
Wat mij altijd opvalt zijn haar ‘wilde’ wenkbrauwen. Make-updeskundigen bij de tv hebben haar vast wel vaak willen overreden om daar wat aan te doen, maar zij zal dat afgeslagen hebben – vermoed ik zo.

Mannen op de tv mogen er immers uitzien zoals ze willen, maar vrouwen worden altijd in een keurslijf gedwongen. Ze mogen niet zijn wie ze zijn.


Ik zag laatst een vlog van iemand die voordeed hoe zij haar wenkbrauwen fatsoeneerde. Het kwam erop neer dat ze zowat al haar wenkbrauwhaartjes eerst uittrok en dan met kunstmiddeltjes de wenkbrauwen weer opvulde. Wat een dwaasheid!


Rage
Sinds het eind van de twintigste eeuw is het in de westerse wereld steeds gekker geworden met de verwachtingen die er aan het lichaam van vrouwen en meisjes worden gesteld.

Ik beperk me hier tot de rage van de verwijdering van lichaamshaar bij vrouwen.


Het begon met de verplichte verwijdering van okselhaar. Onder anderen sterren als Madonna en Julia Roberts hebben geprobeerd zich daar tegen te verzetten, maar zelfs hen lukte het niet onder de dwang uit te komen.

 

Nog later werd vrouwen wijsgemaakt dat ze absoluut hun schaamhaar moesten verwijderen.

Bij mannen was – zelfs overvloedig – okselhaar natuurlijk nooit een probleem. In films wordt het okselhaar van mannen zonder problemen getoond – bijvoorbeeld als ze uit bed komen – en niemand doet moeilijk als het okselhaar van Epke Zonderland uitgebreid te zien is als hij oefeningen aan de rekstok of de ringen doet.

 

Groepsdwang
Het is al eeuwen zo dat vrouwen te horen krijgen dat hun lichaam niet goed is zoals het is, en het wrange is dat het ook vrouwen zelf zijn die via groepsdwang grote druk uitoefenen op hun seksegenoten.

 

Ik durf wel te beweren dat diezelfde groepsdwang vroeger een rol speelde bij het omzwachtelen (inbinden) van de voetjes van vrouwelijke baby’s in China (met z.g. lotusvoetjes tot gevolg, die een ‘sexy’, schuifelende eendenpas mogelijk maakten) en nu nog steeds een belangrijke factor is bij de verwijdering van een groot deel van de geslachtsorganen van jonge vrouwen in sommige landen in Afrika, Azië en het Midden-Oosten (vrouwelijke genitale verminking; FGM; vrouwenbesnijdenis).

https://nl.wikipedia.org/wiki/Lotusvoetjes

zg.https://nl.wikipedia.org/wiki/Vrouwelijke_genitale_verminking

 

Omgekeerde tendens?
Toevallig las ik trouwens in De Volkskrant dat er een tendens is naar weer meer acceptatie van lichaamshaar bij vrouwen.

 

Én dat mannen zich steeds vaker gedwongen voelen hun lichaamshaar te verwijderen.

Volkskrant:  https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/2017-was-het-jaar-van-de-terugkeer-van-het-vrouwelijk-lichaamshaar~b623a3f4/

 

Arme mannen!
Uit de Volkskrant van 3 december 2017:
´Vooral jonge mannen scheren hun lijf: 58 procent van de mannen tussen de 16 en 24 zegt druk te voelen zich te ontharen, tegenover 22 procent van 65-plussers’.

 

Arme mannen. Ze worden tegenwoordig op andere terreinen ook al zo zwaar onder vuur genomen.

Waarom mogen mensen niet zelf weten hoe ze eruit zien?

 

Wat mij betreft geldt dat zowel voor mannen als voor vrouwen.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

--------------------------------------------

 

Blog 80 – Correcte spelling


Hieronder staan wat zinnetjes waarmee je je kennis van de Nederlandse spelling kunt testen.

De onderstreepte woorden zijn juist. Zou je de woorden zelf ook goed gespeld hebben?

 

Test

  1. Het is voor mij nieuw dat onze moeder haar geld in aandelen  ________.
    a. belegt                     b. belegd

  2. De lekkerste soep is naar mijn smaak ________
    a. koninginnensoep                          b. koninginnesoep

  3. Zij houdt van zonnige  ________
    a. lentes                                  b. lente’s

  4. Op die manier doet hij er tien keer zo lang over ________ nodig is.
    a. als                             b. dan

  5. Herman kan je ________ op maat geven.
    a. carrièreadvies    b. carrière advies

  6. Er waren nogal wat ________ deelnemers aan de vergadering.
    a. onvoorbereidde                         b. onvoorbereide

  7. Er groeit nog steeds ________ onkruid in onze tuin.
    a. teveel                                  b. te veel

  8. Het Loofhuttenfeest is een belangrijk feest voor orthodoxe ________.
    a. joden                      b. Joden

  9. Karin is een aardig meisje ________ ik al jaren ken
    a. die                             b. dat                              c. wat

  10. Het bedrijf heeft ________ arbeidsvoorwaarden verbeterd.
    a. zijn                                     b. haar

 

Het groene boekje

In de Woordenlijst Nederlandse taal (het ‘Groene boekje’) wordt in de door Jan Renkema geschreven inleiding (blz. 10 tot en met 46) uitleg gegeven over de redenen voor allerlei spellingsregels.  

 

Als ‘speciale kwesties’ behandelt Renkema de tussenletter in samenstellingen (zowel de -n- als de -s-), het afbreekteken, de hoofdletter, het liggend streepje, het trema, de apostrof en accenttekens.

 

Bovendien gaat hij in op de spelling van woorden van vreemde herkomst, de spelling van werkwoorden, de vervoeging van werkwoorden van Engelse herkomst, het geslacht van zelfstandige naamwoorden en afwijkingen van de voorkeursspelling van 1954.

Die laatste hebben meestal betrekking op de vraag of er in een woord een c of een k moet staan.

 

Eerdere blogs over spelling

Voor niet-verstokte lezers van mijn blogs wil ik graag vermelden dat ik eerder drie blogs over spelling heb geschreven, met name over het gebruik van d’s  en t’s in werkwoordsvormen.

Het betreft de blogs 43, 47 en 53.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

-------------------------------------------------

 

Blog 81 - Prikjes in de ozonlaag

 

De laag ozon (O3) om de aarde absorbeert harde ultraviolette straling van de zon en beschermt de aarde daardoor tegen kosmische straling. In de jaren 80 van de vorige eeuw (dat klinkt nog steeds gek …) maakten wetenschappers zich zorgen over een groot gat in die ozonlaag, boven  Antarctica. Wetenschappers ontdekten dat die onder andere veroorzaakt werd door cfk’s, chloorfluorkoolwaterstoffen. Die werden veel gebruikt in koelkasten, spuitbussen en piepschuim (en worden ook wel freonen genoemd).|

Het was een gat dat drie keer zo groot was als de oppervlakte van de Verenigde Staten.

 

Sceptische wetenschappers
Net als nu in het debat over de effecten van CO2 op het klimaat, waren er toen ook ook wetenschappers die sceptisch waren over de schadelijke werking van cfk’s.

De chemische industrie maakte daar graag gebruik van om op grote schaal bij de politiek te lobbyen vóór het gebruik van cfk’s.


In 1978 kwam er in de VS toch een verbod op spuitbussen met cfk's, maar in de rest van de wereld niet.
De productie en het gebruik van cfk’s werd ook niet verboden.

 

De rol van het toeval
Pas toen de toenmalige president van de Verenigde Staten, Ronald Reagan, huidkanker kreeg, begon hij zich zorgen te maken over het gat in de ozonlaag. Stel dat de bezorgde wetenschappers toch gelijk hadden?

Om het zekere voor het onzekere te nemen, ging hij zich sterk maken voor een internationale overeenkomst over een verbod op de productie en het gebruik van stoffen die de ozonlaag afbreken.

Ook de minister-president van het Verenigd Koninkrijk, Margaret Thatcher – een bondgenoot en goede vriendin van Reagan – erkende het probleem. Ze was namelijk opgeleid als scheikundige en was in staat de redenering van de bezorgde wetenschappers te volgen.

Deze twee conservatieve politici stonden aan de wieg van het VN-Protocol van Montreal, dat in 1987 door 195 wereldleiders werd ondertekend. Het protocol heeft ervoor gezorgd dat de afbraak van de ozonlaag langzamerhand tot stilstand is gekomen en dat deze beschermende laag – pas! – in 2060 waarschijnlijk weer net zo dik zal zijn als vóór 1980.

 

Verband met klimaatverandering
Het Protocol van Montreal heeft ook bijgedragen aan de vermindering van het broeikaseffect. Veel stoffen die de ozonlaag aantasten, zijn namelijk ook broeikasgassen (naast verbindingen als CO2 en methaan).

En zoals bekend, zijn de meeste wetenschappers het erover eens dat broeikasgassen een voorname oorzaak zijn van klimaatverandering op aarde.

 

Domme uitspraken
Sommige politici gaan zo ver in hun streven om klimaatverandering door menselijk toedoen belachelijk te maken, dat ze maar wat zeggen.

“Ach, wie weet er nou het fijne van de oorzaken van deze ingewikkelde processen? Ik zeg maar wat”, schijnen ze te denken. Ze hebben de klok horen luiden, maar weten niet waar de klepel hangt.


Neem nou advocaat en nu ook Tweede Kamerlid Theo Hiddema.

Hij is nog een stukje ouder dan ondergetekende en dus ook iemand die er al lang was in de jaren tachtig. Hij heeft eens iets over de ozonlaag gehoord en ook eens iets over klimaatverandering, is principieel tegen veel overheidsbemoeienis en denkt zijn zegje wel te kunnen doen.


Als hij en minister Van Nieuwenhuis van Infrastructuur en Waterstaat bij Pauw zitten en de minister iets vertelt over plannen om de bodemdaling door droogte tegen te gaan en om water bij extreme regenval op te vangen en vast te houden, bagatelliseert hij het probleem van klimaatverandering met een verwijzing naar het naar zijn mening overdreven belang dat gehecht wordt aan “prikjes in de ozonlaag”.

 

Meneer Hiddema, u en uw partij maken uzelf belachelijk met dit soort domme praat. En uw geklets getuigt bepaald niet van ‘allure’, dat woord dat u zo graag gebruikt.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

---------------------------------------------

 

Blog 82 – Verkering


Schoonzoons
In het repertoire van de bijna vergeten cabaretier Wim Sonneveld zat vroeger een ‘conference’ met als titel De Jongens. Het verhaal ging over vriendjes en schoonzoons.

http://www.tigch.nl/sonneveld/jongens.htm of https://www.youtube.com/watch?v=taPkaLphBPE

Aan de tekst, geschreven door (de ook bijna vergeten) Simon Carmiggelt, kun je wel merken dat de tijden behoorlijk veranderd zijn.

Kijk/luister maar eens naar de uitsmijter van de conference: 

“Die knul waarmee ze vanmorgen naar het stadhuis gegaan is, dat is geen kwaaie jongen, hoor. Een beetje een sufferd. Hij helpt bij het afwassen!”

Zo wordt er nu natuurlijk niet meer gedacht over mannen die afwassen, alleen al niet omdat (bijna) iedereen een vaatwasmachine heeft.

 

En het begin van de conference luidt:

“M'n dochtertje is vandaag getrouwd en dat vieren we. Ze is pas eenentwintig. Ja, ze trouwen vroeg tegenwoordig.”


Ook dat is volkomen achterhaald. In de eerste plaats haalt geen vader het meer in zijn hoofd zijn 21-jarige dochter een ‘dochtertje’ te noemen en verder trouwen ze helemaal niet vroeg meer tegenwoordig.

De gemiddelde huwelijksleeftijd van vrouwen schijnt nu 34 jaar te zijn; in de jaren 70 was dat ongeveer 23 jaar. Met 34 jaar werd een vrouw echt wel als een oude vrijster beschouwd als ze niet getrouwd was.


En samenlevingscontracten en geregistreerde partnerschappen bestonden nog lang niet.

 

Wat wel hetzelfde gebleven is Carmiggelts constatering “Een opvoeder is een stakker die in het duister tast.” En bij hem slaat dat in het bijzonder op de omgang van dochters met vriendjes:

Maar ja… Harrie gaat, Piet komt. Piet gaat, Kees komt. Kees gaat, Nikkie komt. En allemaal mee-eten! Oh, ik heb wat voedsel verstrekt aan die knapen.”

 

Schoondochters
Bij mij, als moeder van alleen maar zoons, was het ook zo dat de meisjes – de vriendinnetjes - elkaar opvolgden.

Agnes gaat, Bettie komt. Bettie gaat, Christa komt. Christa gaat, Dieuwertje komt, enzovoorts.”


Behalve soms met de kerstdagen heb ik alleen helemaal niet zo veel voedsel aan ze verstrekt. Het is geloof ik nog steeds zo dat het meestal de moeders van de meisjes zijn die voedsel verstrekken aan de vrijers van hun dochters.


Toen mijn zoons ouder werden, hebben hun vriendinnen minstens zo vaak voor huisgenoot W. en mij gekookt als ik voor hen.

 

Cadeaus
In huis kom ik soms dingen tegen die mij door (potentiële) schoondochters cadeau zijn gedaan. Het is altijd leuk om teruggeworpen te worden in de tijd als ik die dingen zie.


Dan heb ik het over het Indiaanse masker en de twee poncho’s die Manuela voor ons meebracht na een vakantie met een zoon in Mexico, het houten bakje met parfumerieartikelen (waar ik allergisch voor ben) van Pamela, het rijstpannetje van Kitty, het tafellaken van Ammerins en de dikke handdoeken van Jozien.


Ongetwijfeld heb ik ook wel bloemen gekregen, maar die herinner ik me niet meer zo. En uiteraard zijn er foto’s van kleinkinderen, meegebracht door Nihal en Christine.

En de kleinkinderen zelf zijn ons geschonken, natuurlijk.

 

Variatie
Er is altijd een grote variatie aan – serieuze en minder serieuze – vriendinnetjes geweest. Ik herinner me van vroeger meisjes van wie de ouders of grootouders uit Korea, Sri Lanka, Indonesië, de Molukken, Venezuela, Zweden, Suriname en Sint Maarten kwamen, maar ook hele blonde types.

Een van die blondines was een struise meid die minstens een kop groter was dan mijn toen 13-jarige zoon Dolf en op voetbal zat. Ik heb nog steeds het beeld voor me dat ze bij ons thuis een trede lager op de trap stond dan Dolf. Dat was nodig, anders stonden ze niet op elkaars ooghoogte.

 

Tegenwoordig zijn de vriendinnen van mijn zoons allemaal blank en blond. En de nieuwste schoondochter, Roos, gaat me binnenkort het mooiste sinterklaascadeau geven dat ik ooit gehad heb, namelijk een nieuwe kleindochter.


Haar naam is voor mij geen verrassing meer, maar hoe ze er precies gaat uitzien natuurlijk wel. En ook welke knapen – om met Wim Sonneveld te spreken – ze later mee naar huis neemt.


Zullen huisgenoot W. en ik die jongens nog meemaken?

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

----------------------------------------------

 

Blog 83 – Taalergernissen

 

Tot mijn ongenoegen sluipen er steeds meer anglicismen en andere slordigheden in het Nederlands. Hieronder een kleine selectie.

 

Een van mijn schoondochters zei laatst, toen ik haar vroeg naar de pleister die ze om haar vinger had: “Ik heb mijn vinger gechopt”.
‘Choppen’ is hakken, fijnhakken, in het Engels, dus ik begreep na een korte verwarring wat ze bedoelde, maar waarom gebruikt ze dat vreemde woord?

Dat is net zoiets als iets ‘skippen’. Zeg toch gewoon ‘overslaan’!

 

Een sportverslaggever op de tv vroeg aan Mark van Bommel,  tegenwoordig trainer van PSV, zoiets als:
“Wat vind je ervan dat je voorstaat?”.
Ik volg het voetbal niet op de voet, dus ik dacht dat het aan mij lag dat ik die vraag niet goed begreep, maar Mark van Bommel begreep het ook niet. Na enig heen-en-weergepraat bleek dat de verslaggever had willen zeggen:
Hoe denk je dat je ervoor staat?

Voorstaan’ en hoe de zaken ‘ervoor staan’ zijn twee verschillende dingen.

 

De evenement, de bedrijf, de meisje, de systeem, de feest, de debat. Dit zijn het-woorden!!
Het debat dat …, het bedrijf dat … .

 

Ook overal te horen, nageaapt  van Engelssprekenden: ‘spotters’, in de zin van mensen die iets bekijken.

Als ik dat woord hoor, op de televisie bijvoorbeeld, zet me dat op het verkeerde been. Mij herinnert het woord ‘spotter’ onmiddellijk aan de bijbel, waar het heel iets anders betekent.

Een spotter is iemand die iets of iemand anders bespot.

Welzalig de man die niet wandelt in de raad der goddelozen,
die niet staat op de weg der zondaars,
noch zit in de kring der spotters,
maar aan des Heren wet zijn welgevallen heeft.”

 

De directeur van Shell hoorde ik laatst het woord speelvol gebruiken. Foutje!
Ze spreekt in het dagelijkse leven ongetwijfeld veel Engels en bedoelde speels.

 

“Deze informatie was heel behulpzaam”, zeggen mensen soms. Nee hoor, informatie kan niet behulpzaam zijn, dat kunnen alleen mensen. Informatie is nuttig, of informatie heeft geholpen.

 

En denk je dat er ergens een ‘downside’ aan zit? Dan kun je ook gewoon nadeel zeggen, hoor, of keerzijde.

En een goed Nederlands woord voor core business is kernactiviteit.

 

In de krant las ik vanmorgen: “… een merendeel van de bevolking …”.
Dat moet zijn: het merendeel van de bevolking of de meerderheid van de bevolking.

 

Omdat ik het wat kalmer aan ben gaan doen en we zo gezond mogelijk willen blijven, wandelen huisgenoot W. en ik nogal veel de laatste tijd.

Vanmiddag, tijdens de wandeling, zei huisgenoot:
“Fietsen is eigenlijk leuker dan wandelen, maar niet in dit weer.”

Ook huisgenoot is besmet met de Engelse ziekte. Het moet zijn: “Het is niet zo leuk met dit weer!”.

En mensen raken niet gewond in een auto-ongeluk, maar bij een auto-ongeluk.

 

Wat ik ook steeds vaker hoor is: “Dat hebben we gefaciliteerd.” Gefaciliteerd?
Gewoon mogelijk gemaakt toch?

 

En als laatste, in dit blog tenminste, het gebruik van deze als ‘die’ of ‘hem’ bedoeld wordt.

Op de televisie hoorde ik een reclame voor een of ander apparaat van Huawei. “Pre-order deze nu …”, werd er geschreeuwd.

Belachelijk!

In de eerste plaats het woord ‘pre-order’.

En in de tweede plaats het woord ‘deze’ in deze zin.
In normaal Nederlands zou je zoiets zeggen als:

Bestel hem nu vast!

 

Het lijkt ook wel of het aanwijzend voornaamwoord ‘die’ steeds meer verdwijnt en dat mensen in plaats daarvan ‘deze’ gebruiken. Dan hoor je bijvoorbeeld zeggen:”

“Twee jaar geleden is de Dienst Huppelepup opgericht. Meneer X werkt bij deze dienst.”

 

Dat klinkt mij vreselijk gekunsteld in de oren! Persoonlijk zou ik altijd zeggen: “Meneer X werkt bij die dienst.”

 

Alleen ben ik waarschijnlijk zo langzamerhand een roepende in de woestijn geworden, of een vreemdeling in Jeruzalem in het Nederland waarin het een verademing is als je iemand op de televisie gewoon mooi, soepel Nederlands hoort praten.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

--------------------------------------------

Blog 84 – Aan de dood ontsnapt

 

Ikzelf
Als ik in de auto over de snelweg rijd, denk ik nog wel eens aan het ongeluk dat ik op de A32 had een paar jaar geleden, op 21 november 2016. Dat had heel slecht kunnen aflopen.

Ik had verstrikt kunnen raken in de autogordel. Ik had met de auto in het midden van de vaart terecht kunnen komen – in plaats van tegen de wal aan – en zijn verdronken. Ook had ik kunnen proberen toch naar links te sturen en als gevolg daarvan in botsing kunnen komen met de achteropkomende vrachtwagen.

Dat is allemaal niet gebeurd. Zie blog 37.

 

Huisgenoot W
Ook met huisgenoot W. had het slecht kunnen aflopen. In april 1945, toen hij vier jaar was, werd de stad waar hij woonde – Deventer – bevrijd door de Canadezen. Dat had hem fataal kunnen worden, zoals hij 70 jaar later hoorde.


Dat zat zo.
‘Operatie Cannonshot’ was een militaire operatie met als doel de Canadezen over de IJssel te brengen tussen Zutphen en Deventer, richting de Veluwe en Arnhem. De militairen zouden zich verzamelen in Gorssel, binnen schootsafstand van Deventer. De Canadezen moesten dus eerst Deventer van Duitsers zuiveren, anders bestond het gevaar dat de Duitsers de Canadezen allemaal met hun artillerie zouden uitschakelen.


Omdat de Canadezen bang waren dat de jonge Duitse soldaten in Deventer hevig weerstand zouden bieden, hadden ze uit voorzorg de geallieerde luchtmacht om luchtsteun verzocht. De Canadezen wilden vanuit Schalkhaar via de Brinkgreverweg – aan de rand van de stad – en de Swaefkensstraat – een zijstraat van de Brinkgreverweg – naar het stadscentrum optrekken.

In de Swaefkensstraat woonde huisgenoot W met zijn moeder en jongere zusje – zijn vader was krijgsgevangene in Polen. Het huis had uitzicht op een stuk of 10 hooibergen.

Pas in een heel laat stadium bleek er in de Swaefkensstraat geen luchtsteun nodig te zijn; de huizen bleven dus gespaard. Wel kan huisgenoot W zich herinneren dat hij vanuit het huis kleine verticale lichtflitsen zag, snel achter elkaar, en dat als gevolg daarvan de hooibergen tegenover zijn huis in brand vlogen.
 
Achteraf gezien weet hij dat dat lichtspoormilitie moet zijn geweest, afgeschoten vanuit de geallieerde vliegtuigen.

 

Maar in ieder geval ontsprongen hij en zijn familie de dans.

 

Adolf Hitler
Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er zeker 4 of 5 aanslagen op Adolf Hitler gepleegd, die hij allemaal heeft overleefd. Er waren plannen voor nog veel meer aanslagen, maar die zijn niet uitgevoerd.


Een enkel voorbeeld van een mislukte aanslag is die door kolonel Henning von Tresckow, in maart 1943. In samenwerking met Fabian von Schlabrendorff wist hij een pakje met vier kleine kleefmijnen met daarin kneedbare explosieven in het vliegtuig te smokkelen waarmee Hitler van Smolensk in Rusland naar Berlijn zou vliegen. De bom werd door Tresckow zo ingepakt dat het geheel op een doos met twee flessen Cointreau leek – zogenaamd een cadeau voor een officier in Berlijn.

De vertragingsontsteker die aangebracht was, moest ervoor zorgen dat de kleefmijnen een half uur na plaatsing zouden ontploffen.

De hoeveelheid springstof in de mijnen was voldoende om het hele vliegtuig in flarden te rijten, maar helaas, door de extreme kou als gevolg van een defecte verwarming ging de bom niet af. De medesamenzweerders in Berlijn, die klaarstonden om een staatsgreep te plegen als het vliegtuig eenmaal was neergestort, konden hun plannen dus niet uitvoeren.

Als de aanslag wel was gelukt, hadden ze veel ellende kunnen voorkomen.

 

Fabian von Schlabrendorff
Een frappant verhaal is ook nog wat er daarna met Schlabrendorff gebeurde. Na een volgende mislukte moordaanslag op Adolf Hitler, op 20 juli 1944,  werd hij gevangengenomen en gemarteld. In februari 1945 moest hij voor de rechter verschijnen (het Volksgerichtshof), maar terwijl hij daar zat, werd de rechtbank getroffen door een Amerikaanse luchtaanval. De rechter werd verbrijzeld onder een balk en kreeg dus niet de gelegenheid de doodstraf tegen Schlabrendorff uit te spreken.

Ook hij ontsnapte dus aan de dood – in de oorlog tenminste.


Von Schlabrendorff werd in mei 1945 uit concentratiekamp Dachau gered en werd later rechter bij het grondwettelijk hof van West-Duitsland. Hij overleed eind jaren 60.

 

YouTube
Kijk ook nog maar even naar  “Extreme geluksvogels”: https://www.youtube.com/watch?v=TnW8Fhjd6E0

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Blog 85 - Kerst

 

Op zaterdagmiddag ging ik even naar het centrum. Daar kom ik niet zo vaak, maar ik had wat boodschapjes te doen: kerstkaarten voorzien van kerstpostzegels en ze op de bus doen, een nagelschaartje kopen, een paar warme handschoenen aanschaffen.

 

Er was markt en het was gezellig. Er werd sfeervolle kerstmuziek gedraaid en ik vroeg me af waarom ik niet vaker ging.

Tegelijkertijd kwam de melancholie – hoe veel kerstperiodes had ik nu al niet meegemaakt? Elk jaar maar weer hetzelfde. Hoe vaak nog?

 

Ik dacht aan hoe alles toch ook veranderd was.
Aan vroeger, toen ik klein was – de opwinding over de kleurige, smalle, gedraaide, brandende kaarsjes in de echte kerstboom. Hoe mijn vader ons optilde om ze ons van dichtbij te laten zien. De zinken emmer met water die eronder stond, voor het geval dat …  . De ongeruste blikken van mijn moeder.

 

Ook de magie van elk jaar hetzelfde kerstverhaal, Lucas 2:

En het geschiedde in die dagen dat er een bevel uitging vanwege keizer Augustus dat het gehele rijk moest worden ingeschreven. Deze inschrijving had voor het eerst plaats toen Quirinius het bewind over Syrië voerde. En zij gingen allen op reis om zich te laten inschrijven, ieder naar zijn eigen stad.

Ook Jozef trok op van Galilea, uit de stad Nazareth, naar Judea, naar de stad van David, die Bethlehem heet, omdat hij uit het huis en het geslacht van David was, om zich te laten inschrijven met Maria, zijn ondertrouwde vrouw, die zwanger was. En het geschiedde toen zij daar waren, dat de dagen vervuld werden dat zij baren zou, en zij baarde haar eerstgeboren zoon en wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een kribbe, omdat voor hen geen plaats was in de herberg
.”

 

Die tekst werd iedere Kerstmis herhaald en nestelde zich in mijn hoofd. Ik vond het een mooie tekst. Ik werd er stil van.

Het was een stilte die ook te maken had met de ijle melodieën van de kerstliedjes en met de ijle winterlucht. Er ontstond een gevoel van ontzag, van eerbied, voor het onbekende, het onkenbare, religie.

https://www.youtube.com/watch?v=vKvKMgR8H7k

 

De tijd verglijdt
Die magie, de eerbied voor het religieuze, is verdwenen, hoe ik ook geprobeerd heb eraan vast te houden.

Ik denk aan mijn jongste zoon, Louis, die zo op mijn vader lijkt, met zijn vriendelijke gezicht en kalme manier van doen.
En dat mijn kinderen en ik, en huisgenoot W., en zijn kinderen, en onze kleinkinderen, ons best doen elk kerstfeest samen te komen.

Maar de tekst uit Lucas 2 wordt door ons niet meer voorgelezen.

 

Nu
Bij ‘Syrië’ denken we tegenwoordig aan dood, verderf en asielzoekers en bij ‘Nazareth’ aan wrijvingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen in Israël.

Niet meer aan keizer Augustus, Quirinius, engelen en herders.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie het reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Blog 86 – De perfecte boom

 

Ik las laatst een interview met Beatrice de Graaf – in de Volkskrant, geloof ik.


Ze had het daar over haar onzekerheid:

'Ik heb steeds het gevoel: wat ik doe is het nét niet. En dan heb ik het vooral over de boeken die ik schrijf. Ik vind het verhaal Leaf: by Niggle van Tolkien zo aangrijpend. Het gaat over een getalenteerde kunstenaar die de perfecte boom wil schilderen, maar op zijn sterfbed ondanks zijn geploeter maar één blaadje heeft afgekregen. Eenmaal in de hemel ziet hij die prachtige boom en denkt: maar ik had de boom toch niet afgekregen? Jawel, zegt een stem, al die tijd ben je ermee bezig geweest. Ik vind dat troostrijk en herkenbaar, die drive tot aan je doodsbed en dan het gevoel: wat ik heb bijgedragen is een futiliteit. Ik heb jaren geïnvesteerd in mijn boek Tegen de terreur, maar denk nu: is het wel meeslepend geschreven, is het wel goed genoeg? Bij nader inzien is het maar één blaadje aan de boom.'

 

Beatrice de Graaf is hoogleraar, historica en terrorisme-expert. Niet zomaar iemand dus, maar ze is blijkbaar een perfectionist. Daar zijn er best veel van. Ze heeft het zelf over haar ‘heilige moeten’.


Het verhaal Leaf: by Niggle van Tolkien dat ze aanhaalt laat zien dat je niet perfect hoeft te zijn. Het is niet erg als je maar wat aanmoddert, zolang je maar een goed hart hebt en een passie.

Je kunt niet meer doen dan je best.

 

Ik zocht het verhaal op Internet op en werd meteen meegesleept door Tolkiens taal, net als ik een paar jaar geleden meegesleept werd door zijn boek The Hobbit. Zijn manier van vertellen is zo magisch en vriendelijk-romantisch.


De drie delen van The Lord of the Rings (‘In de ban van de ring’) schijnen nog mooier te zijn, maar aan die boeken ben ik helaas nog niet toegekomen. Ze liggen wel ergens in huis.

 

Leaf by Niggle
Hieronder staat het hele verhaal in het Engels afgedrukt.

Toen ik met dit blog begon, dacht ik dat er geen Nederlandse vertaling van het verhaal was. Daarom ben ik zelf gaan vertalen, per alinea en cursief, maar later bleek dat Daan van der Kaaden, van uitgeverij ’t Vergeten boek uit Veenendaal, nog exemplaren van een vertaling van Sprookjes van Tolkien op voorraad had.

De vertaalster van de verhalen (‘sprookjes’) in dat boek is Willy Wielek-Berg. Haar naam ken ik nog van columns en filmrecensies die ze in de jaren tachtig voor Trouw  heeft geschreven.

Ik heb het boekje gekocht en zag dat zij in haar vertaling een iets andere stijl hanteert dan ik. Ter vergelijking – en vooral voor het gemak – heb ik daarom besloten niet verder te vertalen, maar vanaf de tweede helft van de vierde alinea haar Nederlandse vertaling over te nemen.

Als je een perfectionist bent en ‘eigenlijk geen tijd hebt’, zul je het verhaal waarschijnlijk niet lezen. Er zijn zoveel andere dingen te doen!

Maar als je nu geen tijd hebt, dan kijk je er toch een andere keer naar? De tekst blijft wel staan op deze website.

 

Wat betreft de vertaling: in het Engels is ‘niggle’ een werkwoord dat (o.a.) betekent ‘beuzelen, tutten, mieren, zeuren, knagen, muggenziften; te veel tijd en aandacht geven aan onbelangrijke details’.

Op Internet is een Nederlandstalige Wikipedia-pagina waarop een wat simplistische samenvatting te lezen is van het verhaal van Tolkien. Leaf by Niggle is daar vertaald met ‘Blad van Klein’. Ook Willy Wielek-Berg noemt de hoofdpersoon Klein.

Daarom noem ik Niggle in mijn stukje van de vertaling ook maar Klein.

 

 

John Ronald Reuel Tolkien
Leaf by Niggle
a symbolic story about a small painter

 

© J.R.R.Tolkien, 1964

 

There was once a little man called Niggle, who had a long journey to make. He did not want to go, indeed the whole idea was distasteful to him; but he could not get out of it. He knew he would have to start some time, but he did not hurry with his preparations.

Er was eens een mannetje dat Klein heette. Hij moest een lange reis maken, maar hij wilde niet. Zelfs het denken eraan stond hem tegen, al wist hij dat hij er niet onderuit kon komen. Hij zou een keer moeten beginnen met de voorbereidingen, maar hij maakte geen haast.

 

Niggle was a painter. Not a very successful one, partly because he had many other things to do. Most of these things he thought were a nuisance; but he did them fairly well, when he could not get out of them: which (in his opinion) was far too often. The laws in his country were rather strict. There were other hindrances, too. For one thing, he was sometimes just idle, and did nothing at all. For another, he was kind-hearted, in a way. You know the sort of kind heart: it made him uncomfortable more often than it made him do anything; and even when he did anything, it did not prevent him from grumbling, losing his temper, and swearing (mostly to himself). All the same, it did land him in a good many odd jobs for his neighbour, Mr. Parish, a man with a lame leg. Occasionally he even helped other people from further off, if they came and asked him to. Also, now and again, he remembered his journey, and began to pack a few things in an ineffectual way: at such times he did not paint very much.

Klein was kunstschilder, maar hij had niet erg veel succes. Dat kwam gedeeltelijk doordat hij veel andere dingen te doen had. Het grootste deel daarvan vond hij alleen maar hinderlijk. Toch deed hij ze behoorlijk goed, tenminste als hij er niet onderuit kon. Dat was – vond hij zelf – veel te vaak het geval. Zijn land kende strenge regels en er waren ook andere obstakels. Enerzijds was hij soms gewoon gemakzuchtig en deed hij niets, anderzijds had hij een goed hart – in zekere zin. Je kent dat soort goedhartigheid wel: hij voelde zich er vaker opgelaten door dan dat hij echt iets deed. Zelfs wanneer hij wel in actie kwam, was het niet zo dat hij nooit mopperde, kwaad werd of schold (meestal op zichzelf). Desondanks bracht zijn goede hart hem er vaak toe zijn buurman, meneer Kerspel, met allerlei klusjes te helpen. Meneer Kerspel liep mank. Zo nu en dan hielp hij ook mensen die verder weg woonden, als ze hem dat vroegen. En van tijd tot tijd dacht hij aan zijn reis. Dan begon hij op een inefficiënte manier een paar dingen in te pakken. Hij schilderde niet veel bij die gelegenheden.

 

He had a number of pictures on hand; most of them were too large and ambitious for his skill. He was the sort of painter who can paint leaves better than trees. He used to spend a long time on a single leaf, trying to catch its shape, and its sheen, and the glistening of dewdrops on its edges. Yet he wanted to paint a whole tree, with all of its leaves in the same style, and all of them different.

Er waren altijd een paar schilderijen tegelijk waar hij mee bezig was; de meeste waren te groot en te moeilijk voor hem. Hij was het type schilder dat beter is in het schilderen van bladeren dan van bomen. Vaak was hij lang bezig van één enkel blad de juiste vorm te pakken te krijgen, en de glans, en de schittering van dauwdruppels aan de randen. Toch wilde hij een hele boom schilderen, met de bladeren allemaal in dezelfde stijl en toch verschillend.

 

There was one picture in particular which bothered him. It had begun with a leaf caught in the wind, and it became a tree; and the tree grew, sending out innumerable branches, and thrusting out the most fantastic roots. Strange birds came and settled on the twigs and had to be attended to. Then all round the Tree, and behind it, through the gaps in the leaves and boughs, a country began to open out; and there were glimpses of a forest marching over the land, and of mountains tipped with snow. Niggle lost interest in his other pictures; or else he took them and tacked them on to the edges of his great picture. Soon the canvas became so large that he had to get a ladder; and he ran up and down it, putting in a touch here, and rubbing out a patch there. When people came to call, he seemed polite enough, though he fiddled a little with the pencils on his desk. He listened to what they said, but underneath he was thinking all the time about his big canvas, in the tall shed that had been built for it out in his garden (on a plot where once he had grown potatoes).

Er was één schilderij waar hij vooral mee in zijn maag zat. Het was begonnen met een blad in de wind en het werd een boom; en de boom groeide, kreeg ontelbare takken en sloeg zijn grillige wortels uit. Zeldzame vogels nestelden zich in de twijgen en vroegen zijn aandacht. Toen ontvouwde zich om de hele Boom heen, en erachter, door de holtes tussen de bladeren en takken heen, een land; en je kon zo nu en dan een glimp opvangen van een woud dat zich over het land verspreidde, en van bergtoppen bedekt met sneeuw.

----------------------------------------------------

Klein verloor zijn belangstelling voor zijn andere schilderijen, soms bevestigde hij ze in een hoek van zijn grote schilderij. Al gauw werd het doek zo hoog en breed dat hij een ladder nodig had. Hij holde die ladder op en af, nu eens bracht hij een klodder verf aan, dan weer veegde hij een stukje van het schilderij schoon. Als er mensen op bezoek kwamen was hij heel beleefd, hij speelde alleen een beetje zenuwachtig met de penseeltjes op zijn bureau. Hij luisterde naar ze, maar eigenlijk dacht hij aldoor aan het grote doek in de grote schuur die hij in zijn tuin ervoor had gebouwd (op een stuk land waar hij vroeger aardappels had verbouwd).

 

He could not get rid of his kind heart. "I wish I was more strong-minded!" he sometimes said to himself, meaning that he wished other people's troubles did not make him feel uncomfortable. But for a long time he was not seriously perturbed. "At any rate, I shall get this one picture done, my real picture, before I have to go on that wretched journey," he used to say. Yet he was beginning to see that he could not put off his start indefinitely. The picture would have to stop just growing and get finished.

Hij kon zijn goede hart maar niet kwijtraken. ‘Ik wou dat ik sterker was!’, zei hij soms tegen zichzelf en daar bedoelde hij dan mee: ‘Ik wou dat ik me de zorgen van andere mensen niet zo aantrok!’ Maar lange tijd was hij niet echt ongerust. ‘In elk geval wil ik dit schilderij af hebben, mijn echte schilderij, voor ik die walgelijke reis ga maken’, placht hij te zeggen. Maar hij begon in te zien dat hij zijn vertrek niet voor onbepaalde tijd kon uitstellen. Het schilderij moest gewoon ophouden met groeien en afkomen.

 

One day, Niggle stood a little way off from his picture and considered it with unusual attention and detachment. He could not make up his mind what he thought about it, and wished he had some friend who would tell him what to think. Actually it seemed to him wholly unsatisfactory, and yet very lovely, the only really beautiful picture in the world. What he would have liked at that moment would have been to see himself walk in, and slap him on the back, and say (with obvious sincerity): "Absolutely magnificent! I see exactly what you are getting at. Do get on with it, and don't bother about anything else! We will arrange for a public pension, so that you need not."

Op zekere dag ging Klein een klein eindje van zijn schilderij af staan en keek ernaar met ongewone aandacht en objectiviteit. Hij kon het maar niet met zichzelf eens worden wat hij ervan dacht. En  hij wenste dat hij een vriend had die hem kon vertellen wat hij moest denken. Eigenijk vond hij het volstrekt onbevredigend en prachtig tegelijk, het enige werkelijk mooie schilderij op de wereld. Op dat ogenblik zou hij heel graag gewild hebben dat hijzelf binnen zou komen stappen, de Klein voor het doek op de rug zou kloppen en zou zeggen, eerlijk gemeend: ‘Magnifiek! Magnifiek! Ik zie precies wat je bedoelt! Ga er alsjeblieft mee door en trek je nergens iets van aan. Trouwens, dat hoef je ook niet, want wij zullen ervoor zorgen dat je een staatstoelage krijgt.’

 

However, there was no public pension. And one thing he could see: it would need some concentration, some work, hard uninterrupted work, to finish the picture, even at its present size. He rolled up his sleeves, and began to concentrate. He tried for several days not to bother about other things. But there came a tremendous crop of interruptions. Things went wrong in his house; he had to go and serve on a jury in the town; a distant friend fell ill; Mr. Parish was laid up with lumbago; and visitors kept on coming. It was springtime, and they wanted a free tea in the country: Niggle lived in a pleasant little house, miles away from the town. He cursed them in his heart, but he could not deny that he had invited them himself, away back in the winter, when he had not thought it an "interruption" to visit the shops and have tea with acquaintances in the town. He tried to harden his heart; but it was not a success. There were many things that he had not the face to say no to, whether he thought them duties or not; and there were some things he was compelled to do, whatever he thought. Some of his visitors hinted that his garden was rather neglected, and that he might get a visit from an Inspector. Very few of them knew about his picture, of course; but if they had known, it would not have made much difference. I doubt if they would have thought that it mattered much. I dare say it was not really a very good picture, though it may have had some good passages. The Tree, at any rate, was curious. Quite unique in its way. So was Niggle; though he was also a very ordinary and rather silly little man.

Maar er kwam geen staatstoelage. En één ding zag hij in: er was concentratie nodig, er moest gewerkt worden, hard, ononderbroken gewerkt worden om het schilderij af te maken, zelfs al zou het niet groter worden dan het al was. Hij stroopte zijn mouwen op en begon zich te concentreren. Hij probeerde dagenlang zich verder niets van aan te trekken. Maar er kwam verschrikkelijk veel tussen. Er ging van alles mis in zijn huis; hij moest naar de stad omdat hij gekozen was als jurylid; een verre vriend werd ziek; mijnheer Karspel moest naar bed met jicht, en er kwamen almaar mensen op bezoek. Het was voorjaar en zij wilden gratis thee drinken op het platteland. Klein woonde in een aardig huisje, kilometers ver van de grote stad. Hij vervloekte hen in zijn hart, maar hij kon niet ontkennen dat hij ze zelf had uitgenodigd, lang geleden in de winter, toen hij niet vond dat hij ‘opgehouden’ werd als hij ging winkelen en theedrinken met kennissen in de stad. Hij probeerde minder weekhartig te zijn, maar het lukte niet. Er waren veel dingen waartegen hij niet de moed had “nee” te zeggen, of hij ze nu als zijn plicht beschouwde of niet, en er waren sommige dingen die hij gedwongen was te doen, hoe hij er ook over mocht denken. Een paar bezoekers gaven hem te verstaan dat zijn tuin nogal verwaarloosd was en dat hij wel eens een Inspecteur op zijn dak kon krijgen. Slechts heel weinigen wisten van zijn schilderij, natuurlijk, maar het zou niet veel verschil hebben gemaakt als zij het wel geweten hadden. Ik betwijfel of zij het belangrijk zouden hebben gevonden. Ik moet zeggen dat het geen erg goed schilderij was, hoewel er misschien goede gedeelten in zaten. De Boom was in elk geval vreemd. Op zijn eigen wijze uniek. Dat was Klein ook, maar hij was tegelijkertijd een heel gewoon, een beetje onnozel mannetje.

 

At length Niggle's time became really precious. His acquaintances in the distant town began to remember that the little man had got to make a troublesome journey, and some began to calculate how long at the latest he could put off starting. They wondered who would take his house, and if the garden would be better kept.

Ten slotte werd Kleins tijd inderdaad kostbaar. Zijn kennissen in de vere stad begonnen zich te herinneren dat het mannetje een moeilijke reis moest maken en sommigen gingen zich afvragen hoe lang hij het vertrek zou weten uit te stellen. Zij vroegen zich af wie er in het huis zou gaan wonen en of de tuin dan beter verzorgd zou worden.

 

The autumn came, very wet and windy. The little painter was in his shed. He was up on the ladder, trying to catch the gleam of the westering sun on the peak of a snow-mountain, which he had glimpsed just to the left of the leafy tip of one of the Tree's branches. He knew that he would have to be leaving soon: perhaps early next year. He could only just get the picture finished, and only so so, at that: there were some comers where he would not have time now to do more than hint at what he wanted.

Het najaar kwam, erg nat en windering. De kleine schilder was in zijn schuur. Hij stond bovenop de ladder en probeerde de fonkeling te vangen van de dalende zon op de top van een sneeuwberg, waarvan hij een glimp had opgevangen ter linkerzijde van het dikbebladerde uiteinde van een der takken van de Boom. Hij wist dat hij gauw zou moeten vertrekken, misschien in het begin van het volgende jaar. Hij kon het schilderij net afmaken en dan nog maar zo zo: er waren een paar hoeken waarin hij alleen maar zou kunnen aangeven wat hem voor ogen stond.

 

There was a knock on the door. "Come in!" he said sharply, and climbed down the ladder. He stood on the floor twiddling his brush. It was his neighbour, Parish: his only real neighbour, all other folk lived a long way off. Still, he did not like the man very much: partly because he was so often in trouble and in need of help; and also because he did not care about painting, but was very critical about gardening. When Parish looked at Niggle's garden (which was often) he saw mostly weeds; and when he looked at Niggle's pictures (which was seldom) he saw only green and grey patches and black lines, which seemed to him nonsensical. He did not mind mentioning the weeds (a neighbourly duty), but he refrained from giving any opinion of the pictures. He thought this was very kind, and he did not realize that, even if it was kind, it was not kind enough. Help with the weeds (and perhaps praise for the pictures) would have been better.

Er werd op de deur geklopt. ‘Kom binnen!’, zei hij scherp, en hij klom van de ladder. Hij stond op de grond met zijn penseel te zwaaien. Het was zijn buurman, Karspel. Zijn enige buurman, alle andere mensen woonden een heel eind verder. Maar hij mocht die man niet erg, ten dele omdat hij zo vaak in moeilijkheden zat en dan hulp nodig had, en ten dele omdat hij niet van schilderen hield, maar erg netjes was op zijn tuin. Als Karspel naar Kleins tuin keek (en dat deed hij heel vaak), zag hij meestal alleen onkruid, en als hij naar Kleins schilderijen keek (en dat deed hij heel zelden), zag hij alleen maar groene en grijze vlekken en zwarte lijnen, die hij onzinnig vond. Hij praatte wel over het onkruid (dat was burenplicht), maar hij zweeg over de schilderijen. Hij dacht dat het erg aardig van hem was en besefte niet dat het niet aardig genoeg was. Een beetje hulp bij het wieden van het onkruid (en misschien wat prijzende woorden voor de schilderijen) zou beter zijn geweest.

 

"Well, Parish, what is it?" said Niggle.

‘En Karspel, wat is er?’ vroeg Klein.

 

"I oughtn't to interrupt you, I know," said Parish (without a glance at the picture). "You are very busy, I'm sure."

‘Ik moet je niet storen, dat weet ik,’ zei Karspel (zonder het schilderij ook maar een blik te gunnen). ‘Je hebt het natuurlijk erg druk.’

 

Niggle had meant to say something like that himself, but he had missed his chance. All he said was: "Yes."

Klein had precies hetzelfde willen zeggen, maar nu kon het niet meer. Hij zei alleen maar: ‘Ja’.

 

"But I have no one else to turn to," said Parish.

‘Maar er is niemand anders tot wie ik me kan wenden,’ zei Karspel.

 

"Quite so," said Niggle with a sigh: one of those sighs that are a private comment, but which are not made quite inaudible. "What can I do for you?"

‘Inderdaad,’zei Klein met een zucht (zo’n zucht die een zwijgend commentaar is, maar toch niet helemaal onhoorbaar). ‘Wat kan ik voor je doen?’

 

"My wife has been ill for some days, and I am getting worried," said Parish. "And the wind has blown half the tiles on my roof, and water is pouring into the bedroom. I think I ought to get the doctor. And the builders, too, only they take so long to come. I was wondering if you had any wood and canvas you could spare, just to patch me up and see me through for a day or two." Now he did look at the picture.

‘Mijn vrouw is al een paar dagen ziek en ik begin me ongerust te maken,’zei Karspel. ‘En de wind heeft de helft van de dakpannen afgewaaid, het lekt in de slaapkamer. Ik denk dat ik de dokter zal moeten halen. En de timmerman ook, maar het duurt zo lang voor die komt. Ik vroeg me af of jij misschien wat hout en linnen zou kunnen missen, dan hou ik het nog wel een paar dagen vol.’ Nu keek hij wel naar het schilderij.

 

"Dear, dear!" said Niggle. "You are unlucky. I hope it is no more than a cold that your wife has got. I'll come round presently, and help you move the patient downstairs."

‘Mensen, mensen!’ zei Klein, ‘Je hebt wel pech. Ik hoop dat je vrouw niet erg ziek is, misschien is het maar een verkoudheid. Ik kom je straks wel even helpen om haar naar beneden te brengen.’

 

"Thank you very much," said Parish, rather coolly. "But it is not a cold, it is a fever. I should not have bothered you for a cold. And my wife is in bed downstairs already. I can't get up and down with trays, not with my leg. But I see you are busy. Sorry to have troubled you. I had rather hoped you might have been able to spare the time to go for the doctor, seeing how I'm placed: and the builder too, if you really have no canvas you can spare."

‘Dank je hartelijk,’ zei Karspel koeltjes. ‘Maar het is geen verkoudheid, ze heeft hoge koorts. Ik zou je niet lastig vallen als het een verkoudheid was. En mijn vrouw ligt al beneden in bed. Ik kan niet steeds maar trappen op en af hollen, met dat been. Maar ik zie dat je het druk hebt. Het spijt me dat ik je heb gestoord. Ik hoopte dat je even tijd zou weten te vinden om naar de dokter te gaan, gezien de situatie waarin ik verkeer, en ook naar de timmerman, als je werkelijk geen stukje linnen over hebt.’

 

"Of course," said Niggle; though other words were in his heart, which at the moment was merely soft without feeling at all kind. "I could go. I'll go, if you are really worried."

‘Natuurlijk,’ zei Klein, hoewel er andere woorden waren in zijn hart, dat op dat ogenblik onvriendelijk gestemd was. ‘Ik zou kunnen gaan. Ik zal wel gaan, als je echt ongerust bent.’

 

"I am worried, very worried. I wish I was not lame," said Parish.

‘Ik ben ongerust, erg ongerust. Ik wou dat ik niet mank was,’ zei Karspel.

 

So Niggle went. You see, it was awkward. Parish was his neighbour, and everyone else a long way off. Niggle had a bicycle, and Parish had not, and could not ride one. Parish had a lame leg, a genuine lame leg which gave him a good deal of pain: that had to be remembered, as well as his sour expression and whining voice. Of course, Niggle had a picture and barely time to finish it. But it seemed that this was a thing that Parish had to reckon with and not Niggle. Parish, however, did not reckon with pictures; and Niggle could not alter that. "Curse it!" he said to him self, as he got out his bicycle.

En Klein ging. Ja, ja, het was moeilijk. Karspel was zijn buurman en alle andere mensen waren zo ver weg. Klein had een fiets en Karspel had geen fiets en kon er ook niet op rijden. Karspel had een mank been, een echt mank been, dat hem veel pijn bezorgde: daar moest je wel aan denken, net zo goed als aan zijn zure gezicht en zijn jammerstem. Klein had natuurlijk een schilderij en nauwelijks de tijd om het af te maken. Maar dat was iets waar Karspel rekening mee zou moeten houden en Klein niet. En Karspel hield geen rekening met schilderijen en daar kon Klein niets aan vreanderen. ‘Vervloekt!’ zei hij tegen zichzelf toen hij op zijn fiets stapte.

 

It was wet and windy, and daylight was waning. "No more work for me today!" thought Niggle, and all the time that he was riding, he was either swearing to himself, or imagining the strokes of his brush on the mountain, and on the spray of leaves beside it, that he had first imagined in the spring. His fingers twitched on the handlebars. Now he was out of the shed, he saw exactly the way in which to treat that shining spray which framed the distant vision of the mountain. But he had a sinking feeling in his heart, a sort of fear that he would never now get a chance to try it out.

Het was nat en winderig en het duister viel. ‘Van werken komt niks meer vandaag!’ dacht Klein en onder het fietsen schold hij in zichzelf of dacht aan de streken van zijn penseel op de berg en op de bladeren ernaast, die hij dat voorjaar voor het eerst had gezien. Zijn vingers tokkelden op het stuur. Nu hij de schuur uit was, zag hij precies hoe hij de glanzende tak die het verre visioen van de berg omlijstte, moest schilderen. Maar hij had een wee gevoel in zijn hart, een soort angst dat hij nu nooit meer de kans zou krijgen het te doen.

 

Niggle found the doctor, and he left a note at the builder's. The office was shut, and the builder had gone home to his fireside. Niggle got soaked to the skin, and caught a chill himself. The doctor did not set out as promptly as Niggle had done. He arrived next day, which was quite convenient for him, as by that time there were two patients to deal with, in neighbouring houses. Niggle was in bed, with a high temperature, and marvellous patterns of leaves and involved branches forming in his head and on the ceiling. It did not comfort him to learn that Mrs. Parish had only had a cold, and was getting up. He turned his face to the wall and buried himself in leaves.

Klein ging naar de dokter en liet een briefje achter bij de timmerman. De zaak was dicht, de timmerman zat thuis bij de warme kachel. Klein werd doornat en verkouden. De dokter ging niet zo vlug op pad als Klein had gedaan. Hij kwam pas de volgende dag, dat was veel gemakkelijker voor hem, want toen kon hij twee patiënten bezoeken, vlak naast elkaar. Klein lag met koorts in bed, prachtige bladpatronen en saamgegroeide takken verschenen in zijn hoofd en op het plafond. Hij putte geen troost uit het blijde nieuws dat mevrouw Karspel alleen maar verkouden was en weer op mocht staan. Hij draaide zijn gezicht naar de muur en kroop onder de bladeren.

 

He remained in bed some time. The wind went on blowing. It took away a good many more of Parish's tiles, and some of Niggle's as well: his own roof began to leak. The builder did not come. Niggle did not care; not for a day or two. Then he crawled out to look for some food (Niggle had no wife). Parish did not come round: the rain had got into his leg and made it ache; and his wife was busy mopping up water, and wondering if "that Mr. Niggle" had forgotten to call at the builder's. Had she seen any chance of borrowing anything useful, she would have sent Parish round, leg or no leg; but she did not, so Niggle was left to himself.

Hij bleef een tijdje in bed. De wind waaide maar door. Er gingen nog heel wat dakpannen van Karspel de lucht in en een paar van Klein ook: zijn eigen dak begon te lekken. De timmerman kwam niet. Het kon Klein niet schelen, een paar dagen lang niet, tenminste. Toen kroop hij zijn bed weer uit om wat eten op te scharrelen (Klein had geen vrouw). Karspel kwam niet: de regen was in zijn been geslagen en hij had pijn en zijn vrouw was almaar aan het dweilen en aan het mopperen dat ‘die meneer Klein’ zeker had vergeten de timmerman te waarschuwen. Als ze kans had gezien iets te lenen, had ze Karspel wel gestuurd, been of geen been. Maar die kans zag ze niet en daarom werd Klein aan zijn lot overgelaten.

 

At the end of a week or so Niggle tottered out to his shed again. He tried to climb the ladder, but it made his head giddy. He sat and looked at the picture, but there were no patterns of leaves or visions of mountains in his mind that day. He could have painted a far-off view of a sandy desert, but he had not the energy.

Na ongeveer een week wankelde Klein weer naar de schuur. Hij probeerde de ladder op te klimmen, maar dat maakte hem duizelig. Hij ging zitten en keek naar zijn schilderij, maar er verschenen die dag geen bladpatronen of bergvisioenen voor zijn geestesoog. Hij zou wel een zandwoestijn in de verte kunnen schilderen, maar hij had er de kracht niet toe.

 

Next day he felt a good deal better. He climbed the ladder, and began to paint. He had just begun to get into it again, when there came a knock on the door.

De volgende dag voelde hij zich een stuk beter. Hij klom op de ladder en begon te schilderen. Hij was net goed bezig toen er op de deur werd geklopt.

 

"Damn!" said Niggle. But he might just as well have said "Come in!" politely, for the door opened all the same. This time a very tall man came in, a total stranger.

‘’Verdomme!’  zei Klein. Maar hij had net zo goed beleefd kunnen zeggen ‘Komt u binnen!’ want de deur ging toch open. Ditmaal kwam er een zeer lange man binnen, een volkomen vreemde.

 

"This is a private studio," said Niggle. "I am busy. Go away!"

‘Dit is mijn atelier!’ zei Klein.‘Ik ben aan het werk! Ga weg!’

 

"I am an Inspector of Houses," said the man, holding up his appointment-card, so that Niggle on his ladder could see it. "Oh!" he said.

‘Ik ben een Inspecteur van Huizen,’ zei de man, en hij stak zijn legitimatiekaart omhoog, zodat Klein op zijn ladder die kon zien. ‘O!’ zei hij.

 

"Your neighbour's house is not satisfactory at all," said the Inspector.

‘Het huis van uw buurman is helemaal niet zoals het behoort te zijn,’ zei de Inspecteur.

 

"I know," said Niggle. "I took a note to the builders a long time ago, but they have never come. Then I have been ill."

‘Dat weet ik,’ zei Klein, ‘ik heb allang een briefje naar de timmerman gebracht, maar hij is niet komen opdagen. En toen ben ik ziek geworden.’

 

"I see," said the Inspector. "But you are not ill now."

‘O juist,’ zei de Inspecteur. ‘Maar nu bent u niet ziek.’

 

"But I'm not a builder. Parish ought to make a complaint to the Town Council, and get help from the Emergency Service."

‘Maar ik ben geen timmerman. Karspel moet een klacht indienen bij het gemeentebestuur en hulp vragen bij de nooddienst.’

 

"They are busy with worse damage than any up here," said the Inspector. "There has been a flood in the valley, and many families are homeless. You should have helped your neighbour to make temporary repairs and prevent the damage from getting more costly to mend than necessary. That is the law. There is plenty of material here: canvas, wood, waterproof paint."

 

Die hebben het druk met heel wat erger dingen dan er hier zijn gebeurd,’ zei de Inspecteur. ‘Er is een overstroming geweest in het dal en een heleboel gezinnen zijn dakloos. U hd uw buurman moeten helpen met de noodvoorzieningen, zodat er niet meer schade werd aangericht dan strikt noodzakelijk was. Zo luidt de wet. Er is hier materiaal genoeg: linnen, hout, waterbestendige verf.’

 

"Where?" asked Niggle indignantly.

‘Waar?’ vroeg Klein verontwaardigd.

 

"There!" said the Inspector, pointing to the picture.

‘Daar!’ zei de Inspecteur en hij wees naar het schilderij.

 

"My picture!" exclaimed Niggle.

‘Mijn schilderij!’ riep Klein.

 

"I dare say it is," said the Inspector. "But houses come first. That is the law."

‘Inderdaad,’ zei de Inspecteur. ‘Maar huizen gaan voor. Zo luidt de wet.’

 

"But I can't . . ." Niggle said no more, for at that moment another man came in. Very much like the Inspector he was, almost his double: tall, dressed all in black.

‘Maar ik kan niet…’ Klein zweeg, want op dat ogenblik kwam er een andere man binnen. Hij leek erg veel op de Inspecteur, hij was bijna zijn dubbelganger: lang en helemaal in het zwart gekleed.

 

"Come along!" he said. "I am the Driver."

‘Kom mee!’ zei hij. ‘Ik ben de Koetsier.’

 

Niggle stumbled down from the ladder. His fever seemed to have come on again, and his head was swimming; he felt cold all over.

Klein wankelde de ladder af. Het leek of de koorts was teruggekomen, het duizelde hem en het koude zweet brak hem uit.

 

"Driver? Driver?" he chattered. "Driver of what?"

‘Koetsier? Koetsier?’ klappertandde hij. ‘Koetsier van wat?’

 

"You, and your carriage," said the man. "The carriage was ordered long ago. It has come at last. It's waiting. You start today on your journey, you know."

‘Van u en uw voertuig,’ zei de man. ‘Het voertuig dat lang geleden is besteld. Eindelijk is het gekomen. Het staat te wachten. Vandaag begint namelijk uw reis.’

 

"There now!" said the Inspector. "You'll have to go; but it's a bad way to start on your journey, leaving your jobs undone. Still, we can at least make some use of this canvas now."

‘Kalm, kalm!’ zei de Inspecteur. ‘U zult moeten gaan, maar het is een slecht begin van een reis als uw werk niet af is. Enfin, we kunnen nu tenminste dit doek gebruiken.’

 

"Oh, dear!" said poor Niggle, beginning to weep. "And it's not, not even finished!"

‘O, o! zei de arme Klein en hij begon te huilen. ‘Het is nog niet eens af!’

 

"Not finished?" said the Driver. "Well, it's finished with, as far as you're concerned, at any rate. Come along!"

‘Niet af?’ zei de Koetsier. ‘Nou, u bent er in elk geval van af. Kom mee!’

 

Niggle went, quite quietly. The Driver gave him no time to pack, saying that he ought to have done that before, and they would miss the train; so all Niggle could do was to grab a little bag in the hall. He found that it contained only a paint-box and a small book of his own sketches: neither food nor clothes. They caught the train all right. Niggle was feeling very tired and sleepy; he was hardly aware of what was going on when they bundled him into his compartment. He did not care much: he had forgotten where he was supposed to be going, or what he was going for. The train ran almost at once into a dark tunnel.

Klein ging heel rustig mee. De Koetsier gunde hem geen tijd om te pakken, hij zei dat hij dat eerder had moeten doen en dat ze de trein zouden missen. Klein kon alleen maar een klein tasje meenemen uit de hal. Hij zag dat er een verfdoos in zat en een klein boekje met zijn eigen schetsen en verder niets. Geen eten en geen kleren. Ze haalden de trein. Klein was erg moe en slaperig, hij besefte nauwelijks wat er gebeurde toen ze hem in zijn coupé duwden. Het kon hem ook niet veel schelen: hij was vergeten waar hij heen moest en waarom hij erheen moest. De trein reed direct daarop een donkere tunnel binnen.

 

Niggle woke up in a very large, dim railway station. A Porter went along the platform shouting, but he was not shouting the name of the place; he was shouting Niggle!

Klein werd wakker op een groot, halfdonker station. Een Kruier liep roepend over het perron, maar hij riep niet de naam van de stad, hij riep ‘Klein!’

 

Niggle got out in a hurry, and found that he had left his little bag behind. He turned back, but the train had gone away.

Klein stapte haastig uit en zag dat hij zijn tasje had vergeten. Hij draaide zich om, maar de trein was al weg.

 

"Ah, there you are!" said the Porter. "This way! What! No luggage? You will have to go to the Workhouse."

Aha, daar bent u!’  zei de Kruier. ‘Deze kant op! Wat? Hebt u geen bagage? Dan zult u naar het Werkhuis moeten.’

 

Niggle felt very ill, and fainted on the platform. They put him in an ambulance and took him to the Workhouse Infirmary.

Klein voelde zich erg ziek en viel flauw op het perron. Ze stopten hem in een ambulance en brachten hem naar de ziekenzaal van het Werkhuis.

 

He did not like the treatment at all. The medicine they gave him was bitter. The officials and attendants were unfriendly, silent, and strict; and he never saw anyone else, except a very severe doctor, who visited him occasionally. It was more like being in a prison than in a hospital. He had to work hard, at stated hours: at digging, carpentry, and painting bare boards all one plain colour. He was never allowed outside, and the windows all looked inwards. They kept him in the dark for hours at a stretch, "to do some thinking," they said. He lost count of time. He did not even begin to feel better, not if that could be judged by whether he felt any pleasure in doing anything. He did not, not even in getting into bed.

De behandeling was helemaal niet naar zijn zin. De medicijnen die ze hem gaven waren bitter. De functionarissen en verplegers waren onvriendelijk, zwijgzaam en erg precies en hij zag nooit iemand anders, behalve een strenge dokter die van tijd tot tijd bij hem kwam. Het leek meer op een gevangenis dan een ziekenhuis. Hij moest hard werken op vaste uren: graven, timmeren en schilderen. Planken schilderen, allemaal in één saaie kleur. Hij mocht nooit naar buiten en de ramen keken uit op een binnenplaats. Ze lieten hem uren lang in het donker zitten ‘om na te denken’, zoals ze zeiden. Hij verloor zijn gevoel voor tijd. Hij voelde zich absoluut niet beter, als dat tenminste kon worden afgemeten aan het plezier dat hij had in de dingen die hij deed. Hij vond niets plezierig, zelfs naar bed gaan niet.

 

At first, during the first century or so (I am merely giving his impressions), he used to worry aimlessly about the past. One thing he kept on repeating to himself, as he lay in the dark: "I wish I had called on Parish the first morning after the high winds began. I meant to. The first loose tiles would have been easy to fix. Then Mrs. Parish might never have caught cold. Then I should not have caught cold either. Then I should have had a week longer." But in time he forgot what it was that he had wanted a week longer for. If he worried at all after that, it was about his jobs in the hospital. He planned them out, thinking how quickly he could stop that board creaking, or rehang that door, or mend that table-leg. Probably he really became rather useful, though no one ever told him so. But that, of course, cannot have been the reason why they kept the poor little man so long. They may have been waiting for him to get better, and judging "better" by some odd medical standard of their own.

In het begin, gedurende de eerste honderd jaar of zowat (ik geef zijn indrukken weer) piekerde hij over zijn verleden. Een ding bleef hij maar herhalen terwijl hij daar in het donker lag: ‘Ik wou dat ik naar Karspel was toegegaan op de eerste dag dat het ging stormen. Ik was het van plan. De eerste losse dakpannen had ik gemakkelijk kunnen maken. Dan had mevrouw Karspel misschien geen kou gevat. En dan had ik ook geen kou gevat. En dan had ik een week langer gehad.’ Maar mettertijd vergat hij waarvoor hij die week langer had willen hebben. Daarna piekerde hij alleen nog maar over zijn baantjes in het ziekenhuis. Hij deelde alles in, hij berekende hoe hij het gekraak van een plank kon verhelpen, of een deur in zijn scharnieren kon hangen, of een tafelpoot maken. Waarschijnlijk werd hij inderdaad nuttig, hoewel niemand dat ooit tegen hem zei. Maar dat kan natuurlijk niet de reden zin geweest waarom ze het arme mannetje daar zo lang hielden. Misschien wachtten ze tot hij beter werd en legden ze voor dat ‘beter worden’ een vreemde, medische maatstaf aan.

 

At any rate, poor Niggle got no pleasure out of life, not what he had been used to call pleasure. He was certainly not amused. But it could not be denied that he began to have a feeling of-well, satisfaction: bread rather than jam. He could take up a task the moment one bell rang, and lay it aside promptly the moment the next one went, all tidy and ready to be continued at the right time. He got through quite a lot in a day, now; he finished small things off neatly. He had no "time of his own" (except alone in his bed-cell), and yet he was becoming master of his time; he began to know just what he could do with it. There was no sense of rush. He was quieter inside now, and at resting-time he could really rest.

Hoe het ook zij, de arme Klein had geen plezier in zijn leven, tenminste niet wat hij plezier placht te noemen. Hij was zeker niet vrolijk. Maar het kon niet ontkend worden dat hij zich…tevreden begon te voelen: maar het hield beslist niet over. Hij was in staat met een karweitje te beginnen zodra er een bel ging en het terzijde te leggen op het ogenblik dat er een andere bel ging, keurig netjes, helemaal klaar om er onmiddellijk mee door te gaan als dat gewenst mocht zijn. Hij deed nu heel wat op een dag, allerlei kleine klusjes knapte hij uitstekend op. Hij had ‘geen tijd voor zichzelf’ (behalve als hij alleen was in zijn slaapcel) en toch werd hij meester van zijn tijd, hij begon te leren wat hij er precies mee kon doen. Er was geen gevoel van onrust, van haast, hij was nu kalmer van binnen en als het rusttijd was, kon hij ook echt rusten.

 

Then suddenly they changed all his hours; they hardly let him go to bed at all; they took him off carpentry altogether and kept him at plain digging, day after day. He took it fairly well. It was a long while before he even began to grope in the back of his mind for the curses that he had practically forgotten. He went on digging, till his back seemed broken, his hands were raw, and he felt that he could not manage another spadeful. Nobody thanked him. But the doctor came and looked at him.

Maar toen veranderden zij plotseling al zijn uren; zij lieten hem nauwelijks meer naar bed gaan; zij lieten hem niet meer timmeren, hij moest graven, dag na dag. Hij hield zich betrekkelijk goed. Het duurde lang voordat hij achterin zijn hoofd ging zoeken naar verwensingen, die hij bijna vergeten was. Hij bleef graven tot zijn rug gebroken leek, zijn handen kapot waren en hij het gevoel had dat hij geen schop meer kon vasthouden. Niemand dankte hem ervoor. Maar de dokter kwam hem opzoeken.

 

"Knock off!" he said. "Complete rest-in the dark."

 ‘Ophouden!’ zei hij. ‘Volledige bedrust… in het donker!’

 

Niggle was lying in the dark, resting completely; so that, as he had not been either feeling or thinking at all, he might have been lying there for hours or for years, as far as he could tell. But now he heard Voices: not voices that he had ever heard before. There seemed to be a Medical Board, or perhaps a Court of Inquiry, going on close at hand, in an adjoining room with the door open, possibly, though he could not see any light.

Klein lag in het donker en hield volledige rust. Hij voelde niet en hij dacht niet, daarom kon hij daar uren of jaren gelegen hebben, hij wist het niet. Maar nu klonken er Stemmen: geen stemmen die hij ooit eerder had gehoor. Er scheen een zitting van de Medische Raad te worden gehouden, of misschien van het Hof van Onderzoek. Vlakbij, waarschijnlijk in de kamer naast de zijne, met de deur open, hoewel hij geen licht zag.

 

"Now the Niggle case," said a Voice, a severe voice, more severe than the doctor's.

Nu de zaak Klein!’ zei een Stem, een strenge stem, strenger dan die van de dokter.

 

"What was the matter with him?" said a Second Voice, a voice that you might have called gentle, though it was not soft-it was a voice of authority, and sounded at once hopeful and sad. "What was the matter with Niggle? His heart was in the right place."

‘Wat was er met hem aan de hand?’ zei een Tweede Stem, een stem die je vriendelijk zou kunnen noemen, hoewel hij niet zacht was – het was een stem vol autoriteit, hoopvol en bedroefd tegelijk.
‘Wat was er met Klein aan de hand? Hij droeg het hart op de juiste plaats.’

 

"Yes, but it did not function properly," said the First Voice. "And his head was not screwed on tight enough: he hardly ever thought at all. Look at the time he wasted, not even amusing himself! He never got ready for his journey. He was moderately well-off, and yet he arrived here almost destitute, and had to be put in the paupers' wing. A bad case, I am afraid. I think he should stay some time yet."

‘Ja, maar het functioneerde niet goed,’ zei de Eerste Stem. ‘En met zijn hoofd was het ook niet al te best gesteld: hij dacht eigenlijk nooit. Zie eens hoeveel tijd hij verspilde en hij had er niet eens plezier in! Hij was niet klaar voor zijn reis. Hij was tamelijk welgesteld en toch kwam hij hier met niets aan, we moesten hem in de armenafdeling stoppen. Een ernstig geval, naar ik vrees. Ik vind dat hij nog een tijdje moet blijven.’

 

"It would not do him any harm, perhaps," said the Second Voice. "But, of course, he is only a little man. He was never meant to be anything very much; and he was never very strong. Let us look at the Records. Yes. There are some favourable points, you know."

‘Het zou hem misschien geen kwaad doen,’ zei de Tweede Stem, ‘maar hij is natuurlijk maar een klein mannetje. Het was nooit de bedoeling dat hij belangrijk zou zijn en hij was nooit erg sterk. Laten we de registers eens inzien. Ja. Er zijn inderdaad een paar dingen die voor hem pleiten.’

 

"Perhaps," said the First Voice; "but very few that will really bear examination."

‘Misschien,’ zei de Eerste Stem. ‘doch slechts heel weinig wat een serieus onderzoek kan doorstaan.’

 

"Well," said the Second Voice, "there are these. He was a painter by nature. In a minor way, of course; still, a Leaf by Niggle has a charm of its own. He took a great deal of pains with leaves, just for their own sake. But he never thought that that made him important. There is no note in the Records of his pretending, even to himself, that it excused his neglect of things ordered by the law."

‘Wel,’ zei de Tweede Stem, ‘er is het volgende. Hij was van nature een schilder. Een klein talent, natuurlijk, maar een Blad van Klein heeft toch een eigen, heel speciale charme. Hij besteedde erg veel zorg aan bladeren omdat hij ze belangrijk vond, maar hij dacht nooit dat hij daardoor belangrijk werd. Er is geen enkele aantekening in de Registers dat hij het ooit als verontschuldiging gebruikte voor het verwaarlozen van dingen die de wet voorschreef. Niet tegen anderen en niet tegen zichzelf.’

 

"Then he should not have neglected so many," said the First Voice.

‘Dan had hij er niet zoveel moeten verwaarlozen,’ zei de Eerste Stem.

 

"All the same, he did answer a good many Calls."

‘Maar hij heeft aan vrij veel Oproepen gehoor gegeven.’

 

"A small percentage, mostly of the easier sort, and he called those Interruptions. The Records are full of the word, together with a lot of complaints and silly imprecations."

‘Aan slechts een klein percentage en dan nog voornamelijk de gemakkelijkste. Bovendien zei hij altijd dat hij “opgehouden” werd. De Registers staan vol met dat woord, er wordt ook gewag gemaakt van veel geklaag en dwaze verwensingen.’

 

"True; but they looked like interruptions to him, of course, poor little man. And there is this: he never expected any Return, as so many of his sort call it. There is the Parish case, the one that came in later. He was Niggle's neighbour, never did a stroke for him, and seldom showed any gratitude at all. But there is no note in the Records that Niggle expected Parish's gratitude; he does not seem to have thought about it."

‘Dat is waar, maar hij ervoer het natuurlijk ook als zodanig, het arme mannetje. En dan is er dit: hij verwachtte nooit een Wederdienst, zoals zovelen van zijn soort dat noemen. Daar is het geval Karspel, hij die later is gekomen. Hij was Kleins buurman, deed nooit iets voor hem en toonde slechts zeer zelden enige dankbaarheid. Maar er staat geen aantekening in de Registers dat Klein dankbaarheid van hem verwachtte, hij schijnt er niet eens aan te hebben gedacht.’

 

"Yes, that is a point," said the First Voice; "but rather small. I think you will find Niggle often merely forgot. Things he had to do for Parish he put out of his mind as a nuisance he had done with."

‘Ja, dat is een punt,’ zei de Eerste Stem, ‘maar vrij onbelangrijk. Waarschijnlijk zult u ontdekken dat Klein het vaak gewoon vergat. Dingen die hij voor Karspel moest doen, zette hij uit zijn hoofd omdat hij het vervelend vond eraan te denken.’

 

"Still, there is this last report," said the Second Voice, "that wet bicycle-ride. I rather lay stress on that. It seems plain that this was a genuine sacrifice: Niggle guessed that he was throwing away his last chance with his picture, and he guessed, too, that Parish was worrying unnecessarily."

‘Maar er is het laatste rapport,’ zei de Tweede Stem, ‘het fietstochtje in de regen. Ik vind dat toch belangrijk. Het is kennelijk een echte opoffering. Klein besefte dat hij zijn laatste kans om zijn schilderij af te maken verspeelde en hij besefte ook dat Karspel zich onnodig ongerust maakte.’

 

"I think you put it too strongly," said the First Voice. "But you have the last word. It is your task, of course, to put the best interpretation on the facts. Sometimes they will bear it. What do you propose?"

‘Volgens mij hecht u daar te veel waarde aan,’ zei de Eerste Stem. ‘Maar u hebt het laatste woord. Het is natuurlijk uw taak om de feiten zo gunstig mogelijk te interpreteren. Soms zijn ze dat waard. Wat stelt u voor?’

 

"I think it is a case for a little gentle treatment now," said the Second Voice.

‘Ik geloof dat nu de tijd is gekomen voor een Vriendelijke Behandeling,’zei de Tweede Stem.

 

Niggle thought that he had never heard anything so generous as that Voice. It made Gentle Treatment sound like a load of rich gifts, and the summons to a King's feast. Then suddenly Niggle felt ashamed. To hear that he was considered a case for Gentle Treatment overwhelmed him, and made him blush in the dark. It was like being publicly praised, when you and all the audience knew that the praise was not deserved. Niggle hid his blushes in the rough blanket.

Klein dacht dat hij nog nooit iets had gehoord wat zo edel was als die Stem. Vriendelijke Behandeling klonk als een wagonlading kostbare geschenken, als een uitnodiging om te gast te zijn op het feest van de Koning. En plotseling was Klein beschaamd. Het feit dat hij geschikt werd bevonden voor een Vriendelijke Behandeling overweldigde hem, hij bloosde in het donker. Het was net alsof hij in het openbaar werd geprezen, terwijl hijzelf en alle aanwezigen wisten dat hij het niet had verdiend. Klein verborg zijn blos in de ruwe deken.

 

There was a silence. Then the First Voice spoke to Niggle, quite close. "You have been listening," it said.

Er viel een stilte. Toen sprak de Eerste Stem tot Klein, heel dichtbij. ‘U hebt geluisterd,’ zei de Eerste Stem.

 

"Yes," said Niggle.

‘Ja,’ zei Klein.

 

"Well, what have you to say?"

‘En wat heeft u te zeggen?’

 

"Could you tell me about Parish?" said Niggle. "I should like to see him again. I hope he is not very ill? Can you cure his leg? It used to give him a wretched time. And please don't worry about him and me. He was a very good neighbour, and let me have excellent potatoes very cheap, which saved me a lot of time."

‘Kunt u me iets vertellen over Karspel?’ vroeg Klein. ‘Ik zou hem graag weer eens zien. Ik hoop dat hij niet ernstig ziek is. Kunt u zijn been genezen? Het deed hem erg veel pijn. En u moet u niet ongerust maken over hem en mij, alstublieft. Hij was een erg goede buurman, hij bezorgde me uitstekende aardappels voor weinig geld, daarmee heb ik heel wat tijd gewonnen.’

 

"Did he?" said the First Voice. "I am glad to hear."

‘O ja?’ zei de Eerste Stem. ‘Ik ben blij dat te horen.’

 

There was another silence. Niggle heard the Voices receding. "Well, I agree," he heard the First Voice say in the distance. "Let him go on to the next stage. Tomorrow, if you like."

Er viel weer een stilte. Klein hoorde de Stemmen wegsterven. ‘Ik ben het met u eens,’ hoorde hij de Eerste Stem in de verte zegen. ‘Laat hem de volgende fase binnentreden. Morgen, als u daar prijs op stelt.’

 

Niggle woke up to find that his blinds were drawn, and his little cell was full of sunshine. He got up, and found that some comfortable clothes had been put out for him, not hospital uniform. After breakfast the doctor treated his sore hands, putting some salve on them that healed them at once. He gave Niggle some good advice, and a bottle of tonic (in case he needed it). In the middle of the morning they gave Niggle a biscuit and a glass of wine; and then they gave him a ticket.

Toen Klein wakker werd, zag hij dat de jaloezieën waren opgetrokken. Zonlicht overstroomde zijn kleine cel. Hij stond op en ontdekte dat er gemakkelijke kleren voor hem klaar lagen in plaats van de ziekenhuiskledij. Na het ontbijt verzorgde de dokter zijn pijnlijke handen, hij smeerde er zalf op waardoor ze onmiddellijk genazen. Hij gaf Klein goede raad en een fles versterkende drank (voor het geval hij die nodig mocht hebben). Een paar uur later kreeg Klein een glas wijn met een beschuitje en daarna gaven ze hem een kaartje.

 

"You can go to the railway station now," said the doctor. "The Porter will look after you. Good-bye."

 ‘U kunt nu naar het station gaan,’ zei de dokter. ‘De Kruier zal wel voor u zorgen. Adieu.’

 

Niggle slipped out of the main door, and blinked a little. The sun was very bright. Also he had expected to walk out into a large town, to match the size of the station; but he did not. He was on the top of a hill, green, bare, swept by a keen invigorating wind. Nobody else was about. Away down under the hill he could see the roof of the station shining.

Klein glipte de voordeur uit en knipperde een beetje tegen het licht. De zon was erg fel. Hij had gedacht dat hij een grote stad zou zien, passend bij het grote station, maar dat was niet zo. Hij stond op de top van een heuvel, groen, leeg, schoongeveegd door een sterke, frisse wind. Er was verder geen mens. Ver beneden schitterde het dak van het station.

 

He walked downhill to the station briskly, but without hurry. The Porter spotted him at once.

Hij liep met stevige pas, maar zonder haast, de heuvel af naar het station. De Kruier zag hem meteen.

 

"This way!" he said, and led Niggle to a bay, in which there was a very pleasant little local train standing: one coach, and a small engine, both very bright, clean, and newly painted. It looked as if this was their first run. Even the track that lay in front of the engine looked new: the rails shone, the chairs were painted green, and the sleepers gave off a delicious smell of fresh tar in the warm sunshine. The coach was empty.

‘Deze kant op!’ zei hij en hij bracht Klein naar een zijspoor waar een aardig boemeltreintje stond: een coupé met een klein locomotiefje, allebei heel schoon en licht en pas geverfd. Het leek wel alsof dit hun eerste reis was. Zelfs het baanvak voor de locomotief zag er nieuw uit: de rails glommen, de railsteunen waren groen geverfd en de dwarsliggers roken heerlijk naar verse teer in de warme zonneschijn. De coupé was leeg.

 

"Where does this train go, Porter?" asked Niggle.

Waar gaat deze trein naar toe, Kruier?’ vroeg Klein.

 

"I don't think they have fixed its name yet," said the Porter. "But you'll find it all right." He shut the door.

‘Ik geloof niet dat zij er al een naam voor hebben,’ zei de Kruier. ‘Maar u komt er wel.’ En hij sloot de deur.

 

The train moved off at once. Niggle lay back in his seat. The little engine puffed along in a deep cutting with high green banks, roofed with blue sky. It did not seem very long before the engine gave a whistle, the brakes were put on, and the train stopped. There was no station, and no signboard, only a flight of steps up the green embankment. At the top of the steps there was a wicket-gate in a trim hedge. By the gate stood his bicycle; at least, it looked like his, and there was a yellow label tied to the bars with niggle written on it in large black letters.

De trein vertrok meteen. Klein lag achterover op de bank. Het kleine locomotiefje pruttelde door een holle weg met hoge, groen spoordijken en de blauwe hemel als dak. Na vrij korte tijd begon de locomotief te fluiten, de remmen werden aangezet en de trein stopte.
Er was geen station en geen wegwijzer, alleen een paar treden tegen de groene spoordijk op. Bovenop de dijk was een hekje in een keurige heg. Naast het hekje stond zijn fiets, hij leek er tenminste precies op, en aan het stuur hing een gele label waarop met grote zwarte letters Klein stond.

 

Niggle pushed open the gate, jumped on the bicycle, and went bowling downhill in the spring sunshine. Before long he found that the path on which he had started had disappeared, and the bicycle was rolling along over a marvellous turf. It was green and close; and yet he could see every blade distinctly. He seemed to remember having seen or dreamed of that sweep of grass somewhere or other. The curves of the land were familiar somehow. Yes: the ground was becoming level, as it should, and now, of course, it was beginning to rise again. A great green shadow came between him and the sun. Niggle looked up, and fell off his bicycle.

Klein duwde het hekje open, sprong op de fiets en vloog naar beneden in de voorjaarszon. Even later zag hij dat het pad waarop hij zijn rit begonnen was verdwenen, zijn fiets reed over een schitterend gazon. Het was groen en kort en toch kon hij elk blaadje afzonderlijk onderscheiden. Hij meende zich te herinneren dat hij die grasvlakte eens ergens had gezien of ervan had gedroomd. De glooiingen van het land waren hem om de een of andere reden vertrouwd. Ja, de bodem werd vlak, precies zoals het moest, en nu begon hij natuurlijk weer te stijgen. Een grote, groene schaduw kwam tussen hem en de zon. Klein keek op en viel van zijn fiets.

 

Before him stood the Tree, his Tree, finished. If you could say that of a Tree that was alive, its leaves opening, its branches growing and bending in the wind that Niggle had so often felt or guessed, and had so often failed to catch. He gazed at the Tree, and slowly he lifted his arms and opened them wide.

Voor hem stond de Boom, zijn Boom, klaar, af. Als je dat tenminste kon zeggen van een boom die leefde, met bladeren die zich ontvouwden, met takken die groeiden en bogen in de wind, de wind die Klein zo vaak had gevoeld of vermoed en zo vaak niet had weten te vangen. Hij staarde naar de Boom en langzaam hief hij zijn armen op en opende ze wijd.

 

"It's a gift!" he said. He was referring to his art, and also to the result; but he was using the word quite literally.

‘Het is een gave!’ zei hij. Hij bedoelde zijn kunst en ook het resultaat, maar hij gebruikte het woord letterlijk.

 

He went on looking at the Tree. All the leaves he had ever laboured at were there, as he had imagined them rather than as he had made them; and there were others that had only budded in his mind, and many that might have budded, if only he had had time. Nothing was written on them, they were just exquisite leaves, yet they were dated as clear as a calendar. Some of the most beautiful-and the most characteristic, the most perfect examples of the Niggle style-were seen to have been produced in collaboration with Mr. Parish: there was no other way of putting it.

Hij bleef maar kijken naar de Boom. Alle bladeren waar hij ooit aan had gezwoegd waren er, meer zoals hij ze zich had voorgesteld dan zoals hij ze had gemaakt. En er waren andere die alleen maar in knop hadden bestaan in zijn geest en vele die uitgebot zouden zijn als hij maar genoeg tijd had gehad. Er stond niets op geschreven, het waren alleen maar prachtige bladeren en toch waren zij gedateerd, zo duidelijk als een kalender. Een paar van de mooiste – en de meest karakteristieke, de beste voorbeelden van de stijl-Klein – waren kennelijk ontstaan in samenwerking met meneer Karspel – anders kon je het niet uitdrukken.

 

The birds were building in the Tree. Astonishing birds: how they sang! They were mating, hatching, growing wings, and flying away singing intthe Forest, even while he looked at them. For now he saw that the Forest was there too, opening out on either side, and marching away into the distance. The Mountains were glimmering far away.

De vogels waren aan het bouwen in de boom. Wonderbaarlijke vogels en zij zongen! Ze paarden, broedden, kregen vleugels en vlogen zingend weg het Woud in, allemaal in de korte tijd dat hij naar ze keek. Want nu zag hij dat het Woud er ook was, het opende zich naar beide kanten en rukte op naar de horizon. De bergen fonkelden ver, ver weg.

 

After a time Niggle turned towards the Forest. Not because he was tired of the Tree, but he seemed to have got it all clear in his mind now, and was aware of it, and of its growth, even when he was not looking at it. As he walked away, he discovered an odd thing: the Forest, of course, was a distant Forest, yet he could approach it, even enter it, without its losing that particular charm. He had never before been able to walk into the distance without turning it into mere surroundings. It really added a considerable attraction to walking in the country, because, as you walked, new distances opened out; so that you now had doubled, treble, and quadruple distances, doubly, trebly, and quadruply enchanting. You could go on and on, and have a whole country in a garden, or in a picture (if you preferred to call it that). You could go on and on, but not perhaps for ever. There were the Mountains in the background. They did get nearer, very slowly. They did not seem to belong to the picture, or only as a link to something else, a glimpse through the trees of something different, a further stage: another picture.

Na een tijdje draaide Klein zich om naar het Woud. Niet omdat de Boom hem begon te vervelen, maar omdat die hem nu heel helder voor de geest stond, hij zag hem met alles wat eraan en eromheen groeide, ook als hij er niet naar keek. Toen hij wegliep, ontdekte hij iets vreemds: het Woud was natuurlijk een Woud in de verte, maar hij kon erheen lopen en er zelfs binnengaan zonder dat het de speciale charme van de verte verloor. Het was hem tot die dag nog nooit gelukt de verte in te lopen zonder dat die veranderde in doodgewone omgeving. Het maakte het wandelen buiten veel aantrekkelijker, want terwijl je liep, openden zich nieuwe verten, er waren dubbele, driedubbele en vierdubbele verten,, twee-, drie- en viermaal zo betoverend als gewone verten.
Je kon lopen en lopen en een heel land vinden in een tuin of schilderij (als je het zo beliefde te noemen). Je kon lopen en lopen, maar misschien toch niet voor eeuwig. Op de achtergrond waren de Bergen. Zij kwamen dichterbij, heel langzaam. Zij schenen niet bij het schilderij te horen, of alleen als een schakel met iets anders, een glimp door de bomen van iets anders, een volgende fase: een ander schilderij.

 

Niggle walked about, but he was not merely pottering. He was looking round carefully. The Tree was finished, though not finished with-"Just the other way about to what it used to be," he thought-but in the Forest there were a number of inconclusive regions, that still needed work and thought. Nothing needed altering any longer, nothing was wrong, as far as it had gone, but it needed continuing up to a definite point. Niggle saw the point precisely, in each case.

Klein wandelde rond, maar hij verbeuzelde zijn tijd niet, hij keek heel goed om zich heen. De Boom was af, hoewel hij er niet mee klaar was – ‘net andersom als vroeger’, dacht hij – maar in het Woud waren een aantal onbestemde regionen, waar nog over gedacht en aan gewerkt moest worden. Veranderd hoefde er niets, niets was fout voor zover het af was, maar het moest verder gaan tot een bepaald punt. Klein zag dat punt telkens heel duidelijk.

 

He sat down under a very beautiful distant tree-a variation of the Great Tree, but quite individual, or it would be with a little more attention-and he considered where to begin work, and where to end it, and how much time was required. He could not quite work out his scheme.

Hij ging zitten onder een bijzonder mooie, verre boom – een variatie van de Grote Boom, maar toch helemaal zichzelf (of dat zou hij zijn als hij een beetje meer aandacht kreeg) – en hij overwoog waar hij met het werk moest beginnen en waar hij moest ophouden en hoeveel tijd hij nodig zou hebben. Maar hij kwam er niet helemaal uit.

 

"Of course!" he said. "What I need is Parish. There are lots of things about earth, plants, and trees that he knows and I don't. This place cannot be left just as my private park. I need help and advice: I ought to have got it sooner."

‘Natuurlijk!’ zei hij. ‘Ik heb Karspel nodig. Hij weet een heleboel dingen over aarde, planten en bomen die ik niet weet. Dit stuk land kan  niet mijn privépark blijven. Ik heb hulp en raad nodig: die had ik al eerder moeten hebben.’

 

He got up and walked to the place where he had decided to begin work. He took off his coat. Then, down in a little sheltered hollow hidden from a further view, he saw a man looking round rather bewildered. He was leaning on a spade, but plainly did not know what to do. Niggle hailed him. "Parish!" he called.

Hij stond op en liep naar de plaats waar hij met het werk wilde beginnen. Hij trok zijn jasje uit. En toen zag hij, bijna verborgen in een kleine, beschutte laagte, een man die een beetje verbijsterd om zich heen keek. Hij leunde op een schop, maar wist kennelijk niet wat hij moest doen. Klein herkende hem.’Karspel!’ riep hij.

 

Parish shouldered his spade and came up to him. He still limped a little. They did not speak, just nodded as they used to do, passing in the lane; but now they walked about together, arm in arm. Without talking, Niggle and Parish agreed exactly where to make the small house and garden, which seemed to be required.

Karspel schouderde zijn schop en kwam naar hem toe. Hij hinkte nog altijd een beetje, ze spraken niet, ze knikten alleen, zoals ze vroeger altijd deden als ze elkaar in het laantje tegenkwamen. Maar nu liepen ze samen op, arm in arm. Zonder een woord te zeggen werden Klein en Karspel het volkomen eens over de plaats waar het huisje en de tuin moesten komen.

 

As they worked together, it became-plain that Niggle was now the better of the two at ordering his time and getting things done. Oddly enough, it was Niggle who became most absorbed in building and gardening, while Parish often wandered about looking at trees, and especially at the Tree.

Toen ze samen aan het werk gingen, werd het al heel gauw duidelijk dat Klein nu het beste wist hoe hij zijn tijd moest indelen en hoe de dingen gedaan moesten worden. Vreemd genoeg werd Klein nu geheel in beslag genomen door het bouwen en tuinieren, terwijl Karspel vaak naar de bomen liep te kijken, vooral naar de Boom.

 

One day Niggle was busy planting a quickset hedge, and Parish was lying on the grass near by, looking attentively at a beautiful and shapely little yellow flower growing in the green turf. Niggle had put a lot of them among the roots of his Tree long ago. Suddenly Parish looked up: his face was glistening in the sun, and he was smiling.

Op zekere dag was Klein druk bezig met het planten van een hagedoornheg terwijl Karspel naast hem in het gras lag en aandachtig keek naar een mooi, klein, geel bloempje dat op het groene gazon bloeide. Klein had er een heleboel tussen de wortels van de Boom gezet, lang geleden. Plotseling keek Karspel op. Zijn gezicht glansde in de zon en hij glimlachte.

 

"This is grand!" he said. "I oughtn't to be here, really. Thank you for putting in a word for me."

‘Dit is fantastisch!’ zei hij. ‘Ik hoor hier eigenlijk helemaal niet te zijn. Dank je wel dat je een goed woordje voor me hebt gedaan.’

 

"Nonsense," said Niggle. "I don't remember what I said, but anyway it was not nearly enough."

‘Onzin,’ zei Klein. ‘Ik weet niet meer wat ik gezegd heb, maar in elk geval was het niet half genoeg.

 

"Oh yes, it was," said Parish. "It got me out a lot sooner. That Second Voice, you know: he had me sent here; he said you had asked to see me. I owe it to you." "No. You owe it to the Second Voice," said Niggle. "We both do."’

‘O jawel,’ zei Karspel,’ik ben er een stuk vroeger door vrij gekomen. De Tweede Stem, begrijp je? Die heeft me hierheen gestuurd, hij zei dat jij me wou zien. Ik heb het aan jou te danken.’
‘Nee, je hebt het aan de Tweede Stem te danken,’ zei Klein. ‘Wij allebei.’

 

They went on living and working together: I do not know how long. It is no use denying that at first they occasionally disagreed, especially when they got tired. For at first they did sometimes get tired. They found that they had both been provided with tonics. Each bottle had the same label: A few drops to be taken in water from the Spring, before resting.

Ze werkten en woonden samen, ik weet niet hoe lang. Het heeft geen zin te verzwijgen dat ze in het begin nog wel eens woorden hadden, vooral als zij moe waren. Want in het begin werden ze soms moe. Ze ontdekten dat ze allebei een versterkende drank hadden meegekregen. Op beide flesjes stond hetzelfde: “Een paar druppels vermengen met water uit de Bron en drinken voor het te ruste gaan”.

 

They found the Spring in the heart of the Forest;

Zij vonden de bron in het hart van het Woud.

 

only once long ago had Niggle imagined it, but he had never drawn it. Now he perceived that it was the source of the lake that glimmered, far away and the nourishment of all that grew in the country. The few drops made the water astringent, rather bitter, but invigorating; and it cleared the head. After drinking they rested alone; and then they got up again and things went on merrily. At such times Niggle would think of wonderful new flowers and plants, and Parish always knew exactly how to set them and where they would do best. Long before the tonics were finished they had ceased to need them. Parish lost his limp.

Lang geleden had Klein haar eenmaal gezien, maar nooit geschilderd. Nu besefte hij dat zij de bronader was van het meer dat fonkelde in de verte en de voedingsbron van alles wat groeide in het land. De paar druppels maakten het water wrang en een beetje bitter, maar het was opwekkend en verhelderde het hoofd. Nadat zij gedronken hadden rustten zij en daarna stonden ze op en gingen vrolijk en vlug aan het werk. In zulke ogenblikken dacht Klein aan prachtige nieuwe bloemen en planten en Karspel wist altijd precies hoe hij ze moest poten en waar het het beste zouden doen. Lang voor de versterkende drank op was, hadden ze die al niet meer nodig. Karspel hinkte niet meer.

 

As their work drew to an end they allowed themselves more and more time for walking about, looking at the trees, and the flowers, and the lights and shapes, and the lie of the land. Sometimes they sang together; but Niggle found that he was now beginning to turn his eyes, more and more often, towards the Mountains.

Toen hun werk ten einde liep, gunden zij zich meer en meer tijd om rond te wandelen en naar de bomen te kijken en naar de bloemen en naar het licht en naar de vormen en naar de stand van zaken in het algemeen. Soms zongen ze samen, maar Klein ontdekte dat zijn ogen steeds vaker gericht waren op de Bergen.

 

The time came when the house in the hollow, the garden, the grass, the forest, the lake, and all the country was nearly complete, in its own proper fashion. The Great Tree was in full blossom.

De tijd kwam dat het huis in het dal, de tuin, het gras, het bos, het meer en het hele land bijna af was, precies zoals het moest zijn. De Grote Boom stond in volle bloei.

 

"We shall finish this evening," said Parish one day. "After that we will go for a really long walk."

‘Vanavond zijn we klaar,’ zei Karspel op zekere dag. ‘En daarna gaan we echt een lange wandeling maken.’

 

They set out next day, and they walked until they came right through the distances to the Edge. It was not visible, of course: there was no line, or fence, or wall; but they knew that they had come to the margin of that country. They saw a man, he looked like a shepherd; he was walking towards them, down the grass-slopes that led up into the Mountains.

De volgende dag gingen ze op weg en ze liepen tot ze door alle verten heen bij de Rand kwamen. Die was natuurlijk onzichtbaar, er was geen streep, of heg, of muur, maar zij wisten dat zij aan het einde van het land waren gekomen. Er stond een man, die eruitzag als een herder. Hij kwam naar hen toe over de glooiende grasvelden die naar de Bergen leidden.

 

"Do you want a guide?" he asked. "Do you-want to go on?"

‘Hebt u een gids nodig?’ vroeg hij. ‘Wilt u verder gaan?’

 

For a moment a shadow fell between Niggle and Parish, for Niggle knew that he did now want to go on, and (in a sense) ought to go on; but Parish did not want to go on, and was not yet ready to go.

Een ogenblik lang viel er een schaduw tussen Klein en Karspel, want Klein wist dat hij niet verder wilde, maar (in zekere zin) verder moest, en Karspel wilde niet verder gaan en was nog niet gereed om verder te gaan.

 

"I must wait for my wife," said Parish to Niggle. "She'd be lonely. I rather gathered that they would send her after me, some time or other, when she was ready, and when I had got things ready for her. The house is finished now, as well as we could make it; but I should like to show it to her. She'll be able to make it better, I expect: more homely. I hope she'll like this country, too."

‘Ik moet op mijn vrouw wachten,’zei Karspel tegen Klein. ‘Ze is eenzaam. Ik dacht eigenlijk dat ze haar wel naar mij toe zouden sturen, op de een of andere dag, als zij klaar zou zijn en ik hier klaar was voor haar. Het huis is nu af, zo goed als het ging, en ik zou het haar graag willen laten zien. Ik denk dat zij het beter kan maken, gezelliger. Ik hoop dat zij ook van dit land zal houden.

 

He turned to the shepherd. "Are you a guide?" he asked. "Could you tell me the name of this country?"

Hij wendde zich tot de herder. ‘Bent u een gids?’ vroeg hij. ‘Kunt u mij zeggen hoe dit land heet?’

 

"Don't you know?" said the man. "It is Niggle's Country. It is Niggle's Picture, or most of it: a little of it is now Parish's Garden."

‘Weet u dat dan niet?’’ vroeg de man. ‘Dit is Kleins Land. Het is Kleins Schilderij, het grootste gedeelte althans. Een klein stukje heet nu Karspels Tuin.’

 

"Niggle's Picture!" said Parish in astonishment. "Did you think of all this, Niggle? I never knew you were so clever. Why didn't you tell me?"

‘Kleins Schilderij!’ zei Karspel hogelijk verbaasd. ‘Heb jíj dit allemaal bedacht, Klein? Ik heb nooit geweten dat je zo knap was. Waarom heb je me dat niet verteld?’

 

"He tried to tell you long ago," said the man; "but you would not look. He had only got canvas and paint in those days, and you wanted to mend your roof with them. This is what you and your wife used to call Niggle's Nonsense, or That Daubing."

‘Hij probeerde het u te vertellen, lang geleden,’ zei de man, ‘maar u wou niet kijken. Hij had alleen linnen en verf in die dagen en u wilde uw dak ermee dichten. Dit hier noemden u en uw vrouw Kleins Nonsens of Dat Gekladder.’

 

"But it did not look like this then, not real," said Parish.

‘Maar het zag er toen niet zo uit als nu! Niet echt!’, zei Karspel.

 

"No, it was only a glimpse then," said the man; "but you might have caught the glimpse, if you had ever thought it worth while to try."

‘Nee, het was toen alleen maar een glimp,’ zei de man. ‘Maar u had de glimp kunnen opvangen als u de moeite had genomen het te proberen.’

 

"I did not give you much chance," said Niggle. "I never tried to explain. I used to call you Old Earth-grubber. But what does it matter? We have lived and worked together now. Things might have been different, but they could not have been better. All the same, I am afraid I shall have to be going on. We shall meet again, I expect: there must be many more things we can do together. Good-bye!" He shook Parish's hand warmly: a good, firm, honest hand it seemed. He turned and looked back for a moment. The blossom on the Great Tree was shining like flame. All the birds were flying in the air and singing. Then he smiled, and nodded to Parish, and went off with the shepherd.

‘Ik heb je niet veel kans gegeven,’ zei Klein. ‘Ik heb nooit een poging gedaan het uit te leggen. Ik noemde jou de ouwe Grondkrabber.  Maar wat doet het ertoe? We hebben nu samen gewoond en gewerkt. Alles had anders kunnen lopen maar niet beter. Maar ik ben toch bang dat ik verder zal moeten gaan. We komen elkaar nog wel eens tegen, denk ik, er zijn nog heel wat dingen die we samen kunnen doen. Adieu!’ Hij schudde Karspel hartelijk de hand, het was een goede, stevige, eerlijke handdruk. Hij keek even achterom. De bloesems aan de Grote Boom fonkelden als vuur. Alle vogels vlogen zingend door de lucht. Toen glimlachte hij, knikte tegen Karspel en ging weg met de hereder.

 

He was going to learn about sheep, and the high pasturages, and look at a wider sky, and walk ever further and further towards the Mountains, always uphill. Beyond that I cannot guess what became of him. Even little Niggle in his old home could glimpse the Mountains far away, and they got into the borders of his picture; but what they are really like, and what lies beyond them, only those can say who have climbed them.

Hij zou dingen leren over schapen en over hoge weidegronden en hij zou kijken naar een wijdere hemel en lopen naar de Bergen, verder en verder, steeds hoger. En daarna weet ik niet wat er van hem geworden is. Zelfs de kleine Klein in zijn oude huis kon een glimp opvangen van de Bergen in de verte en zij verschenen aan de randen van zijn schilderij. Maar hoe ze in werkelijkheid zijn en wat erachter ligt kunnen alleen zij vertellen die ze hebben beklommen.

 

 

 

"I think he was a silly little man," said Councillor Tompkins. "Worthless, in fact; no use to Society at all."

‘Ik vind dat hij een mal mannetje was,’ zei Raadslid Krommeling. ‘Waardeloos. Van generlei nut voor de Maatschappij.’

 

"Oh, I don't know," said Atkins, who was nobody of importance, just a schoolmaster. "I am not so sure: it depends on what you mean by use."

‘O, dat weet ik niet,’ zei Aaldering, die geen belangrijk man was, alleen maar een schoolmeester. ‘Ik ben er niet zo zeker van, het hangt ervan af wat je onder nut verstaat.’

 

"No practical or economic use," said Tompkins. "I dare say he could have been made into a serviceable cog of some sort, if you schoolmasters knew your business. But you don't, and so we get useless people of his sort. If I ran this country I should put him and his like to some job that they're fit for, washing dishes in a communal kitchen or something, and I should see that they did it properly. Or I would put them away. I should have put him away long ago."

‘Praktisch of economisch nut,’ zei Krommeling. ‘O, hij had best een bruikbaar radertje in de machine kunnen worden als jullie schoolmeesters je vak verstonden. Maar dat doen jullie niet en daarom krijgen we zulke waardeloze mensen. Als ik het voor het zeggen had in dit land, zou ik hem en zijn soortgenoten aan het werk zetten, ik zou ze borden laten wassen in de gaarkeuken of zoiets en ik zou er streng op toezien dat ze het behoorlijk deden. Of ik zou ze opruimen. Ik zou hem allang hebben opgeruimd.

 

"Put him away? You mean you'd have made him start on the journey before his time?"

‘Opgeruimd? Bedoel je dat je hem vóor zijn tijd op reis zou hebben gestuurd?’

 

"Yes, if you must use that meaningless old expression. Push him through the tunnel into the great Rubbish Heap: that's what I mean."

‘Ja, als je die zinlose frase met alle geweld wilt gebruiken. Ik zou hem door de tunnel naar de grote Vuilnishoop hebben geduwd, dat bedoel ik.’

 

"Then you don't think painting is worth anything, not worth preserving, or improving, or even making use of?"

‘Dus je vindt dat schilderen waardeloos is, niet de moeite waard om bewaard of verbeterd of zelfs gebruikt te worden?’

 

"Of course, painting has uses," said Tompkins. "But you couldn't make use of his painting. There is plenty of scope for bold young men not afraid of new ideas and new methods. None for this old-fashioned stuff. Private day-dreaming. He could not have designed a telling poster to save his life. Always fiddling with leaves and flowers. I asked him why, once. He said he thought they were pretty! Can you believe it? He said pretty! 'What, digestive and genital organs of plants?' I said to him; and he had nothing to answer. Silly footler."

‘Natuurlijk heeft schilderen zijn nut,’ zei Krommeling. ‘Maar zijn schilderen niet. Er moet ruimte zijn voor flinke jonge kerels, die niet bang zijn voor nieuwe ideeën en nieuwe methoden, dat spreekt vanzelf. Maar niet voor die ouderwetse rommel. Dagdromerij. Hij was absoluut niet in staat een rake affiche te ontwerpen, ook al hing zijn leven er vanaf. Hij zat altijd maar te frutselen met bladeren en bloemen. Ik vroeg hem eens waarom. Hij zei dat hij ze mooi vond! Is het niet ongelooflijk? Mooi zei hij! ‘Wat, die spijsverterings- en geslachtsorganen van planten?’ zei ik, en daar had hij geen antwoord op. Malle knoeier!’

 

"Footler," sighed Atkins. "Yes, poor little man, he never finished anything. Ah well, his canvases have been put to 'better uses,' since he went. But I am not sure, Tompkins. You remember that large one, the one they used to patch the damaged house next door to his, after the gales and floods? I found a corner of it torn off, lying in a field. It was damaged, but legible: a mountain-peak and a spray of leaves. I can't get it out of my mind."

‘Knoeier,’ zuchtte Aaldering. ‘Ja, hij heeft nooit iets afgemaakt, dat arme mannetje. Ach ja, zijn doeken zijn voor “Nuttiger Doeleinden” gebruikt toen hij weg was. Maar ik weet het nog zo net niet, Krommeling. Herinner je je dat grote schilderij nog waar ze het huis van zijn buren mee hebben opgelapt, na de storm en de overstroming? Ik heb er een afgescheurd stuk van gevonden, het lag in een weiland. Het was beschadigd, maar je kon nog wel zien wat het voorstelde: een bergtop en een twijg met bladeren. Ik kan het maar niet kwijtraken.’

 

"Out of your what?" said Tompkins.

‘Niet kwijtraken? Hoezo niet kwijtraken?’ vroeg Krommeling.

 

"Who are you two talking about?" said Perkins, intervening in the cause of peace: Atkins had flushed rather red.

‘Waar hebben jullie het over?’ vroeg Eldering, die het tijd vond om tussenbeide te komen, want Aaldering zag nu erg rood in zijn gezicht.

 

"The name's not worth repeating," said Tompkins. "I don't know why we are talking about him at all. He did not live in town."

‘De naam is niet waard om genoemd te worden,’ zei Krommeling. ‘Ik weet eigenlijk niet waarom we over hem praten. Hij woonde niet in deze stad.’

 

"No," said Atkins; "but you had your eye on his house, all the same. That is why you used to go and call, and sneer at him while drinking his tea. Well, you've got his house now, as well as the one in town, so you need not grudge him his name. We were talking about Niggle, if you want to know, Perkins."

Nee,’ zei Aaldering, ‘maar jij had wel een oogje op zijn huis. Daarom ging je bij hem op bezoek, daarom bespotte je hem terwijl je zijn thee dronk. Wel, zijn huis is nu van van jou en je hebt ook je huis in de stad, daarom hoef je hem zijn naam niet te misgunnen. We hadden het over Klein als je het graag wilt weten, Eldering.’

 

"Oh, poor little Niggle!" said Perkins. "Never knew he painted."

‘O, die arme Klein!’ zei Eldering. ‘Ik wist niet eens dat hij schilderde.’

 

That was probably the last time Niggle's name ever came up in conversation. However, Atkins preserved the odd corner. Most of it crumbled; but one beautiful leaf remained intact. Atkins had it framed. Later he left it to the Town Museum, and for a long while "Leaf: by Niggle" hung there in a recess, and was noticed by a few eyes. But eventually the Museum was burnt down, and the leaf, and Niggle, were entirely forgotten in his old country.

Het was waarschijnlijk de laatste maal dat Kleins naam in een gesprek werd genoemd. Maar Aalderink bewaarde het stukje schilderij. Het grootste gedeelte bladderde af, maar een mooi blad bleef intact. Aaldering liet het inlijsten. Later vermaakte hij het aan het Stedelijk Museum en lange tijd hing ‘Blad: van Klein’ ergens in een hoekje achteraf, waar het door slechts enkele ogen werd opgemerkt. Ten slotte brandde het museum echter af en werden het blad en Klein in zijn vroegere land volkomen vergeten.

 

 

 

"It is proving very useful indeed," said the Second Voice. "As a holiday, and a refreshment. It is splendid for convalescence; and not only for that, for many it is the best introduction to the Mountains. It works wonders in some cases. I am sending more and more there. They seldom have to come back."

‘Het is inderdaad zeer nuttig,’ zei de Tweede Stem. ‘Voor vakantie en recreatie. Het is uitnemend geschikt voor herstellende zieken en niet alleen voor hen. Voor velen is het de beste overgang naar de Bergen. In sommige gevallen doet het wonderen. Ik stuur er steeds meer naar toe. Ze behoeven slechts zelden terug te komen..’

 

"No, that is so," said the First Voice. "I think we shall have to give the region a name. What do you propose?"

‘Ja, dat is waar,’ zei de Eerste Stem. ‘Ik vind dat wij die streek een naam moeten geven. Wat stelt u voor?’

 

"The Porter settled that some time ago," said the Second Voice. "Train for Niggle's Parish in the bay: he has shouted that for a long while now. Niggle's Parish. I sent a message to both of them to tell them."

‘Daar heeft de Kruier allang voor gezorgd,’zei de Tweede Stem. “Trein voor Klein Karspel op het zijspoor,” dat roept hij al een hele tijd. Klein Karspel. Ik heb ze een boodschap gestuurd om het ze allebei te vertellen.

 

"What did they say?"

‘En wat zeiden ze?’

 

"They both laughed. Laughed-the Mountains rang with it!"

‘Ze lachten. Ze lachten dat de bergen ervan schalden.’

 

https://nl.wikipedia.org/wiki/Willy_Wielek-Berg

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie het reactieformulier onderaan deze pagina. Vermeld wel even het nummer van het blog waarop je reageert.
Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Blog 87 – Leeftijdsverschil

 

In het tv-programma Boeken zag ik een tijdje geleden een vraaggesprek met Martine de Jong. Ze heeft een boek geschreven,  De Aanloopman.

De hoofdpersoon van het boek is een 51-jarige vrouw – weduwe – die in haar eentje in een huisje op het Groninger platteland woont.

 

Martine de Jong vertelde dat ze op een borrel bij een uitgeverij aan de schrijver Ronald Giphart verteld had dat haar nieuwe boek over een vrouw van begin 50 ging, en dat Ronald Giphart daarop minachtende geluiden had geproduceerd.
(Ronald Giphart, die blijkbaar niet weet hoe lelijk hij zelf is … .)

Ook de interviewster, Carolina Lo Galbo, leek wel te denken dat vrouwen boven de, zeg maar, 45 toch eigenlijk niet meer zo de moeite waarde waren.

Ze stelde in het begin althans een aantal ongelukkige vragen, waardoor het gesprek eerst wat moeizaam verliep. Ze leek enigszins geobsedeerd door de vermeende onzichtbaarheid van niet meer zo jonge vrouwen.

 

In het boek staat er een 15 jaar jongere man voor de deur van de 51-jarige vrouw. Toen hoorde ik Martine de Jong iets zeggen wat je anders nooit op de tv hoort, nl. dat er aan de binnenkant van iemand niets verandert als je ouder wordt. Je blijft gewoon dezelfde, al heb je meer meegemaakt dan toen je 20 was. En als je begin 20 bent, dan denk je dat iemand van begin 40 heel anders is.

Het wordt juist makkelijker als je als vrouw eenmaal een jaar of 40 bent, omdat je je minder aantrekt van de mening van anderen.

 

Precies hetzelfde heb ik eens gezegd – herinner ik me – toen ik ook begin 50 was en bij een kleine uitgeverij werkte. Ik was de oudste daar en tussen de middag aten de werknemers samen aan tafel en praatten we over van alles. De begin-twintigers dachten dat ze wel meer van seks zouden weten dan die saaie oude mensen. Daar moest ik echt om lachen.

Toen vroeg een van mijn jonge collega’s mij of ik dan nog wel aan seks deed. Blijkbaar had hij er nooit bij stilgestaan dat de relatie tussen zijn ouders, waarschijnlijk van mijn leeftijd, ook wel eens een seksueel aspect zou kunnen hebben.

 

Mijn zoon Dolf heeft al tien jaar een relatie met een 18 jaar oudere vrouw. Mijn zoon Louis heeft een vriendin die ongeveer 14 jaar jonger is. En de vriendin van mijn zoon Nelson is ongeveer 9 jaar jonger dan hij. Huisgenoot W. is 8 jaar ouder dan ik.


Je kiest een partner om de persoon die hij/zij is, als iemand – niet als een ouder of een jonger iemand. Dat dat consequenties kan hebben als je allebei ouder wordt, neem je op de koop toe.

Ook als je een partner hebt van je eigen leeftijd, weet je niet wat het leven voor je in petto heeft.

 

I've got a couple more years on you, babe, that's all.
I've had more chances to fly and more places to fall.
And it ain't that I'm wiser - it's only that I've spent
more time with my back to the wall.

And I picked up a couple more years on you babe, that’s all.

https://www.youtube.com/watch?v=dbkWkHlVRaA&start_radio=1&list=RDdbkWkHlVRaA&t=31 
(sla de advertentie over!)

https://www.gezondheidsnet.nl/relatieproblemen/overbrugt-liefde-leeftijdsverschillen

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

----------------------------------------------------

 

Blog 88 – Winkelen

 

Regelmatig lees je dat vrouwen zo van winkelen houden. Nou, ik niet, hoor.

Ik zie ertegenop als ik een kledingstuk of huishoudelijk artikel moet kopen. Ik moet me ertoe zetten om daarvoor de deur uit te gaan. Waarschijnlijk ben ik geen echte vrouw.

 

Het wordt pas leuk als je snel slaagt in de winkel.
Ik ging bijvoorbeeld naar een lingeriezaak voor een duster – of moderner: ochtendjas – omdat ik binnenkort elke week een dag op mijn kleindochter van (nu) twee maand ga passen (zie blog 63) en mijn ochtendjas niet altijd heen en weer wil slepen.
En ook omdat mijn ouwe duster al zeker 15 jaar oud is.


Voorin de winkel hingen wat afgeprijsde dusters. Ze waren allemaal van polyester. Dat heeft niet mijn voorkeur, maar ik vond er toch eentje die me paste, aangeboden werd voor de helft van de prijs en me goed stond.

Ik ging naar de kassa en vroeg of dit de enige dusters waren. “Nee,” zei de verkoopster, “op de verhoging daar staat de nieuwe collectie”. Die wilde ik dan ook nog wel bekijken.

 

Ze waren natuurlijk wel bijna drie keer zo duur, maar er waren een paar van katoen van hetzelfde merk als het polyester exemplaar die me ook goed pasten en stonden.

Ik koos er een uit – lichtgrijs, net als de polyester duster – en besloot ze allebei te houden.

De drie dames achter de kassa keken me wel een beetje vreemd aan, maar dat is mijn probleem niet.


Geslaagd dus! De katoenen ochtendjas breng ik naar Groningen en het polyester exemplaar houd ik thuis als reserve.
Lekker snel klaar.

 

Op de terugweg zag ik in een andere winkel sterk afgeprijsde herentruien op een rek hangen. Ik zocht twee truien uit voor huisgenoot W. en vroeg aan de verkoopster of ik ze mocht terugbrengen als ze niet pasten. “Ik kan mijn man zo moeilijk meekrijgen”, zei ik, naar waarheid.

Tot mijn verrassing vond ze dat goed. Ik hoefde ze niet eens meteen te betalen, alleen naam, adres en telefoonnummer achter te laten. Wat een service! En wat ging alles lekker vlot.

Dat is nog eens klantenbinding.

 

Online winkelen
Ja, ik weet dat je op Internet ook kleren kunt kopen zonder te betalen en dat je ze kunt terugsturen als ze niet naar wens zijn. Maar dan kun je ze niet van tevoren echt goed bekijken, je krijgt allerlei overbodig verpakkingsmateriaal thuisbezorgd en als je ze wilt terugsturen, moet je de spullen weer uitgebreid en netjes inpakken – als je tenminste netjes bent opgevoed.

 

Als je naar een ‘gewone winkel’ gaat, werk je bovendien niet mee aan de niet bepaald medewerkervriendelijke arbeidsomstandigheden in de distributiecentra van veel online winkels.

Zie https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/hoe-is-het-om-te-werken-in-het-distributiecentrum-van-bol-com-journalist-jeroen-van-bergeijk-maakte-het-mee~b18a9510/

 

Toekomst
Zou goederen op zicht mee naar huis nemen en later terugbrengen of achteraf betalen de nieuwe trend zijn in de detailhandel? Zou dat de manier zijn voor ‘fysieke winkels’ om te overleven?

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Vermeld wel even het nummer van het blog waarop je reageert. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Blog 89 - Liedjes met een verhaal

 

Socialmediagoeroes vertellen ons tegenwoordig allemaal dat je een verhaal moet vertellen als je effectief wilt zijn op sociale media. Omdat ik van schrijven houd, schrijf ik blogs, maar dat zijn niet altijd echte verhalen.


Emoties

Als het goed is, roept een verhaal namelijk een emotie op. Elk verhaal heeft betrekking op het heden, het verleden of de toekomst en we voelen we ons daar goed of slecht over.

Als we ons goed voelen over het verleden, voelen we nostalgie.
Als we ons goed voelen over de toekomst, voelen we hoop.
Als we ons slecht voelen over het verleden, voelen we verdriet.
En als we ons slecht voelen over de toekomst, voelen we angst.

 

Elk verhaal gaat ook over verandering.  De verandering is het verhaal. En het gaat erom wat je voelt bij het verhaal.


Toen huisgenoot W. op YouTube Living next door to Alice aan het afspelen was, bedacht ik opeens dat sommige leuke liedjes ook een verhaal vertellen. Zoals dat liedje dus.

 

Kijk en luister maar eens.

Living Next Door To Alice (Smokie) 1972

Sally called when she got the word
And she said: "I suppose you've heard
About Alice"
When I rushed to the window
And I looked outside
And I could hardly believe my eyes
As a big limousine rolled up
Into Alice's drive...

Oh, I don't know why she's leaving
Or where she's gonna go
I guess she's got her reasons
But I just don't want to know
'Cos for twenty-four years
I've been living next door to Alice
Twenty-four years just waiting for a chance
To tell her how I feel, and maybe get a second glance
Now I've got to get used to not living next door to Alice...

We grew up together
Two kids in the park
We carved our initials
Deep in the bark
Me and Alice
Now she walks through the door
With her head held high
Just for a moment, I caught her eye
As a big limousine pulled slowly
Out of Alice's drive

Oh, I don't know why she's leaving
Or where she's gonna go
I guess she's got her reasons
But I just don't want to know
'Cos for twenty-four years
I've been living next door to Alice
Twenty-four years just waiting for a chance
To tell her how I feel, and maybe get a second glance
Now I gotta get used to not living next door to Alice...

And Sally called back and asked how I felt
And she said: "I know how to help
Get over Alice"
She said: "Now Alice is gone
But I'm still here
You know I've been waiting
For twenty-four years..."
And a big limousine disappeared...

I don't know why she's leaving
Or where she's gonna go
I guess she's got her reasons
But I just don't want to know
'Cos for twenty-four years
I've been living next door to Alice
Twenty-four years just waiting for a chance
To tell her how I feel, and maybe get a second glance
But I'll never get used to not living next door to Alice...

No, I'll never get used to not living next door to Alice...

 

https://www.youtube.com/watch?v=Z6qnRS36EgE


Vooral de zanger van Smokie, Chris Norman, werd bekend door dit liedje.


De inspiratiebron voor Living next door to Alice was volgens de schrijver van het liedje het nummer Sylvia’s Mother, geschreven door Shel Silverstein.


Shel Silverstein
In Sylvia’s Mother wordt een soortgelijk verhaal verteld als in Living next door to Alice.

Shel Silverstein schreef veel muziek voor de band Dr. Hook & the Medicine Show, maar ook voor anderen.

 

Sylvia’s mother (Dr. Hook) 1972

Sylvia's mother says Sylvia's busy, too busy to come to the phone
Sylvia's mother says Sylvia's tryin' to start a new life of her own
Sylvia's mother says Sylvia's happy so why don't you leave her alone
And the operator says forty cents more for the next three minutes

Please Mrs. Avery, I just gotta talk to her,
I'll only keep her a while
Please Mrs. Avery, I just wanna tell her goodbye

Sylvia's mother says Sylvia's packin' she's gonna be leavin' today
Sylvia's mother says Sylvia's marryin' a fella down Galveston way
Sylvia's mother says please don't say nothin' to make her start cryin' and stay
And the operator says forty cents more for the next three minutes

Please Mrs. Avery, I just gotta talk to her,
I'll only keep her a while
Please Mrs. Avery, I just wanna tell her goodbye

Sylvia's mother says Sylvia's hurryin' she's catchin' the nine o'clock train
Sylvia's mother says take your umbrella cause Sylvie, it's startin' to rain
And Sylvia's mother says thank you for callin' and sir won't you call back again
And the operator says forty cents more for the next three minutes

Please Mrs. Avery, I just gotta talk to her,
I'll only keep her a while
Please Mrs. Avery, I just wanna tell her goodbye

Tell her goodbye...
Please... Tell her goodbye..

https://www.youtube.com/watch?v=UPrixYOTNHw (sla de advertenties over!)

Silverstein was ook de schrijver van het liedje A boy named Sue, gezongen door Johnny Cash, …

https://www.youtube.com/watch?v=WOHPuY88Ry4

https://www.lyricsfreak.com/j/johnny+cash/a+boy+named+sue_20164162.html (tekst)

 

… en van One’s on the way, gezongen door Loretta Lynn, in haar Redneck-accent, over de opkomende vrouwenemancipatie in het begin van de jaren 70.

 

https://www.youtube.com/watch?v=HAEzfdBMN5k of
https://www.youtube.com/watch?v=5So02Fk6cbU (in The Muppets Show)

 

 

Ludduvuddu
Je ziet dat in het begin van zulke verhalende liedjes vaak verteld wordt wat een bekende/vriend/familielid gezegd of gedaan heeft:

Sally called …”, “Sylvia's mother says …” en “My daddy left home when …”.


Maar One’s on the way begint met het algemene ”They say …”, en er wordt verwezen naar allerlei beroemde (andere) vrouwen, zoals Liz (actrice Elisabeth Taylor), (presidentsvrouw) Jackie (Kennedy) en (seksbom) Raquel Welch.


Je begrijpt uiteindelijk wel dat het hier om een jonge vrouw in de beginjaren 70 gaat die ziet dat voor vrouwen de hele wereld verandert behalve voor haarzelf.  “Here in Topeka” krijgt zij gewoon het ene kind na het andere. Toch wekt de uitvoering alleen maar hilariteit op, geen emotie.

Oh gee, I hope it ain’t twins again


Humoristisch?
In het Wikipedia-artikel op Internet over One’s on the way noemt een schrijver van countrymuziek het lied een humorous piece on motherhood.
https://en.wikipedia.org/wiki/One%27s_on_the_Way

 

They say to have her hair done, Liz flies all the way to France,
And Jackie's seen in a discoth'eque doin' a brand new dance.
And the White House social season should be glittering and gay.
But here in Topeka, the rain is a fallin'
The faucet is a drippin' and the kids are a bawlin'
One of 'em a-toddlin and one is a crawlin':
And, one's on the way.

I'm glad that Raquel Welch just signed a million dollar pact,
And Debbie's out in Vegas workin' up a brand new act.
While the TV's showin' Newlywed's, a real fun game to play;
But here in Topeka, the screen door's a bangin'
The coffee's boilin' over and the worsh needs a hangin'
One want a cookie and one wants a changin'
And, one's on the way.

 

Now what was I doin'?
Jimmy get away from there.
Darn, there goes the phone.
Hello honey. What's that you say?
You're bringin' a few ole army buddies home?
You're callin' from a bar?
Get away from there.
No, not you honey, I was talking to the baby.
Wait a minute, honey, the door bell.
Honey, could you stop by the market and...
Hello?
Hello?
Well I'll be.

 

The girls in New York City, they all march for women's lib.
And better homes and garden shows, the modern way to live.
And the pill may change the world tomorrow, but meanwhile, today.
Here in Topeka, the flies are a buzzin'
The dog is a barkin' and the floor needs a scrubbin'
One needs a spankin' and one needs a huggin'
Lord, one's on the way.

Oh gee, I hope it ain't twins again.



Het lijkt mij dat het liedje toch niet alleen maar ‘humorous’ is!


Waarschijnlijk mocht je in het begin van de jaren 70 in Amerika de achtergebleven positie van vrouwen – en waarschijnlijk ook grote klasse- en inkomensverschillen –  niet als een echt probleem zien.


Ludduvuddu van een jonge man was dat natuurlijk wel. Zou het daardoor komen dat Sylvia’s Mother en Living next door to Alice ons meer emotioneren dan One’s on the way?

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Vermeld wel even het nummer van het blog waarop je reageert.
Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Blog 90 – Missers in de gezondheidszorg

 

Terecht of ten onrechte ben ik nogal sceptisch over de medische wetenschap. Dat klinkt zuur, maar er worden toch echt veel fouten gemaakt.

Dan heb ik het niet over operaties die bijna altijd goed gaan, zoals staar- of heupoperaties, of over medicijnen die – voor zover ik weet – een bewezen werking hebben en geen of nauwelijks vervelende bijwerkingen, zoals metformine bij suikerziekte, maar wel over het verkeerd voorschrijven van medicijnen of het verkeerd of onterecht uitvoeren van operaties.

 

Voorbeelden uit mijn eigen omgeving
Sinds een jaar of vijf gebruik ik één keer per dag een pijnstiller (met maagzuurremmer). De laatste jaren had ik steeds meer last van een verstopte neus en keel. Ik was er een paar keer voor naar de huisarts geweest, maar die kon niets vinden.

Ik begon me echt een oude zeur te voelen, maar door toevallige bestudering van de bijsluiter van de pijnstiller (Celecoxib) kwam ik erachter dat de stof daarin wel eens de oorzaak zou kunnen zijn. Dat klopte.
Ik neem de pijnstiller nu om de dag en de klachten zijn bijna verdwenen. Maar ik moest het dus wel zelf ontdekken.

 

Bij een tante van mij is jarenlang niet ontdekt dat ze eierstokkanker had. Elke keer dat ze buikklachten had, werd haar door de artsen verteld dat haar niets mankeerde en dat ze maar een maagzuurremmer moest nemen.
Toen het tien jaar geleden wel ontdekt werd, was er niets meer aan te doen. Bij de operatie werd de buik onverrichterzake weer dichtgenaaid.

Wel werden twee dagen voor haar dood haar onderbenen nog geamputeerd omdat ze gangreen (koudvuur) had. ‘Waar was dat nog voor nodig?’, denk ik dan.

 

Een goede vriend had een te snel werkende schildklier. Hij werd eraan geopereerd, maar daarbij werd te veel weggesneden. Daardoor ging de schildklier dus te langzaam werken en moest hij levenslang medicijnen slikken. (Ik moet er wel bij vertellen dat dit al tientallen jaren geleden is).

 

Na een verkeersongeluk waarbij mijn linker enkel was gebroken, werden de botten zo ondeskundig aan elkaar gezet dat mijn enkel nog steeds stijf is. Dit is trouwens ook al lang geleden.

 

Bij een goede vriendin werd pas na maandenlange klachten de diagnose longvliesontsteking gesteld. De behandelende specialist had maar liefst drie operaties nodig om de diagnose te kunnen stellen en slaagde er ook nog in om tijdens de operatie een klaplong te veroorzaken. Dat hoorde mijn vriendin trouwens pas achteraf.
Ze heeft een lelijk litteken en is nog steeds niet van de klachten af. Ze heeft nog steeds vocht bij de longen en heeft te horen gekregen dat er toch een onderliggende ziekte, zoals reuma, een andere auto-immuunziekte of een tumor moet zijn.
Alleen is die onderliggende ziekte nog steeds niet gevonden, na zo’n driekwart jaar.

Hoe is dat mogelijk, vraag ik me af. Onze vriendin vraagt zich dat misschien niet eens af. Die is langzamerhand alleen maar murw. Als patiënt sta je machteloos in dit soort zaken.

 

De moeder van mijn kapster heeft in haar leven zoveel medicijnen geslikt, dat ze nu bijna niet meer kan lopen. Wiens schuld is dat? Komt dat doordat ze zo vaak naar de dokter is gegaan met allerlei klachten? Of doordat de dokter haar dan maar allerlei medicijnen gaf om ervan af te zijn?

 

Toen mijn tweelingzus Rina en ik geboren werden had onze moeder niet genoeg borstvoeding, dus moest er bijgevoerd worden. Dat mocht volgens de medische mores van die tijd niet met een flesje, nee, dat moest met een lepeltje. Vooral ik wilde dat niet; ik duwde alles weer terug met mijn tong.

Mijn moeder werd daar natuurlijk helemaal wanhopig van.

Ondanks de tegenwerking van de wijkzuster, mocht ze van de huisarts uiteindelijk dan toch flesjes gebruiken. Deze hele toestand zal niet bevorderlijk zijn geweest voor de relatie tussen moeder en kind/kinderen.

 

Nog in de jaren 60 werd, ook door medici, het gevaar van asbest ontkend. Ook MS (multiple sclerose) werd afgedaan als ‘tussen de oren”.

 

Tegenwoordig worden in de medische wereld veel implantaten geplaatst waarvan het niet zeker is of ze negatieve effecten hebben en/of gewoon ondeugdelijk zijn.
Denk daarbij aan hartkleppen, borstimplantaten met siliconen, kunstheupen, bekkenbodemmatjes en pacemakers.

Bij mijn zwager was de ingebrachte pacemaker helemaal naar de oksel verschoven. Dat was van de buitenkant ook duidelijk te zien. Wie zegt mij dat er geen ondeugdelijke draden in die pacemaker zaten?
Een paar maanden later was hij dood.

Sinds 2017 is er trouwens een officieel ‘Meldpunt bijwerkingen Implantaten’. Het is een initiatief van het RIVM en bijwerkingencentrum Lareb.

 

Veel specialisten kijken niet verder dan hun eigen neus/vakgebied lang is. Pas geleden las ik in de krant nog het verhaal van Maartje van Winkel, een meisje met ‘vage klachten’ dat jarenlang door medici werd afgescheept – en verwezen naar de psychiater – tot ze in 2004 zo ziek was dat ze niet meer kon genezen.
Wel vroeg ze de minister van Vreemdelingenzaken om een klasgenote van haar, de Afghaanse asielzoekster Derakshan, een verblijfsvergunning te geven. Derakshan zou haar plaats kunnen innemen, en heeft dat ook gedaan. Ze is nu arts.

https://www.volkskrant.nl/kijkverder/v/2018/leven-in-de-plaats-van-maartje/

 

Ten slotte de psychiatrie. Ook daar wordt vaak maar wat geprobeerd, ten koste van de patiënt. Een voorbeeld lijkt me Zyprexa. Dat is een middel tegen psychoses, dat naar mijn mening te pas en te onpas is en wordt voorgeschreven, ook bij depressies, tics, autisme en Alzheimer. En de enige die daarvan profiteert is de fabrikant.

Sommige voorgeschreven middelen tegen depressie zijn zelfs ronduit gevaarlijk, zoals Seroxat.

 

Conclusie
Natuurlijk
worden er soms spectaculaire operaties verricht. Natuurlijk zijn er heel veel goede artsen die alleen het beste met hun patiënten voorhebben.  Natuurlijk worden er ook goede medicijnen en therapieën uitgevonden.

En toch moet de klant met gezondheidsklachten altijd maar afwachten of de aangeboden therapie hem/haar goed of kwaad zal doen. En daarom moet die klant altijd kritisch blijven.


Onze vriendin heeft nu een second opinion aangevraagd. Maar eens afwachten wat daar uitkomt!

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden. 
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

-----------------------------------------

 

Blog 91 - Herinneringen

 

Omdat we hoorden dat mijn ex-man was overleden in Suriname, en mijn schoondochter Roos graag babyfoto’s wilde zien van haar partner, mijn oudste zoon Nelson, keek ik in het oudste fotoalbum dat ik heb.

Een van de eerste foto’s in dat album is die van een goede vriend van mijn ex-man, Fricco, met zijn vrouw en zoontje. Mijn ex-man en Fricco waren samen als verstekeling vanuit Suriname naar Nederland gekomen.


Fricco was een bijnaam. Zijn vrouw heette Clarion. Na de scheiding is Fricco naar Suriname teruggegaan en heeft zich daar verdronken in de Surinamerivier.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Suriname_(rivier)


Clarion heb ik na haar en mijn scheiding nooit meer gezien en ik heb haar ook nooit kunnen opsporen via Facebook of LinkedIn of zo. Ze was vermoedelijk een paar jaar ouder dan ik.

 

Coevorden
Clarion vertelde mij eens dat zij in Coevorden was opgegroeid.

Dat interesseerde me, omdat ik als kind vier jaar in de buurt van die plaats heb gewoond.

Vanaf ons achtste of negende jaar fietsten mijn tweelingzus Rina en ik iedere zaterdag 8 kilometer heen en 8 kilometer terug langs het kanaal van De Krim naar Coevorden voor pianoles bij pianoleraar Co de Koning.


Coevorden is een oud vestingstadje aan de grens met Duitsland, vlak bij Emlichheim en niet ver van (Bad) Bentheim.


Voordat we pianoles kregen, hadden we een poosje les op het harmonium dat in ons huis stond. Omdat de pianolerares vond dat we wel aanleg hadden, besloten onze ouders een piano aan te schaffen en ons les te laten nemen in de dichtstbijgelegen grotere plaats. Dat was Coevorden.

Een keer kreeg Rina erge buikpijn op de weg terug naar ons dorp. Ondanks de pijn fietste ze de hele weg terug naar huis. Ze bleek een blindedarmontsteking te hebben en moest alsnog naar het ziekenhuis in Coevorden vervoerd worden voor een operatie.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Coevorden

Clarion
Maar we hadden het over Clarion. Dat is natuurlijk een aparte naam. Dat vond ik toen ook, maar ik had er nooit bij stilgestaan waar de naam vandaan kwam. Ik kende alleen de namen Clara en Clarie en had het idee dat ‘Clarion’ een soort variatie daarop was. Wel had de naam voor mij een associatie met klaroengeschal.


Pasgeleden heb ik ontdekt dat Coevorden in de oorlog te maken heeft gehad met een Operation Clarion. Op 22 februari 1945 werd een spoorbrug in Coevorden door de Britse luchtmacht gebombardeerd, omdat het een strategisch punt vormde voor het transport van olie en troepen naar Duitsland. Een binnenschip werd daarbij vernield en twee opvarenden raakten lichtgewond.

https://en.wikipedia.org/wiki/Operation_Clarion


Op 21 februari 1944 waren er ook al bommen afgeworpen op Coevorden, ditmaal door de Amerikaanse luchtmacht. Waarschijnlijk door de mist werden de bommen afgeworpen op Coevorden en niet op het nabijgelegen Duitse plaatsje Emlichheim, of de iets verder gelegen plaats Lingen.

Er kwamen 7 mensen om en er werd veel schade aangericht.


Blijkbaar behoort Coevorden dus ook tot de vele plaatsen in Oost-Nederland die aan het eind van de oorlog door de geallieerde luchtmacht zijn gebombardeerd, per abuis of gericht.

https://en.wikipedia.org/wiki/Operation_Clarion

 

Vernoemd
In ieder geval is het waarschijnlijk dat de ouders van Clarion haar naam hebben ontleend aan de naam van de luchtmachtoperatie van 22 februari 1945.


En zo komen de dood van mijn ex-man, jeugdherinneringen, de Tweede Wereldoorlog en een oude foto samen.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Blog 92 – Jeugdvriend

 

Ik weet niet wat huisgenoot W. vannacht gedroomd had, maar hij begon meteen toen hij wakker werd te zingen en zei toen:

Heer Halewijn sanc een liedekijn;  

Al wie dat hoorde wou bi hem sijn.

Die strofe komt uit een ballade uit de Middeleeuwen waar wij vroeger op school wel over hoorden.

Voor de volledige tekst kun je kijken op https://nl.wikipedia.org/wiki/Heer_Halewijn_zong_een_liedekijn

 

En meteen daarna zei huisgenoot:
“Of, zoals Wim P. altijd zei: Heer Halewino sanc een liedekino. Ik weet niet waarom hij dat ervan maakte.”

 

Wim P. was een schoolvriend van huisgenoot W. en sinds ik huisgenoot heb leren kennen, heeft hij het elk jaar zeker vier keer over zijn oud-klasgenoot. Veel en veel vaker dan over andere vrienden van vroeger.
Wim heeft een diepe indruk op hem gemaakt.

 

Dat komt denk ik omdat het zo’n aparte jongen was. Toen huisgenoot W. en ik jong waren, was het begrip autisme nog niet uitgevonden, maar Wim had duidelijke autistische kenmerken.

 

Kenmerken van autisme
Van internet kopieer ik hier kenmerken van autisme (bij volwassenen):

  • Maakt weinig oogcontact met anderen
  • Herkent non-verbale signalen niet altijd
  • Begrijpt dubbele boodschappen niet, neemt taal vaak letterlijk
  • Is overgevoelig of juist minder gevoelig voor sensorische prikkels (geluid, licht, smaak, tast)
  • Heeft moeite om leven te organiseren en structureren, toekomstplannen te maken
  • Problemen bij het voeren van de thuisadministratie
  • Werkt slecht in teamverband
  • Werkt vaak onder het eigen niveau
  • Realiseert zich vaak niet wat de drijfveren van de ander zijn, heeft weinig inlevingsvermogen
  • Houdt vast aan eigen overtuiging, is niet snel bereid tot het sluiten van compromissen
  • Komt bij spanning moeilijk uit zijn/haar woorden, gaat stotteren of klapt dicht
  • Problemen met aangaan en onderhouden van vriendschappen en relaties
  • Kan slecht inschatten welk gedrag sociaal acceptabel is en slaat de plank vaak mis.
  • Houdt niet van geklets over ditjes-en-datjes, beperkt communicatie tot de essentie
  • Hoort niet altijd alles wat er gezegd wordt en vergeet dingen die hem/haar niet interesseren
  • Heeft sterke behoefte aan routine en regelmaat
  • Heeft sterke behoefte aan duidelijke instructies, met name op het werk
  • Houdt sterk vast aan eigen planning, raakt van slag als die door anderen verstoord wordt
  • Kan slecht tegen veranderingen in de leefomgeving
  • Brengt graag veel tijd alleen door
  • Kan helemaal opgaan in een bepaalde activiteit of hobby, op het obsessieve af
  • Obsessieve rituelen, zoals boeken altijd in dezelfde volgorde neerzetten
  • Heeft zeer goed oog voor detail.

 

Samenvattend kun je volgens de nieuwe DSM voor psychiaters (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) stellen dat mensen met autistische eigenschappen

(1) beperkingen in de sociale communicatie en interactie hebben
(2) repetitief gedrag en specifieke interesses vertonen.

 

In die nieuwe DSM (DSM-5) zijn de diagnoses PDD-NOS, Asperger en klassiek autisme vervangen door één term: autismespectrumstoornis (ASS).
Die stoornis kan van heel mild naar heel ernstig gaan.

 

We kennen allemaal wel mensen van wie we zeggen: “Die is een beetje autistisch” of “Doe niet altijd zo autistisch”. Maar iedereen kan zien dat er veel vormen van autisme zijn – manieren van autisme –   die in de kern op elkaar lijken.


Ik heb zelf wel wat autistische trekjes. Huisgenoot W. ook, maar op een andere manier.


Ik ken ook verschillende jongvolwassenen die de diagnose autisme-ADHD en PDD-NOS hebben gekregen, en iemand die ik al heel lang ken, heeft ongetwijfeld Asperger, maar wil dat zelf niet weten.

Iemand met Asperger kan wel goed praten en leren, maar heeft moeite om te begrijpen wat andere mensen denken en voelen.

 

Obsessief gedrag
Wat voor etiketje je op Wim P. had moeten zetten, weet ik niet, maar sommige van de hierboven genoemde kenmerken waren zeker op zijn gedrag van toepassing. Hij had weinig aansluiting bij de meesten van zijn klasgenoten en was heel obsessief.


Hij was bijvoorbeeld altijd dwangmatig met dobbelstenen bezig. Hij gebruikte ze om voetbalwedstrijden te spelen en had daar een heel systeem voor ontworpen. Hij speelde deze voetbalwedstrijden op zijn eentje, maar zette de uitslagen wel op papier en nam die papieren mee naar school.
Aan huisgenoot W. legde hij uit wat hij deed en hoe.

Huisgenoot W. houdt namelijk ook van fantasierijke spelregels en namen, én van voetbal.


Wim P. had acht teams bedacht. Voor een competitie is het namelijk het best als je een even aantal teams hebt. De namen van de teams waren:

  • SV (Schone Vrouwen)
  • GYM (vrouwelijke leerlingen van het gymnasium waar hij op zat)
  • De Klassieken (daarin speelden Homerus, Herodotus, Plato etc.)
  • De Lieden (mannelijke leerlingen van zijn school die in zijn ogen normaal waren, o.a. huisgenoot W.)
  • De Figuren (mannen/jongens die hij kende en die buiten de norm vielen, o.a. hijzelf)
  • De Leraren (leraren van zijn school)
  • De Veteranen (vaak vaders van jongens die hij kende, o.a. zijn eigen vader en de vader van huisgenoot W.), en
  • LKPNC (een afkorting van de namen van de twee psychiatrische instellingen in de provincieplaats waar zowel Wim P., huisgenoot W. als ondergetekende gewoond heeft). ‘Krankjorum’ stond in het doel en verder figureerden in het team een aantal zwervers die in het stadje algemeen bekend waren, zoals ‘Malle Kees’, Malle Floris’, Malle Jan’.


Wim P. gebruikte een dobbelsteen om het verloop van de voetbalwedstrijd te bepalen.

De uitslag hing dus af van het aantal ogen dat hij elke keer gooide, maar als het verloop van de wedstrijd Wim P. niet aanstond, gooide hij rustig nog een keer.
Hij hield bij welke spelers de doelpunten maakten – Pa P. bijvoorbeeld, of Herodotus, of Malle Kees.


Bij het gooien van de dobbelsteen gold de 6 als 0; 5 was dus de hoogste score.


De elftallen speelden in de opstelling van die tijd (midden tot eind jaren 50):  
5 voorhoedespelers en 5 spelers voor middenlinie en achterhoede samen.


Gaf de dobbelsteen een 1 aan als de bal in de voorhoede was, dan had de rechtsbuiten gescoord.
Bij een 2 was dat de rechtsbinnen, bij een 3 de midvoor, bij een 4 de linksbinnen en bij een 5 de linksbuiten.


Als de dobbelsteen een 6 aangaf, dan waren de andere linies aan de beurt,
d.w.z. de middenlinie en de achterhoede.
Als er dan een 1 gegooid werd, was de rechtsback aan de bal, bij een 2 de spil (centrumverdediger), bij een 3 de linksback, bij een 4 de rechtshalf en bij een 5 de linkshalf.

Voorzetten werden ook genoteerd, helemaal volgens het zelfde stramien. Bij een 1 had een rechtsbuiten de voorzet gegeven.

Keepers telden in dit systeem niet mee.

 

Wim P. was vaak zo fanatiek met zijn uitvinding bezig, dat hij eindeloos bleef doorgaan. De moeder van huisgenoot W. heeft hem wel eens op de zolder van haar huis aangetroffen met zijn dobbelstenen nadat huisgenoot W. al uren geleden naar beneden was geroepen voor het avondeten.
Wim P. was dan dus gewoon niet naar huis gegaan.


Op school, onder de les, was hij ook regelmatig met zijn dobbelstenen bezig.

 

Verandering
In de vierde klas van het gymnasium veranderde het leven van de twee jongens, vooral dat van Wim. Hij werd naar een kostschool gestuurd, waarschijnlijk omdat zijn ouders het te moeilijk kregen met zijn gedrag.

Huisgenoot W. verhuisde met zijn ouders, broer en zus naar een andere stad.

In de jaren die volgden, zagen de twee schoolvrienden elkaar nog wel zo nu en dan, maar huisgenoot W. verloor Wim P. uit het oog toen deze een Zuid-Afrikaanse correspondentievriendin had leren kennen en om die reden naar Zuid-Afrika emigreerde.


De relatie met de Zuid-Afrikaanse vriendin werd niets
en op zekere dag ontving huisgenoot W. het bericht dat zijn vriend in Zuid-Afrika, in de buurt van Boksburg, bij een auto-ongeluk was omgekomen.

W. werd voor de crematie (in Nederland) uitgenodigd en nam die uitnodiging aan.

 

Eerbetoon
Dit blog is een eerbetoon aan een jongen die duidelijk anders dan anderen was, maar toch zoveel indruk gemaakt heeft dat een jeugdvriend van hem zo’n 50 jaar na zijn dood elke keer maar weer herinneringen aan hem ophaalt.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Blog 93 – Vertalen uit het Engels in het Nederlands

 

Mensen die zich niet beroepshalve met taal bezighouden of er geen belangstelling voor hebben, denken nogal eens dat het vertalen vanuit het Engels naar het Nederlands een fluitje van een cent is als Nederlands je moedertaal is.


Daar hebben ze geen gelijk in
.


Dan heb ik het niet zozeer over eenvoudige technische teksten, waarbij je alleen maar hoeft te zorgen dat je de desbetreffende technische term in de vreemde taal omzet in het juiste Nederlandse woord – wel afhankelijk trouwens van de vraag of de vertaling voor technici of voor leken bestemd is.

En ook niet over juridische en medische teksten. Daarbij speelt taalgevoel niet zo’n rol.

 

Ik heb het over teksten zoals het artikel dat ik hieronder gekopieerd heb.


Het is een uit het Britse tijdschrift The Economist overgenomen stuk dat door Proz.com vorig jaar gebruikt is voor een vertaalwedstrijd.

In The Economist heet het stuk People crave silence, yet are unnerved by it en Proz.com heeft de vertaalwedstrijd The Sounds of Silence genoemd.


De translation contest is gewonnen door Edith van der Have-Raats (finalist 1).

 

Zelfs al hebben verschillende deelnemers aan de wedstrijd heel knappe vertalingen afgeleverd, toch is op onderdelen van elke vertaling best wat aan te merken.

 

Hieronder de Engelse tekst. De tweede alinea is vetgedrukt, omdat we de vertaling daarvan gaan bespreken.

17th Translation Contest: "The Sounds of Silence" »
English to Dutch

 

A theme of the age, at least in the developed world, is that people crave silence and can find none. The roar of traffic, the ceaseless beep of phones, digital announcements in buses and trains, TV sets blaring even in empty offices, are an endless battery and distraction. The human race is exhausting itself with noise and longs for its opposite—whether in the wilds, on the wide ocean or in some retreat dedicated to stillness and concentration. Alain Corbin, a history professor, writes from his refuge in the Sorbonne, and Erling Kagge, a Norwegian explorer, from his memories of the wastes of Antarctica, where both have tried to escape.


And yet, as Mr Corbin points out in "A History of Silence", there is probably no more noise than there used to be. Before pneumatic tyres, city streets were full of the deafening clang of metal-rimmed wheels and horseshoes on stone. Before voluntary isolation on mobile phones, buses and trains rang with conversation. Newspaper-sellers did not leave their wares in a mute pile, but advertised them at top volume, as did vendors of cherries, violets and fresh mackerel. The theatre and the opera were a chaos of huzzahs and barracking. Even in the countryside, peasants sang as they drudged. They don’t sing now.



What has changed is not so much the level of noise, which previous centuries also complained about, but the level of distraction, which occupies the space that silence might invade. There looms another paradox, because when it does invade—in the depths of a pine forest, in the naked desert, in a suddenly vacated room—it often proves unnerving rather than welcome. Dread creeps in; the ear instinctively fastens on anything, whether fire-hiss or bird call or susurrus of leaves, that will save it from this unknown emptiness. People want silence, but not that much.

 

Als we de tweede alinea eruit pikken, zien we dat de drie finalisten heel verschillende vertalingen gemaakt hebben. Zie https://www.proz.com/translation-contests/pair/3023/entries


Soms zie je heel goede vondsten
, soms is de vertaling net niet zoals ze wezen moet.

 

Finalist 1

En toch, zo zegt prof. Corbin in zijn 'Histoire du silence', is er waarschijnlijk niet méér lawaai dan voorheen. Voordat luchtbanden in zwang kwamen, waren de straten in de stad gevuld met het oorverdovende geratel van metalen velgen en gekletter van hoefijzers op de keien. Voordat mensen zich vrijwillig afzonderden met hun mobiel, gonsde het in de bus en de trein van de gesprekken. Krantenventers lieten hun koopwaar niet stilletjes op een stapel liggen, maar prezen deze met luide stem aan. Datzelfde deden de verkopers van kersen, viooltjes en verse makreel. In het theater en de opera was het een chaos van jewelste met hoera- en boegeroep. Zelfs op het platteland zongen de boeren tijdens het zwoegen. Nu zingen ze niet meer.

 

Finalist 2

En toch, zoals Corbin opmerkt in A History of Silence, is er waarschijnlijk niet méér lawaai dan vroeger. Voordat de luchtband zijn intrede deed, waren de straten vol van het oorverdovende gekletter van metalen velgen en hoefijzers op steen. Toen we ons nog niet vrijwillig afzonderden met mobiele telefoons, schetterden er gesprekken door bussen en treinen. Krantenverkopers stalden hun koopwaar nog niet stilzwijgend uit, maar prezen deze luidkeels aan, net zoals de verkopers van morellen, viooltjes en verse makreel. Het theater en de opera waren het toneel van chaotisch gejubel en gejoel. En op het platteland zong de zwoegende boer – tegenwoordig is zijn gezang verstomd.

 

Finalist 3

En toch, zoals dhr. Corbin opmerkt in zijn “A History of Silence”, is er nu waarschijnlijk niet méér herrie dan in vroeger tijden. Voor de komst van luchtbanden waren de straten gevuld met het oorverdovende geratel van metalen velgen en het gekletter van paardenhoeven op steen. Voor het zelfverkozen isolement op mobiele telefoons, klonken er in bussen en treinen continu mensenstemmen. Krantenverkopers lieten hun handelswaar niet rustig op een stapel liggen, maar prezen deze luidkeels aan, net als de verkopers van kersen, viooltjes en verse makreel. In het theater en de opera hoorde je continu geroep en commentaar van het publiek. Zelfs op het platteland zongen de boeren tijdens hun eentonige werk. Nu zingen ze niet meer.

 

Commentaar

  1. Je kunt niet dhr. 'Corbin' schrijven in een officiële tekst. Dat is telegramstijl. Maak er ‘de heer’ van of ‘prof.’ (zoals in vertaling 1, als je zeker weet dat het hier om een professor gaat) of laat het woord weg (zoals in vertaling 2).
  2. In de Engelse tekst staat weliswaar “A History of Silence”, maar omdat het boek niet in het Nederlands vertaald is (opzoeken!), moet in de Nederlandse vertaling de oorspronkelijke Franse titel vermeld worden ('Histoire du silence').
  3. Alle drie finalisten hebben van metal-rimmed wheels ‘metalen velgen’ gemaakt, maar dat is niet helemaal juist. Het moet zoiets zijn als ‘wielen met metalen randen’ of ‘’met ijzer beslagen wielen’.
  4. rang with conversation kan niet echt goed vertaald worden met ‘gonsde het … van de gesprekken’ of ‘schetterden er gesprekken’, omdat ‘gonzen van’ doet denken aan geruchten die rondgaan en ‘schetteren’ aan schreeuwen. Iets met ‘weergalmen’ of ‘geroezemoes’ was waarschijnlijk beter geweest.
  5. ‘… stalden’ in vertaling 2 is niet goed hier, omdat de waren juist niet werden uitgestald, maar op een stapel lagen.
  6. ‘… deze’ in alle drie vertalingen klinkt veel te formeel!
  7. ‘… morellen’ in vertaling 2 is niet echt goed, omdat een morel een bepaald soort kers is. Gewoon ‘kersen’ is dus beter.
  8. (in vertaling nr. 2) ‘… waren het toneel van …’ is hier niet mooi in de context van ‘het theater en de opera’.
  9. a chaos of huzzahs and barracking is ook een struikelblok c.q. hersenkraker. De oplossing in vertaling 1 klinkt goed, maar misschien was ‘een tumult van jewelste met al het hoera- en boegeroep’ beter geweest dan ‘een chaos van jewelste met hoera- en boegeroep’.
  10. Tenslotte: drudgery is in het Engels wel eentonig werk, maar drudged in de op een na laatste zin in deze tekst verwijst toch eerder naar sloven of zwoegen dan naar het ‘eentonige werk’ van vertaling nr. 3.

 

Het gaat erom dat de tekst in de oorspronkelijke taal accuraat vertaald wordt en dat tegelijkertijd de vertaling perfect natuurlijk klinkt.

 

Zelf proberen?
Probeer zelf anders de alinea’s 1 en 3 maar eens te vertalen!

 

Dan zul je zien dat het nog niet zo eenvoudig is.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Blog 94 - Boreaal

 

Onze jongste kleindochter, Emma, is nu bijna vier maanden. Huisgenoot W. en ik passen één dag in de week op haar.

Daartoe gaan we op die dag al om 7.30 uur of 7.45 uur met de auto op pad om op tijd in Groningen te zijn, zodat papa en mama naar hun werk kunnen.


Het zijn best lange dagen
.

Veel plezier kun je nog niet beleven met een baby die alleen nog maar kan liggen, slapen, drinken en – gelukkig ook – stralend naar je lachen. Eén flesvoeding kost minstens drie kwartier, want er gaat ook tijd zitten in het met haar op de arm rondlopen, of anderszins pauzes nemen, om haar goed te laten boeren.

En je moet natuurlijk steeds bij haar blijven. Als het niet regent, gaan we ter afwisseling een tijdje met haar wandelen in de kinderwagen.

 

Gelijkenis?
Ik kan nog niet zeggen op wie ze lijkt. De vorm van de wenkbrauwen is misschien iets van mijn familie, haar voorhoofd lijkt misschien op dat van haar vader en de neus zou een kruising kunnen zijn tussen de neuzen van haar vader en haar moeder,

Verder heeft ze bruinzwart haar, maar (nog?) geen krullen of golven.


Dat ik niet kan zeggen op wie ze lijkt, is geen wonder als je bedenkt hoeveel voorouders ze al met al heeft.

Die zij niet alleen heeft, die we allemaal hebben. Zie mijn blog 54: Verborgen Verleden

 

Voorouders
Een van de opa’s van mijn kleindochter was zwart, een van haar voormoeders was joods en mijn beide oma’s hadden allebei zulk diepzwart haar dat het haast niet anders kan dan dat in hún stamboom mensen uit Zuid-Europa of misschien wel Azië voorkomen.


Haar voorouders kwamen dus zeker niet allemaal uit Noord- of West-Europa, maar uit allerlei windstreken.

 

Boreaal
Er zijn nogal wat mensen in ons land die niet zoveel ophebben met niet-raszuivere inwoners. Velen van hen zullen bij de afgelopen Provinciale Statenverkiezingen op een nieuwe partij hebben gestemd die ‘Democratie’ in haar naam heeft verwerkt.


De partijleider is een politicus - getuige zijn naam een halve fransoos – die van mening is dat de Europese cultuur de grootste en mooiste beschaving is die de wereld ooit heeft gekend.


Deze partijleider, T.B., gebruikt graag moeilijke woorden, zoals oikofobie en boreaal – waarschijnlijk om interessant over te komen.

Oikofobie betekent zoiets als ‘angst voor het eigene’; van die angst beschuldigt hij veel Nederlanders.
Hij wil ‘het eigene’ (oikos) koesteren.

Boreaal
betekent letterlijk ‘noordelijk’ – Boreas was de Griekse god van de noordenwind – maar aangezien Nederland niet echt een noordelijk land is – het is een West-Europees land – kun je gevoegelijk aannemen dat mensen die de term ‘boreale wereld’ gebruiken – zoals T.B. – een verwijzing maken naar de wenselijkheid van de puurheid en superioriteit van het blanke ras.


Ook Jean-Marie Le Pen, de openlijk racistische voormalig leider van het Front National in Frankrijk, gebruikt(e) de term boreal immers graag.

 

Democratisch
Ja, het klopt dat T.B. en zijn partij bij democratische verkiezingen meer dan een zesde van de 75 zetels in de Eerste Kamer hebben gewonnen.

Maar in de jaren dertig werd in Duitsland de partij van een zekere meneer A.H. ook democratisch tot grootste partij gekozen en wist A.H. het tot minister-president te schoppen in een coalitie met een andere rechtse partij.

Door allerlei manipulaties slaagde deze A.H. er daarna in de onbetwiste leider van het land te worden.


We weten allemaal wat daarvan de gevolgen zijn geweest – al worden die gevolgen in sommige kringen categorisch ontkend.

 

Verwerpelijk
Móet ik wel een verband leggen tussen T.B. en A.H.?


Misschien is dat overdreven
. Maar ik heb wel een intuïtieve afkeer van de twee kopstukken van deze nieuwe partij, die bij de Provinciale Statenverkiezingen zo succesvol is geweest.

Ik vind de voorman een onechte aansteller en de tweede man een louche figuur.


Willen wij zulke leiders in ons land? Nou, ik in ieder geval niet.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels

 

Wil je reageren? Dan is het handig om het nummer van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Blog 95 –Ester

 

Begin maart had de IND mij gevraagd om op zondag in Ter Apel te komen tolken. Ik ging om 7.30 uur op weg; er was bijna geen verkeer.

Ik zag de nog kale bomen, paarden in de wei, de schaakstukken bij Steenwijk, mist in de verte, hier en daar bescheiden bedrijventerreinen, benzinestations. Soms was de zon wel erg scherp.


Op zoek naar een radiozender die me zou bevallen, kwam ik op Radio Drenthe terecht. Daar werd heerlijk rustige kerkmuziek uitgezonden.

Daar was ik wel voor in de stemming. Ik had lang geen psalmen horen zingen.


Daarna was er een dominee te horen, die een korte preek hield. Over koningin Ester.

 

Thuis in de Bijbel
Vroeger
, in mijn ouderlijk gezin, gingen we elke zondag naar de kerk. Ik ben opgegroeid met psalmen en gezangen in de kerk, en ook op school.


Op school kregen we ook ‘Bijbelse geschiedenis’ – ik geloof zelfs elke dag – waarbij heel veel verhalen uit de bijbel verteld werden. Thuis werd dat nog eens verdubbeld, omdat mijn vader bij elke warme maaltijd een stuk uit de Bijbel voorlas.


Ik ben dus heel lang erg goed thuis geweest in de Bijbel. Tegenwoordig kun je dat van de meeste mensen niet meer zeggen.

 

Het boek Ester
Het gedeelte dat ik altijd het mooist vond, was het boek Ester – uit het Oude Testament. Het is een van de weinige Bijbelverhalen over vrouwen en het is een soort sprookjesverhaal voor meisjes.


De voorgeschiedenis
Ester
was een mooi meisje dat een soort door het paleis georganiseerde missverkiezing had gewonnen en toen de vrouw van de Perzische koning, Ahasveros, mocht worden.
Ahasveros regeerde over honderd zevenentwintig gewesten van Indië tot Ethiopië.


“Het meisje was welgevallig in zijn ogen en verwierf zijn gunst, zodat hij haar zo spoedig mogelijk de schoonheidsmiddelen en de maaltijden verschafte, haar zeven der voortreffelijkste dienaressen uit het huis des konings ter beschikking stelde, en haar en haar dienaressen naar het mooiste gedeelte van het vrouwenhuis bracht.”


Ester was een pleegdochter van Mordechai (of Mordekai), een jood, maar Mordechai had Ester verboden (!) aan de koning te vertellen dat zij ook joods was.

Verder was Mordechai te weten gekomen dat twee hovelingen, Bigtan en Teres, de koning wilden ombrengen en had hij dat via Ester aan koning Ahasveros laten weten.


Haman
was een hoge functionaris in het Perzische rijk, een soort minister, maar omdat Mordechai niet voor hem had willen knielen, wilde hij Mordechai, en meteen maar alle joden in het koninkrijk, uitroeien.

 

Het verhaal
Haman had aan koning Ahasveros gevraagd of hij de uitroeiing van de joden in het rijk mocht organiseren.

De koning had daar geen bezwaar tegen gehad. Daarom zond Haman brieven naar alle gewesten van het koninkrijk dat alle joden op een vastgestelde dag moesten worden verdelgd, gedood en uitgeroeid.


Mordechai
vernam van de plannen van Haman en de koning en bracht koningin Ester daarvan op de hoogte. Hij wilde dat ze met de koning over de plannen van Haman zou praten en voor haar volk zou opkomen.

Daar voelde Ester niet veel voor, want ze was dan wel koningin, maar de wet was dat ieder die onuitgenodigd in de ‘binnenste voorhof’ zou komen, gedood zou worden.

Alleen diegene aan wie de koning de gouden scepter aanreikte, zou gespaard worden.

 

Mordechai hield Ester voor dat ze niet moest denken dat zij de dans wel zou ontspringen omdat zij koningin geworden was.

Daarop besloot Ester dat Mordechai, iedereen in de omgeving van Mordechai, zijzelf en al haar dienaressen drie dagen en nachten zouden vasten en dat zij, Ester, daarna in een koninklijk gewaad in de binnenste voorhof van het paleis zou gaan staan.


Gelukkig reikte koning Ahasveros Ester de gouden scepter toe, want zij had ‘zijn genegenheid’ gewonnen toen ze daar zo stond.

“Wat hebt gij, koningin Ester, en wat is uw wens? Al was het de helft van het koninkrijk – het zal u gegeven worden.”


Maar Ester vroeg de koning alleen maar om samen met Haman naar het feestmaal te komen dat zij aangericht had. En de koning en Haman deden dat.


Bij het drinken van de wijn zei de koning nogmaals dat ieder verzoek en iedere wens van Ester ingewilligd zouden worden – al wilde ze de helft van het koninkrijk.
Maar Ester verzocht de koning opnieuw alleen maar om samen met Haman naar het feestmaal te komen dat ze de volgende dag voor hen zou aanrichten.

 

Toen Haman na het eerste feestmaal naar huis ging, was hij opgetogen, maar hij ontstak in woede toen hij in de paleispoort Mordechai zag zitten, die weer niet voor hem opstond.

Na overleg met zijn vrouw en vrienden besloot hij een paal van vijftig el op te richten en de koning toestemming te vragen Mordechai daarop te spietsen.

 

Het liep anders
Net in die nacht kon de koning niet slapen. Daarom beval hij zijn hovelingen om hem voor te lezen uit het gedenkboek, de kronieken.

Onder het lezen kwamen ze het verhaal tegen van Mordechai (zie: ‘De voorgeschiedenis’), die aan het licht gebracht had dat twee hovelingen de hand aan de koning hadden willen slaan.

Mordechai bleek daarvoor niet beloond te zijn.


De koning besloot om aan Haman te vragen:
“Wat zal men doen met de man aan wie de koning eer wil bewijzen?”


Haman bleek net in de voorhof te zijn omdat hij de koning toestemming wilde vragen Mordechai op een paal te spietsen en dacht dat de koning hém eer wilde bewijzen.

Daarom stelde hij voor om die man een koninklijk kleed aan te trekken, hem op een koninklijk paard in de stad te laten rijden en een hooggeplaatste edele voor hem uit te laten lopen en te laten roepen:

“Zo wordt gedaan aan de man aan wie de koning eer wil bewijzen.”


Daarop kreeg Haman het bevel vóór het koninklijke paard met de koninklijk uitgedoste Mordechai uit te lopen en te roepen: “Zo wordt gedaan aan de man aan wie de koning eer wil bewijzen.”


Zó had Haman het zich niet voorgesteld …

 

Hamans einde
Daarna was er het tweede feestmaal waarvoor Ester koning Ahasveros en Haman uitgenodigd had.

De koning zei voor de derde keer tegen koningin Ester dat haar wens ingewilligd zou worden – al wilde ze de helft van zijn koninkrijk.


Deze keer wenste Ester
dat haar en haar volk het leven geschonken zou worden, omdat zij 'verkocht waren om verdelgd, gedood en uitgeroeid’ te worden.

En ze wees Haman aan als de kwade genius.


De koning ontstak in woede en Haman werd op de paal gespietst die hij voor Mordechai had opgericht.

 

Is dit geen mooi sprookje?

 

De naam Ester
Als kind vond ik dit zo’n mooi verhaal, dat ik van plan was mijn eerste kind – als het een meisje zou worden – de naam Esther, Ester of Hester te geven.

Dat is er nooit van gekomen, omdat ik alleen maar zoons heb gekregen. Drie zoons, dat wel.

 

Het getal drie, dat ook in dit verhaal een rol speelt – Ahasveros zegde Ester driemaal de helft van zijn koninkrijk toe en Ester en haar entourage vastten drie dagen en nachten – komt in heel veel verhalen voor, net als bijvoorbeeld zeven en twaalf.

Daar schrijf ik een andere keer nog eens over.

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Blog 96 – Een ander land (door James Baldwin)


Ik zag dat er pasgeleden een film uitgebracht is op basis van het boek van James Baldwin If Beale Street Could Talk. En ik dacht: “Was dat nou dat boek dat ik vroeger had van James Baldwin?’

Ik keek boven bij de oude boeken, maar kon het niet vinden. Toen herinnerde ik me vaag dat ik het wel eens aan mijn oudste zoon gegeven of uitgeleend zou kunnen hebben. Ik had toch nooit tijd om boeken te lezen en als iemand belangstelling zou hebben voor een boek van een zwarte schrijver – van wie hij overigens nauwelijks gehoord had – dan was hij het wel.

Het boek bleek inderdaad op een boekenplank bij Nelson te liggen. Het was alleen niet If Beale Street Could Talk, maar ‘Een ander land’, de vertaling van Another Country, ook van James Baldwin.

Ik besloot het mee naar huis te nemen.

 

Tijdgeest
Of Nelson het gelezen heeft, weet ik niet. Het is een boek waarmee de schrijver – volgens informatie op internet – behoorlijk geworsteld heeft. Hij was er al mee begonnen in 1948, toen hij 24 was, en het kwam pas uit in 1962.

Ik heb de achtste druk, uit 1971, en zal het dus wel in 1971 of 1972 gelezen hebben, vóór ik in december 1972 met een Surinaamse man trouwde. Met iemand uit een ander land.

 

Dat is dus 45 à 50 jaar geleden.

 

Roerige tijden
In 1966 werd de Black Panther Party (https://nl.wikipedia.org/wiki/Black_Panther_Party) opgericht.

In 1965 was Malcolm X (https://nl.wikipedia.org/wiki/Malcolm_X) (tijdelijk een van de woordvoerders van de Nation of Islam -- https://nl.wikipedia.org/wiki/Nation_of_Islam) vermoord en in 1968 Martin Luther King (https://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/28344/de-radicale-agenda-van-martin-luther-king.html# ; https://nl.wikipedia.org/wiki/Black_Power).


Er was veel woede binnen de zwarte gemeenschap in de Verenigde Staten.

 

Afweermechanismen
Ongetwijfeld was er ook woede bij James Baldwin, maar ik denk dat hij die sublimeerde in zijn boeken.

Niet alleen over zijn ras voelde hij verwarring, ook over zijn homoseksualiteit. Die geaardheid werd in zijn tijd veel minder geaccepteerd dan nu.


Ik heb één bandopname van James Baldwin kunnen vinden, namelijk van een toespraak die hij in 1986 hield voor de Amerikaanse National Press Club, en ik was verbaasd over het accent dat hij zich blijkbaar had aangeleerd. Het deed me denken aan het accent van de Britse prins Charles.

Een kwestie van overcompensatie?

Zie: https://www.loc.gov/rr/record/pressclub/baldwin.html.
De toespraak duurt ongeveer een kwartier (vanaf 5.20 minuten).

 

Thema’s
Ik herinner me dat er stukken in het boek staan waar ik moeizaam doorheen kwam. Dat zijn de gedeeltes waarin personages die ik had leren ‘kennen’ als heteroseksueel opeens homoseksuele dingen doen of omgekeerd, of gedeeltes waarin nogal theoretisch en moeilijk gedaan wordt over de emoties van donkere mensen als gediscrimineerde minderheidsgroep in de Verenigde Staten.

Op die plaatsen komt de tekst wat belerend over. Maar al met al is het een geweldig goed en boeiend boek.

Ik zou het vier sterren geven. Het gaat over de worsteling met seksuele en raciale identiteit.

 

Vertaling
Ik begrijp het nu beter dan destijds, al staan er wel zinnen in die me niet duidelijk zijn. Dat ligt waarschijnlijk aan de vertaling van Oscar Timmers, die in het Nederlands boeken schreef onder de naam J. Ritzerfeld.


Ik heb het er wel eerder over gehad dat het heel moeilijk kan zijn om literatuur te vertalen, ook voor een heel goede vertaler/letterkundige.

Toch is het jammer als je opeens een zin leest die waarschijnlijk min of meer letterlijk uit het Engels is overgenomen, maar in het Nederlands onbegrijpelijk is – in de context tenminste.


In 2018 is een ander boek van Baldwin opnieuw in het Nederlands vertaald, deze keer door Harm Damsma, waarna er felle discussies uitbarstten over de vertaling van ‘negro’ door ‘zwarte’ (was: ‘neger’) en ‘white’ door ‘witte’ (was: ‘blanke’).

 

Een ander land
Je kunt je afvragen waarom het boek Another Country (‘Een ander land’) heet. Dat is niet omdat een klein gedeelte van het boek zich in Frankrijk afspeelt en de hoofdmoot in New York (Harlem en Greenwich Village).

De titel verwijst namelijk naar de zeer van elkaar verschillende personages in het boek, die allemaal op zoek zijn naar hun eigen identiteit.

Ze zijn zwart of blank of Italiaans-Amerikaans of Pools-Amerikaans of Frans, hetero- of homo- of biseksueel, man of vrouw, komen uit een welvarend gezin of een getto, uit het zuiden van de VS of uit de stad New York, kunnen het hoofd nauwelijks boven water houden of verdienen goud geld.

Dat geeft veel verwarring en ingewikkelde emoties. Het is moeilijk iemand te begrijpen die totaal anders is of een heel andere achtergrond heeft dan jijzelf, al heb je nog zulke goede bedoelingen.

Oordeel niet over een ander, tenzij je in zijn schoenen hebt gestaan.

 

De laatste bladzijde(n?) van mijn exemplaar van het boek is (zijn) kwijtgeraakt, maar ik heb nog wel meegekregen dat in ieder geval Ida en Vivaldo nader tot elkaar komen, dat ze elkaar eindelijk beter gaan begrijpen.

Eerder in het boek denkt Vivaldo (wit) over zijn minnares Ida (zwart) als “een ander land”, omdat hij haar pijn niet kan begrijpen en volledig van de kaart is als zij naar hem uithaalt.

Zou het mogelijk zijn je op je gemak te gaan voelen in dat land van die ander? Dat andere land?

Voor Rufus en Leona was het te laat, maar voor Cass? Richard? Eric? Yves?


Try a little love

Het is nogal gek, maar ik dacht even dat het liedje Try a little love wel een passende afsluiting van dit blog zou zijn. Alleen: dat is natuurlijk niet zo. Het is een lief liedje, maar veel te lief voor de heftige gevoelens die mensen hebben, zeker in dit boek, en de heftige situaties die daaruit voortvloeien.

Daarom eerst maar wat andere links, naar Harlem en The Village.

https://www.youtube.com/watch?v=jNLet2mfoug

https://en.wikipedia.org/wiki/Greenwich_Village

https://www.newyork.nl/buurten/greenwich-village-new-york/

en naar Malcolm X en Martin Luther King:

https://www.theguardian.com/commentisfree/2018/apr/08/fruitful-tension-between-martin-luther-king-malcolm-x

 

En dan nu Oscar Harris:

https://www.youtube.com/watch?v=IlwPA1QFGFI

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Dan is het handig om het nummer of de titel van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Blog 97 – Oh Solitude, My Sweetest Choice

 

Op weg naar huis, in de auto, hoorde ik op Radio 4 muziek van Henry Purcell (1659-1695):
Oh Solitude, My Sweetest Choice.

En ik dacht eraan dat veel mensen de neiging hebben altijd maar bij elkaar te kruipen.

 

Die neiging heb ik niet. Als ik ’s morgens gewerkt heb, bijvoorbeeld intensief getolkt heb in een gesprek, wil ik graag tussen de middag naar buiten in plaats van met een hele grote groep samen te drommen in de kantine of het restaurant.

Sowieso heb ik het lange tijd onprettig gevonden me in groepen te bewegen. Ik heb daar nu minder problemen mee, maar het is niet toevallig dat ik het vak van vertaler heb gekozen.

Vroeger heb ik me wel eens afgevraagd of ik misschien autistisch was. Die gedachte heb ik laten varen.
Ik heb het gewoon nodig om indrukken die ik tijdens het werk heb opgedaan van me af te laten glijden, en voor mijn gevoel gebeurt dat niet als er, bijvoorbeeld tijdens het eten in een kantine, weer nieuwe indrukken op mij inwerken.

Ik ben waarschijnlijk wat ze noemen ‘hoogsensitief’ of ‘hooggevoelig’. De een is nu eenmaal gevoeliger en intuïtiever dan de ander.


Grijs gebied
Volgens sommige deskundigen is er een grijs gebied tussen hooggevoeligheid en autisme. Er wordt gezegd dat 15 tot 20 procent van de mensen zeer gevoelig is voor allerlei indrukken. Hun hoofd ‘loopt snel vol’ met allerlei informatie en de afvoer van niet meer relevante informatie gaat niet snel genoeg. Daarom hebben ze tijd tussendoor nodig om hun hoofd weer leeg te maken.

 

Zoon
Mijn tweede zoon, Dolf, wilde vroeger vaak niet naar school. Hij had ‘hoofdpijn’, zei hij dan. Hij vond het waarschijnlijk prettiger om rustig thuis te blijven, want hij is nog gevoeliger voor ‘prikkels’ dan ik.  Het is alleen niet geaccepteerd in deze maatschappij om niet naar school te gaan, dus was het een groot probleem.

Ik wist niet wat er precies met hem aan de hand was; sterker nog, niemand wist dat blijkbaar, want goede hulp hebben we niet gehad. In een testrapport werd alleen genoemd dat hij ‘in zijn eigen wereldje leeft’, herinner ik me.
Maar ja, wat doe je daaraan? Dat werd er niet bij gezegd. Hoogstens, door sommigen, dat het wel aan de moeder zou liggen.

Later heeft Dolf ook langdurig problemen gehad, maar het verschijnsel autisme is door artsen uitgesloten, hoorde ik laatst van hem.
Dat verbaast me niet, want hij is vaak heel uitbundig en geestig.

Je ziet ook niet aan hem af dat hij hooggevoelig is.

 

 

Verdovende middelen
Ik vermoed zo dat veel hoogsensitieve mensen hun toevlucht nemen tot het overmatig gebruik van alcohol of andere verdovende middelen om de onrust in hun hoofd te dempen. Veel behandelende artsen werken ook in die richting door kalmerende middelen voor te schrijven.
Door het gebruik van ‘middelen’ ontstaan er helaas weer andere, vaak ernstigere, problemen.

Zelf heb ik gelukkig nooit de neiging gehad veel te drinken of drugs te gebruiken. Wel heb ik een tijd gehad waarin ik regelmatig mediteerde.

Als je mediteert, ben je stil. Je voelt je ademhaling en je luistert naar jezelf en naar wat er om je heen is. Soms krijg je informatie binnen over wat belangrijk is, zonder vragen.

 

Etiketjes
Mijn zoon en ik hebben dus allebei last gehad van hooggevoeligheid, of overgevoeligheid. Maar dat wil niet zeggen dat we verder ontzettend veel op elkaar lijken. Ieder mens heeft een heel pakket aan eigenschappen die hem/haar tot een uniek persoon maken.

Alleen maar één van die eigenschappen is niet voldoende om iemand te identificeren.

Daarom ben ik huiverig voor de trend in de maatschappij om allerlei etiketjes (in het kader van de anglificatie: ‘stickers’ of ‘labels’) op mensen te plakken, zoals ASS (autismespectrumstoornis) of ADD (Attention Deficit Disorder, dus ADHD zonder de hyperactiviteit).

Behalve dat mensen door het etiket het gevoel hebben beter geaccepteerd te worden, schieten ze er vaak niet veel mee op. Tabletjes werken vaak maar tijdelijk – denk ik.

Ieder mens is uniek en zou als zodanig geaccepteerd moeten worden.

 

Luisteren naar de stilte
https://www.youtube.com/watch?v=T-w-vzjO_aY

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Wil je reageren? Dan is het handig om het nummer of de titel van het blog waarop je reageert in je bericht te vermelden.
Zie reactieformulier onderaan deze pagina. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Blog 98 – Tuinbank (bouten, moeren, plaatjes, ringetjes, sleutels)

 

Ik was al een tijdje op zoek naar twee extra, witte tuinstoelen, maar die kon ik nergens vinden. Daarom had ik via internet twee antracietkleurige ligstoelen besteld.
Ik werd alleen zo somber van die donkere gevaartes op ons dakterras dat ik ze teruggestuurd heb.

 

Wat nu?

Er bleken wel witte tuinbanken aangeboden te worden. Ik zag een stalen exemplaar, met de juiste afmetingen, dat me wel aantrok. Volgens de omschrijving op internet was hij weer- en roestbestendig, er was een probeertijd van 30 dagen  en – heel belangrijk! – de bank was eenvoudig in elkaar te zetten.

Ik betaalde en de bank werd keurig bezorgd.

 

Eenvoudig in elkaar te zetten? Toen we de doos openmaakten en de gebruiksaanwijzing met tien schematische plaatjes met pijltjes en rondjes en daarbij letters van A t/m M zagen, zonk huisgenoot W. en mij de moed in de schoenen.
Dit lukte ons vast niet!


Gelukkig heb ik een zwager, Rick, die hts-ingenieur is en veel meer kijk op dit soort dingen heeft dan wij én er veel meer plezier in heeft.
Ik belde hem en gelukkig wilde hij dezelfde dag nog wel langskomen.


Met enige assistentie van mijn kant lukte het hem inderdaad de bank in elkaar te zetten, maar ook hem viel het niet mee. Het was een eindeloos gepriegel.

De voorgeschreven volgorde van handelingen bij de montage was merkwaardig, de meegeleverde plaatjes en ringetjes waren volgens Rick veel te schriel – waarom niet wat steviger en de prijs van de bank een paar euro hoger? – en bij minstens één verbinding lukte het pas na eindeloos proberen om de bout in de schroefdraad vast te schroeven.


Door al onze inspanningen werd de temperatuur in de kamer zeker twee graden hoger dan hij daarvoor was.

 

Gelukt!

Gelukkig viel het uiterlijk van de bank niet tegen. Huisgenoot W. en zwager Rick zetten hem op de daarvoor bestemde plek op het dakterras en hij stond daar precies goed. We konden gaan eten.

 

Nu moeten we er in de komende weken alleen nog regelmatig op gaan zitten om uit te proberen of hij stevig genoeg is. Dan kunnen we de beschermdopjes op de bouten zetten.


Duimen maar!

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

 

Blog 99 – Over ‘hen’ en ‘hun’ (1)


Er wordt wel gezegd dat het een van de lastigste kwesties in onze taal is te bepalen wanneer je ‘hen’ en wanneer je ‘hun’ gebruikt.

Eerlijk gezegd vind ik het niet zo’n moeilijk probleem.

In plaats van ‘hen’ en ‘hun’ (als meewerkend of lijdend voorwerp) gebruik ik over het algemeen namelijk het woordje ‘ze’. Alleen in formele taal, en als op het woord de nadruk valt, is dat vaak niet goed mogelijk.

Dan heb ik soms wél moeite te bepalen wanneer ik ‘hun’ dan wel ‘hen’ moet zeggen.

 

De onderstaande voorbeelden heb ik overgenomen van de website van Van Dale.
De goede optie is steeds vetgedrukt en de uitleg wordt direct na het desbetreffende zinnetje gegeven.

 

Voorbeelden 

  1. Ik geef hen/hun een boek.
    ‘Hun’ moet hier gebruikt worden, want het gaat hier om een meewerkend voorwerp (je kunt er ‘aan’ bij denken)
  2. Ik heb hen/hun vorige week nog gezien.
    ‘Hen’ moet hier gebruikt worden, want het gaat hier om een lijdend voorwerp
  3. Ik heb de sleutel toch aan hen/hun gegeven?
    Na een voorzetsel (hier ‘aan’) gebruik je ‘hen’.
    Dus: “Ik heb de sleutel aan hen gegeven” of: “Ik heb hun de sleutel gegeven”.
    Maar je kunt ook zeggen: “Ik heb ze toch de sleutel gegeven?”
  4. Ze verbood hen/hun weg te gaan.
    Het gaat hier om een meewerkend voorwerp (je kunt er ‘aan’ bij denken)
  5. Hij schoot hen/hun te hulp.
    Het gaat hier om een lijdend voorwerp
  6. Het was hen/hun te veel moeite.
    Het gaat hier om een meewerkend voorwerp (je kunt er ‘voor’ bij denken)
  7. Dat kwam hen/hun goed van pas.
    Het gaat hier weer om een meewerkend voorwerp (je kunt er ‘voor’ bij denken)
  8. Het stelde hen/hun in staat om mee te doen.
    Het gaat hier weer om een lijdend voorwerp
  9. Ik stuur hen/hun het contract.
    Het gaat hier om een meewerkend voorwerp (je kunt er ‘aan’ bij denken)
  10. Dankzij hen/hun zitten we hier nu.
    Na een voorzetsel (‘dankzij’) gebruik je ‘hen’!

 

Als ik al deze zinnen langsloop, merk ik dat ik alleen bij zin 10 niet ‘ze’ kan gebruiken. Dat komt doordat op ‘hen’ daar de klemtoon ligt.


Nadruk

‘Ze’ kan niet gebruikt kan worden als er nadruk op het woord moet liggen.


Voorbeeld
:  
'Hij heeft mij wel gegroet, maar 'ze' niet'! Hier moet je in plaats van ‘ze’ echt de vorm hen’ (lijdend voorwerp) gebruiken

 

Als ik hun/hen was

Ook bij “Als ik hun/hen was” krijgt ‘hun/hen’ de klemtoon en kun je dus geen ‘ze’ zeggen. Dat maakt het moeilijk!


Toch is het alleen moeilijk in deze zg. derde persoon meervoud.

Kijk maar eens naar de derde persoon enkelvoud; daarbij is het lijdend en het meewerkend voorwerp hetzelfde:
“Als ik haar was”, of “Als ik hem was”.

Of naar jou, u, mij, ons, jullie.
“Ik heb jou gezien”, “Jij hebt het aan mij te danken”, “Hij heeft het (aan) jou gegeven”, etc.

 

Het gaat bij “Als ik hun/hen was” taalkundig gezien trouwens niet om een meewerkend of lijdend voorwerp, maar om het naamwoordelijk deel van het gezegde (‘was’, van het werkwoord ‘zijn’, is hier namelijk een koppelwerkwoord).

En als naamwoordelijk deel van het gezegde wordt de vorm ‘hen’ gebruikt.

“Als ik hen was”, is dus juist.

 

Een andere hen
Over ‘hen’ als zelfstandig naamwoord zal niemand hoeven na te denken.


Geen enkele Nederlander zal twijfelen over ‘hen’ en ‘hun’ als hij/zij het over de kip van de buren heeft.
“Hun hen legt elke morgen een ei voor het ontbijt”.

 

Elsa Groenman-Warmelink
e.warmelink@gmail.com

06-281 284 69

beëdigd tolk-vertaalster Engels
vertaalster Duits-Nederlands

Reactie plaatsen

Reacties

Elsa
3 maanden geleden

Bedankt voor het compliment, Emmison!

Emmison B.
3 maanden geleden

Dit zijn hele leuke blogs Elsa. Ik zal binnenkort een <a href="https://www.babsee.com/leeszonnebril/">leeszonnebril</a> moeten aanschaffen, omdat ik continue jouw blogs aan het lezen bent. Hopelijk komen er nog meer blogs als deze.

Wim
een jaar geleden

Ha, weer blogs! Nieuwsgierig ben ik elke keer wat er nu weer in zal staan. De laatste drie blogs waren voor mij weer kleine cadeautjes. Leuk om te lezen en weer stof tot nadenken en herinneren.

Elsa
een jaar geleden

Dank je, Wim. Leuk!